Convenant ter voorkoming van ongeoorloofde samenloop van bestuurlijke en strafrechtelijke sancties

Partijen

Partijen die aan de Landelijke Weegploeg financieel deelnemen zijn:

De Stichting Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM)

De Nederlandsche Bank N.V. (hierna: DNB)

De Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (hierna: FIOD)

Het Openbaar Ministerie, Functioneel Parket (hierna: OM)

hierna afzonderlijk te noemen ‘partij’ en gezamenlijk te noemen ‘partijen’,

Overwegingen

In aanmerking nemende dat:

  • Niemand tweemaal mag worden gestraft voor hetzelfde feit;

  • De toezichthouder geen bestuurlijke boete oplegt indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd;

  • Indien terzake van het feit aan de verdachte een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in artikel 5:50, tweede lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is verzonden, dit dezelfde rechtsgevolgen heeft als een kennisgeving van niet verdere vervolging;

  • Het met het oog hierop noodzakelijk is beslissingen omtrent de afdoening van overtredingen van tevoren af te stemmen en daartoe tijdig in overleg te treden;

  • In dit convenant overeengekomen informatieverstrekking wordt uitgevoerd, tenzij daaraan wettelijke beperkingen zijn gesteld;

  • Partijen geen gezamenlijk informatiesysteem houden, de ontvangen persoonsgegevens in gegevensbestanden van partijen verwerkt worden, conform de op de partijen van toepassing zijnde wet- en regelgeving;

  • Partijen ieder voor zich alleen verwerkingsverantwoordelijk zijn voor de verwerking in de eigen gegevensbestanden en de verstrekking vanuit de eigen gegevensbestanden aan elkaar, aan betrokkene(n) en derden.

Gelet op:

  • De wettelijke taak van de FIOD zoals genoemd in artikel 3 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten (hierna: Wbo);

  • De taak van het OM zoals neergelegd in artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: Wet RO);

  • De taken van de AFM en DNB zoals opgenomen in de financiële toezichtwet- en regelgeving.

Komen navolgende overeen:

1. Definities

In dit convenant wordt verstaan onder:

  • 1.1 Betrokkene: betrokkene, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) of artikel 1, onder g, van de Wet politiegegevens (hierna: Wpg), of artikel 1, onder g, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (hierna: Wjsg);

  • 1.2 Persoonsgegevens: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (‘de betrokkene’), zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de AVG;

  • 1.3 Politiegegevens: elk persoonsgegeven dat wordt verwerkt in het kader van de uitvoering van de wettelijke taak van de FIOD, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wbo;

  • 1.4 Verwerkingsverantwoordelijke: de verwerkingsverantwoordelijke, zoals bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de AVG, of artikel 1, onder f, van de Wpg, of artikel 1, onder c, onderdeel 1°, van het Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten (Bpbo), of artikel 1, onder k, van de Wjsg;

  • 1.5 Verwerking: verwerking van persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de AVG;

  • 1.6 Bestuurlijke boete: een bestuurlijke sanctie, zoals bedoeld in artikel 5:40, eerste lid, van de Awb;

  • 1.7 Financiële toezichtwet- en regelgeving: alle wet- en regelgeving, waaronder mede verstaan verordeningen, waarin normen zijn vervat die door DNB en de AFM kunnen worden gehandhaafd met een bestuurlijke boete;

  • 1.8 Overtreding: een schending van financiële toezicht wet- en regelgeving waarvoor zowel een bestuurlijke boete kan worden opgelegd als strafrechtelijke afdoening mogelijk is;

  • 1.9 Verbodsbepaling: een verbodsbepaling die is opgenomen in de financiële toezicht wet- en regelgeving;

  • 1.10 Toezichthouder: de AFM en DNB;

  • 1.11 Strafvorderlijke gegevens: persoonsgegevens of gegevens over een rechtspersoon die zijn verkregen in het kader van een strafvorderlijk onderzoek en die het OM in een strafdossier of langs geautomatiseerde weg in een gegevensbestand verwerkt (artikel 1, onder b, van de Wjsg);

  • 1.12 Recidive: de omstandigheid dat tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaar zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding;

  • 1.13 Weegploeg: de weegploeg, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van dit convenant.

2. Doeleinden

De doeleinden van de samenwerking zijn: ongewenste samenloop van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties voorkomen en wijze van afdoening coördineren.

3. Informatieverstrekking door het OM en de FIOD

Indien en zodra het OM of de FIOD bekend is met feiten, omstandigheden of gedragingen die duiden op een overtreding van financiële toezichtwet- en regelgeving, informeert het de betreffende toezichthouder daarover met het oog op de afstemming over de wijze van afdoening, tenzij zwaarwegende strafvorderlijke- of privacybelangen zich tegen de verstrekking verzetten.

