Convenant uitvoering Nationaal Strategisch Plan GLB 2023–2027

Partijen,

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), handelend als bestuursorgaan en

de gedeputeerde staten van de twaalf provincies, handelend als bestuursorgaan

Overwegende dat,

  • Gelet op Verordening (EU) 2021/21151 en Verordening (EU) 2021/21162 heeft de Minister van LNV in december 2021 het Nederlands Nationaal Strategisch Plan GLB 2023–2027 (NSP GLB 2023–2027) ingediend bij de Europese Commissie, die dit plan op 13 december 2022 heeft goedgekeurd;

  • het NSP GLB 2023–2027 is tot stand gekomen in nauwe samenspraak met provincies en waterschappen die hiervoor bestuurlijk medeverantwoordelijk zijn;

  • de uitvoering van het NSP GLB 2023–2027 is verankerd in de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, de Regeling uitvoering NSP GLB 2023–2027 en provinciale verordeningen;

  • aanvullend hierop worden over de uitvoeringsstructuur, uitvoeringskosten en financiële verantwoordelijkheden afspraken vastgelegd in dit convenant,

Spreken het volgende af,

1. Doel

Artikel 1 Doel

  • 1. Ten behoeve van de uitvoering van het NSP GLB 2023–2027 staan in dit convenant afspraken over de uitvoeringsstructuur, uitvoeringskosten en financiële verantwoordelijkheden.

  • 2. Het convenant geldt als kader voor de verdere uitwerking van deze hoofdlijnen in het Aansturingsprotocol NSP GLB 2023–2027 en de daaruit voortvloeiende meerjarige prestatieovereenkomsten.

2. Rollen en verantwoordelijkheden

Artikel 2.1 Uitgangspunten rollen en verantwoordelijkheden

  • 1. Ieder van de partijen voert de maatregelen uit voor zover zijn wettelijke taak of verantwoordelijkheid zich daartoe uitstrekt.

  • 2. Partijen voeren op bestuurlijk en ambtelijk niveau overleg met elkaar.

  • 3. Partijen kunnen wederzijds advies geven en streven naar consensus. Indien noodzakelijk beslist de Minister van LNV.

Artikel 2.2 Minister van LNV

  • 1. De Minister van LNV is de beheersautoriteit als bedoeld in artikel 123 van Verordening (EU) 2021/2115 en is het eerste aanspreekpunt voor de Europese Commissie. De beheersautoriteit is eindverantwoordelijk voor een doelmatige, doeltreffende en correcte wijze van uitvoering en beheer van het NSP GLB 2023–2027.

  • 2. De minister is verantwoordelijk voor de ELGF-regelingen (inkomensregelingen, ecoregelingen, sectorale regelingen) en de landelijke ELFPO-regelingen (landelijke plattelandsinterventies).

Artikel 2.3 Provincies

  • 1. Provincies zijn intermediaire instanties als bedoeld in artikel 3, onderdeel 16, en artikel 123, vierde lid, van Verordening (EU) 2021/2115.

  • 2. Provincies zijn verantwoordelijk voor Agrarisch natuur- en landschapsbeheer, LEADER en provinciale plattelandsinterventies.

Artikel 2.4 Betaalorgaan

  • 1. RVO is het betaalorgaan als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) 2021/2116.

  • 2. Het betaalorgaan is verantwoordelijk voor het beheer en de controle van de uitgaven uit het ELFPO en ELGF zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, van Verordening (EU) 2021/2116.

  • 3. Met uitzondering van het verrichten van betalingen kunnen de betaalorganen de uitvoering van de in de het tweede lid bedoelde taken delegeren.

Artikel 2.5 Delegated body

  • 1. Een delegated body is een dienst die door het betaalorgaan gedelegeerde taken uitvoert zoals bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) 2021/2116.

  • 2. Een delegated body kan taken uitvoeren voor:

    • a. ELFPO-interventies die niet grondgebonden en niet nationaal uniform zijn;

    • b. controle.

Artikel 2.6 Rol Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en waterschappen

Partijen raadplegen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Unie van Waterschappen ten aanzien van de water gerelateerde doelen en interventies.

