Maatwerkbesluit Activiteitenbesluit Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., locatie Zuiderveen, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

1. Onderwerp van de aanvraag

Op 9 mei 2022 is een verzoek voor het vaststellen van maatwerkvoorschriften ingevolge artikel 5.44a derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) ontvangen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (hierna: NAM), kantoor houdend aan de Schepersmaat 2, 9405 TA, te Assen. Op 24 juni 2022 zijn nadere gegevens gevraagd. Deze zijn op 27 juni 2022 ontvangen en aangevuld op 7 juli 2022.

De NAM vraagt ten behoeve van een stookinstallatie voor de regeneratie van glycol een maatwerkvoorschrift voor een hogere emissiegrenswaarde voor stikstofoxiden (hierna: NOx) van 250 mg/Nm3 bij 3% zuurstof (hierna: O2). De stookinstallatie betreft een overhead vapour combustor (hierna: ovc), gestookt op een niet standaard brandstof, zoals bedoeld in paragraaf 5.1.5 van het Activiteitenbesluit. De ovc is gesitueerd op de inrichting Zuiderveen, aan de Botjesweg, 9635 TP in Noordbroek.

2. Bevoegd gezag

Overeenkomstig artikel 1.2, van het Activiteitenbesluit juncto artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) is de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de Staatssecretaris) bevoegd te beslissen op deze aanvraag.

3. Vergunde situatie

Op 25 oktober 2004 heeft de Minister van Economische Zaken een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer met kenmerk E/EP/UM/4066516 verleend voor de inrichting Zuiderveen. Deze vergunning is van rechtswege overgegaan in een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Op 29 mei 2019 heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat onder kenmerk DGKE - 18318190 een maatwerkbesluit genomen. Met dat maatwerkbesluit werd een NOX-emissiegrenswaarde van 250 mg/Nm3 bij 3% O2 voor de ovc toegestaan. Met het maatwerkbesluit werd ook een beperking opgelegd, namelijk dat de ovc uiterlijk tot en met 29 mei 2023 in bedrijf mocht zijn, tenzij de NAM binnen een jaar na het van kracht worden van het maatwerkbesluit een nieuwe toets zou indienen voor het toepassen van maatregelen waarmee de NOx-emissieconcentratie van de ovc gereduceerd kon worden.

De NAM heeft niet binnen een jaar na het van kracht worden van het maatwerkbesluit een nieuwe toets ingediend voor het toepassen van maatregelen waarmee de NOx-emissieconcentratie van de ovc gereduceerd kon worden, omdat de NAM voornemens was de inrichting Zuiderveen per 1 april 2021 buiten gebruik te stellen, omdat deze door de afbouw van de gaswinning uit het Groningen veld niet meer nodig was. De Minister heeft echter in september 2021 geen toestemming verleend om de locatie te sluiten. Dit vanwege vertraging met betrekking tot de nieuw te bouwen stikstofinstallatie in Zuidbroek en daaraan gekoppelde risico's voor leveringszekerheid van aardgas in Nederland.

4. Procedure

Voor het tot stand komen van deze beschikking is de reguliere voorbereidingsprocedure van paragraaf 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Van deze beschikking wordt, gelet op artikel 1.9 van het Activiteitenbesluit kennis gegeven in de Staatscourant.

5. Algemene regels (met daarbij behorende regelingen)

De NAM past glycol toe als adsorptiemiddel voor het drogen van gas bij gaswinning. Regeneratie van het gebruikte glycol vindt veelal plaats middels een glycolfornuis. Door verhitting in het fornuis verdampt het water uit het glycol, waarna het glycol weer opnieuw gebruikt kan worden. Glycolfornuizen stoken vaak “ruw” aardgas. Er zijn ook installaties (zoals in dit geval) waar organische dampen worden meegestookt, of installaties die alleen maar stoken op deze dampen. Deze installaties zijn ook bekend als ovc's. Het doel van het (mee) stoken van organische dampen is:

  • het voorkomen dat de (schadelijke) dampen direct in het milieu terecht komen;

  • energiebesparing door het nuttig gebruiken van de energie-inhoud van de (schadelijke) dampen.

Emissiegrenswaarde stookinstallatie (niet standaard brandstof)

De emissiegrenswaarde voor NOx van een niet standaard brandstof gestookte stookinstallatie zoals bedoeld in artikel 5.44 tweede lid onder a, is conform artikel 5.44a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit maximaal 70 mg/Nm^ bij 3% O2.

