Call for proposals, NWA Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Inhoud

1

Inleiding

1

 

1.1

Achtergrond

1

 

1.2

Beschikbaar budget

2

 

1.3

Indieningsdeadlines

2

2

Doel

2

 

2.1

Doelstelling van het programma

2

 

2.2

Inhoudelijk kader

4

 

2.3

Maatschappelijke impact

5

3

Voorwaarden voor aanvragers

6

 

3.1

Wie kan aanvragen

6

 

3.2

Wat kan aangevraagd worden

9

 

3.3

Het opstellen en indienen van de volledige aanvraag

9

 

3.4

Indieningsvoorwaarden

11

 

3.5

Subsidievoorwaarden

11

4

Beoordelingsprocedure

13

 

4.1

De San Francisco Declaration (DORA)

13

 

4.2

Procedure

14

 

4.3

Criteria

17

5

Subsidieverplichtingen

18

6

Contact en overige informatie

20

 

6.1

Contact

20

 

6.2

Overige informatie

20

7

Bijlagen

20

 

7.1

Toelichting op budgetmodules

20

 

7.2

Industrial en Societal Doctorates

25

 

7.3

Publieke kennisorganisaties

25

 

7.4

Voorwaarden voor cofinanciering

26

1 Inleiding

In deze Call for proposals leest u hoe de aanvraagprocedure is ingericht voor de subsidieronde ‘Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

U vindt in deze Call for proposals achtereenvolgens informatie over het doel van dit programma (hoofdstuk 2), de voorwaarden voor de subsidieaanvraag (hoofdstuk 3) en hoe uw aanvraag wordt beoordeeld (hoofdstuk 4). Deze informatie heeft u nodig om een aanvraag voor subsidie te kunnen indienen. In hoofdstuk 5 vindt u de subsidieverplichtingen die van toepassing zijn in geval van toewijzing, in hoofdstuk 6 de contactgegevens en in hoofdstuk 7 de bijlagen.

1.1 Achtergrond

Wat wil Nederland weten? Vanuit die gedachte is de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) door een innovatief proces met de inbreng van burgers en wetenschappers tot stand gekomen: elke Nederlander kreeg de kans om online vragen aan de wetenschap te stellen. De nationale kennisgemeenschap, verenigd in de Kenniscoalitie1, heeft de opgehaalde vragen tot 140 clustervragen gebundeld, waaruit 25 routes zijn geformuleerd2.

De NWA omvat complexe vraagstukken waar afstemming en samenwerking meerwaarde heeft om wetenschappelijke en maatschappelijke doorbraken te realiseren. Het doel van de NWA is het leveren van een positieve en structurele bijdrage aan de mondiale kennismaatschappij van morgen, door vandaag bruggen te slaan en met elkaar te zorgen voor wetenschappelijke en maatschappelijke impact. Nieuwe kennis stroomt gemakkelijk door van onderzoeker naar gebruiker en nieuwe vragen vanuit de praktijk en de samenleving vinden snel en vanzelfsprekend een ingang in nieuw onderzoek. Het NWA-programma stimuleert daarom samenwerking tussen verschillende partners, zodat het geheel meer is dan de som der delen.

De kernelementen van de NWA zijn:

  • De Nationale Wetenschapsagenda die gevormd wordt door de 25 routes en 140 clustervragen.

  • Kennisketenbrede3 en interdisciplinaire consortia, waarin onderzoekers vanuit verschillende disciplinaire achtergronden en kennisorganisaties en maatschappelijke (publiek en private) organisaties en (waar relevant) burgers samenwerken aan de complexe vraagstukken.

  • Projecten die vraag gestuurd onderzoek omvatten, aansluitend op de routes en clustervragen, en daarbij zowel een fundamentele als toepassings- en praktijkgerichte aanpak hanteren.

  • Het in dialoog en interactie teruggegeven van de resultaten aan de samenleving.

De uitvoering van het programma voor de Nationale Wetenschapsagenda is door het Ministerie van OCW in 2018 belegd bij NWO. De NWA omvat vier programmalijnen4:

Deze Call for proposals ‘Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta’ wordt gerealiseerd in het kader van programmalijn 2. Bij deze call is het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat de initiatiefnemer.

1.2 Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 3.300.000. Binnen deze Call for proposals wordt maximaal 1 aanvraag toegewezen.

1.3 Indieningsdeadlines

De deadline voor het aanmelden van een initiatief is 9 november 2023, voor 14:00:00 CET.

De deadline voor het indienen van een volledige aanvraag is 30 mei 2024, voor 14:00:00 CEST.

Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

2 Doel

Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het programma en de maatschappelijke impact.

2.1 Doelstelling van het programma

Maatschappelijke context

Nederland staat voor een grote opgave om het land in de toekomst leefbaar te houden. Stormvloedkeringen vervullen hierbinnen een belangrijke functie voor de waterveiligheid van het achterliggende watersysteem en hebben impact op de gebieds -en gebruiksfuncties van het watersysteem en het landschap. Als gevolg van een snel opwarmend klimaat stijgt de zeespiegel en veranderen neerslagpatronen, waardoor extreme neerslag, hoge en lage rivierafvoeren en droogte vaker voorkomen. De mate en snelheid van deze veranderingen is met veel onzekerheden omgeven. Opgaven voor waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en waterkwaliteit zijn verweven met het tegengaan van bodemdaling en het bevorderen van biodiversiteit.

Dit stelt ons voor technische uitdagingen in het waterbeheer, maar ook voor aanverwante maatschappelijke uitdagingen. De maatregelen die nodig zijn om het watersysteem toekomstbestendig te maken, kunnen beeldbepalend en ingrijpend zijn voor gebruiksfuncties op het lokale en regionale schaalniveau. Op dit schaalniveau spelen ook andere opgaven die functioneel en ruimtelijk belang hebben bij de inrichting van het watersysteem. Vroegtijdige betrokkenheid van, en communicatie met sectoren en maatschappelijke partners is nodig om tot maatschappelijk optimale en gedragen oplossingen te komen. De maatregelen moeten zowel technisch als financieel-economisch haalbaar zijn en kunnen worden ingepast. Hierbij kunnen de wateropgaven niet los gezien worden van de gebiedsfuncties (ruimtelijke, sociaaleconomische, bestuurlijke, technologische en ecologische ontwikkelingen) die de leefbaarheid van Nederland mede bepalen.

Vanuit de hierboven geschetste maatschappelijke context richt dit NWA programma zich met name op de vraagstukken rondom waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Vanuit de overheden zijn er diverse programma’s die zich met de uitdagingen op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening bezig houden. Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging (KP ZSS) adresseert lange termijn strategische vragen zoals (onzekerheid rondom) de stijging van de zeespiegel. Het KP ZSS hanteert zeespiegelstijging-scenario’s van 0,5 m tot 5 m, onderzoekt de impact van zeespiegelstijging op de waterveiligheid- en zoetwaterstrategieën en verkent de technische en maatschappelijke opgaven voor verschillende oplossingsrichtingen (beschermen open en gesloten, zeewaarts en meebewegen). Het programma Rijkskeringen richt zich op korte termijn opgaven rondom instandhouding: onderhoud, renovatie, versterking en (deel)vervanging van onder andere de stormvloedkeringen, zodat zij in 2050 minimaal voldoen aan de nieuwe overstromingskansnormen die in 2017 in de Waterwet zijn vastgelegd.

Deze twee programma’s kunnen ondanks hun onderlinge afhankelijkheid, met de huidige kennis, nog onvoldoende met elkaar verbonden worden. Een belangrijk vraagstuk hierbinnen betreft de verbinding tussen het korte (tot ca. 2.035) en middellange termijn (tot ca. 2.050) handelingsperspectief voor de stormvloedkeringen met de verschillende lange termijn (tot ca. 2.200) ontwikkelingen in het watersysteem die nog met veel onzekerheid zijn omgeven. Iedere stormvloedkering is een uniek object wat betreft het civieltechnische ontwerp en in relatie tot het functioneren van het achterliggende watersysteem.

Doelstelling en beoogde output

Het doel van dit programma is om kennis te ontwikkelen om de korte en middellange termijn investeringsagenda van de stormvloedkeringen te verbinden met de lange termijn systeemgerichte oplossingsrichtingen (beschermen open en gesloten, zeewaarts en meebewegen). Dit betreft zowel de technisch-inhoudelijke aspecten, alsook de verbinding met de eerder genoemde ruimtelijke, klimatologische, sociaaleconomische, bestuurlijke, technologische en ecologische ontwikkelingen. De ontwikkelde kennis in dit NWA programma helpt om, wanneer alternatieve systeemgerichte oplossingsrichtingen in beeld komen, de waterstaatkundige gevolgen van zeespiegelstijging door te vertalen naar het korte en middellange termijn handelingsperspectief voor de stormvloedkeringen (beslissingen over onderhoud, renovatie, versterking en vervanging) in samenhang met de effecten hiervan op andere (gebieds)functies en maatschappelijke ontwikkelingen.

Dit NWA programma beoogt methoden en/of instrumenten te leveren, om weloverwogen keuzes te kunnen maken voor onderhoud, renovatie, versterking en vervanging van stormvloedkeringen. Deze keuzes hangen samen met hun achterliggende watersysteem en het gebruik daarvan, om zo adaptief (inclusief grootschalig systeemingrijpen) om te gaan met zeespiegelstijging. De methoden en/of instrumenten verbinden objectkennis van stormvloedkeringen aan integrale systeemkennis, zodat de relatie en interactie tussen stormvloedkering en het functioneren van het achterliggende watersysteem helder is. Minimaal twee van de volgende (stormvloed)keringen en hun achterliggende watersysteem dienen in het onderzoek te worden betrokken: Oosterscheldekering, Haringvlietsluizen, Maeslantkering en Ramspolkering. De methoden/instrumenten brengen ook in beeld welke investeringen in stormvloedkeringen zo veel als mogelijk no-regret zijn in relatie tot lange termijn systeemgerichte oplossingsrichtingen. De belangrijkste onderzoeksvraag is hoe de onzekerheden in het toekomstig klimaat en de daarbij behorende zeespiegelstijgingscenario’s, in relatie tot de langetermijnoplossingsrichtingen van de Nederlandse delta, vertaald kunnen worden naar korte en middellange termijn handelingsperspectieven voor de beheerders van stormvloedkeringen. Hierbij dient tevens rekening gehouden te worden met aanverwante maatschappelijke ontwikkelingen en de impact die ingrepen aan de stormvloedkeringen hebben op andere gebiedsfuncties.

Onderzoek dat leidt tot maatschappelijke en wetenschappelijke doorbraken en innovatie is van belang om de beschreven uitdagingen het hoofd te bieden. Deze Call for proposals roept dus niet op tot de ontwikkeling van nieuwe langetermijnoplossingsrichtingen voor zeespiegelstijging en/of achterliggende watersysteem, maar vraagt specifiek naar het korte en middellange termijn handelingssperspectieven voor de stormvloedkeringen. No-regret maatregelen dienen hierbij desinvesteringen zo veel mogelijk te voorkomen. Tegelijkertijd zal er op een onzekere toekomst moeten worden geanticipeerd, bijvoorbeeld door verschillende opties open te houden.

Deze Call for proposals roept kennisinstellingen en samenwerkingspartners op tot het gezamenlijk ontwikkelen van een wetenschappelijk en praktijkgeoriënteerd onderzoeksvoorstel gericht op het thema “Stormvloedkeringen in een leefbare delta”. De aanvraag adresseert de kennislacunes over hoe object- en systeemkennis met elkaar verbonden kunnen worden, gegeven het brede scala aan onzekerheden in: technische inzichten van de keringen en het functioneren hiervan, toekomstige klimaatverandering en zeespiegelstijging, systeemgerichte oplossingsrichtingen, de verscheidene handelingsperspectieven en de impact op de gebiedsfuncties en maatschappelijke ontwikkelingen, en het korte termijn no-regret handelingsperspectief.

