Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Raad voor de Rechtspraak | Staatscourant 2023, 17020 | interne regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Raad voor de Rechtspraak | Staatscourant 2023, 17020 | interne regeling |
Voor u ligt het Landelijk Procesreglement kort gedingen ten behoeve van de rechtbanken, afdeling/team voor handelszaken en, in voorkomende gevallen, afdeling/team familie.
Dit procesreglement vindt zijn oorsprong in een initiatief vanuit het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele Sectoren van de rechtbanken (LOVC). Bij de totstandkoming ervan is ook de Nederlandse Orde van Advocaten geconsulteerd. Het LOVC en het Landelijk Overleg van Voorzitters van de Familie- en Jeugdsectoren en -units (LOVF) hebben dit procesreglement op 28 september 2007, respectievelijk 12 oktober 2007 goedgekeurd, waarna de besturen van alle rechtbanken het reglement als eigen reglement hebben vastgesteld (Eerste versie).
Het reglement wordt sindsdien onderhouden door een redactieraad die wijzigingen voorstelt ter goedkeuring aan het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel, Kanton (hierna het LOVCK). Hierna wordt het Landelijk Overleg Vakinhoud Familie (hierna het LOVF) om instemming gevraagd. Vervolgens worden de gerechtsvergaderingen van alle rechtbanken gevraagd om vaststelling van het gewijzigde reglement. Daarna volgt publicatie in de Staatscourant.
Met het ontwikkelen van het procesreglement wordt beoogd een verdere bijdrage te leveren aan het harmoniseren van de werkwijze en werkprocessen van de verschillende rechtbanken op het punt van de kort gedingprocedure. Hierbij wordt het belang van de justitiabele voorop gesteld, en wordt daarnaast gestreefd naar een zo goed mogelijke interne werkbaarheid en – waar mogelijk – naar verkorting van de doorlooptijden.
Wijzigingen van het reglement en publicatie van het reglement in de Staatscourant:
– 1 september 2008 (tweede versie): aanpassing in verband met de afschaffing van het verplicht procuraat.
– 1 januari 2011 (derde versie): regulier onderhoud en aanpassing in verband met de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz)
– 1 januari 2012 (vierde versie): regulier onderhoud.
– 1 april 2013 (vijfde versie): aanpassing in verband met de invoering van de Herziening gerechtelijke kaart, de Reparatiewet Wgbz en regulier onderhoud.
– 1 januari 2014 (zesde versie): regulier onderhoud.
– 1 januari 2015 (zevende versie): regulier onderhoud.
– 1 januari 2017 (achtste versie): aanpassingen naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1078) en het arrest van de Hoge Raad 3 juni 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1087) en regulier onderhoud.
– 1 maart 2018 (negende versie): aanpassingen naar aanleiding van de wetswijziging m.b.t. artikel 30p (thans artikel 29a Rv) Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
– 1 februari 2019 (tiende versie): regulier onderhoud.
– 1 februari 2020 (elfde versie): aanpassingen in verband met de Wet van 3 juli 2019 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) tot intrekking van de verplichting om elektronisch te procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland en tot verruiming van de mogelijkheden van de mondelinge behandeling in het civiele procesrecht, die per 1 oktober 2019 is ingevoerd, uniformering andere procesreglementen en met het oog op de voorbereidingen voor het opnemen van bepalingen over digitaal procederen, is in artikel 1.4 is – vooruitlopend hierop – alvast een basisbepaling opgenomen voor het geval een rechtbank in bepaalde zaken de mogelijkheid heeft geopend om processtukken digitaal in te dienen. Daarnaast zijn er aanpassingen in verband met regulier onderhoud.
– 1 februari 2021 (twaalfde versie): regulier onderhoud;
– 1 februari 2022 (dertiende versie): aanpassingen in verband met de uitfasering van de fax per 1 februari 2022 en de daarvoor met ingang van die datum in de plaats gekomen voorziening Veilig Mailen van de Rechtspraak. Dit betekent dat er in alle zaken met ingang van 1 februari 2022 geen gebruik meer kan worden gemaakt van de fax maar van de voorziening van Veilig Mailen die voor de fax in de plaats komt. Daarnaast zijn er aanpassingen in verband met regulier onderhoud;
– 1 juli 2023 (veertiende versie): aanpassingen als gevolg van de introductie van de mogelijkheid om in bepaalde zaakstromen digitaal te procederen.
Het LOVCK heeft de veertiende versie op 6 december 2022 goedgekeurd. Het LOVF heeft op 10 maart 2023 ingestemd met de aanpassingen. De gerechtsvergaderingen van alle rechtbanken hebben dit gewijzigde reglement vastgesteld.
Een gedrukte uitgave van het procesreglement wordt niet meer uitgegeven.
De gepubliceerde versie in de Staatscourant bevat géén hyperlinks en bijlagen. Op https://www.rechtspraak.nl/Procedures/Landelijke-regelingen/Pages/default.aspx onder het kopje Civiel recht wordt de versie gepubliceerd met de meest recente hyperlinks en bijlagen.
Veertiende versie, 1 juli 2023
Dit reglement bevat regels voor alle kort gedingen die worden behandeld door de afdeling of het team voor handelszaken of, indien van toepassing zie 17.1 Bijlage I, de afdeling of het team familie van de rechtbanken, met uitzondering van het kort geding als bedoeld in artikel 438 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).
