Regeling van de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, bedoeld in artikel 4af van de Wegenverkeerswet 1994 van 6 december 2022, houdende regels inzake mandaat voor het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

De directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen,

Gelet op artikel 4af van de Wegenverkeerswet 1994, op artikel 3, derde lid van het Reglement Directie Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (ex artikel 4 ad, vijfde lid Wegenverkeerswet 1994),

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. AVG:

Algemene Verordening Gegevensbescherming;

b. CBR:

Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, bedoeld in artikel 4z van de Wegenverkeerswet 1994;

c. CIO:

Chief Information Officer en manager van de stafafdeling ICT;

d. mandaat:

de bevoegdheid om in naam van de directie van het CBR besluiten te nemen;

e. UAVG:

Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming;

f. WOO:

Wet Open Overheid;

g. WVW 1994:

Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze regeling is niet van toepassing op personele aangelegenheden.

Artikel 3. Bevoegdheid mandaatgever

  • 1. De mandaatgever blijft bevoegd tot uitoefening van de bevoegdheid waarop het mandaat betrekking heeft.

  • 2. De mandaatgever kan het mandaat te allen tijde intrekken.

  • 3. De mandaatgever kan over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid algemene en bijzondere aanwijzingen geven.

Artikel 4. Bevoegdheid gemandateerden

  • 1. Naast het uitoefenen van de gemandateerde bevoegdheid zijn gemandateerden tevens bevoegd correspondentie te voeren met betrekking tot de bevoegdheid waartoe zij gemandateerd zijn.

  • 2. Elk mandaat bestaat slechts binnen de door de mandaatgever gestelde grenzen of eerder genomen besluiten. De gemandateerde is niet bevoegd om van deze grenzen of eerder genomen besluiten af te wijken of deze te wijzigen.

  • 3. De gemandateerde verschaft de mandaatgever inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.

Artikel 5. Beperkingen van mandaat

  • 1. Mandaat heeft geen betrekking op:

    • a. het beslissen op een bezwaarschrift onverminderd het bepaalde in artikelen 16 en 23;

    • b. het uitoefenen van bevoegdheden of andere handelingen met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat verzet;

    • c. het uitoefenen van bevoegdheden of andere handelingen waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat verzet;

    • d. het afdoen van stukken bestemd voor:

      • 1°. een Minister of een Staatssecretaris;

      • 2°. de Raad van State, behoudens de Afdeling bestuursrechtspraak;

      • 3°. de Nationale ombudsman;

      • 4°. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges;

      • 5°. autoriteiten in binnen- en buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een Minister of of een Staatssecretaris.

  • 2. Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat verzet zijn in ieder geval:

    • a. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen;

    • b. het vaststellen van (beleids-) regelgeving en voorschriften met externe werking.

  • 3. Handelen krachtens bij deze regeling verleende mandaat is niet toegestaan bij aangelegenheden waarbij de gemandateerde belanghebbende is.

Artikel 6. Uitoefening mandaat

  • 1. Een door de gemandateerde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid verrichte rechtshandeling geldt als een rechtshandeling van de mandaatgever.

  • 2. Bij de uitoefening van het mandaat vermeldt de gemandateerde dat de rechtshandeling namens de directie wordt verricht.

Artikel 7. Verlenen ondermandaat

  • 1. De gemandateerd divisiemanager of stafmanager kan ondermandaat verlenen aan een aan hem ondergeschikte functionaris in dienst bij het CBR. De gemandateerde is bevoegd binnen de grenzen van het aan hem verleende mandaat algemene en bijzondere aanwijzingen te geven.

  • 2. De ingevolge het eerste lid ondergemandateerden zijn niet bevoegd ondermandaat aan anderen te verlenen.

  • 3. Het ondermandaat wordt schriftelijk verleend.

Artikel 8. Ondertekening

  • 1. Een met toepassing van het mandaat opgemaakt stuk wordt als volgt ondertekend:

    De directie van het CBR,

    namens deze:

    (functie)

    (handtekening) (naam)

  • 2. Een met toepassing van mandaat opgemaakt stuk wordt niet ondertekend door het plaatsen van een handtekeningstempel.

  • 3. Degene die bevoegd is tot het ondertekenen van stukken is ook bevoegd tot het digitaal ondertekenen van stukken.