Deze Call for proposals past binnen de NWA-routes ‘Blauwe route: water als weg naar innovatieve en duurzame groei’ en ’Op weg naar veerkrachtige samenleving’.

2.2 Inhoudelijk kader

Het onderzoeksprogramma “Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta (SLD)” beoogt primair inzichten te bieden in de relatie tussen de mogelijkheden voor instandhouding van huidige stormvloedkeringen en de lange termijn systeemgerichte oplossingsrichtingen in de context van onzekere zeespiegelstijging. Wat is het korte (tot ca. 2.035) en middellange (tot ca. 2.050) termijn handelingsperspectief voor twee van de vier aangewezen stormvloedkeringen, en wat is de relatie met het achterliggende watersysteem en landschap op lange termijn (waterveiligheid en waterbeheer ten behoeve van gebruiksfuncties en ecologie)?

In deze call wordt maximaal één aanvraag toegewezen (zie ook 2.2.3). Het consortium wordt geacht een verbinding te leggen tussen de grote bandbreedte van de zeespiegelstijgingsprojecties voor de aankomende eeuw(en), en de investeringsbeslissingen voor stormvloedkeringen op de korte en de middellange termijn. Om deze verbinding te kunnen maken zoekt het onderzoeksprogramma naar methoden om investeringsbeslissingen over concrete handelingsperspectieven voor de stormvloedkeringen te onderbouwen. Een belangrijk onderdeel van de te ontwikkelen methoden is de tijdsafhankelijke besluitvorming over handelingsperspectieven onder onzekerheid. Het gaat hierbij om de wetenschappelijke onderbouwing ten behoeve van besluitvorming (risk-informed decission-making), inclusief de onzekerheid over de snelheid van de zeespiegelstijging en de restlevensduur van de keringen. Onderzoek laat zien dat als gevolg van zeespiegelstijging, de technische levensduur ingehaald kan worden door de functionele levensduur.

Het theoretisch raamwerk moet zowel praktijkgericht zijn als voldoende wetenschappelijk onderbouwd. Aanknopingspunten voor de methode zijn de generieke risicobenadering (met kans en gevolg van falen), adaptieve paden, maatschappelijke kosten-baten analyses en de maatschappelijke haalbaarheid en stuurbaarheid van de adaptieve paden. Er zijn nog geen goed onderbouwde methoden beschikbaar die de risico’s en kansen van de mogelijke korte en middellange termijn handelingsperspectieven kunnen onderbouwen. Ook de afwegingen tussen hoe korte termijn investeringen in relatie staan tot lange termijn (onzekere) systeemgerichte ontwikkelingen ontbreekt.

2.2.1 Focus

Het onderzoeksprogramma richt zich op het ontwikkelen en samenbrengen van kennis rond:

  • 1. Ontwikkeling van methoden voor een integrale benadering tussen objecten (huidige stormvloedkeringen), het achterliggende watersysteem en maatschappelijke inbedding onder een onzekere toekomst, om ook op lange termijn te kunnen blijven leven in de Nederlandse delta.

  • 2. Korte en middellange termijn handelingsperspectieven voor minimaal 2 van de 4 aangewezen stormvloedkeringen, gegeven de grote onzekerheid in toekomstige klimaatverandering. Hoe kunnen desinvesteringen zoveel mogelijk voorkomen worden? En hoe kan zo mogelijk een no-regret handelingsperspectief geschetst worden in relatie tot lange termijn oplossingsrichtingen voor de leefbare Nederlandse delta door reële opties te faseren en te combineren waarbij de korte- en lange termijn waterveiligheid op orde blijven?

  • 3. Beter inzichtelijk maken van de restlevensduur van de grote stormvloedkeringen, verminderen van conservatisme in de faalkansinschattingen voor het niet sluiten van stormvloedkeringen, en de mogelijkheden benoemen voor levensduurverlengend onderhoud en vervanging (instandhouding). Tot welke bandbreedte van zeespiegelstijging worden deze maatregelen kosteneffectief en maatschappelijk aanvaardbaar ingeschat, gegeven de mogelijke aanpassingen in het watersysteem en de maatschappelijke context?

  • 4. In de beslissing voor de instandhouding van stormvloedkeringen moeten de gevolgen van de waterstaatkundige ingreep op andere gebiedsfuncties en maatschappelijke ontwikkelingen worden meegenomen. Hiervoor is het nodig een doorvertaling te maken van de waterstaatkundige ingrepen (de handelingsperspectieven, ingegeven door zeespiegelstijging en passend binnen de lange termijn systeemgerichte oplossingsrichtingen) naar effecten op andere gebiedsfuncties, maatschappelijke ontwikkelingen (ruimtelijke, sociaaleconomische, bestuurlijke, technologische en ecologische ontwikkelingen) en vice versa, en tevens, manieren om dit mee te kunnen nemen in beslissingen over instandhouding van stormvloedkeringen.

2.2.2 Inbedding en samenwerking met Rijkswaterstaat

Zoals beschreven in hoofdstuk 2.1 en 2.2 vertrekt deze Call for proposals vanuit nauwe samenwerking met het Kennisprogramma Zeespiegelstijging en het Programma Rijkskeringen. Om de doelstelling te behalen is een goede verbinding met deze twee programma’s van belang. Rijkswaterstaat stelt rapportages, kaarten, modellen, en kennis over de gevolgen van zeespiegelstijging en oplossingsrichtingen (beschermen open en gesloten, zeewaarts en meebewegen) uit deze programma’s beschikbaar voor het beoogde consortium ten behoeve van het onderzoek. De ontwikkelde kennis in dit NWA-programma dient voort te bouwen op reeds beschikbare kennis en geïmplementeerd te kunnen worden binnen het huidige kader van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat mag als samenwerkingspartner aansluiten bij het consortium, maar is uitgesloten als medeaanvrager en cofinancier (zie 3.1).

Om goede aansluiting en implementatie te realiseren zullen vertegenwoordigers van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging en Programma Rijkskeringen aanwezig zijn tijdens de collaboratieve workshops om toelichting te geven op de kennisbehoeften. Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om te overleggen met de vertegenwoordigers, waarbij aansluiting op de twee programma’s kan worden besproken. Een overzicht van lopende onderzoeken binnen het programma Rijkskeringen wordt gepubliceerd op de programmapagina van deze call. Reeds behaalde resultaten uit het kennisprogramma Zeespiegelstijging zijn te vinden op de website van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging onder het Deltaprogramma5.

2.2.3 Consortiumvorming en fasering van het programma

Om de doelstelling te behalen zal het consortium trans-, interdisciplinair en kennisketenbreed zijn samengesteld. Kennisketenbreed houdt in dat het programma fundamenteel, toegepast en praktijkgericht onderzoek verbindt. Daarnaast moet het onderzoek aansluiten op de kennisbehoefte van de maatschappelijke partijen en aansluiten bij het programma Rijkskeringen en Kennisprogramma Zeespiegelstijging. De kennisinstellingen en maatschappelijke partners worden proactief betrokken bij het formuleren, opzetten en uitvoeren van het onderzoek.

Om tot een kennisbreed consortium te komen is gekozen voor een programma met twee fases (zie ook 4.2). Fase 1 bestaat uit een informatie bijeenkomst, het indienen van initiatieven en collaboratieve workshops.

Deze fase is nadrukkelijk open voor alle geïnteresseerden die affiniteit hebben met het thema, er vindt geen selectieproces plaats. Het doel van deze collaboratieve workshops is het met elkaar in contact brengen van geïnteresseerde partijen (onderzoekers en maatschappelijke partijen), het combineren van onderzoeksideeën (krachtenbundeling) en het vormen van een breed vernieuwend consortium.

Volledige aanvragen worden, na het indienen van een initiatief en het bijwonen van de collaboratieve workshops (zie ook paragraaf 3.3 en 4.2.3), ingediend door een hoofdaanvrager namens het consortium.

2.3 Maatschappelijke impact

Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Denk aan de energietransitie, gezondheid en zorg, of klimaatverandering.

Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.

2.3.1 Impact op maat

Afhankelijk van het doel van het financieringsinstrument kiest NWO de bijbehorende benadering die de kans op maatschappelijke impact optimaal ondersteunt. Het primaire doel van het financieringsinstrument bepaalt de keuze voor de benadering die NWO inzet om kennisbenutting in verschillende fases van het project (volledige aanvraag, uitvoering, na afloop) te bevorderen en de inspanning die van aanvrager(s) en partners gevraagd wordt.

In dit programma wordt de Impact Plan benadering toegepast. Hiermee faciliteert NWO de ontwikkeling van een gezamenlijke strategie van onderzoekers en partners om doelgericht de kans op de beoogde maatschappelijke impact te vergroten.

NWO biedt e-learning modules aan die geïnteresseerden op weg helpen via Impact – Online workshops | NWO. De online impact workshop is bedoeld om te helpen bij het in de volledige aanvraag uitwerken van de benadering. Het ontwikkelen en uitvoeren van een onderzoeksproject in gezamenlijkheid met partners is een kernelement van de NWA projecten. Daarom raden wij ten zeerste aan om ook in gezamenlijkheid de workshop te volgen met (vertegenwoordigers van) wetenschappelijke en maatschappelijke partners.

2.3.2 Impact Plan benadering in de call ‘Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta’

In de NWA richten de programma's zich op complexe vraagstukken waar afstemming en samenwerking meerwaarde heeft om wetenschappelijke en maatschappelijke doorbraken te realiseren. NWA stimuleert die samenwerking tussen verschillende partners, zodat het geheel meer is dan de som der delen en nieuwe kennis voor maatschappelijke vraagstukken ontwikkeld wordt.

De maatschappelijke impact is nooit alleen het resultaat van kennis en inzichten uit het onderzoek. Om de kans op maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten is aantoonbare betrokkenheid nodig van belangrijke stakeholders vanaf de vorming van het consortium tot en met afronding van het project en daarna. Maatschappelijke impact wordt immers vaak pas gerealiseerd in de jaren nádat een onderzoeksproject is afgesloten. Door vanaf het begin van de onderzoeksformulering (co-design) en gedurende de uitvoering van het onderzoek (co-creatie) te zorgen voor voortdurend afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op productieve interacties, en uiteindelijk impact, toe.

Het consortium stelt samen met stakeholders een Impact Plan op, als onderdeel van de volledige aanvraag. Dat Impact Plan beschrijft hoe het consortium verwacht tot maatschappelijke impact te komen en de rol die productieve interacties daarbij spelen. Hieruit blijkt hoe het behalen van de beoogde impact geïntegreerd is in de onderzoeksopzet en welke rol consortiumpartners en stakeholders uit beleid, praktijk en bedrijfsleven daarin spelen.

3 Voorwaarden voor aanvragers

Dit hoofdstuk bevat de voorwaarden die gelden voor uw subsidieaanvraag. Eerst wordt beschreven wie subsidie kan aanvragen (paragraaf 3.1) en waarvoor u subsidie kunt aanvragen (paragraaf 3.2). Vervolgens vindt u de voorwaarden voor het opstellen en indienen van de volledige aanvraag (paragrafen 3.3 en 3.4) en specifieke subsidievoorwaarden (paragraaf 3.5).

3.1 Wie kan aanvragen

Volledige aanvragen worden ingediend door een hoofdaanvrager namens het consortium. De hoofdaanvrager heeft aan beide bijeenkomsten van de collaboratieve deelgenomen (zie ook paragraaf 3.3 en 4.2.3).

Er worden vier categorieën van deelnemers aan een consortium onderscheiden:

  • 1. Hoofdaanvrager

  • 2. Medeaanvrager(s)

  • 3. Samenwerkingspartner(s)

  • 4. Cofinancier(s) (niet verplicht)

Een consortium dient te bestaan uit minimaal een hoofdaanvrager, mede-aanvrager en samenwerkingspartner. De voorwaarden per deelnemer worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.