Partijen zijn gebonden aan de wijze en termijnen van procesvoering als in dit reglement voorzien. Bij niet naleving van een in dit reglement gegeven voorschrift zal de voorzieningenrechter daaraan het gevolg verbinden dat hem met het oog op de aard van het voorschrift en de ernst van het verzuim passend voorkomt.
In dit reglement worden de begrippen uit de wet gebruikt.
Ter verduidelijking hiervan of in aanvulling hierop is de betekenis van onderstaande begrippen in dit reglement (in alfabetische volgorde) de volgende:
het vaststellen van een dag en tijdstip voor de voortzetting van de mondelinge behandeling, nadat de zaak op de mondelinge behandeling is uitgeroepen;
aanhouding van een mondelinge behandeling tot een uiterste dag en tijdstip waarop partijen in de gelegenheid zijn een bepaalde handeling te verrichten, zonder dat zij op de mondelinge behandeling behoeven te verschijnen;
het koppelvlak bestemd voor digitaal verkeer tussen systemen van partijen dan wel hun advocaten en de rechtbank;
de aanvraag als bedoeld in artikel 254 Rv;
de aanvraag, voorstellen, verzoeken, opgaven en schriftelijke mededelingen tussen de rechtbank en een of meer partijen;
maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van de dagen als bedoeld in artikel 3 van de Algemene Termijnenwet;
de door partijen en de rechtbank in het digitale systeem voor gegevensverwerking van de rechtbank in een zaak ingediende, geplaatste en verzonden berichten en processtukken;
het aanleveren van processtukken of bewijsstukken;
– eisende partij: de partij die heeft gedagvaard;
– gedaagde partij: de partij die is gedagvaard, de partij die vrijwillig ter zitting verschijnt of, in reconventie, zich verweert tegen de eis in reconventie;
– gevoegde partij: degene die met toestemming (beslissing in incident) van de voorzieningenrechter als gevoegde partij aan de zijde van eiser of gedaagde aan de procedure deelneemt;
– tussenkomende partij: degene die met toestemming (beslissing in incident) van de voorzieningenrechter als gevoegde of tussenkomende partij aan de procedure deelneemt;
ieder stuk van een partij waarin het standpunt van die partij naar voren wordt gebracht alsmede producties die nader aan de voorzieningenrechter en de wederpartij(en) zijn gestuurd ter onderbouwing van het (in te nemen) standpunt;
uiterste dag en tijdstip waarop partijen in de gelegenheid zijn een bepaalde handeling te verrichten, zonder dat zij op de mondelinge behandeling behoeven te verschijnen;
de zitting waarop de zaak wordt behandeld;
de voorziening van de Rechtspraak voor het verzenden en ontvangen van beveiligde e-mail naar en door de rechtbank {hyperlink naar uitleg en regels Veilig Mailen};
het uitstellen van een mondelinge behandeling door het bepalen van een andere dag en tijdstip voor de mondelinge behandeling, voordat de zaak op de mondelinge behandeling is uitgeroepen;
de beveiligde digitale omgeving waarin partijen en hun advocaten toegang hebben tot het digitale systeem van de rechtbank en het digitale dossier;
zaken die een onderwerp betreffen als geregeld in titel 6 van Boek 3 Rv.
Indiening van de aanvraag, de (concept-)dagvaarding en overige berichten en processtukken geschiedt als volgt:
– door toezending per post aan de griffie van de rechtbank.
https://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Pages/default.aspx
– door afgifte aan de Centrale Balie van de rechtbank
https://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Pages/default.aspx of
– door toezending via Veilig Mailen.
Het origineel van de uitgebrachte dagvaarding en de stukken waarop partijen zich beroepen worden nagezonden per post of afgegeven aan de Centrale Balie, onder de uitdrukkelijke vermelding dat het reeds eerder via Veilig Mailen ingediende stukken betreft, of worden uiterlijk op de mondelinge behandeling afgegeven. Voor toezending via Veilig Mailen gelden de volgende regels. Een bijlage bij een mailbericht heeft een maximumomvang van 25 MB. Als de bijlage groter is dan 25 MB, wordt deze per post aan de griffie van de rechtbank verzonden of wordt deze afgegeven aan de Centrale Balie van de rechtbank.
Daarnaast gelden voor de toezending via Veilig Mailen de hierna in 17.10, Bijlage X, vermelde regels {hyperlink regels voor het gebruik van Veilig Mailen}. Verzendingen via Veilig Mailen die vóór 24.00 uur van de laatste dag van een lopende termijn zijn ontvangen, gelden als binnen de termijn ingediend, tenzij een termijn op een ander tijdstip op die dag eindigt.
Berichten en stukken worden in alle hiervoor genoemde gevallen geadresseerd aan: administratie kort geding, afdeling/team voor handelszaken of – indien van toepassing zie 17.1 Bijlage I – afdeling/team familie.
De griffie is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur Zie 17.2 Bijlage II.
