Besluit van 24 maart 2023, nr. 2023000802, houdende de instelling van een Staatscommissie MDMA (Instellingsbesluit Staatscommissie MDMA)

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 maart 2023, kenmerk 3553439-10452240-VGP;

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 6, eerste en derde lid, van de Kaderwet adviescolleges en artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. MDMA:

3,4-methyleendioxymethamfetamine;

b. minister:

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

c. staatscommissie:

staatscommissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1. Er is een Staatscommissie MDMA, hierna te noemen: de staatscommissie.

  • 2. De staatscommissie heeft tot taak de status van MDMA in het kader van de volksgezondheid te onderzoeken en de regering te adviseren over de voordelen en nadelen van medicinaal gebruik van MDMA, met inbegrip van een analyse vanuit verschillende disciplines van risico's voor de gezondheid, preventie en de Europese context en relevante verdragen.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag

  • 1. De staatscommissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste 9 andere leden.

  • 2. De voorzitter en leden worden bij ministerieel besluit benoemd.

Artikel 4. Instellingsduur

  • 1. De staatscommissie brengt voor 31 januari 2024 haar eindadvies uit aan de minister.

  • 2. Twee weken na het uitbrengen van het eindadvies, bedoeld in het eerste lid, is de staatscommissie opgeheven.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2023. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 april 2023, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 april 2023.

Artikel 6. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Staatscommissie MDMA.

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de bijbehorende nota van toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 24 maart 2023

Willem-Alexander

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.G.J. Bruins Slot

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

MDMA, officieel 3,4-methyleendioxymethamfetamine en XTC in de volksmond, staat in Nederland op lijst I van de Opiumwet. Het is daarmee gekwalificeerd als een drug met een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid. Toch gebruikte zo’n 3,1 procent van de Nederlandse bevolking – ongeveer 430.000 personen – in 2021 het middel. Daarmee is MDMA na alcohol en cannabis de meest gebruikte uitgaansdrug.1 Niet alleen kan het gebruik van deze stof leiden tot ernstige gezondheidsklachten, maar de productie van MDMA gaat ook gepaard met criminaliteit.

Tegelijkertijd is er vanuit de medische wereld interesse in de therapeutische toepassing van MDMA. Zo komen er vanuit andere landen steeds meer signalen over positieve effecten bij de toepassing van MDMA in combinatie met praattherapie bij de behandeling van post-traumatische stress stoornis (PTSS), alcoholverslaving en angststoornissen. De verwachting is dat de Amerikaanse medicijnautoriteit Food and Drug Administration (FDA) het middel in 2023 of 2024 een medicinale status geeft.2 Daarnaast mogen psychiaters in Australië vanaf juli 2023 MDMA voorschrijven bij behandelingen tegen PTSS.3

In de Nederlandse medische wereld leven veel vragen over de mogelijke inzet van MDMA binnen de GGZ, de bekostiging en de beleidskaders. Daarnaast bestaat de vrees dat patiënten zelf, in een ongecontroleerde omgeving, experimenteren voor therapeutische doeleinden. Wetenschappers publiceerden begin 2022 een manifest waarin werd opgeroepen tot centrale aansturing voor het onderzoek en gebruik van psychedelica – waaronder dus MDMA – voor therapeutische doeleinden4.

Het kabinet erkent dat het onderwerp breed in de samenleving leeft, maar dat er ook diverse vraagstukken spelen rondom de (therapeutische) toepassing van MDMA. Om die reden is in het coalitieakkoord Rutte IV het volgende vastgelegd:

‘Er komt een staatscommissie die de status van XTC (MDMA) in het kader van de volksgezondheid onderzoekt en advies uitbrengt over de voor- en nadelen van medicinaal gebruik, met inbegrip van een analyse vanuit verschillende disciplines van risico’s voor de gezondheid, preventie en de Europese context en relevante verdragen.’5

Er is een noodzaak om het vraagstuk objectief te benaderen vanuit het perspectief van de volksgezondheid, het internationale recht, de Europese context alsmede het veiligheidsdomein. Bovendien ligt het onderwerp gevoelig in de samenleving vanwege de verschillende standpunten over MDMA. Doordat een staatscommissie onafhankelijk werkt, kan worden voorzien in een zo objectief mogelijk advies. De kennis die voor een gedegen advies over dit onderwerp nodig is, is dermate specifiek dat die niet op één bepaald departement aanwezig is, en extern ook niet bij de Gezondheidsraad of de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving. Voorts is daarom besloten tot de instelling van een staatscommissie.

Tijdens het opstellen van het werkprogramma zal de staatscommissie in contact treden met alle relevante instanties en overheidsorganen, alsmede putten uit publicaties die verband houden met het onderwerp. De staatscommissie zal niet zelf klinisch onderzoek doen naar de (schadelijke) effecten van MDMA, aangezien het tijdspad erin voorziet dat er vóór 31 januari 2024 een advies ligt, wat te kort dag is om dergelijk onderzoek deugdelijk uit te voeren.

Artikelsgewijs

Artikel 2. Instelling en taak

Dit artikel roept de Staatscommissie MDMA in het leven en regelt welke opdracht de staatscommissie heeft.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag

Dit artikel regelt de omvang en karakter van de staatscommissie. De staatscommissie bestaat uit maximaal tien leden (inclusief de voorzitter), waarbij gelet wordt op een evenwichtige samenstelling. Op grond van artikel 6, derde lid, van de Kaderwet adviescolleges kunnen de leden van de staatscommissie – in afwijking van artikel 11 van de Kaderwet adviescolleges – worden benoemd en ontslagen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de minister). Op grond van artikel 12 van de Kaderwet adviescolleges worden leden benoemd op grond van de benodigde deskundigheid.

Artikel 4. Instellingsduur

De staatscommissie heeft de vorm van een éénmalig adviescollege in de zin van artikel 6, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges. Het eindadvies dient voor 31 januari 2024 uitgebracht te worden aan de minister.

Deze nota van toelichting is mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers

Naar boven