3.1.1 Hoofd -en medeaanvragers volledige aanvraag

De hoofdaanvrager dient de volledige aanvraag in via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO. Tijdens het beoordelingsproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.

Na toewijzing van een volledige aanvraag wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor NWO. De kennisinstelling van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder.

Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.

Hoofdaanvrager

Hoogleraren, universitair (hoofd)docenten, lectoren en andere onderzoekers met een vergelijkbare functie6 mogen als hoofdaanvrager optreden als zij in vaste dienst zijn (en derhalve een bezoldigd dienstverband voor onbepaalde tijd hebben7 of een tenure track overeenkomst hebben bij één van de onderstaande organisaties:

  • Universiteiten gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • Universitair medische centra;

  • KNAW- en NWO-instituten;

  • Hogescholen, zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW);

  • TO2-instellingen;

  • het Nederlands Kanker Instituut;

  • het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • NCB Naturalis;

  • Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • Prinses Máxima Centrum.

Personen met een nuluren arbeidsovereenkomst of met een dienstverband voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track en de hierboven genoemde uitzondering voor lectoren en onderzoekers in dienst van een TO2-instelling) zijn uitgesloten van indiening als hoofdaanvrager.

Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van de hoofdaanvrager eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of dat vóór die datum het vaste dienstverband van de aanvrager eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval voegt de hoofdaanvrager een verklaring van diens werkgever bij, waarin de betreffende organisatie garandeert dat het project en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd adequaat zullen worden begeleid voor de volledige duur van het project. Ook de hoofdaanvrager in dienst van een hogeschool of TO2-instelling wiens dienstverband eindigt voor de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, moet een dergelijke verklaring bijvoegen.

Aanvullende voorwaarden:

  • De hoofdaanvrager mag in deze call slechts één volledige aanvraag indienen in de hoedanigheid van hoofdaanvrager.

  • De hoofdaanvrager mag daarnaast maximaal één keer als medeaanvrager deelnemen aan een ander consortium.

Zowel hoofd- als medeaanvragers met een deeltijd dienstverband dienen garant te staan voor adequate begeleiding van het project en van alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd.

Medeaanvragers

Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.

Medeaanvragers kunnen verbonden zijn aan de instellingen vermeld in paragraaf 3.1.1, aan de publieke kennisorganisaties vermeld in bijlage 7.3 en aan andere onderzoeksorganisaties. Let op: Een uitzondering geldt voor Rijkswaterstaat, die als medefinancier van dit programma is uitgesloten als medeaanvrager maar wel als samenwerkingspartner kan deelnemen aan het consortium (zie ook 3.1.2).

Aanvullende voorwaarden:

  • Een medeaanvrager mag in deze call maximaal in twee consortia als medeaanvrager deelnemen.

  • Personen met een nuluren arbeidsovereenkomst zijn uitgesloten van indiening als medeaanvrager.

Voor onderzoeksorganisaties waaraan een medeaanvrager is verbonden maar die niet vermeld zijn in paragraaf 3.1.1 of bijlage 7.3 geldt dat de onderzoeksorganisatie moet voldoen aan de onderstaande genoemde cumulatieve criteria:

  • is gevestigd in Nederland en

  • heeft een publieke taak en

  • is onafhankelijk in de uitvoering van onderzoek en

  • heeft geen winstoogmerk anders dan ten behoeve van het doen van verder onderzoek.

Op basis van bovenstaande zijn kapitaalvennootschappen en personenvennootschappen in ieder geval uitgesloten om als medeaanvrager deel te nemen in het consortium. Andere rechtsvormen worden getoetst aan de cumulatieve criteria.

Met ‘de uitvoering van onderzoek’ uit het subcriterium ‘is onafhankelijk in de uitvoering van onderzoek’ wordt bedoeld dat het uitvoeren van onderzoek, zoals gedefinieerd in de NWO Subsidieregeling 2017, hoofdstuk 5, de hoofdtaak van de onderzoeksorganisatie is; blijkend uit officiële documentatie zoals de statuten, oprichtingsakte of andere formele documentatie. Daarbij geldt dat het onderzoek door eigen werknemers met een bezoldigd dienstverband bij de organisatie dient te worden uitgevoerd.

Let op: Voorafgaand aan het indienen van een volledige aanvraag wordt door NWO getoetst of een onderzoeksorganisatie aan deze cumulatieve criteria voldoet en dus als medeaanvrager mag deelnemen. NWO voert deze toets mede uit om te controleren of er geen sprake is van het verlenen van verboden staatssteun8. Deze toets dient ook uitgevoerd te worden als een onderzoeksorganisatie binnen een ander NWA programma is getoetst en toegestaan als medeaanvrager.

De onderzoeksorganisatie van de beoogde medeaanvrager levert uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail, dus uiterlijk 16 mei 2024, voor 14:00:00 CEST in ieder geval de volgende documenten aan:

  • een recent uittreksel van de kamer van koophandel;

  • de oprichtingsakte c.q. actuele statuten c.q. ander formeel actueel document waaruit de publieke taak en het ontbreken van winstoogmerk blijkt;

  • de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van controleverklaring9.

Het is toegestaan om andere relevante documentatie toe te voegen. Tevens kan NWO om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om te bepalen of de onderzoeksorganisatie mag optreden als medeaanvrager.

Indien de organisatie van de beoogde medeaanvrager de voor de toets op de voorwaarden benodigde stukken niet op tijd aanlevert, kan NWO de betreffende onderzoeksorganisatie niet als medeaanvrager accepteren.

3.1.2 Samenwerkingspartners

Samenwerkingspartners zijn binnen deze call verplicht, omdat actieve betrokkenheid (vanaf de vraagarticulatie en ontwikkeling van het project) van maatschappelijke stakeholders, zowel publiek als privaat, van groot belang is om kennis te ontwikkelen over uitdagingen en mogelijke oplossingen. Een samenwerkingspartner is een partij die nauw betrokken is bij de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting maar niet in staat is diens bijdrage op voorhand te kapitaliseren. Een samenwerkingspartner is dus geen hoofd- of medeaanvrager of cofinancier.

Hierbij kan gedacht worden aan partijen die betrokken zijn door middel van deelname aan een advies-, begeleidings- of gebruikerscommissie, of partijen die op voorhand niet in staat zijn om hun bijdrage te kapitaliseren. Enkele voorbeelden van samenwerkingspartners zijn: waterschappen, gemeenten, provincies, ingenieurs adviesbureaus, (ecologische) verenigingen, uitvoerders, experts op het gebied van watergovernance.

Let op: voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan geen subsidie voor salaris- of onderzoekskosten als medeaanvrager worden aangevraagd. Wel is het mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via de modules ‘materiële kosten’, ‘kennisbenutting’ of ‘project management (zie paragraaf 3.2 en bijlage 7.1).

3.1.3 Cofinancier(s)

Cofinanciering is binnen deze call niet verplicht. Cofinanciers zijn organisaties die deelnemen aan het consortium en in cash en/of in kind bijdragen aan het project. Cofinanciers ontvangen nooit subsidie van NWO. De voorwaarden omtrent cofinanciering zijn gespecificeerd in bijlage 7.4.

Organisaties waarvan medewerkers conform de onder in 3.1.1. gegeven beschrijving als hoofdaanvrager deel mogen nemen, mogen in deze NWA call niet deelnemen als cofinancier.

Een uitzondering hierin wordt gemaakt voor TO2-instellingen. Zij mogen in een consortium wel deelnemen als cofinancier, mits zij in hetzelfde consortium niet ook als hoofd- of medeaanvrager deelnemen.

Let op: Rijkswaterstaat is als medefinancier uitgesloten van cofinanciering in een aanvraag.

3.2 Wat kan aangevraagd worden

Voor een volledige aanvraag in deze call for proposals kan een minimum van € 3.000.000 tot een maximum € 3.300.000 worden aangevraagd. De maximale looptijd van het voorgestelde project is 5 jaar. De voor deze Call for proposals beschikbare budgetmodules (inclusief de maximum bedragen) staan vermeld in de tabel hieronder. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. Een nadere toelichting op de budgetmodules vindt u in de bijlage bij deze Call for proposals (7.1).

Budgetmodule

Maximaal bedrag

Promovendus

Onbeperkt aantal posities, volgens UNL-tarieven of NFU- tarieven1

Engineering Doctorate degree (EngD)

Onbeperkt aantal posities, in combinatie met promovendi en/of postdoc(s), volgens UNL-tarieven of NFU-tarieven1

Postdoc

Onbeperkt aantal posities, volgens UNL-tarieven of NFU- tarieven1

Niet-wetenschappelijk personeel (NWP) bij universiteiten

€ 100.000 per positie, volgens UNL-tarieven of NFU-tarieven1, in combinatie met promovendi en/of postdoc(s) tot een maximum van € 300.000 per aanvraag.

Overig wetenschappelijk personeel (OWP) bij universiteiten

€ 100.000, in combinatie met promovendus en/of postdoc

Vervanging

10% van het bij NWO aangevraagde budget volgens UNL- tarieven of NFU-tarieven1.

Personeel hogescholen, onderwijsinstellingen en overige organisaties

Onbeperkt aantal posities, volgens de op het moment van het subsidieverleningsbesluit geldende tarieven uit tabel 2.2,

kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven.

Materiële kosten

€ 15.000 per jaar per fte wetenschappelijke positie2

Investeringen (t/m € 150.000)

€ 150.000

Kennisbenutting

Verplicht aan te vragen; minimaal 5% en maximaal 20% van het totale aangevraagde budget

Internationalisering

€ 25.000

Money follows Cooperation

Minder dan 50% van het totale aangevraagde budget

Projectmanagement

5% van het totale aangevraagde budget

X Noot
1

Voor personeel in het buitenland worden de lokale tarieven vergoed. Er geldt echter een maximum, dat gebaseerd is op de UNL-tarieven verrekend met de waardes uit de NWO Country correction coefficients (CCC) tabel, zie https://www.nwo.nl/money-follows-cooperation.

X Noot
2

Dit omvat tevens posities bij hogescholen, onderwijsinstellingen en overige aanvraag-organisaties.

3.3 Het opstellen en indienen van de volledige aanvraag

Deze Call for proposals kent twee fases:

  • 1. Het aanmelden van een initiatief en deelname aan de collaboratieve workshops (deelname is verplicht om als hoofdaanvrager een volledige aanvraag in te dienen)

  • 2. Het indienen van een volledige aanvraag

Zie voor een volledig overzicht van alle indieningseisen paragraaf 3.4.1.

Initiatieven worden via de programmapagina van deze Call ‘Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta’ aangemeld. Het initiatief mag in het Nederlands of Engels worden opgesteld. Het is verplicht uw volledige aanvraag in het Engels op te stellen.

Het indienen van een volledige aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

U bent als hoofdaanvrager verplicht de volledige aanvraag via het eigen persoonlijke ISAAC-account in te dienen.

Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw volledige aanvraag in ISAAC:

  • indien u nog geen ISAAC-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;

  • nieuwe organisaties moeten eventueel nog door NWO toegevoegd worden aan ISAAC;

  • u moet ook online nog gegevens invoeren.

Aanvragen die na de deadline worden ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie contact (hoofdstuk 6).

Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een organisatie die niet is opgenomen in de database van ISAAC? U kunt dit dan melden via relatiebeheer@nwo.nl zodat de organisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.

De aanvrager dient de organisatie waar zij/hij werkzaam is te hebben geïnformeerd over het indienen van de volledige aanvraag en de organisatie dient de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals te aanvaarden.

3.3.1 Fase 1: het aanmelden van initiatieven & collaboratieve workshops

De eerste fase van deze call omvat de initiatieffase, gevolgd door twee opeenvolgende collaboratieve workshops.

