Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijksdienst voor Identiteitsgegevens | Staatscourant 2023, 27579 | autorisatiebesluit basisregistratie personen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijksdienst voor Identiteitsgegevens | Staatscourant 2023, 27579 | autorisatiebesluit basisregistratie personen |
Datum 24 april 2023
Kenmerk 2023-0000196934
In het verzoek van 16 maart 2023, met kenmerk 2023-0000201717 heeft de korpschef van de politie verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen in verband met de uitvoering van betrouwbaarheidsonderzoeken zoals bedoeld in de Politiewet 2012.
Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten.
In dit besluit wordt verstaan onder:
de politie, bedoeld in artikel 1 onder b, van de Politiewet 2012;
de Wet basisregistratie personen;
het Besluit basisregistratie personen;
de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet BRP;
de systematische verstrekking, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;
de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 1 van het Besluit BRP;
de persoonslijst, bedoeld in artikel 1.1, onder c, van de Wet BRP;
de ingeschrevene, bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet BRP;
de tabel ten behoeve van de systematische verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;
de codering die de politie aanduidt in verband met de uitvoering van dit besluit en die is vermeld in de autorisatietabelregel;
de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder c, van het Besluit BRP, waarbij het aantal personen waarover informatie wordt verstrekt per verzoek ten hoogste tien bedraagt;
de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
het onderzoek naar betrouwbaarheid, bedoeld in de artikelen 48q, 48x of 48s van de Politiewet 2012.
1. Aan de politie wordt op haar verzoek een gegeven verstrekt dat is vermeld op de persoonslijst van een ingeschrevene, indien het een gegeven betreft dat is opgenomen in bijlagen 1 tot en met 4 bij dit besluit.
2. De politie verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlagen 1 tot en met 4 bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over de ingeschrevene die:
a. wordt onderworpen aan een betrouwbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 48q of 48x van de Politiewet 2012 (bijlage 1);
b. als referent optreedt in een betrouwbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 48q of 48x van de Politiewet 2012 (bijlage 2);
c. wordt onderworpen aan een betrouwbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 48s van de Politiewet 2012 (bijlage 3);
d. een persoon is als bedoeld in artikel 48s, tweede lid, onder a, van de Politiewet 2012 (bijlage 4).
3. Aan de politie worden geen gegevens verstrekt, indien een of meer van de gegevens waarvan de politie bij haar verzoek gebruik heeft gemaakt, niet is opgenomen in bijlagen 1 tot en met 4 van dit besluit.
1. De verstrekking van gegevens aan de politie die op grond van dit besluit plaatsvindt, bevat geen gegeven waarbij “indicatie onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” is vermeld.
2. Indien aan de politie gegevens worden verstrekt van een persoonslijst waarvan de bijhouding is opgeschort, bevat de verstrekking tevens de gegevens omtrent de reden en de datum van de opschorting, alsmede, voor zover deze gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, gegevens over de verificatie en de aanlevering van de verstrekte gegevens.
3. Bij de afvoering van een persoonslijst uit de basisregistratie personen worden aan de politie, indien de code “fout” als omschrijving reden opschorting bijhouding op de persoonslijst is vermeld en de afnemersindicatie als actuele aanduiding bij de persoonslijst is vermeld, de volgende gegevens verstrekt:
a. A-nummer persoon;
b. omschrijving reden opschorting bijhouding;
c. datum opschorting bijhouding.
1. De politie verstrekt aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld alle nieuw gebleken informatie die betrekking heeft op hetgeen geregeld is in dit besluit.
2. Deze informatie betreft in ieder geval wijzigingen in:
a. de taak of de wijze van uitvoering van de taak van de politie;
b. de regelgeving ten aanzien van de taak of de wijze van uitvoering van de taak van de politie;
c. de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van de politie.
Het besluit en de bijlagen bij het besluit worden gepubliceerd in de Staatscourant.