3. Werkwijze

Artikel 3.1 Openstellingskalender NSP GLB 2023–2027

  • 1. Ten behoeve van de realisatie van de doelen van het NSP GLB 2023–2027 en de efficiënte uitvoering ervan stemmen partijen de inhoud en de planning van nationale en provinciale openstellingen op elkaar af in de Openstellingskalender NSP GLB 2023–2027. Zij besteden hierbij in het bijzonder aandacht aan openstellingen voor maatregelen uit het NSP GLB 2023–2027 die gebaseerd kunnen zijn op zowel nationale als op provinciale regelingen.

  • 2. Indien uit het jaarlijkse prestatieverslag zoals bedoeld in artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) 2021/2116 en in artikel 134 van Verordening (EU) 2021/2115 volgt dat doelen niet voldoende of niet tijdig worden gerealiseerd, passen partijen de Openstellingskalender NSP GLB 2023–2027 aan.

  • 3. Na consultatie van het betaalorgaan wordt de Openstellingskalender NSP GLB 2023–2027 in ieder geval tweemaal per jaar geactualiseerd.

Artikel 3.2 Generieke principes

  • 1. Elke partij die een regeling openstelt, is verantwoordelijk voor de cofinanciering bij de Uniefinanciering van die interventie.

  • 2. Elke partij die een regeling openstelt, zorgt ervoor dat bij het opstellen daarvan wordt bepaald op welke wijze de begunstigde moet rapporteren over de realisatie van de doelen van de verstrekte subsidie.

  • 3. Ten behoeve van de vereenvoudiging van aanvraagprocedures van een subsidie en de beoordeling ervan worden nationale en provinciale openstellingen daar waar de Europese voorschriften dat mogelijk maken vormgegeven volgens het Raamwerk voor uitvoering van subsidies en het Uniform Subsidiekader (RUS-USK).

Artikel 3.3 Communicatie

  • 1. Partijen en het betaalorgaan hebben een gezamenlijke strategie met gedeelde doelen en kernboodschap voor de communicatie en voorlichting inzake het NSP GLB 2023–2027.

  • 2. Partijen zijn verantwoordelijk voor de communicatie en voorlichting over de eigen subsidieregelingen waarmee het NSP GLB 2023–2027 wordt uitgevoerd. De uitvoering hiervan is in lijn met de gezamenlijke strategie voor de communicatie en voorlichting.

4. Overleg

Artikel 4.1 Uitgangspunten overleg

  • 1. Partijen waarborgen dat andere betrokken overheidspartijen en belanghebbenden worden geïnformeerd en geconsulteerd.

  • 2. Een agendalidmaatschap biedt de mogelijkheid om per onderwerp deel te nemen aan een overleg en bij te dragen aan de gedachtevorming ten behoeve van de besluitvorming van de convenantspartijen.

  • 3. In de bijlage bij dit convenant staat een totaaloverzicht van leden en agendaleden van de verschillende gremia.

  • 4. De in artikelen 4.2 tot en met 4.6 beschreven gremia zijn ook van toepassing op de uitfinanciering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 en POP3+ 2021–2022.

Artikel 4.2 Bestuurlijk overleg

  • 1. Het bestuurlijk overleg bestaat uit de Minister van LNV en twee gedeputeerden.

  • 2. Het bestuurlijk overleg bespreekt de voortgang van de realisatie van de doelen van het NSP GLB 2023–2027, de Openstellingskalender en besluit zo nodig over wijziging van het NSP GLB 2023–2027.

  • 3. Het bestuurlijk overleg vergadert tenminste een keer per jaar onder voorzitterschap van de Minister van LNV.

Artikel 4.3 Stuurgroep NSP

  • 1. De stuurgroep NSP bestaat uit vertegenwoordigers van het Ministerie van LNV van in ieder geval de directie Europees, Internationaal en Agro-economisch Beleid (EIA), twee vertegenwoordigers van provincies en RVO.

  • 2. De stuurgroep NSP bespreekt de voortgang van de realisatie van de doelen van het NSP GLB 2023–2027, de Openstellingskalender, adviezen van het Monitoringcomité als bedoeld in artikel 7.2 en bereidt zo nodig een wijziging van het NSP GLB 2023–2027 voor ten behoeve van besluitvorming in het bestuurlijk overleg.