Een initiatief wordt ingediend op basis van de doelstelling in paragraaf 2.1 en bestaat uit:

  • a) een beknopt projectidee, met daarbij een eerste indicatie van de bij het consortium betrokken partijen, de naam van de indiener van het initiatief en contactgegevens10, of;

  • b) een individu of organisatie die aangeeft op welke manier een mogelijke bijdrage geleverd kan worden aan het thema.

Voor het aanmelden van een initiatief moet het online initiatievenformulier ingevuld worden. Een link naar dit formulier is te vinden op de programmapagina van deze call ‘Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta’. De beknopte projectideeën worden na controle door NWO online gepubliceerd op de programmapagina van deze call. Aanmelders van een initiatief worden automatisch aangemeld voor de collaboratieve workshops.

De aangemelde initiatieven vormen de inhoudelijke basis van de twee collaboratieve workshops (zie paragraaf 4.2.3). Zowel onderzoekers als maatschappelijke partijen worden uitgenodigd om hun initiatief aan te melden. Initiatieven in de vorm van projectideeën worden voorafgaand aan de workshops gepubliceerd op de NWO-website zodat geïnteresseerden hier kennis van kunnen nemen. Daarnaast worden de initiatieven in de vorm van individuele bijdragen van individuen of organisaties gedeeld met de workshopdeelnemers.

Het doel van de collaboratieve workshops is het met elkaar in contact brengen van geïnteresseerde partijen (onderzoekers en publieke en/of private maatschappelijke partijen) rond het call thema, het combineren van onderzoeksideeën (krachtenbundeling) en het vormen van brede vernieuwende consortia.

Deelname aan de workshops is ook mogelijk zonder het aanmelden van een initiatief. Aanmelden kan via de programmapagina van deze call ‘Stormvloedkeringein in een Leefbare Delta’. Maatschappelijke organisaties worden uitdrukkelijk uitgenodigd om een initiatief aan te melden en/of deel te nemen aan de workshops.

3.3.2 Fase 2: het opstellen en indienen van de volledige aanvraag

Een volledige aanvraag wordt opgesteld en ingediend na afloop van de collaboratieve workshops, waarin initiatieven bij elkaar zijn gebracht, mogelijke samenwerking met andere deelnemers aan de workshops zijn verkend en waar de cruciale eerste afspraken voor gezamenlijke uitwerking van de volledige aanvraag zijn gemaakt.

De hoofdaanvrager heeft aan beide collaboratieve workshops deelgenomen.

Voor het opstellen van uw volledige aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (op de website van het betreffende financieringsinstrument);

  • vul het aanvraagformulier in;

  • sla het formulier op als pdf-bestand en dien het met de eventueel verplichte bijlage(n) in ISAAC in;

  • vul de online in ISAAC gevraagde gegevens in.

Verplichte bijlagen:

  • begroting;

  • adhesiebetuigingen samenwerkingspartner(s);

  • verklaring cofinancier(s) (verplicht indien van toepassing);

  • garantstelling voor continuïteit in de projectbegeleiding (verplicht indien van toepassing, zie paragraaf 3.1);

  • formulier ‘Statement and signature”.

Indien NWO een template beschikbaar heeft gesteld, dient de bijlage conform het NWO-template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in ISAAC geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC. Indien er cofinanciering wordt bijgedragen dient op het moment van indienen in de bijgesloten verklaringen cofinanciering de volledige cofinanciering te zijn toegezegd volgens de voorwaarden beschreven in paragraaf 3.5.6 / bijlage 7.4.

Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.

3.4 Indieningsvoorwaarden

3.4.1 Formele voorwaarden voor indiening

NWO toetst uw volledige aanvraag op onderstaande voorwaarden. Alleen als uw volledige aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze toegelaten tot de beoordelingsprocedure. U wordt gevraagd om na indiening van een volledige aanvraag beschikbaar te zijn om eventuele administratieve correcties door te voeren en zo (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

Deze voorwaarden zijn:

  • de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraag 3.1 gestelde voorwaarden;

  • Ingeval van cofinanciering: de cofinanciers voldoen aan de in paragraaf 3.1.3 gestelde voorwaarden

  • de volledige aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.1;

  • het aanvraagformulier is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • de volledige aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • de volledige aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • de volledige aanvraag is in het Engels opgesteld;

  • de aanvraagbegroting is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld;

  • het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 5jaar;

  • alle vereiste bijlagen zijn, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, compleet en volgens de instructies ingevuld en voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend.

Aanvullende voorwaarden:

  • de hoofdaanvrager is aanwezig geweest bij beide collaboratieve workshops (zie paragraaf 3.3.1 en 4.2.2). Indien dit niet mogelijk was, dient in overleg met NWO een vertegenwoordiger van het bijbehorende initiatief of beoogd consortium aanwezig te zijn geweest bij de workshops (zie paragraaf 3.3.1 en 4.2.2).

  • de volledige aanvraag adresseert minimaal twee van de vier aangewezen (stormvloed)keringen en hun achterliggende watersysteem (zie paragraag 2.1).

3.5 Subsidievoorwaarden

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2017 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

3.5.1 Naleving Nationale leidraad kennisveiligheid

Wetenschap van wereldklasse kan profiteren van internationale samenwerking. De Nationale leidraad kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) helpt kennisinstellingen ervoor te zorgen dat internationale samenwerking veilig kan plaatsvinden. Bij kennisveiligheid gaat het om ongewenste overdracht van gevoelige kennis en technologie die de nationale veiligheid aantast; om heimelijke beïnvloeding van onderwijs en onderzoek door statelijke actoren, en daarmee de academische vrijheid en de sociale veiligheid in gevaar brengt; en om ethische kwesties die kunnen spelen in de samenwerking met landen die de grondrechten niet respecteren.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of het project in lijn is en blijft met de Leidraad. Met het indienen van de volledige aanvraag committeert de aanvrager zich aan de overwegingen in deze Leidraad. In geval van het vermoeden van schending van de Leidraad bij een bij NWO ingediende aanvraag voor projectfinanciering of een door NWO gefinancierd project, kan NWO de aanvrager verzoeken om een risicoafweging te overleggen waaruit blijkt dat de overwegingen uit de Leidraad zijn gevolgd. Indien de aanvrager niet aan het verzoek van NWO voldoet of als de risicoafweging klaarblijkelijk een schending van de Leidraad behelst, kan dit gevolgen hebben voor de subsidieverlening of vaststelling door NWO. Ook kan NWO in een voorkomend geval nadere voorwaarden opnemen in de toewijzingsbrief.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

3.5.2 Datamanagement

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten kunnen worden gerepliceerd, geverifieerd en gefalsifieerd. In het digitale tijdperk betekent dit dat behalve publicaties ook onderzoeksdata zo veel mogelijk vrij toegankelijk moeten zijn. NWO verwacht dat de onderzoeksdata die voortkomen uit projecten die door NWO zijn gefinancierd zo veel mogelijk vrij beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers.

NWO hanteert daarbij het principe: “zo open als mogelijk, beschermd indien nodig”. Van onderzoekers wordt verwacht dat zij ten minste die data en/of niet-numerieke resultaten die ten grondslag liggen aan de conclusies van binnen het project gepubliceerde werken openbaar maken, gelijktijdig met de publicatie zelf. Eventuele kosten die hiervoor worden gemaakt, kunnen worden meegenomen in de projectbegroting.

Onderzoekers maken kenbaar hoe met data voortkomend uit het project wordt omgegaan aan de hand van de datamanagementparagraaf in de volledige aanvraag, en het datamanagementplan na toewijzing van subsidie.

Datamanagementparagraaf

De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de volledige aanvraag. Onderzoekers wordt gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al vóór het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken.

Indien niet alle data voortkomende uit het project openbaar gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld om redenen van privacy, ethiek of valorisatie, dient de aanvrager dit beargumenteerd kenbaar te maken in de datamanagementparagraaf.

De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een volledige aanvraag al dan niet toe te wijzen. De commissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

3.5.3 Wetenschappelijke integriteit

Het project dat NWO financiert moet, conform de NWO Subsidieregeling 2017, uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationaal en internationaal aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen zoals neergelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018). Met het indienen van de volledige aanvraag committeert de aanvrager zich aan deze code. In geval van (mogelijke) schending van deze normen bij een door NWO gefinancierd project, dient de aanvrager NWO hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en dient deze alle ter zake relevante documenten aan NWO te overleggen. Meer informatie over de gedragscode en het beleid op het gebied van wetenschappelijke integriteit vindt u op de website: Wetenschappelijke integriteit | NWO.

3.5.4 Ethische verklaring of vergunning

Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager dient er voor te zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Bij toewijzing wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde ethische verklaring of vergunning vóór de uiterste startdatum van het project is verkregen. Het project kan pas starten nadat NWO een kopie van de ethische verklaring of vergunning heeft ontvangen.

3.5.5 Nagoya Protocol

Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (ABS Focal Point – ABS Focal Point). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.

3.5.6 Cofinanciering

Cofinanciering is in deze call niet verplicht. Het is wel mogelijk cofinanciers toe te voegen in het projectvoorstel. Onderscheid wordt gemaakt tussen in cash cofinanciering, die dient als dekking voor de begroting van de projectactiviteiten beschreven in de volledige aanvraag, en in kind cofinanciering, die kan bestaan uit inzet van middelen van de betrokken organisaties. De voorwaarden omtrent cofinanciering zijn nader gespecificeerd in bijlage 7.4.

Verklaring cofinanciering deelnemende cofinanciers

In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier zowel inhoudelijke als financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Ook verklaart de cofinancier in de verklaring cofinanciering of de toegezegde steun van al dan niet van private oorsprong is. Verklaringen cofinanciering genoemd in de aanvraag zijn verplichte bijlagen bij de volledige aanvraag. Deze moeten zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. NWO zal een verplicht format voor de verklaring cofinanciering beschikbaar stellen.

In geval van toekenning dient de cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst (o.a. ter facturering in geval van in cash). In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen de cofinancier(s) en de aanvrager(s) (zie paragraaf 5.1.3).

3.5.7 Adhesiebetuiging samenwerkingspartner

In een adhesiebetuiging spreekt de samenwerkingspartner steun uit aan het project en beschrijft diens rol binnen het project. NWO stelt een standaardbrief beschikbaar op de financieringspagina.

In geval van toekenning dient de samenwerkingspartner diens deelname aan het project te bevestigen in de consortiumovereenkomst. Tevens worden in deze overeenkomst verdere afspraken gemaakt tussen de samenwerkingspartner(s) en de aanvrager(s) (zie ook paragraaf 5.1.5).

4 Beoordelingsprocedure

Dit hoofdstuk beschrijft de beoordeling volgens de DORA-principes (paragraaf 4.1) en hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Vervolgens somt het de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw volledige aanvraag toetst (paragraaf 4.3).

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing (Code persoonlijke belangen | NWO).

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO stimuleert leden van een beoordelingscommissie actief om zich bewust te worden van impliciete associaties en te proberen deze te minimaliseren. NWO voorziet hen van informatie over concrete manieren om de beoordeling van een aanvraag te verbeteren.

4.1 De San Francisco Declaration (DORA)

NWO is ondertekenaar van de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA). DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld te verbeteren. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksinstellingen, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid (unconscious bias) bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten in plaats van op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek wordt gepubliceerd.

NWO gaat bij het beoordelen van het wetenschappelijk track record van aanvragers uit van een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt commissieleden bij de beoordeling van aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. U mag deze niet vermelden in uw volledige aanvraag. Wel mag u naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten te vermelden, zoals datasets, patenten, software en code enzovoort.

Voor meer informatie over wat NWO doet om de principes van DORA te implementeren zie: DORA | NWO.