’s-Gravenhage, 24 april 2023
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Koninkrijksrelaties namens deze, F. Jacob Directeur Uitvoering
Bezwaar
Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit daartegen per brief bezwaar maken bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Postbus 10451, 2501 HL Den Haag. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend, voorzien zijn van een datum alsmede de naam en het adres van de indiener en dient vergezeld te gaan van de gronden waarop het bezwaar berust en, zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 01.02.10 |
A-nummer Voornamen persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
01.03.20 |
Geboorteplaats persoon |
|
01.03.30 |
Geboorteland persoon |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
08.09.20 |
Datum inschrijving in de gemeente |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
|
08.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
08.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
08.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
|
58 |
VERBLIJFPLAATS |
|
58.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
58.09.20 |
Datum inschrijving in de gemeente |
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 01.02.10 |
A-nummer Voornamen persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
|
08.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
08.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
08.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 01.02.10 |
A-nummer Voornamen persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
01.03.20 |
Geboorteplaats persoon |
|
01.03.30 |
Geboorteland persoon |
|
02 |
OUDER1 |
|
02.02.10 |
Voornamen ouder1 |
|
02.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam ouder1 |
|
02.02.40 |
Geslachtsnaam ouder1 |
|
02.03.10 |
Geboortedatum ouder1 |
|
03 |
OUDER2 |
|
03.02.10 |
Voornamen ouder2 |
|
03.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam ouder2 |
|
03.02.40 |
Geslachtsnaam ouder2 |
|
03.03.10 |
Geboortedatum ouder2 |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.02.10 |
Voornamen echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.03.10 |
Geboortedatum echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
08.09.20 |
Datum inschrijving in de gemeente |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
|
08.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
08.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
08.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
|
58 |
VERBLIJFPLAATS |
|
58.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
58.09.20 |
Datum inschrijving in de gemeente |
|
09 |
KIND |
|
09.02.10 |
Voornamen kind |
|
09.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam kind |
|
09.02.40 |
Geslachtsnaam kind |
|
09.03.10 |
Geboortedatum kind |
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 01.02.10 |
A-nummer Voornamen persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
|
08.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
08.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
08.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
Inleiding
De Wet basisregistratie personen (Wet BRP) vormt de juridische basis voor de basisregistratie personen. In de basisregistratie personen zijn persoonsgegevens opgeslagen in de vorm van persoonslijsten.
De basisregistratie personen bevat gegevens over personen die zijn ingeschreven bij een van de gemeenten in Nederland. De gemeenten houden deze gegevens bij.
Verder zijn in de basisregistratie personen gegevens opgenomen van personen die buiten Nederland woonachtig zijn, zogenoemde niet-ingezetenen. Gegevens van niet-ingezetenen worden bijgehouden door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze registratie van niet-ingezetenen in de basisregistratie personen wordt aangeduid als de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Over niet-ingezetenen wordt een beperkter aantal gegevens bijgehouden dan over ingezetenen. De gegevens in de RNI zijn niet aangemerkt als authentieke gegevens. Gegevens over niet-ingezetenen kunnen namelijk minder gemakkelijk actueel gehouden worden dan gegevens over ingezetenen.
De Wet BRP biedt de grondslag voor systematische gegevensverstrekking over ingezetenen en niet-ingezetenen aan overheidsorganen en daartoe aangewezen andere organisaties. Bij de systematische verstrekking worden vanuit een centraal bestand op geautomatiseerde wijze persoonsgegevens uit de basisregistratie personen verstrekt.
Organisaties die in aanmerking komen voor systematische gegevensverstrekking
Allereerst komen overheidsorganen in aanmerking voor systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen. Daarnaast kunnen ook organisaties die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang daarvoor in aanmerking komen, indien deze werkzaamheden en deze organisaties op grond van artikel 3.3 van de Wet BRP zijn aangewezen. Voorts voorziet artikel 3.13 Wet BRP in systematische gegevensverstrekking aan onderzoeksinstellingen. Waar in het vervolg van deze toelichting zal worden gesproken over "de afnemer" worden daarmee zowel overheidsorganen als derden als onderzoeksinstellingen bedoeld.