Een partij duidt zichzelf in zijn processtukken aan met een verkorte partijnaam, die hij in het vervolg van de procedure consequent hanteert. Deze verkorte partijnaam wordt door ook alle overige partijen consequent gehanteerd. Een processtuk of een bericht waarbij bewijsstukken worden overgelegd, vermeldt het doorlopend volgnummer van het desbetreffende bewijsstuk en de relevantie daarvan voor de procedure, onder aanduiding van de relevante passages van het bewijsstuk. Bij het processtuk of het bewijsstuk waarbij bewijsstukken worden ingediend, wordt steeds een inhoudsopgave van de in te dienen bewijsstukken gevoegd, onder vermelding van de korte aanduiding van de inhoud van die bewijsstukken.
Een partij voorziet ieder bewijsstuk van de verkorte partijnaam, gevolgd door het (doorlopend) volgnummer en een korte aanduiding van de inhoud van het desbetreffende bewijsstuk.
In bijzonder spoedeisende gevallen kunnen berichten en stukken buiten de openingstijden van de griffie bij de behandelend voorzieningenrechter worden ingediend. Bij een aantal rechtbanken gelden piketregelingen Zie 17.4 Bijlage IV.
Voor niet-digitaal procederen gelden daarnaast de artikelen 1.4 tot en met 1.7 en 1.16 tot en met 1.18 van dit hoofdstuk.
Van de verzending van een processtuk of bericht via Veilig Mailen is een ontvangstbevestiging beschikbaar. De verzender kan deze bevestiging van ontvangst zelf inzien of ophalen bij de dienst Veilig Mailen die de verzender gebruikt.
Als tijdstip waarop de voorzieningenrechter een processtuk of een bericht via Veilig Mailen heeft ontvangen, geldt het tijdstip waarop het processtuk of het bericht een systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt waarvoor de rechtbank verantwoordelijkheid draagt (ZIVVER). Dat tijdstip staat vermeld in de ontvangstbevestiging.
Indien een partij na de aanvraag enig bericht aan de voorzieningenrechter doet of enig stuk bij de voorzieningenrechter indient, verzendt deze partij gelijktijdig een afschrift van het bericht of het stuk aan de wederpartij en eventuele overige partijen. De verzending geschiedt op zodanige wijze dat kan worden aangenomen dat deze partijen het bericht of stuk niet later dan de voorzieningenrechter ontvangen. Uit het bericht aan de voorzieningenrechter dient te blijken dat hieraan is voldaan.
Op alle correspondentie met en van de voorzieningenrechter wordt het zaak- en kort gedingnummer vermeld, voor zover bekend.
De voorzieningenrechter bericht partijen per brief, per telefoon en/of via Veilig Mailen.
Digitaal procederen bij de voorzieningenrechter is alleen mogelijk, als de wet bepaalt dat partijen in (een) bepaalde soort(en) zaken verplicht of vrijwillig digitaal kunnen procederen. De soort(en) van zaken waarin (vrijwillig of verplicht) digitaal procederen mogelijk is, staan vermeld in Bijlage XI {hyperlink}.
Voor digitaal procederen gelden de regels die zijn opgenomen in het Besluit elektronisch procederen en die in de artikelen 1.9 tot en met 1.18 en 6.1, tweede zin, 7.4, tweede zin en 13.4 laatste zin van het procesreglement.
Bovendien gelden voor digitaal procederen de in het Reglement inzake de toegang tot en het gebruik van systeem DT rechtspraak (hierna: Reglement DT) {hyperlink} opgenomen regels.
Als digitaal wordt geprocedeerd, dienen partijen processtukken en berichten in door toezending aan de griffie van de voorzieningenrechter via het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid of via het webportaal. De ontvangst van processtukken en berichten wordt automatisch bevestigd.
Een partij duidt zichzelf in zijn processtukken aan met een verkorte partijnaam, die hij in het vervolg van de procedure consequent hanteert. Deze verkorte partijnaam wordt door ook alle overige partijen consequent gehanteerd. Een processtuk of een bericht waarbij bewijsstukken worden overgelegd, vermeldt het doorlopend volgnummer van het desbetreffende bewijsstuk en de relevantie daarvan voor de procedure, onder aanduiding van de relevante passages van het bewijsstuk. Bij het processtuk of het bewijsstuk waarbij bewijsstukken worden ingediend, wordt steeds een inhoudsopgave van de in te dienen bewijsstukken gevoegd, onder vermelding van de korte aanduiding van de inhoud van die bewijsstukken.
Een partij voorziet ieder bewijsstuk van de verkorte partijnaam, gevolgd door het (doorlopend) volgnummer en een korte aanduiding van de inhoud van het desbetreffende bewijsstuk. Volgnummers met de nummers 1 tot en met 9 worden voorafgegaan door de cijfers 00, volgnummers met de cijfers 10 tot en met 99 worden voorafgegaan door het cijfer 0 en volgnummers vanaf 100 worden niet voorafgegaan door enig cijfer. De aanduiding van de verkorte partijnaam, het volgnummer en de korte aanduiding van de inhoud in het bewijsstuk geschiedt in kleine letters en zonder gebruikmaking van spaties.
De voorzieningenrechter communiceert met partijen door plaatsing van een bericht in het door partijen te raadplegen digitaal dossier in hun zaak.