4.2 Procedure

De aanvraag -en beoordelingsprocedure bestaat uit de volgende stappen:

Fase 1:

  • informatiebijeenkomst

  • aanmelden van een initiatief en publicatie van de initiatieven op de website

  • deelname aan collaboratieve workshops

Fase 2:

  • indiening van de volledige aanvraag

  • in behandeling nemen van de volledige aanvraag

  • preadvisering beoordelingscommissie

  • interviewselectie

  • interview

  • vergadering van de beoordelingscommissie

  • besluitvorming

Beoordelingscommissie

Voor deze Call for proposals wordt door de raad van bestuur van NWO een externe, onafhankelijke, breed samengestelde beoordelingscommissie ingesteld. Deze commissie bestaat uit vertegenwoordigers uit de wetenschap en de gehele kennisketen, inclusief maatschappelijke stakeholders en vertegenwoordigers vanuit de doelgroep, met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven selectiecriteria in deze Call for proposals.

Vanwege het bijzondere karakter van de Call for proposals en de in de beoordelingscommissie aanwezige expertise, heeft NWO besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2017, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.

4.2.1 Informatiebijeenkomst

Voorafgaand aan het aanmelden van een initiatief organiseert NWO een online informatiebijeenkomst. Op de bijeenkomst wordt meer informatie gegeven over het aanvraag- en beoordelingsproces, de twee collaboratieve workshops en de Impact benadering. Het wordt aangeraden om bij deze informatiebijeenkomst aanwezig te zijn voordat een initiatief wordt aangemeld. Aanmelden voor de informatiebijeenkomst kan via de programmapagina van deze call ‘Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta’.

4.2.2 Aanmelden van een initiatief

Met het aanmelden van een initiatief geeft u aan dat u wilt bijdrage aan de doelstelling door middel van een projectidee of als individu of organisatie. Voor het aanmelden van een initiatief moet het online initiatievenformulier uiterlijk voor deadline zoals vermeldt in paragraaf 1.3 ingevuld worden. Een link naar dit formulier is te vinden op de programmapagina van deze call ‘Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta’.

Alle initiatieven worden na controle gepubliceerd op de NWO-website. U kunt een initiatief op elk moment intrekken. Dit doet u door een e-mail te sturen aan NWO, zie paragraaf 6.1.

4.2.3 Collaboratieve Workshops

Na de aanmelding van de initiatieven worden er door NWO twee opeenvolgende fysieke collaboratieve workshops georganiseerd. De collaboratieve workshops zijn zowel toegankelijk voor de indieners van initiatieven, als nadrukkelijk ook voor partijen die geen initiatief hebben ingediend. Op deze manier krijgen zij ook de kans om aan te sluiten bij (zich vormende) consortia.

Aanmelders van een initiatief worden automatisch aangemeld voor de collaboratieve workshops. Partijen die geen inititiatief hebben ingedient dienen zich aan te melden voor de collaboratieve workshops via de programmapagina van deze call ‘Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta’.

Deelname aan de workshops is ook mogelijk zonder het aanmelden van een initiatief. Maatschappelijke organisaties worden uitdrukkelijk uitgenodigd om een initiatief aan te melden en/of deel te nemen aan de workshops.

Het is verplicht dat van ieder ingediend initiatief tenminste een afgevaardigde deelneemt aan beide collaboratieve workshops. Ook dient de beoogde hoofdaanvrager van de volledige aanvraag (fase 2) aan beide workshops te hebben deelgenomen. Echter, mocht de beoogde hoofdaanvrager verhinderd zijn, dient in overleg met NWO een vertegenwoordiger aanwezig te zijn.

De collaboratieve workshops hebben als doel het bevorderen van optimale netwerkvorming rond het thema en het stimuleren van samenwerking. De ingediende initiatieven vormen de basis voor het gesprek tijdens de workshops. De workshops bieden de mogelijkheid om onderzoeksideeën te combineren en een breed vernieuwend consortium te vormen (krachtenbundeling). Het is vervolgens aan de deelnemers om samenwerking aan te gaan in kennisketenbrede, inter- en transdisciplinaire vernieuwende consortia.

Tot slot wordt op de workshops meer informatie gegeven over het Kennisprogramma Zeespiegelstijging, het programma Rijkskeringen en de Impact benaderingen (zie ook paragraaf 2.3).

Meer informatie over de workshops zal ook bekend worden gemaakt op de programmapagina van deze Call for proposals ‘Stormvloedkeringen in een Leefbare Delta’.

4.2.4 Indiening van een volledige aanvraag

Voor indiening van de volledige aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw volledige aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.

Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.3). Na dit tijdstip kunt u geen volledige aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de volledige aanvraag een ontvangstbevestiging.

4.2.5 In behandeling nemen van de volledige aanvraag

Zo snel mogelijk nadat u uw volledige aanvraag hebt ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen. Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

4.2.6 Preadvisering beoordelingscommissie

Hierna wordt uw volledige aanvraag voor commentaar voorgelegd aan enkele leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de volledige aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.3.1) en geven de volledige aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). De preadviseurs inventariseren daarnaast welke onderdelen tijdens het interview verhelderd, toegelicht of verdiept dienen te worden.

4.2.7 Interviewselectie

In principe worden alle consortia die een volledige aanvraag hebben ingediend uitgenodigd voor een interview met de beoordelingscommissie. Indien er meer dan drie aanvragen worden ingediend, kan de beoordelingscommissie besluiten om alleen een selectie van de consortia op interview uit te nodigen.

Om tot deze selectie te komen worden de aanvragen aan de beoordelingscommissie voorgelegd. De beoordelingscommissie maakt op basis hiervan een eigen afweging. Vervolgens ontvangen de hoogst geprioriteerde aanvragen een uitnodiging voor het interview.

4.2.8 Interview

Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Het consortium wordt vertegenwoordigd door de hoofdaanvrager en maximaal 4 andere leden van het consortium. Het consortium kan tijdens het interview in de discussie met de commissie hierop reageren. Op deze wijze wordt nader hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de volledige aanvraag tot dan toe.

4.2.9 Vergadering van de beoordelingscommissie

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen.

Voor meer informatie over de kwalificaties zie: Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf over ex aequo).

4.2.10 Ex aequo

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,1 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘probleemstelling en analyse’ als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Kwaliteit van het consortium’ als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.7, derde lid, sub a, onderdeel iv van de NWO Subsidieregeling 2017). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.

4.2.11 Besluitvorming

Tot slot toetst raad van bestuur van NWO de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen.

4.2.12 Tijdpad

Hieronder treft u het tijdpad aan voor deze Call for proposals. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad van deze Call for proposals aan te brengen.

Uiteraard ontvangt u hierover op tijd bericht.

Fase 1: initiatieven en collaboratieve workshops

 

12 oktober 2023

Online informatiebijeenkomst

9 November 2023, 14:00:00 CET

Deadline initatieven

Januari (optioneel februari) 2024

Twee Collaboratieve Workshops

Fase 2: volledige aanvraag

 

16 mei 2024, 14:00:00 CEST

Deadline aanbieden documenten voor toetsing aanvragers (zie paragraag 3.1.1)

30 mei 2024, 14:00:00 CEST

Deadline volledige aanvragen

September 2024

Interviewselectie en Interviews

September 2024

Vergadering beoordelingscommissie

Oktober 2024

Besluit bestuur

4.3 Criteria

4.3.1 Inhoudelijke beoordelingscriteria

De volledige aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1. Probleemstelling en -analyse (20%)

  • 2. Verwachte impact en route naar impact (20%)

  • 3. Kwaliteit van het consortium (30%)

  • 4. Kwaliteit van het onderzoek (30%)

Binnen de vier beoordelingscriteria worden de volgende aspecten onderscheiden:

  • 1. Probleemstelling en -analyse

    • Helder geformuleerde probleemstelling en resulterende kennisvragen, logisch gerelateerd en bijdragend aan de doelstelling van de call.

    • Maatschappelijke en wetenschappelijke urgentie en relevantie van de probleemstelling.

    • Inter- en transdisciplinaire karakter van de probleemstelling en de kennisvragen.

    • De voorgestelde onderzoeksaanpak is complementair aan, -en bouwt voort op bestaande initiatieven/programma’s, zoals het programma Rijkskeringen en het Kennisprogramma Zeespiegelstijging.

    • In de voorgestelde onderzoeksaanpak worden naast twee stormvloedkeringen ook de mogelijkheden voor opschaalbaarheid omschreven.

    • In de voorgestelde onderzoeksaanpak wordt een systeembenadering en integrale aanpak gerealiseerd waarbij combinaties gemaakt worden tussen korte en lange termijn vraagstukken, tussen objectstudies en systeemanalyses, en waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende functies van het watersysteem (zowel waterveiligheid en zoetwatervoorziening).

  • 2. Verwachte impact en route naar impact

    • De beoogde wetenschappelijke en maatschappelijke impact is helder gedefinieerd en volgt logisch uit het/de geïdentificeerde probleem of vraag.

    • De Impact pathway beschrijft een heldere route richting de maatschappelijke impact, inclusief de rol van de betrokken partners.

    • Passende strategische activiteiten ten behoeve van het bereiken van de impact, zoals stakeholder engagement, communicatie, monitoring en evaluatie en capaciteitsontwikkeling.

    • De voorgestelde onderzoeksaanpak levert methoden en/of instrumenten die de beheerders van stormvloedkeringen in staat stelt beslissingen te nemen rondom instandhouding van stormvloedkeringen.

  • 3. Kwaliteit van het consortium

    • Samenstelling van het consortium sluit logisch aan bij het beoogde project: interdisciplinair, betrokkenheid van relevante maatschappelijke stakeholders en/of burgers en kennisketenbreed.

    • Complementariteit van de consortiumpartners voor wat betreft benodigde kennis, vaardigheden en expertise voor de uitvoering van het project.

    • Actieve betrokkenheid van de partners bij de ontwikkeling van het project (co-design), vanaf de articulatie van de probleemstelling en de kennisvragen, en bij de uitvoering (co-creatie).

    • Heldere taak- en rolverdeling binnen het consortium bij uitvoering van het onderzoek en de governance.

  • 4. Kwaliteit van het onderzoek

    • De wetenschappelijke vraagstelling volgt logisch uit de probleemanalyse en is origineel en vernieuwend voor de betrokken disciplines.

    • De voorgestelde aanpak en methodologie zijn geschikt om de concreet geformuleerde doelstellingen te behalen en de vraagstelling te beantwoorden. Het consortium hanteert in de uitvoering zowel een fundamentele als toepassings- en praktijkgerichte aanpak.

    • Het geïntegreerde karakter van het inter- en transdisciplinaire onderzoek.

    • Opzet van het voorgestelde onderzoeksplan: helder omschreven werkpakketten in logische samenhang; passende, goed gemotiveerde, begroting; risico-analyse en eventueel backup plan.

5 Subsidieverplichtingen

In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidieverplichtingen toegelicht die – in aanvulling op de in paragraaf 3.5 genoemde subsidievoorwaarden – van toepassing zijn na toewijzing.

5.1.1 Inhoudelijke monitoring

NWO draagt zorg voor de inhoudelijke monitoring van de toegewezen aanvraag. Tijdens de looptijd van dit programma organiseert NWO programmabijeenkomsten. Alle consortiumleden zullen worden uitgenodigd om hieraan deel te nemen.

Begeleidingscommissie

Ter versterking van de monitoring en om het draagvlak voor de uitvoering van de projecten te vergroten, zal een begeleidingscommissie worden ingesteld (zie ook paragraaf 5.1.6). De commissie monitort de verbinding tussen de verschillende thema’s, monitort de voortgang van het project en de behaalde resultaten met een focus op kennisoverdracht, kennisbenutting en toepassing van de resultaten. Er zullen geregeld bijeenkomsten worden georganiseerd. Voor de bijeenkomsten van de begeleidingscommissie worden vertegenwoordigers van het consortium gevraagd om input en deelname aan de bijeenkomsten. Waar gewenst worden experts uitgenodigd.