Het autorisatiebesluit
Afnemers die systematisch gegevens verstrekt willen krijgen uit de basisregistratie personen dienen hiertoe een verzoek in bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een autorisatieaanvraagformulier. In dit formulier is aangegeven welke gegevens, over welke personen en voor welke taken de aanvrager op systematische wijze verstrekt wenst te krijgen. Het verzoek wordt getoetst, waarbij wordt uitgegaan van de beoordelingscriteria zoals deze zijn neergelegd in de Wet BRP en het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP). Onder meer bepalend is of en in hoeverre de verstrekking van de gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van de taak van de aanvrager. Hierbij wordt steeds de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen, van wie de aanvrager gegevens verstrekt wenst te krijgen, gewaarborgd.
Na toetsing van het autorisatieverzoek wordt door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een autorisatiebesluit ten behoeve van de aanvrager genomen. In dit autorisatiebesluit wordt bepaald welke gegevens over welke categorieën van personen en in welke gevallen aan de afnemer worden verstrekt. Aan het autorisatiebesluit kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van een zorgvuldige en doelmatige gegevensverstrekking.
Het autorisatiebesluit wordt voor zover mogelijk technisch vertaald in een zogenoemde autorisatietabelregel. Aan de hand van de autorisatietabelregel wordt de geautoriseerde afnemer herkend en kan de gegevensverstrekking vanuit de basisregistratie personen geautomatiseerd afgewikkeld worden.
De systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen kan op verschillende wijzen plaatsvinden. Op grond van dit besluit vindt de verstrekking op de volgende manieren plaats:
De verstrekking op verzoek
Een afnemer kan op verzoek een set gegevens van een persoonslijst verstrekt krijgen. In het autorisatiebesluit is opgenomen welke gegevens van welke categorieën personen mogen worden opgevraagd.
Overige verstrekkingen
Door technische problemen kan het voorkomen dat het berichtenverkeer in een bepaalde periode niet of niet juist heeft plaatsgevonden.
Indien een onderzoek is ingesteld of afgerond naar een gegeven of een verzameling van gegevens, wordt hiervan bij het verstrekte gegeven melding gedaan.
Op een persoonslijst kan bij historische gegevens de indicatie “onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” geplaatst worden. Deze gegevens zijn foutief en worden daarom in principe niet verstrekt.
Indien gegevens worden opgevraagd van een persoonslijst die is opgeschort, hetgeen ondermeer gebeurt indien een ingeschrevene is overleden of geëmigreerd, worden de reden en datum opschorting bijhouding van de persoonslijst meeverstrekt. Bij verstrekking van gegevens van een persoonslijst van een niet-ingezetene, is het van belang om aan te geven wanneer de gegevens op de persoonslijst geverifieerd zijn en welke organisatie de in een categorie opgenomen gegevens heeft aangeleverd. Om dit te bereiken, worden de verificatiegegevens of de gegevens over de aanleverende organisatie, voor zover die gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, meeverstrekt als er gegevens worden verstrekt uit een categorie waarin die gegevensgroepen voorkomen.
Dit besluit is een autorisatiebesluit dat is genomen ten behoeve van de korpschef van de politie (in deze toelichting genoemd: de politie).
De politie is een overheidsorgaan als bedoeld in artikel 1. 1, onder t, van de Wet BRP.
Met ingang van 1 januari 2023 is de Politiewet 2012 (hierna: Politiewet) gewijzigd door de Wet screening ambtenaren van politie en politie-externen. Het screeningsbeleid wordt hiermee geïntensiveerd met als doel de integriteit van de voor de politie werkzame personen te versterken. Het nieuwe screeningsbeleid wordt nader uitgewerkt in het Besluit screening ambtenaren van politie en politie-externen.
Een kandidaat-ambtenaar van de politie en personen die op grond van een overeenkomst werkzaamheden (zullen) verrichten voor de politie (externen), mogen pas met hun werkzaamheden starten als is vastgesteld dat zij betrouwbaar zijn.