Binnen sommige aardgasvelden vinden fluctuaties in de samenstelling van het gewonnen aardgas plaats. Hierdoor varieert de stookwaarde van het gas en daarmee de emissie van NOx. Indien de geografische ligging, de plaatselijke milieuomstandigheden of de technische kenmerken van de betrokken installatie daartoe aanleiding geven, kan op grond van artikel 5.44a, derde lid van het Activiteitenbesluit een hogere emissiegrenswaarde voor NOx worden vastgesteld. Voor ovc's die voor 20 december 2018 in gebruik zijn genomen, waarbij het doel het (mee)stoken van organische dampen is, kan op grond van artikel 5.44a, derde lid een maatwerkbesluit worden genomen voor een emissiegrenswaarde voor NOx van ten hoogste 250 mg/Nm3 bij 3% O2.

Kosteneffectiviteit

Bij het nemen van een maatwerkbesluit moet rekening worden gehouden met de kosteneffectiviteit en de integrale afweging hierin. Elementen die onder andere een rol spelen bij deze afweging zijn:

  • fluctuaties in de samenstelling van het gewonnen aardgas;

  • (mee)stoken van organische dampen;

  • restlevensduur van het gasveld.

6. Adviseurs

In de Mijnbouwwet worden overheidsorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in de Mijnbouwwet is de aanvraag ter advies gestuurd aan de Inspecteur generaal der Mijnen (hierna: Staatstoezicht op de Mijnen, SodM).

7. Adviezen m.b.t. vergunningaanvraag

Door SodM is advies uitgebracht in de vorm van het uitvoeren van een handhavings-uitvoeringstoets van het concept maatwerkbesluit.

8. Beoordeling aanvraag maatwerkvoorschriften

  • 1. De ovc binnen de inrichting Zuiderveen verbrandt gassen die, als ze in de lucht zouden worden geëmitteerd, tot een grotere milieuschade zouden leiden, dan de producten die vrijkomen bij de verbranding van die desbetreffende gassen. Het gaat hierbij om benzeenrijke afgasstromen die bij de gasbehandeling vrijkomen;

  • 2. De warmte die vrijkomt bij de verbranding van de gassen wordt voor een deel doelmatig gebruikt voor het regenereren van glycol;

  • 3. De ovc binnen de inrichting Zuiderveen verbrandt gassen, die een niet standaard brandstof zijn, als bedoeld in paragraaf 5.1.5 het Activiteitenbesluit;

  • 4. De ovc binnen de inrichting Zuiderveen is voor 20 december 2018 in gebruik genomen. Dit is op grond van artikel 5.44, derde lid, van het Activiteitenbesluit een voorwaarde om maatwerkvoorschriften te kunnen vaststellen, waarbij een emissiegrenswaarde voor NOx kan worden vastgesteld van ten hoogste 250 mg/Nm3 bij 3% O2.;

  • 5. In 2021 heeft de Minister na een daartoe strekkend verzoek van de NAM besloten dat de inrichting Zuiderveen nog niet uit bedrijf mocht worden genomen in verband met de leveringszekerheid voor gas. De Staatssecretaris zal na een daartoe strekkend verzoek opnieuw een besluit daarover moeten nemen. Op dit moment is nog niet duidelijk tot wanneer de inrichting Zuiderveen in bedrijf moet worden gehouden;

  • 6. Omdat in het maatwerkbesluit van 29 mei 2019 met kenmerk DGKE – 18318190 naast een NOx-emissiegrenswaarde van 250 mg/Nm3 bij 3% O2 ook een beperking werd opgelegd, namelijk dat de ovc binnen de inrichting Zuiderveen tot en met 29 mei 2023 in bedrijf mocht zijn, moest de NAM een nieuw verzoek tot maatwerk indienen om tegemoet te komen aan de wens om de inrichting langer in bedrijf te houden dan door de NAM voorzien en gewenst;

  • 7. Bij het aanvragen van maatwerkvoorschriften, schrijft het Activiteitenbesluit voor dat er een berekening van de kosteneffectiviteit moet worden uitgevoerd. De NAM heeft bij de aanvraag om maatwerkvoorschriften een document, genaamd “Haalbaarheidsonderzoek NOx emissie reductie van ovc’s op productielocaties in Groningen” (21 maart 2022) overgelegd;

  • 8. Uit dit document blijkt dat er geen nageschakelde technieken zijn aan te wijzen die kosteneffectief zijn. Meer concreet gesteld zijn de kosten van de meest efficiënte technologie, (Selectieve Katalytische Reductie) of de kosten van een de meest kosten potentiële optie (low NOx brander), hoger dan € 20,– per kilogram vermeden NOx;

  • 9. De kosteneffectiviteit is berekend over een periode van acht jaar. Bijlage 2 genaamd “Standaard berekeningswijze van de kosteneffectiviteit” van het Activiteitenbesluit schrijft voor dat een berekening moet worden uitgevoerd over een periode van 10 jaar. De NAM heeft desgevraagd aangegeven te hebben gerekend over een periode van acht jaar, omdat de inrichting naar verwachting ruim voor het verstrijken van een periode van acht jaar al is gesloten. De staatsecretaris begrijpt deze redenering, maar stelt desondanks een maatwerkvoorschrift vast wat er op ziet dat een berekening over een periode van 10 jaar wordt uitgevoerd;