Als de voorzieningenrechter een processtuk, een uitspraak of een bericht in het digitale systeem heeft geplaatst, ontvangt iedere partij die verplicht of vrijwillig digitaal procedeert en een e-mailadres heeft opgegeven, daarvan een kennisgeving (notificatie). Het tijdstip waarop deze kennisgeving wordt verstuurd, geldt als het tijdstip waarop het desbetreffende processtuk of bericht aan die partij bekend is gemaakt. Voor dit doel wordt bij de eerste keer dat een partij in een zaak inlogt in het webportaal, een e-mailadres gevraagd. Deze partij is op elk moment verantwoordelijk voor de werking, de toegankelijkheid, de beschikbaarheid en de raadpleging van dit e-mailadres. Als die partij geen e-mailadres opgeeft, geldt dit als een mededeling dat hij geen kennisgevingen wil ontvangen. Dit is voor rekening en risico van die partij.
Als gebruik wordt gemaakt van het Aansluitpunt Rechtspraak – Digitale Toegankelijkheid gelden afwijkende regels voor de kennisgeving dan in dit reglement omschreven. Deze regels zijn te vinden in het Reglement DT {hyperlink}.
Een partij heeft toegang tot het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ als hij beschikt over een inlogmiddel. Dit inlogmiddel staat vermeld in het Reglement DT {hyperlink}.
Een partij heeft in het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ alleen toegang tot het digitaal dossier in de aanhangige zaken waarin hij partij is.
Een partij die niet zelf digitaal procedeert, kan de voorzieningenrechter verzoeken hem mee te delen op welke wijze hij inzage kan krijgen in het digitaal dossier.
De partij die digitaal procedeert, gaat ermee akkoord dat:
– hij geen papieren afdrukken of kopieën van processtukken of berichten ontvangt;
– processtukken en berichten niet aangetekend worden verzonden.
Een partij die vrijwillig digitaal procedeert en voortaan niet meer digitaal wil procederen, of omgekeerd, verzoekt dit de voorzieningenrechter bij bericht.
Een wissel wordt in een procedure in beginsel maar één keer toegelaten.
De wissel wordt aan alle partijen bevestigd. De wissel is effectief vanaf de datum die in de bevestiging van de voorzieningenrechter wordt genoemd.
Een partij die wisselt naar digitaal procederen, krijgt digitaal toegang tot alle processtukken en berichten die in het digitaal dossier zijn opgeslagen.
Indien wordt geprocedeerd door meer dan één eiser of wordt geprocedeerd tegen meer dan één gedaagde, maakt elk van partijen duidelijk door welke partij(en) de vordering is ingesteld en tegen welke wederpartijen(n) de vordering is gericht.
Een gedaagde die digitaal procedeert en niet wenst dat een andere gedaagde in dezelfde procedure voortaan nog kennis kan nemen van door hem in te dienen processtukken of berichten, verzoekt de voorzieningenrechter op duidelijk kenbare wijze om afscherming van zijn stukken voordat deze gedaagde zijn volgende processtuk of bericht aan het dossier toevoegt.
Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de eiser die digitaal procedeert en die niet wil dat een of meer andere eisers in dezelfde procedure voortaan nog kennis kan nemen van door hem in te dienen processtukken of berichten.
Ook geldt deze bepaling indien een tussenkomende, een gevoegde partij of een eiser in reconventie die digitaal procedeert niet wil dat een of meer andere partijen in dezelfde procedure voortaan nog kennis kan nemen van door hem in te dienen processtukken of berichten.
De voorzieningenrechter beslist op het verzoek.
De voorzieningenrechter kan een partij tijdelijk of blijvend uitsluiten van het gebruik van het digitale systeem, als hij het digitale systeem verstoort of als hij aantoonbaar een gevaar vormt voor de integriteit van het digitale systeem. De uitsluiting wordt medegedeeld bij bericht en heeft alleen betrekking op de procedure waarin de voorzieningenrechter deze beslissing heeft genomen.
Na de uitsluiting van het gebruik van het digitale systeem, wordt de procedure voortgezet volgens de regels die gelden voor niet-digitaal procederen.
Partijen zijn gebonden aan de wijze en termijnen van procesvoering als in dit reglement voorzien. Bij niet naleving van een in dit reglement gegeven voorschrift verbindt de voorzieningenrechter daaraan het gevolg dat hem met het oog op de aard van het voorschrift en de ernst van het verzuim passend voorkomt.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzieningenrechter. Bij de beslissing worden zoveel mogelijk de bepalingen van dit reglement in acht genomen.
Voor alle in dit reglement opgenomen bepalingen geldt dat daarvan kan worden afgeweken, indien dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter in het belang is van een goede procesorde of noodzakelijk is voor een goede instructie van de zaak, alsmede indien het onverkort vasthouden aan de bepalingen zou leiden tot een onredelijke vertraging van de procedure of tot strijd met wettelijke bepalingen.
Een aanvraag wordt ingediend door een advocaat. De aanvraag wordt schriftelijk gedaan door indiening van een ingevuld aanvraagformulier.
https://formulieren.rechtspraak.nl/formulier/AanvraagKortGeding_007.aspx/Inleiding
Indien de zaak zodanig spoedeisend is dat de aanvraag niet binnen de openingstijden van de griffie schriftelijk kan worden ingediend, kan de aanvraag mondeling worden gedaan aan de voorzieningenrechter. Bij een aantal rechtbanken gelden piketregelingen zie 17.4 bijlage IV.