5.1.2 Verantwoording en afsluiting

Verantwoording tijdens het project

Gedurende het project is de hoofdaanvrager verantwoordelijk voor rapportages over het project. NWO kan met het oog op monitoring van de voortgang van het project tussentijds inhoudelijk en financiële rapportages opvragen, evenals verantwoording van geleverde cofinanciering indien van toepassing. Meer informatie hierover volgt in de toewijzingsbrief.

Afsluiting van een project

Bij afronding van een project zullen inhoudelijke- en financiële eindrapportages worden opgevraagd. Na goedkeuring daarvan wordt definitieve hoogte van de subsidie (en cofinanciering) vastgesteld.

5.1.3 Datamanagement

Na toewijzing van een aanvraag dient de aanvrager de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het advies van de commissie. De aanvrager beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Het datamanagementplan dient voor indiening te zijn afgestemd met een data steward of vergelijkbare functionaris van de organisatie waar het project wordt uitgevoerd. Uiterlijk vier maanden na toewijzing van de volledige aanvraag moet dat plan via ISAAC zijn ingediend bij NWO. NWO beoordeelt het plan zo snel mogelijk. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: Research datamanagement | NWO.

5.1.4 Intellectueel eigendom en consortiumovereenkomst

Met betrekking tot de intellectuele eigendom (IE) geldt het NWO IE-beleid. Het NWO IE-beleid is te vinden in hoofdstuk 4 van de NWO Subsidieregeling 2017.

Aanvragers moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de kennisinstelling werken. Indien een aanvrager of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de andere werkgever ten behoeve van de aanvrager afstand te doen van eventuele IE- rechten die uit het project voortvloeien.

NWO streeft na dat onderzoeksresultaten toepassing kunnen vinden bij de partners die bij het project zijn betrokken. NWO beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door haar gefinancierde projecten publiek toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (een van) de bij het project betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures.

Het afsluiten van een consortiumovereenkomst na toewijzing van de volledige aanvraag is één van de voorwaarden voor de start van het project. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen. Goedkeuring van NWO is noodzakelijk voordat een project kan starten.

De regie om tot de consortiumovereenkomst te komen ligt bij de aanvrager. NWO toetst vervolgens of de consortiumovereenkomst voldoet aan de voorwaarden en ondertekent de overeenkomst zelf niet. De modelovereenkomst die NWO beschikbaar stelt op de financieringspagina voor deze Call for proposals dient hiervoor gebruikt te worden. Deze modelovereenkomst is opgesteld conform de NWO Subsidieregeling 2017.

Partijen hebben de mogelijkheid om te kiezen voor de standaardtekst van NWO in de modelovereenkomst, maar zij hebben ook de mogelijkheid om op de onderdelen IE en publicatieprocedure eigen afspraken te maken of reeds bestaande afspraken toe te passen. De model consortiumovereenkomst voorziet hierin. NWO toetst of deze eventuele eigen afspraken voldoen aan de voorwaarden gesteld in deze call en de NWO Subsidieregeling.

5.1.5 Maatschappelijk verantwoord licentiëren

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onder deze Call for proposals ontwikkelde onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, zoals opgenomen in het NFU rapport “NFU-19.3793 Maatschappelijk Verantwoord Licenseren”.

5.1.6 Begeleidingscommissie

Na toewijzing van de volledige aanvraag zal een begeleidingscommissie worden ingesteld voor de begeleiding van en advisering over de projecten binnen het programma (zie ook 5.1.1). Meer informatie over deze commissie volgt in de toewijzingsbrief.

5.1.7 Open Access

NWO heeft de Berlin Declaration (2003) ondertekend en is lid van cOAlitie S (2018) en zet zich in om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat door NWO gefinancierd wordt vrij toegankelijk te maken via internet (Open Access). Daarmee geeft NWO invulling aan het beleid van de Nederlandse regering om al het publiek gefinancierde onderzoek Open Access beschikbaar te maken. Wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toewijzingen voortvloeiend uit deze call for proposals dienen daarom Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access.

Wetenschappelijke artikelen

Voor wetenschappelijke artikelen geldt dat zij direct op het moment van publicatie (zonder embargo) Open Access beschikbaar gesteld moeten worden via één van de volgende routes:

  • publicatie in een volledig open access tijdschrift of platform dat is geregistreerd in de DOAJ;

  • publicatie in een abonnementstijdschrift en het deponeren van tenminste de auteursversie van het artikel in een Open Access repository die is geregistreerd in OpenDOAR;

  • publicatie in een tijdschrift waarvoor een transformatieve Open Access overeenkomst beschikbaar is tussen de UNL en een uitgever. Zie daarover: Home | Open Access.

Boeken

Voor boeken, boekhoofdstukken en bundels gelden afwijkende voorwaarden. Zie daarover de Beleidsregel Open Access op Open Science | NWO.

CC BY licentie

Met het oog op een optimale verspreiding van publicaties moet tenminste een Creative Commons (CC BY) licentie worden toegepast. Bij de aanwezigheid van zwaarwegende belangen kan de auteur verzoeken om te publiceren onder toepassing van een CC BY-ND licentie. Voor boeken, bundels en boekhoofdstukken staat de keuze van een CC BY licentie vrij.

Kosten

Eventuele kosten voor publiceren in volledig Open Access tijdschriften kunnen worden begroot in de projectbegroting door gebruikmaking van de budgetmodule ‘materieel’. Kosten voor publicaties in hybride tijdschriften komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor Open Access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Voor een nadere toelichting op het open access beleid van NWO zie: Open Science | NWO.

6 Contact en overige informatie

6.1 Contact

6.1.1 Inhoudelijke vragen

Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u contact op met:

Lisa Catsburg nwa-sld@nwo.nl

+3170-3494369

6.1.2 Technische vragen over het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC

Bij technische vragen over het gebruik van ISAAC kunt u contact opnemen met de ISAAC-helpdesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

6.2 Overige informatie

NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO privacyverklaring, Privacyverklaring | NWO.

NWO kan aanvragers mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

7 Bijlagen

7.1 Toelichting op budgetmodules

Voor personeel dat een substantiële bijdrage levert aan het onderzoek kan subsidie voor de salariskosten worden aangevraagd. Subsidiëring van deze salariskosten is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel is/wordt aangesteld.

  • Voor universitaire instellingen worden salariskosten gefinancierd conform de op het moment van subsidieverlening geldende UNL-salaristabellen (Salaristabellen | NWO).

  • Voor universitair medisch centra worden salariskosten gefinancierd conform de op het moment van subsidieverlening geldende NFU-salaristabellen (Salaristabellen | NWO).

  • Voor personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen en overige organisaties worden salariskosten gefinancierd op basis van de cao-inschaling van de betreffende medewerker conform de op het moment van subsidieverlening geldende tarieven uit tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven (Salaristabellen | NWO).

  • Voor de Nederlandse Cariben geldt dat de rijksoverheid in Caribisch Nederland ambtenaren op de BES- eilanden onder andere voorwaarden in dienst neemt dan in Europees Nederland. Arbeidsvoorwaarden | Werken bij Rijksdienst Caribisch Nederland | Rijksdienst Caribisch Nederland.

NWO past eenmalig een ambtshalve indexering van de salariskosten11 toe met betrekking tot:

  • UNL-tarieven: op aanvragen die voor 1 juli worden ingediend en na 1 juli worden toegewezen;

  • NFU-tarieven: op aanvragen die voor 1 augustus worden ingediend en na 1 augustus worden toegewezen;

  • HOT-tarieven: op aanvragen die voor 1 januari worden ingediend en na 1 januari worden toegewezen.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op de hoogte van het subsidieplafond of op de maximum hoogte van het subsidiebedrag per aanvraag. De hoogte van het subsidieplafond en de maximum hoogte van het subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. De ambtshalve indexering wordt toegepast na afronding van de besluitvorming over toe- en afwijzing over de aanvragen.

Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de cofinancieringseis, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.

De tarieven voor alle budgetmodules zijn verwerkt in het begrotingsformat bij het aanvraagformulier. Voor de budgetmodules ‘Promovendus’, ‘EngD’ en ‘Postdoc’ komt bovenop de salariskosten een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 ter stimulering van de wetenschappelijke carrière van de door NWO gefinancierde projectmedewerker. Vergoedingen voor promotiestudenten/beursalen aan een Nederlandse universiteit komen niet in aanmerking voor subsidie van NWO.

Hieronder volgt een toelichting op de beschikbare budgetmodules.

Promovendus (inclusief MD-PhD)

Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Indien voor de uitvoering van het voorgestelde onderzoek een afwijkende aanstellingsduur noodzakelijk wordt geacht, kan, mits goed gemotiveerd, hier van afgeweken worden. De aanstellingsduur moet wel altijd minimaal 48 maanden zijn.

In lijn met de NWO-strategie worden onder deze categorie ook Industrial en Societal Doctorates verstaan. De voorwaarden hiervoor staan beschreven in paragraaf 7.2.

Engineering Doctorate degree (EngD)

Financiering voor de aanstelling van een EngD kan alleen aangevraagd worden als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd.

De aanstelling van een EngD-positie is maximaal 1,0 fte voor 24 maanden. De EngD-trainee is in dienst van de aanvragende instelling en kan voor bepaalde tijd werkzaamheden binnen het onderzoek bij een industriële partner uitvoeren. Bij toewijzing van de aanvraag moet met de betrokken industriële partner(s) een overeenkomst afgesloten worden. In de subsidieaanvraag dient het achterliggende ‘Technological Designer Programme’ beschreven te worden.

Postdoc

De omvang van de aanstelling van een postdoc is minimaal 6 voltijdsmaanden en maximaal 48 voltijdsmaanden. De inzet kan naar eigen inzicht worden ingericht, maar is altijd minstens 0,5 fte óf de looptijd is minstens 12 maanden. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn.

Voor een beperktere inzet van een postdoc staat het materieel budget ter beschikking.

Niet-wetenschappelijk personeel (NWP) bij universiteiten

Financiering voor de aanstelling van niet-wetenschappelijk personeel dat noodzakelijk is voor de uitvoering van het project kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Voor NWP kan per aangevraagde promovendus of postdoc maximaal € 100.000 aangevraagd worden, tot een maximum van € 300.000 per aanvraag. Het kan gaan om student-assistenten, programmeurs, technisch assistenten of analisten. Afhankelijk van het functieniveau kan worden gekozen uit de salaristabellen NWP MBO, NWP HBO en NWP Academisch.

De omvang van de aanstelling is minimaal 6 voltijdsmaanden en maximaal 48 voltijdsmaanden. De inzet kan naar eigen inzicht worden ingericht, maar is altijd minstens 0,5 fte óf de looptijd is minstens 12 maanden. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn.

Voor een beperktere inzet van NWP staat het materieel budget ter beschikking.

Overig wetenschappelijk personeel (OWP) bij universiteiten

Financiering voor de aanstelling van overig wetenschappelijk personeel (OWP), zoals AIOS (arts in opleiding tot specialist), ANIOS (arts niet in opleiding tot specialist), of mensen met een universitaire master of de titel drs. of ir., kan alleen aangevraagd worden als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Hiervoor kan maximaal € 100.000 aangevraagd worden.

De omvang van de aanstelling is minimaal 6 voltijdsmaanden en maximaal 48 voltijdsmaanden. De inzet kan naar eigen inzicht worden ingericht, maar is altijd minstens 0,5 fte óf de looptijd is minstens 12 maanden. Het product van fte x looptijd dient altijd minimaal 6 voltijdsmaanden te zijn.

Vervanging van aanvragers

Met deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor de kosten van de te vervangen hoofd- en/of mede-aanvrager(s). Hiermee kan de werkgever van de betreffende aanvrager de kosten dekken om hem/haar vrij te stellen van onderwijs-, begeleidings-, bestuurs- of beheertaken (geen onderzoekstaken). De door de vervanging vrijgekomen tijd mag/mogen de aanvrager(s) alleen inzetten voor werkzaamheden in het kader van het project. In de volledige aanvraag moet beschreven worden welke werkzaamheden in het kader van het project de aanvrager(s) in de vrijgestelde tijd zullen verrichten.

