Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2023, 19244 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2023, 19244 | advies Raad van State |
30 juni 2023
3630183-1049570-WJZ
Directie Wetgeving en Juridische Zaken
Aan de Koning
Nader rapport inzake het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het afschalen van de A-status van covid-19
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 19 juni 2023, no.2023001447, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 28 juni 2023, no. W13.23.00137/III, bied ik U hierbij aan.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de memorie van toelichting op een enkel punt nog te verduidelijken.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers.
No. W13.23.00137/III
’s-Gravenhage, 28 juni 2023
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 19 juni 2023, no.2023001447, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het afschalen van de A-status van covid-19, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State, Th.C. de Graaf.
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de A-status van covid-19 dient te worden afgeschaald;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Op 16 juni 2023 heeft het kabinet besloten dat de A-status van covid-19, zoals opgenomen in de Wet publieke gezondheid (Wpg) komt te vervallen en dat covid-19 niet zal worden ingedeeld in een andere in de Wpg opgenomen groep.1 Met dit wetsvoorstel wordt deze afschaling mogelijk gemaakt.
Het Outbreak Management Team (OMT) heeft in zijn 146e advies aangegeven dat, hoewel de endemische fase is bereikt, de indeling van covid-19 in groep A nog wel nodig is om landelijke regie te houden, zolang covid-19 door de World Health Organization (WHO) is aangemerkt als public health emergency of international concern.2 Op 5 mei 2023 heeft de WHO uitgesproken dat covid-19 niet langer een public health emergency of international concern is.3 Naar aanleiding hiervan is het RIVM op 31 mei 2023 gevraagd te adviseren over de inschaling van covid-19. Op 12 juni 2023 heeft het RIVM aangegeven dat voor covid-19 niet langer reden is voor enige meldingsplicht.4 Het RIVM geeft hierbij aan dat de meldingsplicht voor covid-19 al langere tijd niet meer wordt gebruikt voor het nemen van individuele maatregelen en dat de werklast voor de gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD) niet langer proportioneel is in relatie tot de bescherming van de publieke gezondheid. Daarnaast geeft het RIVM aan dat de data die nodig zijn om zicht te houden op het virus en voor het monitoren van de effectiviteit van vaccinatie ook op een andere manier verzameld kunnen worden.
Het kabinet heeft besloten om dit advies op te volgen. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe dat covid-19 niet langer wordt aangemerkt als behorende tot groep A2.5 Gelet op het advies van het RIVM is er geen aanleiding om covid-19 in te delen in een andere groep in de zin van de Wpg. Dat betekent dat er geen specifieke bepalingen uit de Wpg meer van toepassing zijn op covid-19.
De afschaling heeft een drietal juridische gevolgen. Ten eerste vervalt de meldingsplicht voor artsen (artikel 22 Wpg) en hoofden van laboratoria (artikel 25 Wpg). Zolang het wetsvoorstel nog niet door de Tweede en Eerste Kamer is aanvaard en nog niet in werking is getreden, geldt covid-19 nog als groep A2-infectieziekte. Dat betekent onder meer dat de meldingsplicht van een arts om een besmetting met covid-19 onverwijld te melden en de meldingsplicht van een hoofd van een laboratorium om een vaststelling van een verwekker van een infectieziekte behorende tot groep A2 te melden nog gelden (artikelen 22, eerste lid, en 25, tweede lid, Wpg). Gelet op het advies van het RIVM is dat niet wenselijk. Op grond van artikel 22, vierde lid, Wpg is daarom bij ministeriële regeling vrijstelling aan artsen verleend van deze meldingsplicht.6 Tevens is op grond van artikel 25, zesde lid, Wpg bij ministeriële regeling bepaald dat een hoofd van een laboratorium de melding binnen twee jaar moet doen.7 Naar verwachting wordt het wetsvoorstel binnen twee jaar behandeld en heeft deze regeling materieel tot gevolg dat ook hoofden van laboratoria geen regeldruk meer ondervinden van deze meldingsplicht. Hierdoor wordt de meldingsplicht zodanig verruimd dat deze de facto niet meer geldt. Ten tweede brengt de afschaling met zich mee dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport niet langer de voorzitter van de veiligheidsregio kan opdragen hoe de bestrijding ter hand te nemen (artikel 7 Wpg). Ten derde vervallen de bevoegdheden die aan de voorzitter van de veiligheidsregio toekomen in het kader van de bestrijding van een A2-infectieziekte (artikel 6, tweede en vierde lid, Wpg).
