Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 april 2023, nr. 2023-0000099308, tot afwijking van de artikelen 19, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet en 6, eerste lid, aardbevingsramp onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in verband met de in Turkije en Syrië

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 19, tiende lid, van de Werkloosheidswet, en 6, vijfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;

Besluit:

Artikel 1. Afwijking van artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet

  • 1. In afwijking van artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet heeft de werknemer die verblijft houdt in Turkije of Syrië vanwege bijzondere persoonlijke betrokkenheid bij de gevolgen van de aardbevingen in die landen van 6 en 20 februari 2023, gedurende ten hoogste een periode van een maand recht op uitkering.

  • 2. De periode van een maand, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het tijdstip dat de werknemer, anders dan wegens vakantie, verblijf houdt in Turkije of Syrië.

  • 3. Onder verblijf houden in Turkije of Syrië als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mede verstaan verblijf houden in het buitenland, anders dan Turkije of Syrië, in verband met de reis naar en van Turkije of Syrië.

Artikel 2. Afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen

  • 1. In afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen heeft de persoon die verblijf houdt in Turkije of Syrië vanwege bijzondere persoonlijke betrokkenheid bij de gevolgen van de aardbevingen in die landen van 6 en 20 februari 2023, gedurende ten hoogste een periode van een maand recht op uitkering.

  • 2. De periode van een maand, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het tijdstip dat de persoon, anders dan wegens vakantie, verblijf houdt in Turkije of Syrië.

  • 3. Onder verblijf houden in Turkije of Syrië als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mede verstaan verblijf houden in het buitenland, anders dan Turkije of Syrië, in verband met de reis naar en van Turkije of Syrië.

Artikel 3. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 6 februari 2023.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

TOELICHTING

Het kabinet heeft met ontsteltenis kennisgenomen van de ernstige gevolgen van de aardbevingen die Turkije en Syrië op 6 en 20 februari 2023 hebben getroffen. Het is van mening dat deze ernstige ramp tot een bijzondere situatie heeft geleid, die net als eerder in 1999 en 2005 een uitzonderlijke benadering vraagt van de Nederlandse overheid. Het kabinet heeft er begrip voor dat mensen die persoonlijk betrokken zijn bij de ernstige toestand in Turkije en Syrië hun verblijf in die landen verlengen of alsnog naar Turkije en Syrië reizen. Gelet op het uitzonderlijke karakter van de ramp die Turkije en Syrië heeft getroffen, is het kabinet van mening dat wet- en regelgeving personen met een bijzondere persoonlijke betrokkenheid niet mogen verhinderen uiting te geven aan hun betrokkenheid en medeleven, bijvoorbeeld door rouwplechtigheden bij te wonen of nabestaanden ter zijde te staan.

Werkloze werknemers die in verband met de gevolgen van de aardbevingen naar Turkije of Syrië zijn gereisd, of hun verblijf daar hebben verlengd, verliezen zonder nadere voorziening echter hun recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) of de Wet Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW). Werkloze werknemers die – anders dan wegens vakantie – in het buitenland verblijven, hebben immers geen recht op uitkering op grond van de WW of de IOW. Indien het verblijf in het door de aardbeving getroffen gebied wordt ingegeven door een bijzondere persoonlijke betrokkenheid van de WW- of IOW-gerechtigde bij slachtoffers van de aardbeving, acht het kabinet het verlies van het uitkeringsrecht op grond van de WW of de IOW evenwel onbillijk.

Onderhavige regeling maakt het mogelijk om af te wijken van de toepassing van artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van de WW en artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de IOW. Deze regeling stelt WW- en IOW-gerechtigden met een bijzondere persoonlijke betrokkenheid bij de gevolgen van de aardbevingen in staat om in 2023 een maand met behoud van het recht op een WW- of IOW-uitkering in Turkije of Syrië te verblijven. WW- of IOW-gerechtigden die ten tijde van de ramp al in verband met vakantie in Turkije of Syrië verbleven, kunnen hun verblijf met behoud van hun WW- of IOW-rechten met een maand verlengen. De regeling staat los van de op grond van artikel 19, negende lid, van de WW en de op grond van artikel 6, zesde lid, van de IOW gestelde regels met betrekking tot de periode gedurende welke de werknemer vakantie kan genieten met behoud van WW- of IOW-uitkering (de vakantieregeling). Het is voor de toepassing van onderhavige regeling derhalve niet nodig dat eerst een (volledig) beroep op de vakantieregeling wordt gedaan.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft.

Deze regeling geldt vanaf het moment van inwerkingtreding en werkt terug tot en met 6 februari 2023. Dat is het moment waarop de eerste aardbevingen plaatsvonden. Het is, gelet op uitkeringsgerechtigden die ten tijde van die eerste aardbevingen al naar Turkije of Syrië zijn gereisd, wenselijk om terugwerkende kracht toe te passen, zodat degenen voor wie deze regeling bedoeld is, gebruik kunnen maken van deze regeling.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

Naar boven