Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Inspectie Leefomgeving en Transport | Staatscourant 2023, 10400 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Inspectie Leefomgeving en Transport | Staatscourant 2023, 10400 | andere beschikking |
Datum: 28 maart 2023
Nummer: ILT-2023/2612
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gelezen het verzoek om ontheffing van 10 maart 2023 van HeliAir B.V., adres: Broekweg 5a1, 6732 GT Harskamp; telefoonnummer: +31 (0) 318 734120; e-mail: fom@heliair.nl;
Overwegende dat:
• HeliAir B.V. vluchten uitvoert als gedeclareerd overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012;
• de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit de opdrachten voor het uitvoeren van inspectie-, foto- en filmvluchten;
• de helikopter die voor de vluchtuitvoering gebruikt gaat worden,
• ruimschoots voldoet aan de internationale geluidseisen (met een marge van 12 EPNL cumulatief ten opzichte van de grenswaarde), waardoor er sprake is van een relatief stille helikopter;
• het gezien die geluidsprestatie en de voorschriften en beperkingen in deze ontheffing de verwachting is dat het laagvliegen wel zal leiden tot incidentele geluidsoverlast met een maximale geluidsbelasting van 90.9 EPNL op grondniveau als gevolg van het overvliegen, maar de overlast kortdurend zal zijn door de maximale periode van een kwartier per locatie;
• de locaties waar laag zal worden gevlogen, verspreid liggen over heel Nederland;
• er geen specifieke wettelijke bepalingen zijn voor geluidsoverlast voor
• overvliegen;
• analoog aan het ontheffingenbeleid voor de geluidsoverlast in de Wet milieubeheer en het incidentele karakter van de overlast die zal worden ondervonden, de overlast aanvaardbaar moet worden geacht;
• vluchten, uitgevoerd op grond van deze ontheffing, niet lager worden uitgevoerd dan 500 ft AGL boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen en 200 ft AGL buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen;
• paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 de mogelijkheid biedt aan (nationale) bevoegde autoriteiten om toestemming te verlenen lager te vliegen dan de minimum vlieghoogten, zoals die voor VFR- vluchten zijn opgenomen in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012;
• de Vrijstellingsregeling Besluit luchtverkeer 2014 dergelijke toestemmingen geeft aan bepaalde vluchten buiten plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden en buiten aaneengesloten bebouwing en mensenverzamelingen;
Gelet op paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;
BESLUIT:
Deze beschikking is van toepassing op de tweemotorige helikopter vermeld op de eigen verklaring ‘Specialised Operations’ door HeliAir B.V. ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ORO.DEC.100 van verordening (EU) nr. 965/2012 en waarvan de ontvangst van de verklaring is bevestigd door de Inspectie Leefomgeving en Transport overeenkomstig ARO.GEN.345. Beide documenten zijn gedurende de vlucht aan boord van de helikopter.
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 bedoelde helikopter wordt van 1 april 2023 tot en met 31 maart 2024 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte die plaatsvindt zowel binnen als buiten een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied of boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van he t Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 150 meter (500 ft) boven de grond of het water, doch ten minste 30 meter (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 m van het luchtvaartuig;
c. de minimum toegestane vlieghoogte buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 60 meter (200 ft) boven de grond of het water, doch ten minste 30 meter (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 meter van de helikopter;
d. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat: 1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2°. er niet wordt gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;
3°. vee niet wordt verstoord;
4°. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, penitentiaire inrichtingen etc., worden gemeden, en
5°. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;
e. er wordt niet beneden de minimale vlieghoogte gevlogen in de directe omgeving van affakkelinstallaties of locaties waarvan bekend is dat deze, in uitzonderlijke gevallen, onder hoge druk gassen de atmosfeer in kunnen blazen zoals aangegeven in de luchtvaartpublicatie AIS -Netherlands ENR 5.3 en ENR 5.4; de gezagvoerder stelt zich voorafgaand aan de vlucht op de hoogte van de locaties, meldt zich bij de eigenaar, vraagt of er nog bijzonderheden voor die dag zijn gepland en voert vervolgens de vlucht op een verantwoorde wijze uit zodanig dat deze geen risico vormt voor hemzelf of voor installaties of personen op de grond;
f. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening1 worden de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse G in acht genomen:
|
Vliegzicht (m) |
Adviessnelheid (kts) |
|---|---|
|
800 – 1.500 |
< 50 |
|
1.500 – 2.000 |
< 100 |
|
2.000 – 5.000 |
< 120 |
g. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte van plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
h. elke vlucht wordt uitgevoerd met een zodanige combinatie van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring, van bebouwing of mensen weg te vliegen;
i. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke gebied van het hoogtesnelheidsdiagram, aangegeven in het vlieghandboek van de in artikel 1 bedoelde helikopter;
j. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van de vluchten noodzakelijk is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, is doorgegeven;
k. voor het maken van laagvliegopnamen vanuit de helikopter voor het vervaardigen van documentatie- en promotiemateriaal is hoogstens een kwartier per locatie toegestaan;
l. voor en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, of de Inspectie Leefomgeving en Transport;
m. vluchtuitvoering vindt plaats overeenkomstig het gestelde in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012;
n. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de inspectie-, foto- en filmvlucht; alleen de gezagvoerder en taakspecialisten als bedoeld in verordening (EU) nr. 965/2012 zijn toegestaan;
o. er dient, na het ingediende vliegplan, eerst een klaring te zijn verkregen van de betrokken plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst voor vluchten die plaatsvinden binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied;
p. tijdens het uitvoeren van de vlucht in een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