  • 10. De geografische ligging en de plaatselijke milieuomstandigheden van de ovc, namelijk de ruime afstand van woningen, zijn zodanig dat het nemen van een maatwerkbesluit, waarbij een emissiegrenswaarde voor NOx wordt vastgesteld van ten hoogste 250 mg/Nm3 bij 3% O2 gerechtvaardigd is;

  • 11. De technische kenmerken van de installatie, namelijk de milieu hygiënische verantwoorde verwerking van schadelijke dampen, waardoor de uitstoot van NOx onvermijdelijk hoger is, maakt dat het nemen van een maatwerkbesluit, waarbij een emissiegrenswaarde voor NOx wordt vastgesteld van ten hoogste 250 mg/Nm3 bij 3% O2 gerechtvaardigd is;

  • 12. Aan de hand van de op 24 juni 2022 bij de aanvraag gevoegde AERIUS berekening met een toelichting is beoordeeld of de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied dan wel beschermd natuurmonument kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor een gebied is aangewezen. Er is geconstateerd dat het nemen van een maatwerkbesluit, waarbij een emissiegrenswaarde voor NOx wordt vastgesteld van ten hoogste 250 mg/Nm3 bij 3% O2 geen negatief effect heeft op habitats in Natura 2000- gebieden die gevoelig zijn voor stikstofdepositie.

9. Conclusie

Gelet op de aanvraag en de voorwaarden voor het nemen van een maatwerkbesluit zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit, waarbij een emissiegrenswaarde voor NOx wordt vastgesteld van ten hoogste 250 mg/Nm3 bij 3% O2, ziet de Staatssecretaris geen aanleiding om het verzoek tot het vaststellen van maatwerkvoorschriften te weigeren.

10. Beschikking

Gelet op het voorgaande besluit de Staatssecretaris:

  • 1) het maatwerkbesluit van 29 mei 2019 met kenmerk DGKE – 18318190 in te trekken;

  • 2) De maatwerkvoorschriften zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beschikking vast te stellen voor de inrichting Zuiderveen.

11. Publicatie en bezwaar

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift afloopt. Voor meer informatie over de rechtsmiddelen die kunnen worden aangewend tegen een besluit van de overheid, wordt verwezen naar de brochure “rechtsmiddelen (bezwaar en beroep) tegen beslissing overheid”. Dit document is te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2015/04/14/bezwaar-en-beroep-tegen-een-beslissing-van-de-overheid

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, namens deze, K.L. Hansma Directeur Transitie Diepe Ondergrond

BIJLAGE 1 VOORSCHRIFTEN

  • 1) de vergunninghouder stelt de stookinstallatie, OVC F-5001 vóór 29 mei 2027 buiten gebruik, tenzij deze stookinstallatie voldoet aan de emissiegrenswaarde van het Activiteitenbesluit.

  • 2) de NOx-concentratie in het rookgas van de OVC F-5001 als bedoeld in artikel 5.44a, 3e lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer, is niet hoger dan 250 mg/Nm3 herleid naar een O2 volumeconcentratie van 3% in de afgassen.

  • 3) voor het bepalen van de concentraties NOx in het rookgas worden iedere drie jaar representatieve metingen verricht. De eerste meting vindt plaats binnen 6 maanden na het van kracht worden van dit voorschrift.

  • 4) Het uitvoeren van de metingen geschiedt door een instantie die daarvoor is geaccrediteerd door een accreditatie-instantie of een SCIOS gecertificeerde instantie.

  • 5) De bemonstering, analyse en metingen worden uitgevoerd volgens NEN-EN 14792. Bij toepassing van de hiervoor genoemde normbladen worden de regels voor de meetlocatie, bedoeld in NEN-EN 15259 en / of NPR-8117 toegepast.

  • 6) Binnen een jaar na het van kracht worden van dit besluit wordt ten behoeve van het maatwerkvoorschrift 2 aan de Staatssecretaris een aangepaste haalbaarheidsstudie overgelegd met betrekking tot vermindering van de NOx-emissies door toepassing van emissiebeperkende maatregelen of alternatieve technieken. De haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd conform de bijlage 2 van het Activiteitenbesluit. Een kosteneffectiviteitsberekening maakt deel uit van de haalbaarheidsstudie.

  • 7) In afwijking van voorschrift 6 kan de Staatssecretaris bepalen dat hiervan kan worden afgezien indien de resterende levensduur van de installatie daartoe aanleiding geeft.

Naar boven