De wijziging van de Politiewet regelt dat kandidaat-politieambtenaren en kandidaat-externen worden onderworpen aan een betrouwbaarheidsonderzoek en, afhankelijk van de te verrichten werkzaamheden, een omgevingsonderzoek. Na indiensttreding volgt een continue controle en worden periodiek de betrouwbaarheidsonderzoeken en omgevingsonderzoeken opnieuw uitgevoerd. Daarnaast kan er tussendoor een betrouwbaarheidsonderzoek of omgevingsonderzoek worden uitgevoerd als omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
Voor de uitvoering van de screeningsonderzoeken die op grond van de gewijzigde Politiewet worden uitgevoerd heeft de korpschef (hierna: het bevoegd gezag) gegevens nodig uit de basisregistratie personen (BRP).
Het bevoegd gezag screent de volgende personen:
– (kandidaat-)politieambtenaren als bedoeld in artikel 2 van de Politiewet van de politie, en
– personen die krachtens overeenkomst werkzaamheden (gaan) verrichten voor de politie (kandidaat-externen en externen).
Politieambtenaren en externen die de werkzaamheden (gaan) verrichten die zijn opgesomd in artikel 2 van het Besluit screening ambtenaren van politie en politie-externen worden niet gescreend. Dit zijn technische, administratieve en andere taken waarbij kan worden volstaan met het overleggen van een verklaring omtrent het gedrag.
Het bevoegd gezag voert de volgende screeningsonderzoeken uit waarvoor gegevens uit de BRP nodig zijn.
Het onderzoek naar de betrouwbaarheid van een (kandidaat-)politieambtenaar of een (kandidaat-)externe als bedoeld in artikel 48q van de Politiewet (betrouwbaarheidsonderzoek).
Elke (kandidaat)-politieambtenaar en (kandidaat)-externe wordt onderworpen aan een betrouwbaarheidsonderzoek. Hierbij wordt onderzocht of er bezwaar bestaat tegen het verrichten van werkzaamheden als politieambtenaar of als externe.
Het aanvullend onderzoek naar de betrouwbaarheid van een (kandidaat-)politieambtenaar of een (kandidaat-)externe als bedoeld in artikel 48s van de Politiewet (omgevingsonderzoek).
Als de (kandidaat-)politieambtenaar of (kandidaat-)externe werkzaamheden gaat verrichten met een verhoogd risico voor de integriteit van de politie, dan wordt er aanvullend op het betrouwbaarheidsonderzoek een omgevingsonderzoek uitgevoerd om te bepalen of er bezwaar bestaat tegen het verrichten van werkzaamheden als politieambtenaar of externe. De werkzaamheden met een verhoogd risico staan opgesomd in artikel 4 van het Besluit screening ambtenaren van politie en politie-externen.
Bij het omgevingsonderzoek worden ook personen uit de omgeving van de (kandidaat-)politieambtenaar of (kandidaat-)externe betrokken. Ingevolge artikel 48s, tweede lid, onder a, van de Politiewet zijn dit in ieder geval:
– de kinderen van de kandidaat die twaalf jaar of ouder zijn;
– de partner van de kandidaat;
– de ouders van de kandidaat voor zover zij op hetzelfde adres wonen als de betrokkene (inwonende ouders).
In de loop van het betrouwbaarheidsonderzoek of het aanvullend omgevingsonderzoek kunnen er aanwijzingen zijn dat er gegevens, zoals politiële en justitiële gegevens, aanwezig zijn over andere personen in de omgeving van de kandidaat. Als er een sterke band is tussen de kandidaat met deze persoon, dan zou dit een bezwaar op kunnen leveren tegen het verrichten van werkzaamheden als ambtenaar van de politie dan wel als externe. Deze personen kunnen ook in het omgevingsonderzoek worden betrokken (artikel 48s, tweede lid, onder b, van de Politiewet). Dit kunnen bijvoorbeeld inwonende stiefkinderen, sleutelhouders, huisgenoten, vertrouwenspersonen of personen bij wie de kandidaat een lening heeft zijn.