De aanvraag vermeldt:
– de naam van de eisende en de gedaagde partij;
– de naam en het telefoonnummer van de behandelend advocaat van de eisende partij;
– de naam en het telefoonnummer van de behandelend advocaat van de gedaagde partij, voor zover bekend;
– de verhinderdata van (de behandelend advocaten van) partijen over een periode van zes weken na indiening van de aanvraag;
– het eventuele verzoek tot verkorting van de dagvaardingstermijn als bedoeld in artikel 117 Rv, en
– het eventuele verzoek tot verlenging van de duur van de mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 11.7.
Indien de eisende partij meent dat de zaak een zodanig spoedeisend karakter heeft dat een afwijking van de in dit reglement opgenomen procesregels is gerechtvaardigd, wordt dit gemotiveerd in de aanvraag vermeld.
Indien de eisende partij verzoekt om bepaling van de mondelinge behandeling op een dag die zodanig kort na de indiening van de aanvraag is gelegen dat de wettelijke dagvaardingstermijn niet in acht kan worden genomen, wordt dit verzoek tevens beschouwd als een verzoek om verkorting van de dagvaardingstermijn als bedoeld in artikel 117 Rv.
De voorzieningenrechter bepaalt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag dag en tijdstip van de mondelinge behandeling. De voorzieningenrechter houdt hierbij zoveel mogelijk rekening met de door de eisende partij opgegeven verhinderdata van (de behandelend advocaten van) partijen. In bijzonder spoedeisende gevallen kan aan de verhinderdata van (de behandelend advocaat van) partijen worden voorbijgegaan. Indien geen verhinderdata zijn opgegeven, is de voorzieningenrechter in de dagbepaling vrij.
De voorzieningenrechter kan aan de dagbepaling voorwaarden verbinden.
De voorzieningenrechter meldt de dag en het tijdstip die hij voor de mondelinge behandeling heeft bepaald en het aan de zaak toegekende zaak- en kort gedingnummer zo spoedig mogelijk aan de advocaat van de eisende partij. De eisende partij deelt uiterlijk twee dagen na ontvangst van de dagbepaling de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling mee aan de gedaagde partij en zendt haar de concept-dagvaarding toe.
Indien de mondelinge behandeling is bepaald op een dag die zodanig kort na de mededeling van de dagbepaling aan de eisende partij is gelegen dat de wettelijke dagvaardingstermijn niet in acht kan worden genomen, geldt de dagbepaling tevens als beslissing tot verkorting van de dagvaardingstermijn als bedoeld in artikel 117 Rv. De voorzieningenrechter bepaalt de dag en het tijdstip waarop de dagvaarding uiterlijk wordt betekend.
Dit hoofdstuk geldt alleen voor zaken die voldoen aan de volgende voorwaarden:
– de zaak wordt aangebracht bij een rechtbank die algemeen verlof heeft verleend voor het aanbrengen van zaken op een vaste dag voor de mondelinge behandeling. Zie 17.5 Bijlage V;
– de zaak betreft een vordering die niet wordt betwist of in redelijkheid niet kan worden betwist of waarin in redelijkheid niet valt te verwachten dat de gedaagde partij op de mondelinge behandeling zal verschijnen.
In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, behoeft geen aanvraag te worden ingediend. De eisende partij kan de dagvaarding met inachtneming van de wettelijke dagvaardingstermijn betekenen tegen de in artikel 4.4 bedoelde vaste dag voor de mondelinge behandeling.
In afwijking van het bepaalde in artikel 5.3, hoofdstuk 6 en artikel 87 lid 6 Rv, worden een afschrift van de dagvaarding en de overige processtukken uiterlijk drie werkdagen voorafgaande aan de mondelinge behandeling ingediend.
De mondelinge behandeling vindt plaats op een vaste dag en een vast tijdstip Zie 17.5 Bijlage V.
Indien de gedaagde partij op de mondelinge behandeling verschijnt en inhoudelijk verweer tegen de vordering wenst te voeren, kan de voorzieningenrechter een andere dag en tijdstip voor de mondelinge behandeling bepalen.
De dagvaarding vermeldt de volgende gegevens:
– aan het hoofd van het exploot: de expliciet of impliciet gegeven beschikking als bedoeld in artikel 117 Rv (verkorte termijn);
– de eventuele voorwaarden die de voorzieningenrechter aan de dagbepaling en aan de beschikking als bedoeld in artikel 117 Rv heeft verbonden;
– indien de voorzieningenrechter een uiterste dag en tijdstip voor betekening heeft bepaald: het tijdstip van betekening;
– de mededeling of bij verschijning griffierecht zal worden geheven, en binnen welke termijn dit griffierecht betaald dient te worden, met verwijzing naar de meest recente griffierechttarieven (bijvoorbeeld op http://www.rechtspraak.nl https://www.rechtspraak.nl/Procedures/Tarieven-griffierecht/Pages/Griffierecht-bij-de-rechtbank.aspx);
– de mededeling dat van een gedaagde partij die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien zij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven de in artikel 111 lid 2 sub k Rv bedoelde stukken heeft overgelegd waaruit dat blijkt;
– indien het exploot van dagvaarding een zaak betreft waarbij meerdere gedaagden zijn betrokken: de mededeling dat van partijen die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen of gelijkluidend verweer voeren, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven;
– indien gedaagde niet in persoon of vertegenwoordigd door een advocaat uiterlijk op de genoemde zitting verschijnt, zal de voorzieningenrechter tegen gedaagde verstek verlenen en zal hij de vordering toewijzen, tenzij de voor de dagvaarding voorgeschreven termijnen en formaliteiten niet in acht zijn genomen en/of de vordering haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt; en tenzij er meerdere gedaagden zijn en een van hen is verschenen, dan wordt tussen alle partijen één vonnis gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.
