Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 13 juli 2023, nr. WJZ/ 33487263, tot wijziging van de Regeling gaskwaliteit in verband met technische verbeteringen en actualiseringen

De Minister voor Klimaat en Energie,

Gelet op artikel 11 van de Gaswet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling gaskwaliteit wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De begripsbepaling HTL komt te luiden:

HTL-net:

gastransportnet dat wordt beheerd door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet met een operationele absolute druk van circa 45 bar of hoger;

2. De begripsbepaling RTL komt te luiden:

RTL-net:

gastransportnet dat wordt beheerd door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet met een operationele absolute druk van 40,5 bar of lager;

B

In Bijlage 1 wordt in de tabel onder de rij ‘Zuurstofgehalte HTL in rest van Nederland ≤ 0,0005 mol%’ een rij ingevoegd, luidende:

Koolstofdioxidegehalte

≤ 2,5

mol%

C

Bijlage 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de tabel vervalt de rij:

Gassysteem GZI, bedoeld in bijlage 7

43,46

MJ/m3(n)

2. De rij ‘waterstofgehalte’ komt te luiden:

Waterstofgehalte

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in bijlage 8

≤ 40

mol%

 

Maasvlaktesysteem, bedoeld in bijlage 12

≤ 0,5

mol%

 

Rest Nederland

≤ 0,02

mol%

D

In Bijlage 4 komt de rij ‘THT-gehalte (odorant) in HTL: reukloos gas’ te luiden:

THT-gehalte (odorant)

in HTL: reukloos gas

≤ 2

mg/m3

E

De kaart van Bijlage 7 wordt vervangen door de volgende kaart:

F

Er wordt een bijlage toegevoegd, luidende:

Bijlage 12 bedoeld in bijlage 3 van de Regeling gaskwaliteit:

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 13 juli 2023

De Minister voor Klimaat en Energie, R.A.A. Jetten

TOELICHTING

1. Algemeen

Met deze wijziging van de Regeling gaskwaliteit worden enkele actualiseringen en correcties doorgevoerd.

2. Wijziging ten behoeve van de definitie ‘HTL’ en ‘RTL’ (Artikel I onder A)

De definities van HTL en RTL zijn in lijn gebracht met de systematiek van de definitie van RNB-net, door aan te geven door wie het betreffende gastransportnet wordt beheerd, zijnde de beheerder van het landelijk gastransportnet.

De in de definitie opgenomen operationele druk diende met name voor het eenduidig vastleggen op welk deel van het landelijk gastransportnet welke gaskwaliteitseisen van toepassing zijn, te weten RTL of HTL. De definitie voor RTL was feitelijk onjuist vanwege de in de praktijk, weliswaar zelden, voorkomende lagere operationele druk dan 16 bar(a). Door de huidige definitie wordt die feitelijke onjuistheid gecorrigeerd. Voor HTL behoeft de genoemde operationele druk geen wijziging.

3. Correctie van het ontbreken van een kooldioxidegehalte bij invoeding op het netwerk voor hoogcalorisch gas (Artikel I onder B)

In de vorige wijziging van de Regeling gaskwaliteit (Stcrt. 2021, 200909) is bijlage 1 opnieuw vastgesteld. Per abuis is hierbij de regel waarin het kooldioxidegehalte stond, vervallen. Deze overduidelijke omissie wordt gecorrigeerd door het oorspronkelijke koolstofdioxidegehalte weer op te nemen in deze bijlage.

4. Wijziging THT-gehalte (odorant) in HTL (Artikel I onder D)

Het gasnet is gebaseerd op een stroom van een hoger net naar een lager net. Door de invoeding van groen gas verandert het huidige gasnet echter meer en meer in een tweerichtingensysteem. Groengasproducenten voeden het gas vaak op een RNB- of RTL-net in. Vanwege toenemende netcongestie, met name in het RNB-net, zal in de toekomst steeds meer sprake zijn van reverse flow waarbij het gas van een RNB-net naar een RTL- of HTL-net stroomt. Naast reverse flow van het RNB-net naar het landelijk gastransportnet, kan er ook binnen het RNB-net zelf of binnen het landelijk gastransportnet zelf sprake zijn van reverse flow van een gasnet (netvlak) met lagere druk naar een gasnet (netvlak) met hogere druk. Bij het pompen, ‘boosteren’, van het gas naar een hoger net kunnen er knelpunten ontstaan in de gaskwaliteit. Deze wijziging van het THT-gehalte is beoogd om deze knelpunten weg te nemen.

Gas in gasnetten wordt met THT geodoriseerd om voor een voldoende alarmerende werking te zorgen in geval van een ongecontroleerde uitstroom van gas. Bij reverse flow wordt dus ook voorzien dat geodoriseerd G-gas in het ongeodoriseerde HTL voor G-gas zal stromen. De huidige THT-norm in het HTL is echter 0. Bij reverse flow van geodoriseerd G-gas in het HTL voor G-gas ontstaat dus een knelpunt, omdat het gas nooit helemaal opgeschoond kan worden tot het 0 mg THT/m3 bevat. Teneinde reverse flow van geodoriseerd gas naar het ongeodoriseerde HTL G-gassysteem mogelijk te maken, is een wijziging van het THT-gehalte in het HTL noodzakelijk. Deze wijziging is beoogd om een kleine hoeveelheid van 2 mg THT/m3 toe te staan. 2 mg THT/ m3 is dermate laag dat het als niet-ruikbaar moet worden gekenschetst en door verreweg de meeste mensen de geur niet zal kunnen worden waargenomen of herkend. De eis van 2 mg THT/m3 gas sluit ook aan bij wat in Duitsland gangbaar is.

