Regeling van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 18 april 2023, nr. 2023-0000203270, tot wijziging van de regeling tot subsidiering van de re-integratiemethode Individuele Plaatsing en Steun voor de gemeentelijke doelgroep (Subsidieregeling IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep) in verband met uitbreiding ondermandaat

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 5, van de Kaderwet SZW-subsidies:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 5 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De colleges kunnen ten aanzien van de besluiten, andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen, bedoeld in het eerst lid, onderdeel a, ondermandaat verlenen of hun andere vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan een daartoe op basis van hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen getroffen gemeenschappelijke regeling aangewezen bevoegde, of aan een organisatie die op basis van een dienstverleningsovereenkomst met het betreffende college taken in naam van dit college uitvoert.

B

In artikel 16, eerste lid, wordt ‘artikel 5, eerste en tweede lid’ vervangen door ‘artikel 5’.

C

In de bijlage bij artikel 16, derde lid, wordt ‘bijvoorbeeld zivver’ telkens vervangen door ‘zivver’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 18 april 2023

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

TOELICHTING

Met deze regeling wordt de mogelijkheid tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van andere bevoegdheden, met betrekking tot de Subsidieregeling IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep, hierna: de subsidieregeling, uitgebreid.

Krachtens de subsidieregeling, beslissen de Colleges van burgemeester en Wethouders in mandaat van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen (hierna: de Minister), o.a. op een subsidieaanvraag door een GGZ-instelling voor een Individuele Plaatsing en Steun traject.

De Minister heeft in de subsidieregeling mandaat verleend aan de Colleges tot het nemen van de besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en heeft daarnaast volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen ter uitoefening van de bevoegdheden vermeld in de subsidieregeling (§1 tot en met §3, met uitzondering van de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 6 en 13, eerste en derde tot en met zesde lid).

De Colleges zijn op basis van de subsidieregeling bevoegd ondermandaat te verlenen of hun andere bevoegdheden door te verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen (artikel 5, tweede lid).

Aangezien meerdere Colleges voor de uitvoering van een gedeelte van hun werkzaamheden gebruik maken van organisaties die niet onder de betreffende Colleges ressorteren, alsmede van gemeenschappelijke regelingen, is in deze wijzigingsregeling de mogelijkheid tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van andere bevoegdheden uitgebreid naar i) daartoe bevoegden op grond van een gemeenschappelijke regeling op basis van hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, en ii) organisaties die in naam van de Colleges taken uitvoeren op basis van een dienstverleningsovereenkomst met de desbetreffende Colleges.

De Wet gemeenschappelijke regelingen voorziet o.m. in de mogelijkheid om een gemeenschappelijke regeling te treffen tussen twee of meer Colleges in het kader van de behartiging van een of meer bepaalde belangen van die Colleges.

Een dienstverleningsovereenkomst tussen een College en een organisatie heeft betrekking op taken van het College op het gebied van werk en inkomen die door de organisatie in naam van het College worden uitgevoerd.

De gemeenschappelijke regelingen alsmede de organisaties die op basis van een dienstverleningsovereenkomst taken in naam van de Colleges uitvoeren, worden hierna ‘de organisaties’ genoemd.

Voor wat betreft de onderliggende subsidieregeling zijn de organisaties waaraan ondermandaat kan worden verleend vermeld op een lijst genaamd ‘Uitvoeringsorganisaties die taken van gemeenten op het gebied van werk en inkomen uitvoeren’, die op 30 maart 2023 is vastgesteld.

Voornoemde lijst voorziet in de navolgende gegevens: naam gemeente, naam organisatie, e-mailadres van de organisatie en telefoonnummer. UWV gebruikt deze lijst om te beoordelen of de aanvragen die UWV ontvangt in het kader van deze regeling in behandeling dienen te worden genomen.

Divosa is eigenaar van voornoemde lijst en verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid daarvan. Divosa en UWV maken onderling concrete afspraken over de actualisatie van deze lijst. Bij wijziging van de lijst informeert Divosa UWV.

Deze uitbreiding tot het verlenen van ondermandaat ziet niet op het mandaat dat de Minister in de subsidieregeling aan de Colleges heeft verleend tot het beschikken op bezwaarschriften en de verlening van volmacht en machtiging voor het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden vermeld in de subsidieregeling. Op voorhand kan niet worden vastgesteld of de organisaties waar op basis van deze wijzigingsregeling ondermandaat aan kan worden verleend, hier adequaat in kunnen voorzien.

De regeling treedt met ingang van 1 mei 2023 in werking. Er wordt afgeweken van de vaste verandermomenten aangezien spoedige inwerkintreding het belang dient van de belanghebbenden bij deze regeling.

Den Haag, 18 april 2023

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

Naar boven