– een uitdrukkelijke verwijzing naar eventuele bijlagen.
De eisende partij doet de dagvaarding aan de gedaagde partij betekenen, tenzij partijen vrijwillig verschijnen. Indien de voorzieningenrechter een uiterste dag en tijdstip voor betekening heeft bepaald, wordt de dagvaarding uiterlijk op deze dag en dit tijdstip betekend.
De eisende partij dient zo spoedig mogelijk na het uitbrengen van de dagvaarding een afschrift in tweevoud van de dagvaarding in.
Indien de concept-dagvaarding waarop de gedaagde partij heeft laten weten vrijwillig te zullen verschijnen, is gewijzigd, zendt de eisende partij zo spoedig mogelijk, voorafgaand aan de mondelinge behandeling, aan de voorzieningenrechter en aan de gedaagde partij de concept-dagvaarding waarop de vrijwillige verschijning van de gedaagde partij betrekking heeft.
Op deze concept-dagvaarding zijn de bepalingen van dit reglement met betrekking tot dagvaardingen van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van het kort geding waarbij partijen vrijwillig verschijnen, zich daartegen verzet.
Indien partijen niet-digitaal procederen, worden processtukken waarop een partij zich wil beroepen in tweevoud ingediend. Indien partijen digitaal procederen, worden processtukken via de digitale weg in enkelvoud ingediend.
Indien de gedaagde partij niet op de mondelinge behandeling is verschenen, wordt op door deze partij ingediende processtukken geen acht geslagen.
De processtukken worden genummerd. Indien het gaat om 10 of meer bijlagen worden deze met behulp van (papieren) tabbladen of op andere wijze van elkaar gescheiden en wordt bovendien een overzicht bijgevoegd.
Processtukken worden zo spoedig mogelijk ingediend. Processtukken die niet dienovereenkomstig zijn ingediend, kunnen door de voorzieningenrechter buiten beschouwing worden gelaten. Stukken die binnen 24 uur (één werkdag) vóór de mondelinge behandeling worden ingediend, worden in beginsel buiten beschouwing gelaten.
Een eis in reconventie en een incidentele vordering kunnen alleen worden gedaan door een partij die bij advocaat is verschenen.
Een partij die een eis in reconventie of een incidentele vordering wenst in te stellen, deelt de eis respectievelijk de vordering en de gronden daarvan zo spoedig mogelijk, uiterlijk 24 uur (één werkdag) vóór de mondelinge behandeling schriftelijk mee aan de wederpartij, aan eventuele overige partijen en aan de voorzieningenrechter.
Een eis in reconventie en een incidentele vordering worden op schrift gesteld en op de mondelinge behandeling ingediend. Indien een eis in reconventie of een incidentele vordering een bijlage of bijlagen bevat, wordt daarnaar uitdrukkelijk verwezen.
De eisende partij is bij de eerste uitroeping van de zaak op de mondelinge behandeling griffierecht verschuldigd.
De gedaagde partij is griffierecht verschuldigd, indien zij op de mondelinge behandeling verschijnt.
https://www.rechtspraak.nl/Procedures/Tarieven-griffierecht/Pages/Griffierecht-bij-de-rechtbank.aspx
Het griffierecht moet, door de eisende partij, binnen vier weken na de eerste mondelinge behandeling en, door de gedaagde partij, vier weken na haar verschijnen op de mondelinge behandeling op de rekening van de rechtbank zijn bijgeschreven of ter griffie zijn gestort.
Indien een toevoeging of inkomensverklaring is verleend, wordt een afschrift daarvan uiterlijk op de mondelinge behandeling ingediend.
Indien een toevoeging is aangevraagd maar nog niet of nog niet definitief is verleend, wordt een afschrift van de aanvraag uiterlijk op de mondelinge behandeling ingediend.
Indien de toevoeging, inkomensverklaring of de toevoegingsaanvraag is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.2, heft de griffier het griffierecht voor onvermogenden.
Indien de toevoeging, inkomensverklaring of de toevoegingsaanvraag niet is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.2, wordt het volledige griffierecht in rekening gebracht.
De definitieve toevoeging of inkomensverklaring wordt binnen vier weken na de uitspraak of doorhaling ingediend, tenzij na een daartoe strekkend verzoek aan de griffie uitstel is verkregen voor het indienen van de toevoeging of inkomensverklaring.
Indien bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoegingsaanvraag maar de definitieve toevoeging niet tijdig is ingediend, zal het griffierecht worden verhoogd. De betreffende partij doet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na de in artikel 8.4 bedoelde termijn op de rekening van de rechtbank bijschrijven of ter griffie storten.
