Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie | Staatscourant 2023, 10165 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie | Staatscourant 2023, 10165 | ander besluit van algemene strekking |
Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,
gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht,
gelet op het Algemeen Subsidiereglement van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27maart 2023;
besluit:
Het Internationale Samenwerking wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te luiden:
Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland inclusief de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. Onderdeel f komt te luiden:
het Europees deel van Nederland, en de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.
3. In onderdeel h wordt ‘bijzondere gemeenten’ vervangen door ‘openbare lichamen’.
4. In onderdeel i wordt ‘tussen een land van’ vervangen door ‘tussen een land binnen’.
5. Onderdeel m komt te luiden:
een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven zelfstandige met een eenmanszaak, zijnde een beroepsmatig beoefenaar op het gebied van kunst of cultuur.
6. Onderdeel o komt te vervallen, onder verlettering van de onderdeel p tot onderdeel o.
7. Na onderdeel o (nieuw) worden vier onderdelen ingevoegd, luidende:
Code Diversiteit en Inclusie, Fair Practice Code, Governance Code Cultuur.
objecten, plekken en praktijken ontstaan door de mens of door de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen in het heden met oog voor het verleden, van wezenlijk belang vinden
aanschafkosten van materialen zonder welke het project niet kan worden uitgevoerd
aanschaf van materialen voor een project die aanvragers na dat project nog langere tijd kunnen gebruiken.
B
Artikel 1.4 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:
3. Het Fonds kan besluiten het subsidieplafond te wijzigen, waaronder dat ten aanzien van de hoogte, tijdvakken, thema’s, doelgroepen en regio’s.
2. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Wijzigingen van het subsidieplafond worden tijdig gepubliceerd op de website van het Fonds.
C
Artikel 1.5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eind van onderdeel d vervalt ‘of’.
2. De punt aan het eind van onderdeel e wordt vervangen door een puntkomma.
3. Na onderdeel e worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:
f. de aanvraag is voor een seriële productie, waaronder een project dat niet eenmalig door één instelling of persoon wordt georganiseerd, maar een serie is van gelijksoortige producties, waardoor het unieke of experimentele karakter van het project niet meer aanwezig is; of
g de aanvraag wordt ingediend door een rechtspersoon die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.7, vijfde lid.
D
Artikel 1.6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt ‘voor Europees Nederland’ vervangen door ‘voor aanvragers gevestigd in het Europees deel van Nederland.’
b. In onderdeel b wordt ‘voor het Caribisch’ vervangen door ‘voor aanvragers gevestigd in het Caribisch’.
2. Het zesde lid komt te luiden:
6. Aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen de kosten voor het omwisselen van valuta, voor zover dat nodig is voor het project, opnemen in de subsidieaanvraag.
E
Artikel 1.7 komt te luiden:
1. De subsidieontvanger is verplicht tot kennisdeling met het Fonds over het project waarvoor de subsidie is verstrekt.
2. De subsidieontvanger is verplicht actief deel te nemen aan monitoring en evaluatie van de regeling.
3. Als de aanvrager een rechtspersoon is, dan geldt de verplichting om de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie toe te passen, op een wijze die ten minste voldoet aan het vijfde en zesde lid.
4. Als de aanvrager een natuurlijk persoon is geldt de verplichting om de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie toe te passen, op een wijze die ten minste voldoet aan het zesde lid.
5. 5 Voor de Governance Code geldt dat de aanvrager in het aanvraagformulier, op grond van al de onderdelen a tot en met d, aantoont:
a. hoe de principes uit de code worden toegepast;
b. hoe de bij de code behorende aanbevelingen worden opgevolgd;
c. dat er sprake is van een scheiding tussen toezicht, bestuur en uitvoering, in die zin dat:
1º als er sprake is van een raad van toezichtmodel: een raad van toezicht die bestaat uit ten minste drie leden;
2º als er sprake is van een bestuursmodel: een bestuur van ten minste drie bestuurders;
d. dat de leden van de raad van toezicht, of de toezichthoudende bestuurders, geen onderdeel uitmaken van de begroting.
6. Voor de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie geldt dat de aanvrager in het aanvraagformulier toelicht hoe die codes worden toepast, waarbij de volgende indeling en daarmee samenhangende verplichtingen gelden:
a. aangevraagd bedrag tot € 5.000: pas de codes toe en leg uit waar dit nog niet volledig lukt, als dat het geval is;
b. aangevraagd bedrag vanaf € 5.000 tot en met € 25.000: pas de codes toe, leg uit waar dit nog niet volledig lukt en benoem hierbij ook de ambities;
c. aangevraagd bedrag meer dan € 25.000: pas de codes toe, leg uit waar dit nog niet volledig lukt, benoem hierbij de ambities en reflecteer hierop achteraf in de verantwoording.
F
Aan de inleiding van hoofdstuk 2 wordt toegevoegd ‘Bij meerdere artikelen is in de toelichting een aanvullende uitleg gegeven.’
G
Artikel 2.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onderdeel a, wordt ‘13’ vervangen door ‘8’.
2. Het derde lid komt te vervallen.
H.
In artikel 2.4, tweede lid, wordt ‘projectkosten die voor subsidie in aanmerking komen’ vervangen door ‘totale projectkosten’.
I
In artikel 2.5 wordt na ’17. 00 uur’ een punt geplaatst, vervalt ‘Amsterdamse tijd’, en wordt na de punt (nieuw) toegevoegd ‘De tijdsaanduiding betreft de tijd die geldt in het Europees deel van Nederland.