  • 3. De stuurgroep NSP vergadert tenminste tweemaal per jaar onder voorzitterschap van de directeur EIA van het Ministerie van LNV.

Artikel 4.4 Operationeel- en uitvoeringsoverleg NSP (O&U-NSP)

  • 1. Het O&U-NSP bestaat uit vertegenwoordigers van het Ministerie van LNV, de provincies, RVO en de Regieorganisatie GLB.

  • 2. Het O&U-NSP is verantwoordelijk voor de uitvoering van het NSP GLB 2023–2027 en bereidt zo nodig besluitvorming voor door de Stuurgroep NSP met betrekking tot:

    • a. operationele zaken: de voortgang van de realisatie van de doelen van het NSP GLB 2023–2027, de Openstellingskalender en een eventuele wijziging van het NSP GLB 2023–2027;

    • b. uitvoeringszaken: de uitvoeringsopdracht en de uitvoeringskosten van het Agrarisch natuur- en landschapsbeheer, de uitvoeringskosten op grond van artikel 5.4, eerste lid, onder b, organisatorisch voorzieningen en capaciteitstoedeling, en risico’s in de uitvoering;

    • c. financiële zaken: besluitvorming over het dragen van de financiële consequenties bij de uitvoering;

    • d. juridische zaken: bewaking – op basis van advisering van Begeleidingsteams – van het handelen overeenkomstig in het bijzonder het recht van de Europese Unie van de uitvoering van het NSP GLB 2023–2027;

    • e. rapportagezaken: voorbereiding van de jaarlijkse voortgang van het NSP GLB 2023–2027 ten behoeve van de jaarrapportage van de stuurgroep NSP en het Monitoringcomité;

    • f. communicatiezaken: de totstandkoming en voortgang van het communicatieplan over het NSP GLB 2023–2027.

  • 3. Het O&U-NSP vergadert tenminste viermaal per jaar onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de directie EIA van het Ministerie van LNV.

Artikel 4.5 NSP-coördinatieoverleg

  • 1. Het NSP-coördinatieoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van het Ministerie van LNV, de provincies, RVO en de Regieorganisatie GLB.

  • 2. Het NSP-coördinatieoverleg is verantwoordelijk voor afstemming over de gezamenlijke programmering, coördinatie van het opdrachtgeverschap en advisering daarover aan het O&U-NSP.

  • 3. Het NSP-coördinatieoverleg vergadert tenminste viermaal per jaar onder technisch voorzitterschap van de Regieorganisatie GLB.

Artikel 4.6 Begeleidingsteams (B-teams)

  • 1. B-teams beoordelen de EU-conformiteit (handelen overeenkomstig het recht van de Europese Unie) van de uitvoering van maatregelen op grond van het NSP GLB 2023–2027. Zo nodig leggen B-teams zaken ter besluitvorming voor aan het O&U-NSP.

  • 2. Indien dat noodzakelijk is ten behoeve van de afhandeling van vraagstukken of audits, vergaderen B-teams onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de directie EIA van het Ministerie van LNV.

  • 3. Er zijn 4 B-teams:

    • a. B-team ELGF grondgebonden en ELFPO grondgebonden;

    • b. B-team ELGF niet-grondgebonden;

    • c. B-team ELFPO niet-grondgebonden;

    • d. B-team conditionaliteiten.

  • 4. Indien de aard van het vraagstuk daartoe aanleiding geeft, stemmen de B-teams de afhandeling van het vraagstuk onderling af.

  • 5. In 2024 worden de werkzaamheden van de B-teams geëvalueerd en zo nodig wordt de indeling van de B-teams aangepast.

5. Waarborgen en financiële verantwoordelijkheid

Artikel 5.1 EU-conformiteit

  • 1. Elke partij die opdracht geeft voor een interventie is verantwoordelijk voor een implementatie en uitvoering overeenkomstig het Unierecht bij maatregelen die medegefinancierd worden met Uniefinanciering.

  • 2. Het betaalorgaan handelt overeenkomstig het Unierecht en de nationale en provinciale regelgeving.