Indien bij het bepalen van het griffierecht rekening is gehouden met een toevoeging, maar de toevoeging wordt geweigerd of ingetrokken, zal het griffierecht eveneens worden verhoogd.
De betreffende partij moet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na de intrekking of weigering van de toevoeging op de rekening van de rechtbank bijschrijven of ter griffie storten.
Indien de eisende partij haar vordering op zodanige wijze vermeerdert dat een hoger griffierechttarief van toepassing is, zal het griffierecht worden verhoogd, tenzij op het tijdstip waarop de eis wordt vermeerderd de toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag is overgelegd. Het griffierecht wordt niet verhoogd als de vermeerdering een eis in reconventie betreft. De betreffende partij doet het verhoogde griffierecht binnen vier weken na het doen van de betreffende eisvermeerdering op de rekening van de rechtbank bijschrijven of ter griffie storten.
Indien bij het bepalen van het griffierecht geen rekening is gehouden met een toevoeging, inkomensverklaring of toevoegingsaanvraag maar de definitieve toevoeging of inkomensverklaring alsnog tijdig, in de in artikel 8.4 bedoelde zin, wordt ingediend, zal het griffierecht worden verlaagd.
De eisende partij kan de procedure intrekken tot het moment dat de zaak is uitgeroepen. Indien de gedaagde partij na intrekking van de procedure tijdig aan de eisende partij en de voorzieningenrechter meedeelt dat hij een beslissing over de proceskosten wenst, komt de aanhangigheid van de procedure niet te vervallen en beslist de voorzieningenrechter over de proceskosten. De gedaagde partij dient deze mededeling te doen binnen veertien dagen na de datum waartegen hij was opgeroepen, vanaf dat moment wordt griffierecht verschuldigd.
De intrekking wordt gedaan door een schriftelijk bericht aan de voorzieningenrechter, tenzij de spoedeisendheid zich daartegen verzet. Indien de intrekking mondeling is gedaan, wordt deze zo spoedig mogelijk nadien schriftelijk bevestigd. Indien de eisende partij de gedaagde partij en eventuele overige partijen reeds op de hoogte heeft gesteld van de datum het tijdstip van de mondelinge behandeling, deelt zij de intrekking gelijktijdig aan deze partijen mee.
Een verzoek om verplaatsing van de mondelinge behandeling wordt schriftelijk gedaan, onder vermelding van de verhinderdata van (de behandelend advocaten van) alle partijen. Het verzoek kan tot uiterlijk 24 uur vóór de mondelinge behandeling worden gedaan. Een verplaatsingsverzoek kan in een procedure in totaal maar één maal worden gedaan.
Verplaatsing kan alleen worden toegestaan:
– op eenstemmig verzoek van alle partijen;
– op verzoek van een partij op grond van klemmende redenen; of
– op verzoek van de gedaagde partij, indien de eisende partij de verhinderdata van (de behandelend advocaat van) de gedaagde partij niet heeft opgegeven.
Een verzoek om verplaatsing op grond van klemmende redenen wordt gemotiveerd.
De beslissing op het verzoek wordt schriftelijk medegedeeld aan de behandelend advocaten van partijen, voor zover bekend. Indien de naam van de behandelend advocaat van een partij niet is vermeld op het aanvraagformulier, maar wel bekend is bij de verzoekende partij, bericht de verzoekende partij deze advocaat zo spoedig mogelijk over de beslissing. Indien geen advocaat van de partij bekend is, verzendt de verzoekende partij het bericht rechtstreeks aan deze partij.
Een partij die een eis wenst te veranderen of vermeerderen, deelt de inhoud van deze verandering of vermeerdering zo spoedig mogelijk en bij voorkeur vóór de mondelinge behandeling schriftelijk mee aan de wederpartij, aan de eventuele overige partijen en aan de voorzieningenrechter.
De eisverandering of eisvermeerdering wordt op schrift gesteld en op de mondelinge behandeling ingediend.
De gedaagde partij kan op de mondelinge behandeling alleen bij advocaat of in persoon verschijnen. Indien de gedaagde partij in persoon verschijnt en zich op de mondelinge behandeling wil doen bijstaan door een persoon die geen advocaat is, kan de voorzieningenrechter dit weigeren op grond van de eisen van de goede procesorde.
Een rechtspersoon wordt vertegenwoordigd door het bestuur, voor zover de wet niet anders bepaalt, of door een andere hiertoe in de statuten aangewezen persoon.
Indien een partij de aanwezigheid van een tolk op de mondelinge behandeling gewenst acht, draagt deze partij zorg voor de aanwezigheid van de tolk op de mondelinge behandeling.
Indien een partij op de voor de mondelinge behandeling bepaalde dag en tijdstip is gedetineerd en deze partij haar aanwezigheid op de mondelinge behandeling gewenst acht, verzoekt zij de voorzieningenrechter tijdig schriftelijk haar aanwezigheid op de mondelinge behandeling te bevorderen.
Dit verzoek bevat tenminste de volgende gegevens:
– de voor- en achternamen van de gedetineerde (voluit);
– de geboortedatum van de gedetineerde;
– de geslacht en nationaliteit van de gedetineerde; en
– de huidige verblijfplaats van de gedetineerde.