4. Informatieverstrekking door toezichthouders

  • 4.1 Indien en zodra een toezichthouder voornemens is ter zake van een overtreding een bestuurlijke boete op te leggen, informeert deze het OM daarover met het oog op de afstemming over de wijze van afdoening, indien:

    • a. het een overtreding betreft van een verbodsbepaling; of

    • b. het een overtreding betreft van artikel 17 van de verordening (EU) nr. 596/2014 (Verordening Marktmisbruik).

    Na de beslissing in de Weegploeg volgt er een onderzoek. Uitwisseling in dat proces valt onder de bilaterale uitwisseling buiten de Weegploeg.

  • 4.2 Indien en zodra een toezichthouder voornemens is ter zake van andere overtredingen dan bedoeld in het eerste lid een bestuurlijke boete op te leggen informeert hij het OM daarover met het oog op de afstemming over de wijze van afdoening, wanneer:

    • a. sprake is van samenloop van een overtreding met één of meer afzonderlijke gedragingen waarvoor uitsluitend strafrechtelijke afdoening openstaat;

    • b. sprake is van recidive; of

    • c. dit naar het oordeel van de toezichthouder gelet op de specifieke omstandigheden van het geval – beoordeeld in het licht van de ernst van de overtreding, de mate van opzet en verwijtbaarheid, de omvang van de schade en in relatie tot de bescherming van het publiek – geboden is.

5. Afstemming over de wijze van afdoening

  • 5.1 Om de doeleinden van dit convenant te bereiken, verplichten partijen zich tot bepaalde bijdragen. Deze bijdragen worden gezamenlijk door partijen afgestemd. Partijen verplichten zich om bestuursrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen met elkaar af te stemmen en daarover gezamenlijk een besluit te nemen. Het OM altijd kan besluiten tot een strafrechtelijk onderzoek, ook als andere partijen binnen dit convenant het daarmee oneens zijn.

  • 5.2 Indien de toezichthouder is geïnformeerd overeenkomstig artikel 3, besluit hij niet tot het opleggen van een bestuurlijke boete voor de desbetreffende overtreding, dan na afstemming met het OM.

  • 5.3 Wanneer het OM is geïnformeerd overeenkomstig artikel 4, besluit het niet tot opsporing of vervolging over te gaan voor de desbetreffende overtreding, dan na afstemming met de toezichthouder.

  • 5.4 De in het eerste en tweede lid bedoelde afstemming vindt zoveel mogelijk plaats binnen zes weken nadat de informatievoorziening, zoals bedoeld in de artikelen 3 en 4, heeft plaatsgevonden.

  • 5.5 Er kan voor worden gekozen om een zaak, waarbij afzonderlijke overtredingen aan de orde zijn, te splitsen in een bestuursrechtelijk deel en een strafrechtelijk deel.

6. Weegploegen

  • 6.1 Er is een Weegploeg DNB en er is een Weegploeg AFM. Aan de Weegploeg nemen deel het OM, de betrokken toezichthouder en de FIOD. Indien sprake is van een overtreding waarvoor beide toezichthouders bevoegd zijn een bestuurlijke boete op te leggen, nemen beide toezichthouders deel aan de Weegploeg.

  • 6.2 De afstemming op grond van de artikelen 3 en 4 vindt plaats in de Weegploeg. Wanneer de situatie dat naar het oordeel van partijen vereist, vindt buiten de betreffende Weegploeg op ad hoc basis afstemming plaats tussen de betrokken partijen.

  • 6.3 Nadat de informatievoorziening en afstemming, zoals bedoeld in de artikelen 3 en 4, heeft plaatsgevonden, informeert de partij die zorgdraagt voor de afdoening de andere partij omtrent het verloop van de opsporing en vervolging en de genomen beslissingen terzake, respectievelijk het verloop van het opleggen van de bestuurlijke boete en de genomen beslissingen terzake.

7. Grondslagen gegevensverwerking

  • 7.1 De FIOD verwerkt politiegegevens voor zover die verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van de wettelijke taak zoals neergelegd in artikel 3 van de Wbo. De grondslag voor verstrekking van politiegegevens, zoals bedoeld in artikel 8 en artikel 9 van de Wpg, aan DNB en de AFM vindt plaats op grond van artikel 6, eerste lid, van het Bpbo. Verstrekking van politiegegevens aan het OM vindt plaats op basis van artikel 16, eerste lid, van de Wpg.

