Mededeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Van 11 juli 2023, nr. 2023-0000409703, over de vergoeding die de Stichting Blik op Werk bij keurmerkhouders over het jaar 2023 in rekening brengt voor het voeren van het keurmerk Inburgeren

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 8.3, tweede lid, van het Besluit inburgering 2021;

Deelt mede:

Tarieven deelnemersbijdrage Keurmerk Inburgeren en tarieven aanvullende diensten

Voor het in rekening brengen van de deelnemersbijdrage worden de volgende drie meetperiodes onderscheiden, waarop de deelnemersbijdrage Keurmerk Inburgeren betrekking heeft:

  • 1. 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.

  • 2. 1 april 2023 tot en met 31 maart 2024.

  • 3. 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2024.

De gehanteerde tarieven zijn gebaseerd op de door de keurmerkhouders gerealiseerde omzet met activiteiten uit hoofde van het Keurmerk. Bepalend voor de hoogte van de deelnemersbijdrage is de omzet van het laatst afgesloten financiële boekjaar voorafgaande aan de meetperiode, zoals vastgesteld door de auditor tijdens de resultatenaudit.

Voor de deelnemersbijdragen waarvan de van toepassing zijnde meetperiode een aanvangsdatum heeft in 2023 gelden per omzetstaffel de volgende tarieven:

Tabel 1

Omzetstaffel

Tarief deelnemersbijdrage Keurmerk Inburgeren 2023, excl. BTW

€ 0 – 74.999

€ 2.395,00

€ 75.000 – 149.999

€ 2.865,00

€ 150.000 – 249.999

€ 3.495,00

€ 250.000 – 499.999

€ 4.195,00

€ 500.000 – 999.999

€ 4.695,00

€ 1.000.000 – 1.499.999

€ 5.395,00

€ 1.500.000 – 1.999.999

€ 5.695,00

€ 2.000.000 – 2.499.999

€ 5.895,00

€ 2.500.000 – 3.499.999

€ 6.695,00

€ 3.500.000 – 4.999.999

€ 7.395,00

€ 5.000.000 – 9.999.999

€ 8.595,00

€ 10.000.000 – 24.999.999

€ 10.495,00

€ 25.000.0000 -49.999.999

€ 12.195,00

€ 50.000.000 en meer

€ 13.395,00

Voor de aanvullende diensten gelden voor 2023 de volgende tarieven:

Tabel 2

Type dienstverlening

Tarief 2023, excl. BTW

Aspirant schoolbezoek

€ 542,00

Administratiekosten heropenen tevredenheidsonderzoek

€ 330,00

Telefonische tevredenheidsonderzoeken per stuk

€ 28,00

Kosten beoordelen verbeterplan inzake toezicht in de klas

€ 330,00

Herinspectie toezicht in de klas kleine aanbieders

€ 4.725,00

Herinspectie toezicht in de klas middelgrote aanbieders

€ 6.195,00

Herinspectie toezicht in de klas grote aanbieders

€ 7.349,00

Deze mededeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

TOELICHTING

In artikel 8.3, eerste lid, van het Besluit Inburgering 2021 is bepaald dat een keurmerkhouder een vergoeding verschuldigd is aan de door de Minister aangewezen instelling, zijnde de stichting Blik op Werk, voor kosten in verband met de afgifte en het beheer van het keurmerk, en het toezien of wordt voldaan aan de eisen van het keurmerk.

In het tweede lid van artikel 8.3. is bepaald dat de vergoeding jaarlijks wordt vastgesteld en goedkeuring behoeft van de Minister van SZW, en wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. De vergoeding, zoals die in deze mededeling is bekendgemaakt, en wordt aangeduid als deelnemersbijdrage, is in beginsel ongewijzigd ten opzichte van de vergoeding die de Stichting Blik op Werk over 2022 in rekening heeft gebracht bij de keurmerkhouders.