Het hernieuwd onderzoek naar de betrouwbaarheid van een politieambtenaar of een externe als bedoeld in artikel 48x van de Politiewet (hernieuwd betrouwbaarheidsonderzoek)
Na aanstelling wordt de politieambtenaar of externe periodiek onderworpen aan een nieuw betrouwbaarheidsonderzoek. Indien initieel een aanvullend omgevingsonderzoek nodig was, dan wordt deze ook periodiek opnieuw uitgevoerd.
Als hiervoor aanleiding is, kan het bevoegd gezag beslissen om een incidenteel nieuw betrouwbaarheids- en/of omgevingsonderzoek uit te voeren, bijvoorbeeld bij aanvang van een nieuwe functie of nieuwe werkzaamheden, bij een vermoeden van plichtsverzuim, bij een melding van de politieambtenaar of externe zelf of een signaal vanuit de continue controle.
De politie krijgt de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de hierboven beschreven taken op systematische wijze verstrekt uit de basisregistratie personen. De systematische verstrekking aan de politie vindt plaats door middel van gegevensverstrekking op verzoek. Tot de doelgroep van de politie behoren zowel ingezetenen als niet-ingezetenen.
De verstrekking van gegevens op verzoek aan de politie
De politie mag op verzoek gegevens opvragen uit de basisregistratie personen. Het betreft de gegevens die zijn opgenomen in bijlagen 1 tot en met 4. De politie mag gegevens opvragen over de ingeschrevene:
a. die wordt onderworpen aan een betrouwbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 48q of 48x van de Politiewet (bijlage 1 betrouwbaarheidsonderzoek);
b. die als referent optreedt in een betrouwbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 48q of 48x van de Politiewet (bijlage 2 referent betrouwbaarheidsonderzoek);
c. die wordt onderworpen aan een betrouwbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 48s van de Politiewet (bijlage 3 omgevingsonderzoek);
d. die een persoon is als bedoeld in artikel 48s, tweede lid, onder a van de Politiewet (bijlage 4 verificatie identiteitsgegevens omgevingsonderzoek).
Op grond van het Besluit screening ambtenaren van politie en politie-externen (verder: screeningsbesluit) moet bij een betrouwbaarheidsonderzoek de NAW-gegevens worden geraadpleegd van de persoon die wordt onderworpen aan een betrouwbaarheidsonderzoek (verder: de hoofdpersoon) en de referenten die bij dit onderzoek zijn betrokken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de BRP. De naamgegevens in deze categorie worden gebruikt om de naam van de hoofdpersoon en de referenten te verifiëren.
Daarnaast moet op grond van het screeningsbesluit de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van de hoofdpersoon worden geraadpleegd. Hiervoor worden de gelijknamige gegevens uit de BRP gebruikt.
Naast het bovenstaande worden de gegevens in deze categorie ook gebruikt om de identiteit van personen die worden betrokken bij een omgevingsonderzoek te verifiëren.
Als er ook een omgevingsonderzoek plaatsvindt, dan zullen de gegevens uit deze categorieën worden gebruikt om ten behoeve van het omgevingsonderzoek de ouders van de hoofdpersoon te identificeren.
Gelet op het screeningsbesluit moet bij het betrouwbaarheidsonderzoek worden nagegaan of de hoofdpersoon een partner heeft. Het gaat hierbij dan in elk geval om een huwelijkspartner of geregistreerd partner. De gegevens in deze categorie worden gebruikt om na te gaan of de hoofdpersoon een huwelijkspartner dan wel geregistreerd partner heeft en zo ja, wie dit is.
De gegevens in deze categorie worden tevens gebruikt om de identiteit van de huwelijkspartner dan wel geregistreerd partner vast te stellen ten behoeve van een omgevingsonderzoek.
Met het gegeven “07.70.10 Indicatie geheim” wordt aangeduid of een ingeschrevene de gemeente heeft verzocht om zijn of haar gegevens niet te verstrekken aan bepaalde derden. Indien dit het geval is, dan kunnen aanvullende maatregelen worden getroffen om de privacy van de ingeschrevene te waarborgen.