  • 7.2 Het OM verwerkt strafvorderlijke gegevens, voor zover die verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van artikel 124 van de Wet RO. De wettelijke grondslagen voor gegevensverwerking zijn voor het OM gelegen in de Wjsg. De grondslag voor de verstrekking van strafvorderlijke gegevens door het OM aan alle partijen in het samenwerkingsverband is gelegen in artikel 39f van de Wjsg, respectievelijk:

    • voor partij FIOD artikel 39f, eerste lid, onder a, van de Wjsg

    • voor partij AFM artikel 39f, eerste lid, onder c, van de Wjsg

    • voor partij DNB artikel 39f, eerste lid, onder c, van de Wjsg

  • 7.3 De AFM verstrekt persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is op grond van artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG. De AFM verwerkt de ontvangen gegevens op grond van artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG.

  • 7.4 DNB verstrekt persoonsgegevens, voor zover dit noodzakelijk is op grond van artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG. DNB verwerkt de ontvangen gegevens op grond van artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG.

8. Categorieën betrokkenen en categorieën persoonsgegevens

  • 8.1 In het kader van de samenwerking worden door partijen over de volgende categorieën betrokkenen de volgende categorieën persoonsgegevens verstrekt indien beschikbaar en noodzakelijk.

  • 8.2 Categorie betrokkenen 1, persons of interest (rechtspersoon en/of natuurlijk persoon).

    Persons of interest zijn personen op wie mogelijk een verdenking rust en/of verdachten:

    • a. NAW-gegevens;

    • b. Geboorteplaats en -datum;

    • c. Telefoon- en e-mailgegevens;

    • d. In aanvulling daarop kunnen door de FIOD de volgende politiegegevens worden verstrekt:

      • Politiegegevens, zoals bedoeld in artikel 8 van de Wpg

      • Politiegegevens, zoals bedoeld in artikel 9 van de Wpg

  • 8.3 Categorie betrokkenen 2, betrokken medewerkers van de partijen:

    • a. Naam verstrekkende of behandelende ambtenaar of medewerker;

    • b. Functiebenaming verstrekkende ambtenaar of medewerker;

    • c. Zakelijke telefoon- en e-mailgegevens verstrekkende ambtenaar of medewerker.

9. Wijze van verstrekking

  • 9.1 Persoonsgegevens worden alleen verstrekt door en aan die medewerkers van partijen die door die partijen zijn aangewezen en geautoriseerd voor het verwerken van deze gegevens voor zover dit noodzakelijk is voor hun taak bij het behalen van de doelstellingen van het convenant.

  • 9.2 Politiegegevens kunnen mondeling en/of schriftelijk door de FIOD worden verstrekt via een beveiligde e-mail of mondeling in het overleg van de betreffende Weegploeg.

  • 9.3 Strafvorderlijke en/of justitiële gegevens en/of tenuitvoerleggingsgegevens kunnen mondeling en/of schriftelijk door het OM worden verstrekt via een beveiligde e-mail of mondeling in het overleg van de betreffende Weegploeg.

  • 9.4 Persoonsgegevens kunnen door de partijen worden verstrekt op de volgende wijze: via een beveiligde e-mail of mondeling in het overleg van de betreffende Weegploeg.

  • 9.5 Iedere partij die constateert dat de verstrekte persoonsgegevens niet correct of onvolledig zijn, stelt de andere partijen op de hoogte van correcties van en/of aanvullingen op de persoonsgegevens.

10. Geheimhoudingsplicht

  • 10.1 De partijen dragen er zorg voor dat diegenen die persoonsgegevens verwerken, voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht geldt, verklaren tot geheimhouding over persoonsgegevens en over andere gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of dit uit hun taak voortvloeit.

  • 10.2 Partijen verplichten zich andere partijen op de hoogte te stellen van de voor hen van toepassing zijnde geheimhoudingsplicht.

  • 10.3 De partij die de ontvangen (persoons)gegevens verder verwerkt voor andere doeleinden dan de doeleinden van de samenwerking, zorgt dat alle relevante wet- en regelgeving wordt nageleefd inclusief de vereisten van de AVG en de Wpg.

11. Bewaartermijnen en vernietiging

Partijen zijn gebonden aan de AVG en de overige voor hen relevante wet- en regelgeving (waaronder Archiefwet- en regelgeving) met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens. De gegevens (inclusief alle kopieën en back ups) worden in geval van vernietiging onherstelbaar gewist conform het dataretentiebeleid van de eigen organisatie dan wel geanonimiseerd.

12. Beveiliging

  • 12.1 Partijen beveiligen de persoonsgegevens van de betrokkenen tegen verlies of enige vorm van onrechtmatige verwerking en treffen daartoe de nodige passende technische en organisatorische maatregelen.