Artikel 5.2 Financiële verantwoordelijkheid in het kader van conformiteitsprocedures

  • 1. Indien bedragen aan Uniefinanciering worden onttrokken door een constatering van de Europese Commissie op grond van artikel 55 van Verordening (EU) 2021/2116 of van de Certificerende Instantie op grond van artikel 12, tweede lid van Verordening (EU) 2021/2116 dat uitgaven niet in overeenstemming met het Unierecht zijn gedaan, vordert het betaalorgaan deze bedragen, al naar gelang van hun aard, terug bij de begunstigden.

  • 2. Indien de uit Uniefinanciering onttrokken bedragen niet bij begunstigden kunnen worden teruggevorderd, worden ze gedekt door de Rijksbegrotingsreserve Apurement waaraan provincies jaarlijks gezamenlijk bijdragen op basis van een schriftelijk vastgelegde verdeelsleutel.

Artikel 5.3 Financiële verantwoordelijkheid in het kader van de jaarlijkse prestatiegoedkeuring

Indien de Europese Commissie in het kader van de meerjarige prestatiemonitoring op grond van artikel 41 van Verordening (EU) 2021/2116 of de jaarlijkse prestatiegoedkeuring op grond van artikel 54 van Verordening (EU) 2021/2116 het Uniefinancieringsbedrag verlaagt, dan komt deze verlaging voor rekening van de partij(en) die opdracht gaf voor de interventie(s) waarbij de prestatie(s) niet is (zijn) gerealiseerd.

Artikel 5.4 Uitvoeringskosten

  • 1. Partijen dragen gezamenlijk bij aan de uitvoeringskosten en maken over de verdeling daarvan afspraken die worden vastgelegd in het Aansturingsprotocol en de prestatieovereenkomsten met RVO:

    • a. De partij, die een regeling of interventie openstelt, draagt de kosten van de uitvoering daarvan. Dat betreft in ieder geval de uitvoeringskosten (inclusief de ontwikkelkosten voor ICT) van RVO en de controlekosten.

    • b. Partijen dragen naar rato bij aan de kosten van RVO in verband met de implementatie en uitvoering van het NSP GLB 2023–2027 die niet gericht zijn op een specifieke openstelling. Hieronder vallen ook de gebruikskosten van het perceelsregister.

    • c. Partijen dragen de eigen uitvoeringskosten en de accountantskosten voor de uitvoering van de eigen regelingen en interventies.

  • 2. De kosten voor de Regieorganisatie GLB en het GLB-netwerk worden gelijkelijk verdeeld tussen LNV en de provincies zo mogelijk met een bijdrage uit Uniefinanciering op grond van artikel 78 van Verordening (EU) 2021/2115.

  • 3. De ontwikkel- en instandhoudingskosten van het perceelsregister komen voor rekening van het Ministerie van LNV.

6. Rapportages en verantwoording

Artikel 6.1 Rapportages en verantwoording

  • 1. Partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de rapportages en verantwoording aan de Europese Commissie en maken over de werkwijze en deadlines afspraken, die worden vastgelegd in de rapportagekalender.

  • 2. Partijen zorgen er voor dat het betaalorgaan en de Regieorganisatie GLB tijdig beschikken over de kwalitatieve en kwantitatieve gegevens zodat het betaalorgaan op grond van artikel 9, derde lid van Verordening (EU) 2021/2116 de volgende rapportages uiterlijk op 15 februari van het jaar dat volgt op het betrokken landbouwbegrotingsjaar kan indienen bij de Europese Commissie:

    • a. de jaarrekeningen betreffende de uitgaven die gedaan zijn bij de uitvoering van de aan het betaalorgaan toevertrouwde taken, als bedoeld in artikel 63, lid 5, punt a), van het Financieel Reglement, vergezeld van de informatie die vereist is voor de goedkeuring overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EU) 2021/2116;

    • b. het jaarlijkse prestatieverslag zoals bedoeld in artikel 54, lid 1, Verordening (EU) 2021/2116 en in artikel 134 van Verordening (EU) 2021/2115;

    • c. een jaarlijkse samenvatting van de definitieve auditverslagen en van de uitgevoerde controles, een analyse van de aard en de omvang van de geconstateerde fouten en tekortkomingen in de governancesystemen, en een overzicht van de genomen of geplande corrigerende actie, overeenkomstig artikel 63, lid 5, punt b), van het Financieel Reglement;

    • d. een beheersverklaring als bedoeld in artikel 63, lid 6, van het Financieel Reglement.