Of een persoon is overleden, wordt bepaald aan de hand van het gegeven “07.67.20 Omschrijving reden opschorting bijhouding” dat, gelet op het Logisch Ontwerp BRP (LO), automatisch wordt meeverstrekt indien gegevens worden opgevraagd van een persoonslijst die is opgeschort, waaronder vanwege overlijden. Omdat dit gegeven op basis van het LO wordt meeverstrekt, is dit gegeven niet opgenomen in de gegevenssets.
De gegevens in deze categorie worden gebruikt om, conform het screeningsbesluit, het huidige adres van de hoofdpersoon en referenten te verifiëren.
Op grond van het screeningsbesluit moet bij het betrouwbaarheidsonderzoek worden nagegaan of de hoofdpersoon in een periode van acht jaar voorafgaande aan het onderzoek bepaalde perioden in het buitenland heeft verbleven. Om dit na te gaan worden de gegevens “08.09.10 gemeente van inschrijving”, “08.10.30 Datum aanvang adreshouding”, “08.13.20 Datum adres buitenland” en de historische varianten van deze gegevens in de categorie 58 Verblijfplaats (Historisch) gebruikt.
Als er ook een omgevingsonderzoek plaatsvindt, dan worden de gegevens in deze categorie ook gebruikt om na te gaan of de ouders van de hoofdpersoon op hetzelfde adres woonachtig zijn als de hoofdpersoon. Als hiervan sprake is, zullen de ouders worden betrokken bij het omgevingsonderzoek. Is dit niet het geval, dan zullen de ouders van de hoofdpersoon pas bij het omgevingsonderzoek kunnen worden betrokken als er sprake is van aanwijzingen als bedoeld in artikel 48s, derde lid van de Politiewet.
Omdat bij het betrouwbaarheidsonderzoek en het omgevingsonderzoek alleen gebruik wordt gemaakt van het A-nummer, zullen, waar nodig, de gegevens in deze categorie worden gebruikt bij het bevragen van de BRP. De gegevens in deze categorie worden daarom tevens verstrekt om de identiteit vast te stellen van personen die worden betrokken bij een omgevingsonderzoek.
De gegevens in deze categorie worden gebruikt bij de eerdergenoemde beoordeling of de hoofdpersoon in de afgelopen acht jaar bepaalde perioden in het buitenland heeft verbleven.
Als er een omgevingsonderzoek plaatsvindt, dan zullen de gegevens uit deze categorie worden opgevraagd om na te gaan of de hoofdpersoon kinderen heeft en zo ja, wie dit zijn. Het gegeven “09.03.10 Geboortedatum” wordt in dit verband niet slechts verstrekt ter identificatie, maar ook om kinderen jonger dan 12 jaar uit te sluiten van het onderzoek. Alleen kinderen van 12 jaar en ouder maken namelijk onderdeel uit van een omgevingsonderzoek.
Teneinde de autorisatie actueel te houden dienen de politie tijdig inlichtingen te verschaffen over wijzigingen die zich voordoen in hun taak, in de regelingen waarop die taak is gebaseerd of wijzigingen in de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die taak. Het is de uitdrukkelijke verantwoordelijkheid van de politie om deze informatie onverwijld kenbaar te maken aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Eventuele gevolgen van onjuistheden in de autorisatie als gevolg van het niet of niet tijdig doorgeven van dergelijke wijzigingen komen voor de verantwoordelijkheid van de politie.
De politie is met ingang van 1 maart 2023 geautoriseerd voor systematische gegevenstrekking uit de basisregistratie personen in verband met het uitvoeren van betrouwbaarheidsonderzoeken zoals bedoeld in de Politiewet 2012.
Gebleken is dat het gegeven “01.01.10 A-nummer” nodig is om koppelingen te maken in de applicaties van de politie. Zonder dit gegeven kunnen de applicaties niet goed gebruikt worden, met als gevolg dat de politie de betrouwbaarheidsonderzoeken niet goed kan uitvoeren. Het benodigde gegeven wordt daarom met deze autorisatiewijziging aan de autorisatie toegevoegd.
Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Het besluit wordt tevens geplaatst op de internetpagina van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, publicaties.rvig.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-27579.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.