q. in het kader van een commerciële en professionele bedrijfsvoering wordt relevante informatie (zgn. draaiboeken) betreffende het uitvoeren van vluchten binnen een civiel plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied voor de verschillende evenementen minimaal 5 werkdagen vooraf aan de Operationele Helpdesk van de LVNL doorgegeven;
r. foto- enfilmvluchten binnen een civiel plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied worden volgens de ‘procedure surveyflights’ aangeboden aan de LVNL; hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen korte surveyflights en surveyprojecten;
s. vóór aanvang van de vlucht die gaat plaatsvinden in een civiel plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, wordt gecoördineerd met de Operationele Helpdesk, tel. 020-4062201; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door deze gesteld wordt strikt de hand gehouden;
t. vóór aanvang van de vlucht die gaat plaatsvinden in een militair plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, wordt gecoördineerd met de plaatselijke militaire luchtverkeersleiding en bij geen gehoor met de Supervisor van MilATCC Schiphol, tel. 0577-458700; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;
u. tijdens alle vluchten die worden uitgevoerd binnen het kader van deze ontheffing in ongecontroleerd luchtruim, luistert de bemanning uit op de van toepassing zijnde frequentie van Amsterdam Information of MilATCC Schiphol;
v. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, tel. 088 6623616; e-mail: luchtvaarttoezicht.landelijke-eenheid@politie.nlen de Inspectie Leefomgeving en Transport; e-mail: aviation-approvals@ilent.nl; en worden de volgende gegevens verstrekt:
1°. naam gezagvoerder, registratie en model / type helikopter;
2°. route en periode van de voorgenomen vlucht;
3°. Het nummer van deze beschikking;
w. voorafgaand aan of, indien dit niet mogelijk is, direct na afloop van de vlucht besteedt de ontheffinghouder in de plaatselijke media aandacht aan de uit te voeren of uitgevoerde vlucht, waarbij ten minste het volgende wordt aangegeven:
1°. het doel van de vlucht;
2°. een zo exact mogelijke omschrijving van de locatie;
3°. de dag en het tijdstip van aanvang en de verwachte duur van de vlucht; en
4°. dat klachten kunnen worden gemeld bij de ontheffinghouder en bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, tel. 088-4890000; e-mail: ILTDocumentManagement@ILenT.nl.
De aanvrager doet deze bekendmaking in de plaatselijke media en stuurt een kopie onder vermelding van het kenmerk van deze ontheffing per e-mail (ILTDocumentManagement@ILenT.nl) aan de Inspectie Leefomgeving en Transport.
1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en taakspecialist, als bedoeld in deel SPO van verordening (EU) nr. 965/2012, bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.
2. Overtreding van de voorschriften van deze beschikking levert een strafbaar feit op.
3. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in deze beschikking, kan deze ontheffing worden ingetrokken.
De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast, zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan wor den uitgevoerd.
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, Inspecteur Luchthavens en luchtruim, Afdeling Vergunningverlening rail en luchtvaart, M.A.M. van Velzen Senior Inspecteur
Bezwaarmogelijkheid
Indien u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u hiertegen op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden, schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
– de naam en het adres van de indiener;
– de dagtekening;
– een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
– de gronden van het bezwaar.
Tevens ontvangen wij graag uw telefoonnummer dan wel e -mailadres.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Leefomgeving en Transport
Afdeling Juridische zaken Postbus 16191
2500 BD DEN HAAG
Paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, geeft de minimum vlieghoogte voor VFR-verkeer. Op basis van paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 kan ontheffing worden verleend van de voorgeschreven minimum vlieghoogten voor VFR-verkeer.
HeliAir voert, in opdracht van verschillende opdrachtgevers, inspectie-, foto- en filmvluchten uit binnen Nederland. Deze vluchten kunnen grotendeels worden uitgevoerd onder de voorschriften en beperkingen zoals opgenomen onder de vrijstellingsregeling Besluit luchtverkeer 2014. Een deel van deze vluchten moet hierbij worden uitgevoerd binnen gebieden waar deze vrijstellingsregeling niet voor geldt. Deze laagvliegontheffing maakt het mogelijk om vluchten beneden de minimale vlieghoogte, zoals vastgelegd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f) van verordening (EU) nr. 923/2012, uit te voeren zowel binnen als buiten een plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden of boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, of boven mensenverzamelingen. Vanwege het gebruik van een twee motorige helikopter kan vluchtuitvoering, onder de voorschriften en beperkingen zoals opgenomen in deze beschikking verantwoord uitgevoerd worden.
Omdat omwonenden overlast kunnen ervaren als gevolg van deze inspectie-, foto- en filmvluchten moet de aanvrager voorafgaand aan iedere vlucht in de plaatselijke media bekendmaken wat zij gaat doen en waar men eventueel een klacht kan indienen.
Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan deze ontheffing worden ingetrokken.
Artikel 19. Afwijking minimum vereist vliegzicht
Onverminderd het bepaalde in paragraaf SERA.5001 van verordening (EU) nr. 923/2012 geldt in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse G op of beneden 915 m (3.000 ft) AMSL een vliegzicht gelijk aan of groter dan:
a. 1.500 m voor vluchten die worden uitgevoerd:
1°. met een luchtsnelheid van 260 km/uur (140 knopen Indicated Air Speed) of minder zodat tijdig uitwijken voor ander luchtverkeer en hindernissen mogelijk is; of
2°. tijdens omstandigheden waarin de mogelijkheid van ontmoetingen met ander luchtverkeer normaliter laag is;
b. 800 m, mits wordt gevlogen met zodanige snelheid dat tijdig uitwijken voor ander luchtverkeer en hindernissen mogelijk is, voor:
3°. helikopters die blijkens een vrijstelling of ontheffing ingevolge artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014, vluchten uitvoeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, voorzover in die vrijstelling of ontheffing geen hogere waarden zijn vastgesteld.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-10400.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.