Er kan voor maximaal 10% van het bij NWO aangevraagde budget vervanging worden aangevraagd. NWO financiert de vervanging op basis van de op het moment van subsidieverlening geldende salaristabellen (Salaristabellen | NWO) voor een senior wetenschappelijk medewerker (schaal 11.0).

Personeel hogescholen, onderwijsinstellingen en overige organisaties

Kosten voor de financiering van personeel werkzaam bij een hogeschool, onderwijsinstelling (m.u.v. personeel dat valt onder UNL of NFU) of bij overige organisaties worden vergoed conform tabel 2.2, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven. (Salaristabellen | NWO).

Bij berekening dient te worden uitgegaan van het aantal productieve uren genoemd in de geldende jaargang van de Handleiding Overheidstarieven.

Toelichting op budgetmodule Materieel

Per fte aangevraagde wetenschappelijke positie (promovendus, postdoc, EngD) kan per jaar van de aanstelling maximaal € 15.000 materieel budget worden aangevraagd. Materieel budget voor kleinere aanstellingen wordt naar rato aangevraagd en door NWO beschikbaar gesteld. Per 0,2 fte aangevraagde wetenschappelijk medewerker aan een hogeschool, onderwijsinstelling of overige organisatie (met een minimale aanstelling van 0,2 fte gedurende 12 maanden) kan per jaar van de aanstelling maximaal € 15.000 materieel budget worden aangevraagd. De verdeling van het totaalbedrag aan materieel budget over de door NWO gesubsidieerde personeelsposities ligt bij de aanvrager. Het aan te vragen materieel budget is gespecificeerd naar de onderstaande drie posten:

Projectgebonden goederen/diensten

  • verbruiksgoederen (glaswerk, chemicaliën, cryogene vloeistoffen, etc.);

  • meet- en rekentijd (bijv. supercomputertoegang, etc.);

  • kosten voor aanschaf of gebruik van dataverzamelingen (bijv. van het CBS), waarvoor het totaalbedrag niet meer dan € 25.000 per aanvraag bedraagt;

  • toegang tot grote (inter)nationale faciliteiten (bijv., cleanroom, synchrotron, etc.);

  • werk door derden (bijv. laboratoriumanalyses, dataverzameling, citizen science, etc.);

  • personele kosten voor een aanstelling van een postdoc en/of niet-wetenschappelijk personeel voor een kleinere omvang dan aangeboden onder deze personele budgetmodules.

Reis- en verblijfskosten ten behoeve van de aangevraagde personeelsposities

  • reis- en verblijfskosten;

  • congresbezoek (maximaal 2 per jaar per aangevraagde wetenschappelijke personeelspositie);

  • veldwerk;

  • werkbezoek.

Uitvoeringskosten

  • zelf te organiseren binnenlands symposium/conferentie/workshop;

  • kosten voor Open Access-publiceren (uitsluitend in full gold Open Access tijdschriften, geregistreerd in de ‘Directory of Open Access Journals’ Directory of Open Access Journals – DOAJ);

  • kosten datamanagement;

  • kosten voor vergunningaanvragen (bijv. dierproeven);

  • auditkosten (alleen voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW), maximaal € 5.000 per aanvraag; voor projecten van drie jaar of korter maximaal € 2.500 per aanvraag.

Niet aangevraagd kunnen worden:

  • basisvoorzieningen binnen de instelling (bijvoorbeeld laptop, kantoormeubilair etc.);

  • onderhouds- en verzekeringskosten.

Indien het maximumbedrag niet toereikend is voor het uitvoeren van het onderzoek, kan, mits goed gemotiveerd in de volledige aanvraag, daarvan afgeweken worden.

Citizen science

Het betrekken van burgers, ‘citizen science’ of ‘burgerwetenschap’ genoemd, kan bijdragen aan de kwaliteit van de wetenschap. Met behulp van burgers kunnen data en inzichten verkregen worden die anders niet beschikbaar zouden zijn voor onderzoek. NWO financiert ook citizen science. Via de budgetmodule ‘materieel, projectgebonden goederen/diensten- werk door derden’, kunnen aanvragers een vergoeding aanvragen voor het betrekken van burgers bij projecten. De budgetmodule biedt een mogelijkheid, niet een verplichting.

Aanvragers kunnen zelf besluiten of het zinvol is burgers te betrekken bij het project en waaraan zij dit budget precies besteden (bijvoorbeeld onkostenvergoeding voor burgers, vaardigheidstrainingen voor burgers of technische hulpmiddelen voor participerende burger).

Toelichting op budgetmodule Investeringen (t/m € 150.000)

In deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd tot maximaal € 150.000 voor investeringen in apparatuur, dataverzamelingen en/of software (bijv. lasers, specialistische computers of computerprogramma's).

Toelichting op budgetmodule Kennisbenutting

Het doel van deze budgetmodule is het bevorderen van de benutting van de uit het onderzoek voortkomende kennis12. Tenminste 5% en maximaal 20% van het bij NWO aangevraagde budget dient te worden besteed aan kennisbenuttingsactiviteiten via deze budgetmodule.

Aangezien kennisbenutting in de verschillende wetenschapsgebieden zeer veel verschillende vormen kent, is het aan de aanvrager om te specificeren welke kosten nodig zijn, bijvoorbeeld voor het maken van een lespakket, een haalbaarheidsstudie naar toepassingsmogelijkheden, of kosten voor het indienen van een octrooiaanvraag.

Het aangevraagde budget dient in de volledige aanvraag adequaat gespecificeerd te worden.

In het kader van de Impact Plan benadering wordt van consortia verwacht dat zij binnen deze module in ieder geval kosten begroten voor de volgende activiteiten:

  • Specifieke activiteiten om kennisbenutting naar (intermediaire) partijen die niet in de projecten gefinancierd worden, zoals bijvoorbeeld kennisplatforms, te bevorderen. Deze activiteiten omvatten onder andere gezamenlijke leeractiviteiten, trainingen en communicatie-activiteiten.

  • Belanghebbenden (‘Stakeholders’) betrekken: activiteiten georganiseerd door het consortium gericht op het betrekken van stakeholders, zoals consultatie workshops, expert meetings, ronde tafel bijeenkomsten e.d.

  • Communicatie: activiteiten georganiseerd door het consortium zoals (internationale) learning events, ontwikkeling van video’s, blogs, nieuwsbrieven en andere media uitingen. Het inhuren van communicatie expertise kan hier ook onder vallen.

  • Ontwikkeling van vaardigheden: Activiteiten gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die verder gaan dan de niveaus van de individuele studenten, promovendi of postdocs, zoals het ontwikkelen van cursussen voor stakeholders of masterstudenten.

  • Monitoring en evaluatiemomenten waarin kennisbenutting onderwerp van discussie is: zoals bijvoorbeeld de tussentijdse evaluaties en de bijeenkomsten van de Begeleidingscommissie (zie ook 5.1.1 en 5.1.6).

Reiskosten voor cofinanciers zijn expliciet niet subsidiabel in deze module, reiskosten van samenwerkingspartners en externe partijen in de sociale praktijk van het project wel.

Het aangevraagde budget dient in de volledige aanvraag adequaat gespecificeerd te worden.

Toelichting op budgetmodule Internationalisering

Met budget voor internationalisering wordt het stimuleren van internationale samenwerking beoogd. Het aangevraagde budget mag niet hoger zijn dan € 25.000. Het aangevraagde bedrag moet worden gespecificeerd. Indien het maximumbedrag niet toereikend is voor het uitvoeren van het onderzoek, kan, mits goed gemotiveerd in de volledige aanvraag, daarvan afgeweken worden.

Subsidiabel zijn:

  • reis- en verblijfskosten voor zover het om directe projectkosten gaat voortvloeiende uit de internationale samenwerking en additionele kosten voor internationalisering die niet op een andere manier – bijvoorbeeld vanuit de benchfee – worden gedekt;

  • reis- en verblijfskosten voor buitenlandse gastonderzoekers;

  • kosten voor de organisatie van internationale workshops / symposia / wetenschappelijke bijeenkomsten.

Toelichting op budgetmodule Money follows Cooperation (MfC)

De budgetmodule Money follows Cooperation geeft de mogelijkheid om een deel van het project aan een kennisinstelling met een publieke taak buiten Nederland uit te voeren.

De aanvrager moet overtuigend onderbouwen op welke wijze de onderzoeker van de buitenlandse kennisinstelling specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet op het voor het project noodzakelijke niveau beschikbaar is.

Deze voorwaarde geldt niet wanneer NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows Cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse kennisinstelling zich bevindt. Op Money Follows Cooperation | NWO leest u met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten.

Het aangevraagde budget binnen deze budgetmodule bedraagt minder dan 50% van het totale aangevraagde budget.

De medeaanvrager van de participerende buitenlandse kennisinstelling dient aan de in paragraaf 3.1 van deze Call for proposals gestelde vereisten voor medeaanvragers te voldoen, met uitzondering van de voorwaarde dat de medeaanvrager binnen het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd dient te zijn.

De tarieven voor de personele kosten van onderzoekers aan de buitenlandse kennisinstelling worden berekend aan de hand van de correctie-coëfficiënten tabel van de Marie Skłodowska-Curie-beurzen (EU, Horizon 2020), waarbij de Nederlandse UNL tarieven het uitgangspunt zijn. De tabel is te vinden op Money Follows Cooperation | NWO.

De hoofdaanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken aan de buitenlandse kennisinstelling en het verantwoorden van het MfC-deel van de subsidie. Het MfC-deel van de verantwoording zal onderdeel uitmaken van de totale financiële eindverantwoording van het project.

Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvragers. Baten of lasten door wisselkoersen zijn derhalve niet subsidiabel. De aanvrager is verantwoordelijk voor:

  • de financiële verantwoording van alle kosten in zowel euro’s als de lokale munteenheid, waarbij moet de gehanteerde wisselkoers zichtbaar zijn;

  • een redelijke vaststelling van de hoogte van de wisselkoersen. Op aanvraag van NWO moet de aanvrager een beschrijving van deze redelijke vaststelling te allen tijde kunnen geven.

Als binnen deze budgetmodule meer dan € 125.000 wordt aangevraagd, dan dient de financiële eindverantwoording vergezeld te gaan met een controleverklaring.

NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers in het buitenland die vallen onder (inter-)nationale sanctiewet- en regelgeving. De EU Sanctions map (EU Sanctions Map) is hiervoor richtinggevend.

Toelichting op budgetmodule Projectmanagement

De module Projectmanagement geeft de mogelijkheid om een post voor projectmanagement aan te vragen tot maximaal 5% van het bij NWO aangevraagde budget. De hoofdaanvrager moet deze post adequaat motiveren.

Onder projectmanagement wordt onder andere verstaan het optimaal vormgeven van de organisatiestructuur van het consortium, ondersteuning van het consortium en de hoofdaanvrager, het bewaken van de samenhang, voortgang en eenheid van het project, en de afstemming tussen de deelprojecten binnen het project. Deze taken mogen ook door externe partijen worden uitgevoerd zover niet beschikbaar op de kennisinstelling van de hoofdaanvrager. Kennisinstellingen dienen bij de offerteprocedure tot het selecteren van een derde partij rekening te houden met de inkoopregels van de overheid en waar nodig een Europese aanbestedingsprocedure te volgen. De werkzaamheden van de hoofdaanvrager en aanvragers zelf in het kader van het project(management) mogen niet bekostigd worden uit deze budgetmodule.

