Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 26 juni 2023, nr. WJZ/ 26821037, tot wijziging van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2023 in verband met de verlenging en enkele technische wijzigingen van de subsidiemodule Groeifaciliteit

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op artikel 4 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.12.15 wordt ‘1 juli 2023’ vervangen door ‘1 juli 2024’.

B

Bijlage 3.12.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ‘Minister van Economische Zaken’ vervangen door ‘Minister van Economische Zaken en Klimaat’.

2. In artikel 1, onderdeel a, wordt ‘Minister van Economische Zaken’ vervangen door ‘Minister van Economische Zaken en Klimaat’.

3. In artikel 14 wordt ‘Minister van Economische Zaken’ vervangen door ‘Minister van Economische Zaken en Klimaat’.

  • 4. Onder de paragraaf Toelichting bij de in bijlage 3.12.1 opgenomen model garantstellingsovereenkomsten wordt in de tweede paragraaf van artikel 3 en de derde paragraaf van artikel 5 ‘Kaderbesluit nationale EZ-subsidies’ vervangen door ‘Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies’.

C

Bijlage 3.12.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ‘Minister van Economische Zaken’ vervangen door ‘Minister van Economische Zaken en Klimaat’.

2. In artikel 1, onderdeel a, wordt ‘Minister van Economische Zaken’ vervangen door ‘Minister van Economische Zaken en Klimaat’.

3. In artikel 14 wordt ‘Minister van Economische Zaken’ vervangen door ‘Minister van Economische Zaken en Klimaat’.

ARTIKEL II

In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2023 wordt in de rij met titel 3.12 ‘30-06-2023’ vervangen door 31-12-2023’ en ‘€ 45.000.000’ vervangen door ‘€ 85.000.000’.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 juni 2023

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, M.A.M. Adriaansens

TOELICHTING

1. Aanleiding en inhoud

In titel 3.12 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (hierna: RNES) is de subsidiemodule Garantie gericht op financiering met risicokapitaal voor ondernemers (groeifaciliteit) (hierna: subsidiemodule Groeifaciliteit) opgenomen.

De subsidiemodule Groeifaciliteit helpt mkb-ondernemingen bij het aantrekken van risicodragend vermogen. Op grond van de Groeifaciliteit verstrekt de Nederlandse Staat (vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken en Klimaat) een garantstelling voor de financiering van mkb-bedrijven die neerkomt op een garantie van 50 procent van de waarde van verstrekte achtergestelde leningen of verstrekt aandelenkapitaal. Voor deze garantstelling betaalt de financier een kostendekkende provisie aan de Nederlandse Staat.

Initieel zou de subsidiemodule Groeifaciliteit per 1 juli 2020 uitgefaseerd worden zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 15 februari 2018 omdat de doelstelling door Invest-NL zou worden overgenomen.1 Er zou een alternatief via Invest-NL worden uitgewerkt maar dit is uiteindelijk niet tot stand gekomen. Invest-NL richt zich namelijk op een andere doelgroep dan de subsidiemodule Groeifaciliteit. Door de aanhoudende gevolgen van het coronavirus is besloten de subsidiemodule te verlengen tot 1 juli 2023. Dit was aangekondigd in de Kamerbrief van 21 januari jl.2 De regeling is toen ook inhoudelijk aangepast om bedrijven getroffen door de coronacrisis tegemoet te komen. Voorgesteld wordt nu om de regeling met 1 jaar te verlengen tot 1 juli 2024. De vervaldatum van de subsidiemodule zal dan gelijk lopen met die van andere risicokapitaalregelingen (te weten de Vroege Fase Financiering, Seed Capital regeling, Innovatiekrediet) en kunnen evaluaties in samenhang bezien worden, conform de motie het lid van Strien c.s.3 De evaluaties zullen naar verwachting eind 2023 afgerond zijn.

Op grond van artikel 4.10, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016 moet een subsidieregeling een tijdstip bevatten waarop de regeling vervalt. Dat tijdstip mag niet later zijn dan vijf jaar na inwerkingtreding van de regeling. De subsidiemodule Groeifaciliteit zou met ingang van 1 juli 2023 komen te vervallen. Met onderhavige wijziging wordt de subsidiemodule Groeifaciliteit met een jaar verlengd. Op grond van artikel 4.10, zevende lid, van de Comptabiliteitswet 2016 moet de aanpassing van een vervaldatum bij de Tweede Kamer worden voorgehangen. Onderhavige regeling is daarom aan de Tweede Kamer overgelegd.4

De openstellingsperiode van de subsidiemodule Groeifaciliteit waarin subsidieaanvragen kunnen worden ingediend wordt verlengd tot 1 januari 2024.

Door het verlengen van de regeling van 1 juli 2023 naar 1 juli 2024 wordt de regeling ook opengesteld tot en met 31 december 2023. Daarnaast wordt het resterende budget opengesteld gezien de langere looptijd van de regeling. Initieel was er € 45 miljoen opengesteld voor de periode tot 1 juli 2023. Jaarlijks is er € 85 miljoen beschikbaar voor de Groeifaciliteit. Dit gehele bedrag zal nu opengesteld worden gezien de langere looptijd.

2. Staatssteun

De subsidiemodule Groeifaciliteit bevat geen staatssteun. De verlenging van de horizonbepaling brengt hierin geen verandering, omdat de voorwaarden van de subsidiemodule ongewijzigd blijven.

3. Regeldruk

De verlenging van de subsidiemodule Groeifaciliteit leidt niet tot wijziging van informatieverplichtingen en daarom ook niet tot een toe- of afname van de regeldruk bij de gebruikers van deze subsidiemodule.

4. Inwerkingtreding

De onderhavige regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met de datum van inwerkingtreding wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van een kwartaal in werking treden en twee maanden voordien bekend worden gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd, omdat de doelgroep van deze regeling gebaat is bij spoedige inwerkingtreding.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, M.A.M. Adriaansens


X Noot
1

Kamerstukken II 2017/18, 28 165, nr. 281.

X Noot
2

Kamerstukken II 2020/21, 35 420, nr. 217.

X Noot
3

Kamerstukken II 2021/22, 35 925, nr. 23.

X Noot
4

Kamerstukken II 2022/23, 35 420, nr. 522.

Naar boven