7. Overige instanties

Artikel 7.1 Regieorganisatie GLB

  • 1. De Regieorganisatie GLB begeleidt de uitvoering van het NSP GLB 2023–2027 en ondersteunt de beheersautoriteit en de provincies.

  • 2. De Regieorganisatie GLB voert het secretariaat van het bestuurlijk overleg, de stuurgroep NSP, O&U-NSP, NSP-coördinatieoverleg en de B-teams en voert al die werkzaamheden uit die voor de taakuitoefening van genoemde gremia noodzakelijk zijn.

  • 3. De Regieorganisatie GLB voert het secretariaat van het Monitoringcomité en voert al die werkzaamheden uit die voor de taakuitoefening van het Monitoringcomité noodzakelijk zijn.

  • 4. De Regieorganisatie GLB organiseert, stimuleert, faciliteert en ondersteunt het GLB-netwerk en de daaraan gelieerde Assembly.

  • 5. De Regieorganisatie GLB draagt zorg voor het communicatieplan over het NSP GLB 2023–2027 waarin de activiteiten en de taakverdeling van partijen bij communicatie en voorlichting staan.

Artikel 7.2 Monitoringcomité

  • 1. Het Monitoringcomité is een Monitoringcomité als bedoeld in artikel 124 van Verordening (EU) 2021/2115. Het Monitoringcomité heeft op grond van het derde en vierde lid van dat artikel een onderzoekstaak en een adviestaak.

  • 2. Het Monitoringcomité bestaat in ieder geval uit ambtelijke vertegenwoordigers van LNV, provincies, waterschappen en gemeenten en regionale en lokale autoriteiten als bedoeld in artikel 106, derde lid, van Verordening (EU) 2021/2115. Vertegenwoordigers van de Europese Commissie nemen met raadgevende stem aan het Monitoringcomité deel.

  • 3. De Minister van LNV benoemt en ontslaat de leden van het Monitoringcomité en publiceert de besluiten in de Staatscourant.

  • 4. Het Monitoringcomité vergadert ten minste een keer per jaar onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de directie EIA van het Ministerie van LNV.

Artikel 7.3 GLB-netwerk, EIP en AKIS

  • 1. Het GLB-netwerk is een nationaal GLB-netwerk als bedoeld in artikel 126 van Verordening (EU) 2021/2115. Het GLB-netwerk voert de taken uit op grond van het vierde lid van dat artikel.

  • 2. Het GLB-netwerk bestaat uit vertegenwoordigers van organisaties en overheidsdiensten, adviseurs, onderzoekers en andere actoren op het vlak van innovatie alsmede andere actoren op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling op nationaal niveau. Het GLB-netwerk faciliteert een gebruikersplatform ten behoeve van het verkrijgen van ervaringen van begunstigden.

  • 3. Het GLB-netwerk ondersteunt het Europees Innovatiepartnerschap voor productiviteit en duurzaamheid in de landbouw (EIP) als bedoeld in artikel 127 van Verordening (EU) 2021/2115.

  • 4. Het EIP ondersteunt het Agricultural Knowledge and Innovation System (AKIS) als bedoeld in artikel 3, negende lid van Verordening (EU) 2021/2115 door beleidsmaatregelen en instrumenten te koppelen teneinde innovatie te versnellen.

  • 5. Het AKIS is de combinatie van de organisatie van en de kennisstromen tussen personen, organisaties en instellingen die kennis voor de landbouw en aanverwante gebieden gebruiken en produceren.

8. Overige bepalingen

Artikel 8.1 Evaluatie en eventuele wijziging van het convenant

  • 1. Partijen evalueren de uitvoering en de werking van dit convenant in 2025.

  • 2. Partijen besluiten in het bestuurlijk overleg over een eventuele wijziging van het convenant.