5. Wijziging waterstofgehalte voor Maasvlakte-systeem (Artikel I onder C, tweede lid en F)

Het gastransportnet van het landelijk net kent een bovengrens van 0,02 mol % waterstofgehalte. De wijziging naar 0,5 mol % voor de regionale eenheid Maasvlaktesysteem maakt het mogelijk om op beperkte schaal waterstof in het betreffende gasnet in te voeden. Het betreft invoeding van met name een pilot elektrolyse op zee. In bijlage 12 is de reikwijdte van het Maasvlaktesysteem vastgesteld.

6. Gassysteem GZI, bedoeld in bijlage 7, vervalt (Artikel I onder F)

Het GZI-systeem kende tot een aantal jaren geleden een bredere bandbreedte voor de Wobbe-index, aangezien er naast H-gas ook G-gas in het systeem werd ingevoed. Sinds enkele jaren is deze G-gas-invoeding gestopt, maar is de Regeling Gaskwaliteit daar niet op aangepast. Met deze wijziging wordt de al bestaande situatie nu alsnog vastgelegd. In bijlage 7 is de betreffende leiding in het landelijk gastransportnet in de geografische overzichtskaart verwijderd en een aangepaste kaart opgenomen.

7. Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

De concept-wijzigingsregeling is voorgelegd ter toetsing op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid aan SodM. SodM heeft in haar reactie op de uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets aangegeven dat de voorgestelde norm van argon niet uitvoerbaar en handhaafbaar is, omdat uit het uitgevoerde onderzoek onvoldoende blijkt waarom een percentage van 7,5 mol% veilig wordt bevonden voor alle aangesloten gasverbruiktoestellen. Dit heeft er toe geleid dat de voorgenomen wijziging ten aanzien van het opnemen van een parameter voor argon op dit moment niet wordt doorgezet. Er zal aanvullend onderzoek plaatsvinden, waarbij SodM tijdig zal worden betrokken.

Zolang het vervolgonderzoek niet is afgerond, wordt er geen norm voor argon gesteld. Dit betekent dat argon tot dan als ‘ongebruikelijke component’ kan voorkomen. Bovendien, is er geen aanleiding om te vermoeden dat argon zich in hogere variant dan als ‘ongebruikelijke component’ in het gas bevindt.

8. Consultatie

De concept-wijzigingsregeling (zonder de wijziging van het waterstofgehalte in het Maasvlaktesysteem) is van 17 april tot 15 mei 2023 geconsulteerd via internetconsultatie.nl. Dit heeft vijf reacties opgeleverd. Bijna alle indieners zijn kritisch op het voorstel om een parameter voor argon op te nemen. Uit de reacties op de internetconsultatie blijkt dat het effect van argon op bepaalde afnemers, die aardgas gebruiken als grondstof bij de productie van waterstof, onvoldoende is onderzocht. Dit heeft er toe geleid dat de voorgenomen wijziging ten aanzien van het opnemen van een parameter voor argon op dit moment niet wordt doorgezet. Er zal aanvullend onderzoek plaatsvinden.

De concept-wijziging van het waterstofgehalte in het Maasvlaktesysteem is eerder, namelijk in het voorjaar 2020, voorgelegd bij de betreffende bedrijven die gas afnemen in het Maasvlaktesysteem in een gesloten consultatie. Uitkomst was dat meerdere partijen aangaven dat in elk geval onderzoek nodig is of hun installatie een hoger waterstofgehalte tot 0,05% mol aan kan. Dit heeft er toe geleid dat DNV in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat een technische analyse heeft gemaakt van de verwachte consequenties van verhoging, inclusief interviews met de relevante bedrijven. Uit deze analyse is gebleken dat het verhogen van de waterstofconcentratie impact heeft op de industriële processen en dat de effecten bij deze percentages voor deze selecte groep bedrijven zeer gering en hanteerbaar zijn.

9. Technische voorschriften

Deze regeling behoeft niet zelfstandig gemeld te worden in het kader van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PbEG 1998, L 204) [TRIS (2014) / 00681], omdat het actualiseringen, correcties en versoepelingen betreft.

10. Regeldruk en inwerkingtreding

Deze wijziging van de Regeling gaskwaliteit heeft geen gevolgen voor de regeldruk en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Daarmee wordt afgeweken van het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten. De afwijking is gerechtvaardigd omdat de doelgroepen op wie de regeling van toepassing is gebaat zijn bij spoedige inwerkintreding. Onder meer omdat de wijzigingen congestieproblemen kunnen voorkomen.

De Minister voor Klimaat en Energie, R.A.A. Jetten

Naar boven