Artikel 9. Vervanging

  • 1. Bij afwezigheid of verhindering van een mandateerde wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering de volmacht uitgeoefend conform de door de directie vastgestelde vervangingsregeling.

  • 2. Bij afwezigheid of verhindering van een gemandateerde is de vervanger niet bevoegd tot het verlenen of intrekken van ondermandaat tenzij deze vervanger een directielid of directie betreft.

§ 2. Mandaat directieleden

Artikel 10. Directieleden

De aan de directie toekomende bevoegdheid wordt verleend aan:

  • a. de algemeen directeur van het CBR;

  • b. de financieel directeur, tevens directeur bedrijfsvoering van het CBR.

§ 3. Mandaat divisie CCV

Artikel 11. Divisiemanager CCV

Aan de divisiemanager CCV wordt mandaat verleend voor:

  • a. het besluiten op verzoeken op grond van de WOO, de AVG en de UAVG voor zover betrekking hebbend op de divisie CCV;

  • b. de uitvoering van de taken en het nemen van de hieruit voortvloeiende besluiten bedoeld in:

    • 1°. artikel 4aa, eerste lid onder j, k, l, m en n WVW 1994;

    • 2°. artikel 4aa, eerste lid onder o en q WVW 1994 voor zover betrekking hebbend op de divisie CCV;

    • 3°. artikel 151f, eerste, derde, vierde en vijfde lid WVW 1994;

    • 4°. artikel 1 Regeling vakbekwaamheid beroepspersonenvervoer;

    • 5°. artikel 1 Regeling taken Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen;

    • 6°. artikel 5 Regeling wegvervoer goederen;

    • 7°. artikel 2.2 onder a 1°, artikel 2.9, vierde lid, sub b, zesde lid, sub b, onder 3, sub a en b, zevende lid, sub c, sub d en sub e en artikel 6.9 Binnenvaartregeling;

    • 8°. artikel 1 Erkenningsbesluit instantie Besluit inzamelen afvalstoffen;

    • 9°. artikel 1 Besluit aanwijzing exameninstellingen binnenvaart 2019;

    • 10°. artikel 1 Besluit tot goedkeuring examenreglementen en examenprogramma’s voor de binnenvaart 2020;

    • 11°. artikel 1a, 3 en 15, vierde lid, Examenreglement voor luchtvarenden 2004;

    • 12°. artikel 2, sub c, bijlage 3, artikel 1, eerste lid Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen;

    • 13°. artikel 1, sub c, bijlage 3, artikel 1, eerste lid Regeling vervoer over binnenwateren van gevaarlijke stoffen;

    • 14°. artikel 15, tweede lid, bijlage c, paragraaf 2, artikel B sub 1 Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV;

    • 15°. artikel 4.7, eerste en tweede lid Regeling houders van dieren;

    • 16°. artikel 25 Regeling vakbekwaamheid bestuurders 2012.

§ 4. Mandaat divisie Rijgeschiktheid

Artikel 12. Divisiemanager Rijgeschiktheid

Aan de divisiemanager Rijgeschiktheid wordt mandaat verleend voor:

  • a. het besluiten op verzoeken op grond van de WOO, de AVG en de UAVG voor zover betrekking hebbend op de divisie Rijgeschiktheid;

  • b. de uitvoering van de taken en het nemen van de hieruit voortvloeiende besluiten, bedoeld in artikel 4aa, eerste lid onder b, c, d, f, g, h en i WVW 1994;

  • c. de uitvoering van de taken en het nemen van de hieruit voortvloeiende besluiten, bedoeld in artikel 4aa, eerste lid onder o en q WVW 1994 voor zover betrekking hebbend op de divisie Rijgeschiktheid.

Artikel 13. Manager Beoordeling Rijgeschiktheid

  • 1. Aan de manager Beoordeling Rijgeschiktheid wordt mandaat verleend voor de uitvoering van de taken en het nemen van de besluiten bedoeld in de artikelen 131 t/m 134a WVW 1994.

  • 2. Het mandaat wordt niet verleend voor de vaststelling van kosten door het CBR, bedoeld in de artikelen 132a, tweede en derde lid, 133, vierde en vijfde lid en 134, derde lid WVW 1994.