Indien een partij de aanwezigheid van parketpolitie op de mondelinge behandeling gewenst acht, dient zij hiertoe tijdig schriftelijk een gemotiveerd verzoek bij de voorzieningenrechter in.
Voor de mondelinge behandeling wordt de bij de rechtbank gebruikelijke tijd gereserveerd zie 17.6 Bijlage VI.
Indien een partij voorziet dat deze gebruikelijke tijd onvoldoende is, kan zij de voorzieningenrechter verzoeken voor de mondelinge behandeling meer tijd te reserveren.
De mondelinge behandeling geschiedt in beginsel in het openbaar. Op een verzoek om de deuren geheel of gedeeltelijk te sluiten wordt aan het begin van de mondelinge behandeling beslist, na het horen van partijen (en eventuele belanghebbenden).
De behandeling van zaken betreffende het personen- en familierecht geschiedt in beginsel met gesloten deuren.
Partijen kunnen op de mondelinge behandeling een pleitnotitie voordragen en overleggen.
De behandeling van de zaak kan op de mondelinge behandeling op verzoek van een partij of ambtshalve worden aangehouden tot een bepaalde dag en tijdstip of een pro forma datum en tijdstip zie 17.7 Bijlage VII.
Een verzoek tot voortzetting van de behandeling wordt schriftelijk gedaan, onder vermelding van de verhinderdata van (de behandelend advocaten van) alle verschenen partijen.
Indien de gedaagde partij niet op de mondelinge behandeling verschijnt en alle wettelijke formaliteiten in acht zijn genomen, wordt verstek tegen haar verleend.
Tot aan de uitspraak van het eindvonnis kan de gedaagde partij het verstek zuiveren door indiening van een hiertoe strekkend schriftelijk bericht. Het bepaalde in artikel 13.3 is op een dergelijk bericht niet van toepassing.
Indien het verstek is gezuiverd, verzoekt de partij zo spoedig mogelijk om bepaling van een dag en tijdstip voor voortzetting van de mondelinge behandeling. Het verzoek wordt schriftelijk gedaan, onder vermelding van de verhinderdata van (de behandelend advocaten van) alle partijen.
Een uitspraak kan schriftelijk of mondeling op de mondelinge behandeling worden gedaan. Een mondelinge uitspraak wordt zo spoedig mogelijk gevolgd door een schriftelijke uitwerking daarvan of wordt gedaan op de wijze als bedoeld in artikel 29a Rv (voorheen artikel 30p Rv).
De schriftelijke uitspraak kan worden gedaan op een vaste dag en vast tijdstip, zie 17.8 Bijlage VIII.
De dag en het tijdstip van de schriftelijke uitspraak worden tijdens de mondelinge behandeling aan partijen medegedeeld.
Tenzij op de mondelinge behandeling mondeling uitspraak is gedaan, wordt op eenstemmig schriftelijk verzoek van partijen de uitspraak één maal uitgesteld tot een nader bepaalde dag en een nader bepaald tijdstip.
De voorzieningenrechter neemt geen kennis van berichten van een partij die hem bereiken nadat uitspraak is bepaald, tenzij blijkt dat de wederpartij en de eventuele overige partijen ermee hebben ingestemd dat het bericht ter kennis van de voorzieningenrechter wordt gebracht.
Tenzij op de mondelinge behandeling mondeling uitspraak is gedaan, verstrekt de griffier bij de uitspraak een afschrift van het vonnis aan de in de procedure verschenen partijen.
In bijzonder spoedeisende gevallen kan een afschrift van een verkort vonnis worden afgegeven, dat zo spoedig mogelijk nadien wordt gevolgd door afgifte van een afschrift van de uitgewerkte versie daarvan.
Indien mondeling uitspraak is gedaan als bedoeld in artikel 29a Rv (voorheen artikel 30p Rv), wordt binnen twee weken daarna een afschrift van een proces-verbaal verstrekt van de mondelinge behandeling waarop de uitspraak is gedaan. De partij die tot tenuitvoerlegging kan overgaan, ontvangt het afschrift van het proces-verbaal in executoriale vorm.
Indien digitaal wordt geprocedeerd, wordt het vonnis ook digitaal ter beschikking gesteld. Van het vonnis wordt aan de partij die daarbij belang heeft, op verzoek ook een voor tenuitvoerlegging bestemd afschrift (grosse) verstrekt. De grosse wordt altijd op papier verstrekt.
Nadat de zaak is uitgeroepen, kan de procedure op eenstemmig verzoek van de verschenen partijen of ambtshalve worden doorgehaald.
Voor de pers gelden de regels zoals vermeld in de landelijke Persrichtlijn Gerechten. https://www.rechtspraak.nl/Persinformatie/Paginas/persrichtlijnen.aspx
Het LOVCK heeft dit gewijzigde reglement goedgekeurd. Het LOVF heeft ingestemd met de aanpassingen. De gerechtsvergaderingen van alle rechtbanken hebben dit gewijzigde reglement vastgesteld.
De veertiende versie van dit reglement treedt in werking op 1 juli 2023.
Bij dit reglement horen bijlagen. De bijlagen zijn te vinden in de digitale versie die wordt gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-17020.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.