  • 3. Partijen besluiten in het bestuurlijk overleg over een eventueel meningsverschil over de uitleg of toepassing van het convenant. Indien noodzakelijk beslist de Minister van LNV.

  • 4. Partijen komen overeen dat de nakoming van de afspraken in dit convenant niet in rechte afdwingbaar zijn.

Artikel 8.2 Inwerkingtreding en looptijd

  • 1. Dit convenant treedt in werking met ingang van de dag na goedkeuring van het NSP GLB 2023–2027 door de Europese Commissie.

  • 2. Het convenant eindigt met de financiële afsluiting van het NSP GLB 2023–2027 door de Europese Commissie.

Artikel 8.3 Toepasselijk recht

Op dit convenant is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

Artikel 8.4 Publicatie in Staatscourant

Dit convenant wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 8.5 Titel

Dit convenant wordt aangehaald als: Convenant uitvoering NSP GLB 2023–2027.

13 april 2023

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema

De gedeputeerde van Drenthe, H. Jumelet

De gedeputeerde van Flevoland, H. Hofstra

De gedeputeerde van Fryslân, K. Fokkinga

De gedeputeerde van Gelderland, P. Drenth

De gedeputeerde van Groningen, J. Hamster

De gedeputeerde van Limburg, L. Roefs

De gedeputeerde van Noord-Brabant, E. Lemkes-Straver

De gedeputeerde van Noord-Holland, I. Zaal

De gedeputeerde van Overijssel, G. H. ten Bolscher

De gedeputeerde van Utrecht, M. Sterk

De gedeputeerde van Zeeland, J.-A. de Bat

De gedeputeerde van Zuid-Holland, M. Stolk

BIJLAGE LEDEN EN AGENDALEDEN GREMIA

Bestuurlijk overleg

Leden

– Minister van LNV

– Twee gedeputeerden

Agendaleden

– Minister van Infrastructuur en Waterstaat

– Unie van Waterschappen

Stuurgroep NSP

Leden

– Delegatie van vertegenwoordigers van de directie EIA van het Ministerie van LNV

– Twee vertegenwoordigers van provincies

– RVO

– Regieorganisatie GLB

Agendaleden

– Ministerie van LNV/directie FEZ en directie WJZ

– Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

– Unie van Waterschappen

Operationeel- en uitvoeringsoverleg NSP (O&U-NSP)

Leden

– Ministerie van LNV/directie EIA

– Provincies of hun delegated bodies

– RVO

– Regieorganisatie GLB

Agendaleden

– Ministerie van LNV/directie FEZ en directie WJZ

– Auditdienst Rijk

– NVWA

NSP-coördinatieoverleg

Leden

– Ministerie van LNV/directie EIA

– Provincies of hun delegated bodies

– RVO

– Regieorganisatie GLB

Agendaleden

– Ministerie van LNV/directie FEZ en directie WJZ

– Auditdienst Rijk

– NVWA

– IPO/BIJ12

– Unie van Waterschappen/afvaardiging van waterschappen

B-team ELGF grondgebonden en ELFPO grondgebonden

Leden

– Ministerie van LNV/directie EIA, directie FEZ en directie WJZ

– RVO

– NVWA

– Regieorganisatie GLB

Agendaleden

– Auditdienst Rijk

– BIJ12

B-team ELGF niet-grondgebonden

Leden

– Ministerie van LNV/directie EIA, directie FEZ en directie WJZ

– RVO

– NVWA

– Regieorganisatie GLB

Agendaleden

– Auditdienst Rijk

B-team ELFPO niet-grondgebonden

Leden

– Ministerie van LNV/directie EIA, directie FEZ en directie WJZ

– RVO

– NVWA

– vertegenwoordigers van de provincies uit de vier landsdelen dan wel hun delegated bodies

– Regieorganisatie GLB

Agendaleden

– Auditdienst Rijk

B-team conditionaliteiten

Leden

– Ministerie van LNV/directie EIA, directie FEZ en directie WJZ

– RVO

– NVWA

– Regieorganisatie GLB

Agendaleden

– Auditdienst Rijk


X Noot
1

Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435).

X Noot
2

Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L 435).

Naar boven