Toelichting bij Tabel 1

Het tarief voor de deelnemersbijdragen dekt naast de operationele kosten van Stichting Blik op Werk om toezicht te houden op de kwaliteit van het Keurmerk, ook de kosten die samenhangen met de reguliere tevredenheidsonderzoeken onder cursisten van taalscholen, het periodieke toezicht (vierjaarlijks) in de klas en de licentiekosten voor het gebruik van noodzakelijke software door de Keurmerkhouders. De kosten voor het laten uitvoeren van de resultatenaudit betaalt de keurmerkhouder op grond van artikel 8:3 lid 3 rechtstreeks aan de certificerende instelling die de resultatenaudit uitvoert. Dit beleid wordt in 2023 voortgezet. Over de deelnemersbijdrage wordt 21% BTW in rekening gebracht.

De totaal te verwachten bate uit hoofde van de deelnemersbijdragen Keurmerk Inburgeren over 2023 ad € 652.000 is op dit moment niet kostendekkend om alle benodigde activiteiten uit te voeren. Over 2023 is een tekort voorzien van bijna € 1,2 miljoen. Dit tekort wordt gedekt door een subsidie vanuit het ministerie SZW.

Toelichting bij Tabel 2

Naast de hierboven genoemde tarieven gelden nog aanvullende tarieven voor enkele (extra) diensten die noodzakelijk zijn als naar voren komt dat een Keurmerkhouder (nog) niet op alle onderdelen heeft voldaan aan de eisen van het Keurmerk en voor extra eenmalige werkzaamheden die noodzakelijk zijn kort na de toekenning van het Keurmerk voor bepaalde tijd. Bij deze situaties moeten aanvullende werkzaamheden worden verricht naast de reguliere werkzaamheden uit hoofde van het Keurmerk. Deze extra werkzaamheden en hiermee samenhangende kosten vloeien enerzijds voort uit het eerder niet voldoen aan de eisen van het keurmerk en anderzijds uit het feit dat het niet passend is om deze in het jaarlijkse tarief van de deelnemersbijdrage op te nemen. Daarom worden de hiermee samenhangende kosten separaat bij de desbetreffende keurmerkhouder in rekening gebracht. Het tarief van de herinspecties wordt mede bepaald door de hoogte van de met de onder het keurmerk vallende activiteiten behaalde omzet. Hoe hoger deze omzet is hoe omvangrijker de extra werkzaamheden zijn die moeten worden uitgevoerd hetgeen een kostenverhogend effect heeft. Over de aanvullende diensten wordt 21% BTW in rekening gebracht.

Korting op het tarief in geval van keurmerkhouders met dubbel Keurmerk

Er zijn keurmerkhouders die naast het Keurmerk Inburgeren ook het Keurmerk Arbeid voeren. De tarieven voor de deelnemersbijdrage voor het Keurmerk Arbeid hoeven niet door de Minister van SZW te worden goedgekeurd. Indien er sprake is van een zogenaamd dubbel Keurmerk is er echter sprake van een gecombineerd tarief voor de deelnemersbijdrage. Hiervoor is gekozen omdat er sprake is van overlappende werkzaamheden voor beide Keurmerken waarvoor de keurmerkhouder niet dubbel hoeft te betalen. Hierdoor is het gecombineerde tarief voor de deelnemersbijdrage lager dan het totaal van de deelnemersbijdrage voor de twee losse Keurmerken. Het is niet wenselijk dat deze keurmerkhouders met een veel hogere en/of een dubbele deelnemersbijdrage worden geconfronteerd als gevolg van de doorgevoerde scheiding van de keurmerken Inburgeren en Arbeid. Vanuit dit uitgangspunt is er voor gekozen om de hoogte van het gecombineerde tarief voor 2023 in stand te houden en de deelnemersbijdrage naar rato van een bestaande verhouding tussen de beide tarieven toe te passen op de toerekening van de deelnemersbijdrage aan het Keurmerk Inburgeren en het Keurmerk Arbeid. Dit wordt op de factuur aan de keurmerkhouder zichtbaar gemaakt door op de deelnemersbijdrage voor de beide Keurmerken een korting toe te passen op de basistarieven, zoals in tabel 1 vermeld. Op deze wijze blijft het door de keurmerkhouder te betalen bedrag per saldo gelijk aan het gecombineerde tarief voor de deelnemersbijdrage.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

Naar boven