Het voor projectmanagement aan te vragen budget kan bestaan uit materiële- of uitvoeringskosten en personele kosten. Voor personele kosten kan een maximaal tarief van € 121,– per uur worden opgevoerd. Het uurtarief van het aan te stellen personeel dient te zijn gebaseerd op een kostendekkend tarief en wordt berekend op basis van het gehanteerde standaard productief aantal uur van de organisatie. Het kostendekkend tarief omvat:

  • (gemiddeld) brutoloon behorende bij de functie van de medewerker die zal bijdragen aan het project (op basis van de cao-inschaling van de betreffende medewerker);

  • vakantiegeld en 13e maand (indien van toepassing in de geldende cao) naar rato van de inzet in fte;

  • sociale lasten;

  • pensioenlasten;

  • overhead.

Het is toegestaan om taken in het kader van projectmanagement door externe partijen te laten uitvoeren, maar het deel van (commerciële) uurtarieven dat voornoemde tarieven overschrijdt, is niet subsidiabel en kan derhalve niet worden opgenomen in de begroting.

7.2 Industrial en Societal Doctorates

Onder de budgetmodule Promovendus kunnen ook Industrial en Societal doctorates (ID/SD) aangevraagd worden. Onder Industrial en Societal doctorates (ID/SD) wordt verstaan promovendi die hun onderzoek zowel bij een kennisinstelling als organisatie niet zijnde (mede)aanvrager gaan uitvoeren. Wanneer een organisatie en kennisinstelling nauw met elkaar samenwerken vergroot dit de kans dat de kennis daadwerkelijk zijn weg vindt naar de praktijk. Het onderzoek dient integraal onderdeel te zijn van het project. In geval van aanstelling van een Industrial of Societal Doctorate dient de private of publieke organisatie die betrokken is bij de doctorate zorg te dragen voor minimaal 25% van de salariskosten. Deze bijdrage mag onderdeel uitmaken van de minimale vereiste cofinanciering, en dient in dat geval altijd in cash te zijn.

De beoogd promovendus mag in dienst zijn van de kennisinstelling en de organisatie. De activiteiten uitgevoerd door de doctorate moeten vallen onder fundamenteel of industrieel onderzoek. De salariskosten van de promovendus worden vergoed conform het geldende UNL tarief. Hiervan subsidieert NWO maximaal 75% in en wordt minimaal 25% bijgedragen door de organisatie niet zijnde (mede)aanvrager. Eventuele surplus salariskosten – door een werkelijk loon dat boven het UNL tarief ligt – dienen door de werkgever te worden gedekt en mogen als in kind cofinanciering in het project worden ingebracht. Voor het berekenen van een surplus wordt uitgegaan van werkgeverslasten minus UNL tarieven voor eenzelfde omvang in aanstelling. Er mag geen steun/subsidie worden doorgezet naar de organisatie niet zijnde (mede)aanvrager.

Indien er een ID/SD-promovendus wordt aangevraagd, dienen de partijen afspraken te maken over eventuele IE-rechten die door de betreffende promovendus worden gegenereerd. Daarbij houden zij rekening met eventuele toegang tot de onderzoeksresultaten door andere projectdeelnemers, tegen FRAND (fair, reasonable and non-discriminatory) voorwaarden.

De NWO subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de kennisinstelling ten behoeve van het promotie- onderzoeksproject. In dit verband is relevant te vermelden dat, conform de van toepassing zijnde NWO Subsidieregeling 2017, alle onderzoeksresultaten zo spoedig mogelijk Open Access moeten worden gepubliceerd, en daarmee het algemeen belang dienen. Tevens gelden alle overige bepalingen uit hoofdstuk 5, zoals die genoemd in paragraaf 5.1.3 (Intellectueel eigendom en consortiumovereenkomst).

7.3 Publieke kennisorganisaties

De hieronder genoemde publieke kennisorganisaties mogen als aanvrager optreden in een consortium. De toetsing zoals vermeld in paragraaf 3.1.1 is voor deze organisaties niet nodig.

Rijkskennisinstellingen (bron: Kennis en Datacentrum | KNMI):

  • 1. CBS – Centraal Bureau voor de Statistiek

  • 2. CPB – Centraal Planbureau

  • 3. KiM – Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid

  • 4. KNMI – Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

  • 5. NFI – Nederlands Forensisch Instituut

  • 6. PBL – Planbureau voor de Leefomgeving

  • 7. RCE – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

  • 8. RIVM – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

  • 9. RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis

  • 10. RWS – Rijkswaterstaat

  • 11. SCP – Sociaal en Cultureel Planbureau

  • 12. WODC – Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum

Overige publieke kennisinstellingen (bron: Publieke kennisorganisaties | Rathenau Insituut)

  • 13. Boekmanstichting – Studiecentrum voor kunst- en cultuurbeleid en de uitwerking daarvan in de praktijk

  • 14. Clingendael – Nederlands Instituut voor internationale Betrekkingen

  • 15. Geonovum – kennisorganisatie voor geografische informatie

  • 16. Movisie – Centrum voor sociale vraagstukken

  • 17. Mulier Instituut – Centrum voor sportonderzoek

  • 18. (N) IFV – (Nederlands) Instituut Fysieke Veiligheid

  • 19. NIVEL – Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidzorg

  • 20. NJi – Nederlands Jeugdinstituut

  • 21. Politieacademie – Onderwijs, kennis en onderzoek voor en door de politie

  • 22. SWOON-NLDA – Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek Nederlandse Defensieacademie

  • 23. SWOV – Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid

  • 24. Trimbos Instituut – Instituut voor geestelijke gezondheid, middelengebruik en verslaving

  • 25. VeiligheidNL – Organisatie om veilig gedrag te stimuleren

  • 26. Vilans – Onderzoek naar de langdurige zorg

7.4 Voorwaarden voor cofinanciering

Facturatie in cash cofinanciering

NWO factureert na toekenning van de aanvraag de private of publieke partij die zich met een in cash bijdrage heeft gecommitteerd. Na ontvangst worden deze middelen door NWO toegewezen op het project.

Toelaatbaar als in kind cofinanciering:

Personele inzet en materiële bijdragen, op voorwaarde dat de waarde ervan bepaald wordt en dat deze bijdragen volledig onderdeel uitmaken van het project. Diensten en knowhow mogen bij de aanvrager niet reeds beschikbaar of voorhanden zijn. In kind bijdragen worden alleen geaccepteerd onder de voorwaarde dat het gedeelte dat door de cofinancier wordt ingebracht integraal onderdeel is van het werkplan en als identificeerbare inspanning kan worden gevolgd.

Waardebepaling in kind cofinanciering

  • Personele inzet wordt gewaardeerd op uren x tarief, waarbij het uurtarief is gebaseerd op de daadwerkelijke salarislasten (inclusief een opslag voor sociale- en werkgeverslasten). Daarnaast wordt bij de berekening van het uurtarief uitgegaan van een standaard productief aantal uur van 1.400 per jaar. Dit uurtarief is gemaximeerd op € 125,– per uur;

  • De waarde voor materiële in kind bijdragen wordt bepaald op basis van kostprijs voor verbruiksgoederen.

  • De waarde van investeringen/apparatuur wordt bepaald op basis van reguliere afschrijvingen, rekening houdend met intensiteit van gebruik en de reeds gedane afschrijvingen volgens van toepassing zijnde verslaggrondslagen;

  • Voor in kind bijdragen in de vorm van diensten of knowhow (kennis, software, toegang tot databases of cellijnen) geldt dat de waarde in het economisch verkeer vastgesteld moet zijn en dat alleen de werkelijke kosten die direct toe te rekenen zijn aan het project mogen worden meegeteld als cofinanciering. Dit is te allen tijde zonder winstopslag. Daarnaast geldt dat de dienst of knowhow niet al bij de aanvrager beschikbaar of voorhanden is.

Cofinanciers dienen de opbouw en hoogte van de opgevoerde in kind-bijdragen inclusief de uurtarieven te motiveren in de verklaring cofinanciering. NWO kan verzoeken om onderbouwing en bewijsstukken van de gehanteerde tarieven en eveneens om aanpassing.

Niet toelaatbaar als cofinanciering (zowel in cash als in kind):

  • door NWO toegekende financiering13;

  • PPS-toeslag;

  • cofinanciering afkomstig van de organisaties waar de hoofd- of medeaanvrager(s) werkzaam zijn;

  • kortingen op commerciële tarieven, o.a. op materialen, apparaten en diensten;

  • kosten m.b.t. overhead, begeleiding, consultancy en/of deelname aan de begeleidingscommissie;

  • kosten voor diensten die voorwaardelijk zijn. Er worden geen voorwaarden gesteld aan de levering van de cofinanciering. De levering van de cofinanciering is niet afhankelijk van het al dan niet bereiken van een bepaald stadium in het onderzoeksplan (bijv. go/no-go moment);

  • kosten die volgens de Call for proposals niet worden vergoed;

  • kosten van apparatuur indien een van de (hoofd)doelen van de aanvraag is verbetering/meerwaarde te creëren van deze apparatuur.

Verantwoording in kind cofinanciering

De hoofdaanvrager rapporteert aan NWO over de in kind cofinanciering die hij of zij van een cofinancier heeft ontvangen. De hoofdaanvrager legt conform de NWO Subsidieregeling 2017 jaarlijkse verantwoording af.

Wanneer een cofinancier zijn verplichtingen niet of niet geheel nakomt aan de hoofdaanvrager en/of NWO kan dit gevolgen hebben voor de subsidievaststelling (zie art 3.4.5 van de NWO Subsidieregeling 2017).


X Noot
1

De Kenniscoalitie bestaat uit de universiteiten (UNL), hogescholen (VH), universitair medische centra (NFU), KNAW, NWO, VNO-NCW, MKB- Nederland en de instituten voor toegepast onderzoek (TNO/TO2).

X Noot
2

De 25 routes en bijbehorende clustervragen zijn te vinden via Overzicht routes | NWO.

X Noot
3

De brede kennisketen omvat de publieke kennisinstellingen: hogescholen, universiteiten, NWO- en KNAW-instituten, universitair medisch centra, TO2-instellingen, maar ook overige publieke kennisorganisaties zoals Rijkskennisinstellingen (zie hoofdstuk 7 voor een volledige lijst van publieke kennisorganisaties).

X Noot
4

Meer informatie over de verschillende programmalijnen is te vinden via https://www.nwo.nl/onderzoeksprogrammas/nationale-wetenschapsagenda

X Noot
6

Onder een vergelijkbare functie wordt verstaan dat een onderzoeker aantoonbaar een vergelijkbaar aantal jaren ervaring heeft met het doen van wetenschappelijk onderzoek en het begeleiden van andere onderzoekers als een hoogleraar c.q. universitair (hoofd)docent.

X Noot
7

Voor lectoren in dienst van een hogeschool en onderzoekers in dienst van een TO2-instelling geldt dat zij ook als hoofdaanvrager mogen indienen met een bezoldigd dienstverband voor bepaalde tijd.

X Noot
8

zie Verordening EU 1407/2013 van 18/12/2013, de EU 651/2014 van 17/06/2014 en de mededeling van de Europese Commissie 2014/C 198/01 om te controleren of er sprake is van verenigbaarheid met deze steunregelingen.

X Noot
9

Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.

X Noot
10

Contactgegevens worden alleen na toestemming van de indiener van het initiatief online gepubliceerd.

X Noot
11

De data van 1 juli, 1 augustus respectievelijk 1 januari zijn de data waarop de desbetreffende tarieven in de regel worden aangepast, bij indexering wordt uitgegaan van de datum van daadwerkelijk jaarlijkse aanpassing.

X Noot
12

In deze budgetmodule wordt aangesloten bij de definitie voor “kennisoverdracht” die de Europese Commissie hanteert in de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2014, C 198).

X Noot
13

Onder door NWO toegekende financiering wordt verstaan financiering welke verkregen is door toekenning van een aanvraag bij NWO. Hierbij is het niet relevant in welk programma deze financiering verkregen is, of wie de ontvanger van de subsidie is.

Naar boven