De monitoring van het virus wordt ook na het vervallen van de meldingsplichten voortgezet. In de hiervoor genoemde Kamerbrief van 16 juni 2023 is nader ingegaan op de wijze waarop zicht zal kunnen worden gehouden op het virus onder meer via rioolwatersurveillance en Infectieradar en het monitoren van de effectiviteit van vaccinatie.
De afschaling van covid-19 geschiedt via een voorstel tot wijziging van de Wpg. Het in de Eerste tranche wijziging Wpg vervatte artikel 20b bevat een afschalingsprocedure bij ministeriële regeling. Deze procedure is echter voorbehouden aan een infectieziekte behorend tot groep A1.8
Gelet op de epidemiologische expertise van het RIVM, heeft het RIVM geadviseerd over het afschalen van de A2-status. Gelet op de taken en de expertise van het Maatschappelijke Impact Team (MIT), is het MIT niet gevraagd om te adviseren over dit wetsvoorstel. De partijen met wie nauw is samengewerkt tijdens de covid-19-pandemie zijn geïnformeerd over het voornemen tot het afschalen van covid-19. Gelet op de inhoud van het wetsvoorstel en de wens om de afschaling op zo kort mogelijke termijn te realiseren, is afgezien van internetconsultatie. Om laatstgenoemde reden is in de inwerkingtredingsbepaling afgeweken van de vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijn (artikel 4.17, vijfde lid, onderdeel b, van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
De afschaling van covid-19 leidt tot een vermindering van regeldruk, omdat artsen en hoofden van laboratoria niet langer onverwijld een humane besmetting bij de GGD hoeven te melden. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat de toelichting de gevolgen voor de regeldruk toereikend in beeld brengt.
Bij het vervallen van de A-status, kan er niet langer een opdracht worden gegeven aan de voorzitter van de veiligheidsregio over hoe de bestrijding van een epidemie ter hand te nemen (artikel 7 Wpg). Daardoor kan de financiering voor deze opdracht en de taken die daaruit voortvloeien ook niet langer plaatsvinden (artikel 62 Wpg). Om te zorgen dat financiering van de uitvoerende activiteiten van GGD’en en GGD GHOR NL ook na het vervallen van de A-status doorgang kunnen vinden, worden deze activiteiten sinds 1 juli 2023 gefinancierd met een specifieke uitkering en een subsidie. Onder deze taken vallen onder andere de uitvoering van COVID-19-vaccinaties en de taken rondom informatievoorziening.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Bijlage bij Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 2023. Het OMT is op 10 februari 2023 bijeengekomen, het advies dateert van 22 februari 2023.
Statement on the fifteenth meeting of the IHR (2005) Emergency Committee on the COVID-19 pandemic, WHO, 5 mei 2023.
Het betreft hier een advies van het Responseteam (RT) van het RIVM. Kamerbrief van 12 juni 2023, kenmerk 3609582-1049528-PDCIC.
Op grond van de Eerste tranche wijziging Wet publieke gezondheid geldt covid-19 momenteel als groep A2-infectieziekte.
Op grond van artikel 22, vierde lid, Wpg was reeds vrijstelling verleend voor vermoedelijke besmettingen met covid-19 (artikel 2, derde lid, Regeling publieke gezondheid).
Artikel 25, zesde lid, Wpg biedt geen mogelijkheid tot vrijstelling (zoals artikel 22, vierde lid, Wpg), maar alleen de mogelijkheid om de termijn te bepalen waarbinnen een melding moet worden gedaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-19244.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.