  • 12.2 Partijen hebben procedures om de betrouwbaarheid van medewerkers vast te stellen. Onderdeel hiervan is in ieder geval het laten ondertekenen van een geheimhoudingsverklaring en een screening van medewerkers.

  • 12.3 Partijen zijn zich bewust dat, alle afspraken ten spijt, incidenten kunnen optreden met betrekking tot de data die verwerkt wordt in de Weegploeg. Ieder incident aangaande een (mogelijke) inbreuk op de beveiliging van gegevens zoals gedeeld in de Weegploeg wordt zonder vertraging gemeld aan de partij(en) van wie de gegevens eerder zijn ontvangen.

13. Informatieplicht

Ten einde ervoor te zorgen dat personen en organisaties bekend worden met de gegevensuitwisseling in het kader van de samenwerking wordt dit convenant door de deelnemende partijen gepubliceerd op hun website en/of op andere wijze openbaar gemaakt.

14. Rechten van betrokkene

  • 14.1 Betrokkene kan bij een partij of bij partijen een verzoek indienen ter uitoefening van zijn/haar rechten op basis van de AVG.

  • 14.2 Ten aanzien van partijen die persoonsgegevens verwerken op grond van artikel 6, eerste lid, onder e of f, van de AVG kan betrokkene bij die partijen die op grond van die betreffende grondslag gegevens verwerken, te allen tijde bezwaar daartegen aantekenen in verband met zijn bijzondere omstandigheden.

  • 14.3 Indien betrokkene een verzoek richt tot een van de partijen, bericht deze hem bij de beantwoording ook over de identiteit van de andere betrokken partijen waaraan eerder voor de doeleinden van de samenwerking gegevens zijn verstrekt.

15. Schade en kosten

  • 15.1 Een ieder die materiële of immateriële schade heeft geleden ten gevolge van een inbreuk op de voor de partijen van toepassing zijnde wet- en regelgeving, heeft conform artikel 82 van de AVG het recht van de verwerkingsverantwoordelijke schadevergoeding te ontvangen voor de geleden schade.

  • 15.2 Partijen zijn in geval van toerekenbare tekortkoming ieder voor zich aansprakelijk voor schade als gevolg van hun eigen gegevensverwerking dan wel hun verstrekking aan betrokken partijen of derden.

  • 15.3 De partijen berekenen noch verrekenen onderling kosten voor werkzaamheden en middelen van welke aard dan ook voortvloeiende uit dit convenant, aan een in dit convenant genoemde partij.

16. Evaluatie en wijzigingen

  • 16.1 Partijen verplichten zich ten minste eenmaal per drie jaar de samenwerking te evalueren, tenzij er een concrete aanleiding bestaat om eerder te evalueren. Het OM neemt hiertoe het initiatief.

  • 16.2 Indien de evaluatie uitwijst dat het convenant aanpassing behoeft, zal dientengevolge het convenant worden gewijzigd in overeenstemming.

  • 16.3 Wijzigingen en aanvullingen van dit convenant vereisen de goedkeuring, ondertekening en dagtekening van alle partijen.

  • 16.4 Elke partij kan dit convenant door middel van een schriftelijke mededeling aan alle partijen opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van een maand.

  • 16.5 Wanneer een partij het convenant opzegt, blijft het convenant voor de overige partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking zich daartegen niet verzetten.

17. Toetreding

  • 17.1 Partijen worden vooraf op de hoogte gebracht van de voorgenomen toetreding van een nieuwe partij en dan dient er unaniem akkoord te zijn over de toetreding.

  • 17.2 De toetredende partij conformeert zich aan de in dit convenant gestelde afspraken.

  • 17.3 Toetreding vindt plaats door middel van een ondertekening van het addendum door de toetredende partij en ondertekening door de reeds deelnemende partijen

18. Inwerkingtreding

Dit convenant treedt in werking de dag na publicatie in de Staatscourant.

19. Intrekking Convenant ter voorkoming van ongeoorloofde samenloop van bestuurlijke en strafrechtelijke sancties

Het Convenant ter voorkoming van ongeoorloofde samenloop van bestuurlijke en strafrechtelijke sancties van 1 december 2008 (Stcrt. 15 januari 2009, nr. 9) wordt ingetrokken.

Aldus overeengekomen en ondertekend.

De algemeen directeur van de FIOD, N.S.T. Obbink

Het Openbaar Ministerie, het College van procureurs-generaal, te dezen vertegenwoordigd door de hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket, M. Zwinkels

De Stichting Autoriteit Financiële Markten, namens deze: H. van Beusekom

De Nederlandsche Bank N.V., namens deze: E.F. Bos

Naar boven