Artikel 14. Hoofd Medische Zaken en senior medisch adviseurs

Aan het hoofd Medische Zaken en de senior medisch adviseurs wordt mandaat verleend voor:

  • a. het nemen van de besluiten en het uitvoeren van de taken bedoeld in de artikelen 101 t/m 103 Reglement Rijbewijzen;

  • b. het nemen van besluiten op grond van ex artikel 104 Reglement Rijbewijzen ingediende verzoeken;

  • c. het nemen van de besluiten en het uitvoeren van de taken bedoeld in artikel 104 Reglement Rijbewijzen.

Artikel 15. Medisch adviseurs

Aan de medisch adviseurs wordt mandaat verleend voor de taken bedoeld in artikel 14 onder a.

Artikel 16. Manager bezwaar en beroep

Aan de manager bezwaar en beroep wordt mandaat verleend voor:

  • a. het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten die zijn genomen in het kader van de uitvoering van taken bedoeld in de artikelen 12 onder b en c, 13, 14 en 15;

  • b. het nemen van besluiten over het voeren van verweer in bestuursrechtelijke procedures gericht tegen besluiten op grond van de in het eerste lid genoemde taken alsmede het verrichten van alle handelingen hiertoe inclusief de vertegenwoordiging ter zitting.

§ 5. Mandaat divisie Rijvaardigheid

Artikel 17. Divisiemanager Rijvaardigheid

  • 1. Aan de divisiemanager Rijvaardigheid wordt mandaat verleend voor:

    • a. het besluiten op verzoeken op grond van de WOO, de AVG en de UAVG voor zover betrekking hebbend op de divisie Rijvaardigheid;

    • b. het uitvoeren van de taken en het nemen van de hieruit voortvloeiende besluiten bedoeld in artikel 4aa, eerste lid onder a en r WVW 1994;

    • c. het uitvoeren van de taken en het nemen van de hieruit voortvloeiende besluiten bedoeld in artikel 4aa, eerste lid onder o, q en s WVW 1994, voor zover betrekking hebbend op de divisie Rijvaardigheid.

  • 2. Bij de toepassing en uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4aa, eerste lid onder a WVW 1994 neemt de divisiemanager Rijvaardigheid het bepaalde in artikel 4aa, tweede lid WVW 1994 in acht.

§ 6. Mandaat divisie Theorie

Artikel 18. Divisiemanager Theorie

  • 1. Aan de divisiemanager Theorie wordt mandaat verleend voor:

    • a. het besluiten op verzoeken op grond van de WOO, de AVG en de UAVG voor zover betrekking hebbend op de divisie Theorie;

    • b. de uitvoering van de taak en de hieruit voortvloeiende besluiten bedoeld in artikel 4aa, eerste lid onder a WVW 1994, voor zover betrekking hebbend op het theoretisch examen;

    • c. het uitvoeren van de taken bedoeld in artikel 4aa, eerste lid onder o en q WVW 1994, voor zover betrekking hebbend op de divisie Theorie.

  • 2. Bij de toepassing en uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4aa, eerste lid onder a WVW 1994 neemt de divisiemanager Theorie het bepaalde in artikel 4aa, tweede lid WVW 1994 in acht.

§ 7. Mandaat stafafdelingen

Artikel 19. Functionaris Gegevensbescherming

Aan de Functionaris Gegevensbescherming wordt mandaat verleend voor het melden van datalekken bij de Autoriteit Persoonsgegevens op grond van de AVG en de UAVG.

Artikel 20. Klachtenmanager

Aan de klachtenmanager wordt de bevoegdheid verleend voor het afhandelen van klachten bedoeld in de artikelen 9:1 e.v. Awb.

Artikel 21. Recordmanager

Aan de recordmanager wordt mandaat verleend voor het uitvoeren van de taken en het nemen van besluiten bedoeld in de CBR Beheerregeling informatie-en archiefbeheer 2023.

Artikel 22. Manager Expertisecentrum Klant en Communicatie

Aan de manager Expertisecentrum Klant en Communicatie wordt mandaat verleend voor het uitvoeren van de taak en de hieruit voortvloeiende besluiten bedoeld in artikel 4aa eerste lid onder s WVW 1994.

Artikel 23. Manager Juridische Zaken

Aan de manager Juridische Zaken wordt mandaat verleend voor:

  • a. het nemen van besluiten tot het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures, eisend en verwerend, namens de directie alsmede het verrichten van alle handelingen hiertoe inclusief de vertegenwoordiging ter zitting;

  • b. het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten die zijn genomen op grond van de Awb, uitgezonderd de beslissingen op bezwaar zoals bedoeld in artikel 16 onder a, de WOO, de AVG en de UAVG.

§ 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 24. Evaluatie

De directie evalueert deze regeling tweejaarlijks, voor het eerst uiterlijk 31 december 2024.

Artikel 25. Intrekking

  • 1. De Regeling Mandaat Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van 21 december 2021 (Stcrt-2021-50933, 30 december 2021) wordt ingetrokken.

  • 2. Mandaten, verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, vervallen met ingang van de dag dat deze regeling in werking treedt.

Artikel 26. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag van publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2023.

Artikel 27. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat CBR 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Rijswijk, 6 december 2022

De directie van het CBR

A. Pechtold, algemeen directeur CBR

J.J. Huizing, directeur bedrijfsvoering CBR

TOELICHTING

De bevoegdheden van het CBR komen in beginsel toe aan de directie die het CBR in en buiten rechte vertegenwoordigt. Dit is geregeld de Wegenverkeerswet 1994. De directie kan deze vertegenwoordiging dan wel bevoegdheid opdragen aan individuele directieleden dan wel andere personen. De Regeling mandaat CBR 2023 (hierna: deze regeling) voorziet hierin. Deze regeling vormt onderdeel van een grotere overkoepelend bevoegdhedenproject waarbij de bevoegdheden van het CBR verder worden beschreven en toebedeeld.

De verbetering van de dienstverlening van uitvoeringsorganisaties in de breedte is een belangrijk onderwerp in het politieke en maatschappelijke debat. Richting de toekomst kiest het CBR in zijn positionering nadrukkelijk voor een positie als publieke dienstverlener. Uitvoering van wet- en regelgeving is de taak van het CBR, maar bij de wijze waarop daaraan invulling wordt gegeven vormen de belangen en behoeftes van de klanten van het CBR, burgers, bedrijven en professionals, het startpunt. Dit betekent dat het CBR een omslag wenst te maken van uitvoerder naar publieke dienstverlener. Een dergelijke omslag vergt een interne inrichting die dit mogelijk maakt.

Deze interne inrichting is in 2022 aangepast en verder geprofessionaliseerd. Daarbij is het uitgangspunt van integraal management richtinggevend geweest maar ook het bundelen van expertise, het professionaliseren van de interne organisatie en het verbinden van divisies en stafafdelingen door meer nadruk op samenwerking en overleg.

Dit alles heeft gevolgen voor de Regeling Mandaat Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van 21 december 2021, die verouderd is en niet meer aansluit op de gewijzigde interne inrichting. Deze regeling wordt vervangen door de Regeling mandaat CBR 2023. In deze nieuwe regeling zijn de bevoegdheden voor het management aangepast aan de dagelijkse praktijk van integraal management. Zo zijn de managers van de divisies gemandateerd voor het nemen van beslissingen op verzoeken op grond van de WOO, de AVG en de UAVG. Ook de in artikel 4aa, eerste lid WVW 1994 genoemde taken zijn nu gemandateerd aan de divisiemanagers. Daarnaast is in de regeling het mandaat voor met name de manager CCV opgenomen. Van oudsher voert deze divisie veel verschillende wettelijke bevoegdheden uit. Deze zijn in de loop der tijd aangepast en uitgebreid, reden waarom de Regeling hierop is aangepast. Sommige taken van de divisie CCV zijn in mandaat verstrekt door de Minister van IenW en de Staatssecretaris van IenM aan de algemeen directeur van het CBR. Het betreft de taken opgenomen in het Besluit mandaat CBR 2019 en het Besluit mandaat en machtiging theorie-examens luchtvarenden 2016. Voor de specifieke taken die in deze twee laatstgenoemde besluiten zijn vastgelegd, zal de algemeen directeur een ondermandaat verstrekken aan, in ieder geval, de manager CCV.

De Regeling mandaat CBR 2022 heeft geen betrekking op personele aangelegenheden.

Naar boven