J
Artikel 2.6 komt als volgt te luiden:
1. Aanvragen worden ingediend via het digitale aanvraagformulier op de online aanvraagomgeving Mijn Fonds, via de website van het Fonds.
2. Het gebruik van Mijn Fonds vereist een account bij het Fonds. Het aanmaken van dat account neemt meerdere dagen in beslag.
3. Aanvragen worden voorzien van:
a. het volledig ingevulde aanvraagformulier; en
b. een sluitende begroting.
4. Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Het Fonds kan aanvragers in de gelegenheid stellen onvolledige aanvragen aan te vullen. Het moment dat de aanvraag voldoende is aangevuld, geldt als het moment van het indienen van de aanvraag.
K
In artikel 2.9 wordt ‘dertien’ vervangen door ‘8’.
L
Aan de inleiding van hoofdstuk 3 wordt toegevoegd ‘Bij meerdere artikelen is in de toelichting een aanvullende uitleg gegeven.’
M
In artikel 3.1 wordt ‘Koningrijk’ vervangen door Koninkrijk’.
N
In artikel 3.2 komt het vijfde lid te vervallen.
O
Artikel 3.4, tweede lid, komt te luiden:
2. Voor aanvragers gevestigd in:
a. het Europees deel van Nederland bedraagt het maximale subsidiepercentage 90% van de totale projectkosten;
b. het Caribisch deel van het Koninkrijk bedraagt het maximale subsidiepercentage 100% van de totale projectkosten.
P
In artikel 3.5 wordt na ’17. 00 uur’ een punt geplaatst, vervalt ‘Amsterdamse tijd’, en wordt na de punt (nieuw) toegevoegd ‘De tijdsaanduiding betreft de tijd die geldt in het Europees deel van Nederland.
Q
Artikel 3.6 wordt als volgt gewijzigd:
1 Aan het vierde lid wordt toegevoegd ‘Het moment dat de aanvraag voldoende is aangevuld, geldt als het moment van het indienen van de aanvraag.’
2. Het vijfde lid komt te vervallen.
R
In artikel 3.8 wordt, na vernummering van het tweede lid tot het derde lid, een lid ingevoegd, luidende:
2. Een aanvrager wordt door de interne commissie, bestaande uit medewerkers van het Fonds, in de gelegenheid gesteld een mondelinge toelichting te geven op de aanvraag, tenzij vaststaat dat de aanvraag volledig wordt gehonoreerd. De toelichting vindt digitaal plaats.
S
In artikel 3.9 wordt ‘dertien’ vervangen door ‘13’.
T
Aan de inleiding van hoofdstuk 4 wordt toegevoegd ‘Bij meerdere artikelen is in de toelichting een aanvullende uitleg gegeven.’
U
Artikel 4.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid, onderdeel a, wordt ‘13 weken na het indienen van de aanvraag’ vervangen door ‘de in de open call genoemde termijn.
2. Het vijfde lid komt te vervallen.
V
In artikel 4.3, derde lid, wordt voor het laatste onderdeel de ‘f’ vervangen door een ‘h’.
W
Artikel 4.5, eerste lid, komt te luiden:
1. De hoogte van subsidies voor projecten op grond van dit hoofdstuk is onderscheiden in drie categorieën:
a. categorie 1: maximaal € 7.500;
b. categorie 2: meer dan € 7.500 en maximaal € 15.000;
c. categorie 3: meer dan € 15.000 en maximaal € 25.000.
X
Artikel 4.6, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt ‘vanuit Europees Nederland’ vervangen door ‘gevestigd in het Europees deel van Nederland.’
b In onderdeel b wordt ‘vanuit’ vervangen door ‘gevestigd in’
Y
Artikel 4.8, derde lid, komt te luiden:
3. De minimumvoorwaarden waaraan een project behoort te voldoen, worden vermeld bij de publicatie van de open call.
Z
Artikel 4.11 wordt vernummerd naar artikel 4.10.
AA
1. Artikel 4.12 wordt vernummerd naar artikel 4.11
2. In artikel 4.11 (nieuw) wordt ‘binnen dertien weken nadat het een aanvraag heeft ontvangen’ vervangen door ‘binnen de door de open call genoemde termijn’.
BB
Aan artikel 5.3, eerste lid, wordt toegevoegd ‘De tijdsaanduiding betreft de tijd die geldt in het Europees deel van Nederland.’
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Het bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, namens deze, H.G.G.M. Verhoeven directeur-bestuurder
Deze regeling is gewijzigd zodat het goed blijft goed blijft aansluiten bij nieuwe inzichten van het Fonds. Bovendien zorgt de actualiseringsslag ervoor dat enkele onvolkomenheden uit de vorige versie zijn verbeterd.
Enkele andere wijzigingen zijn doorgevoerd om dit reglement meer in lijn te brengen met de ‘Aanwijzingen voor de regelgeving’ (Avr). De inhoudelijke betekenis van het artikel zal dan (in beginsel) niet worden gewijzigd.
Met onderdeel f wordt voorkomen dat organisaties of individuen voor derden projectplannen ontwikkelen die door anderen worden uitgevoerd vanuit eenzelfde format. Dit staat namelijk haaks op het stimuleren van vernieuwende projecten.
Zoals verder terug te vinden in de toelichting bij artikel 1.7 hecht het Fonds veel waarde aan de culturele codes. Ten aanzien van de Governance Code Cultuur is het opvolgen van de voorschriften met onderdeel g sterk benadrukt door het een onderdeel te maken van de weigeringsgronden.
De oude formulering leek ruimte te bieden om de locatie waar het project / de activiteiten plaatsvonden, bepalend te laten zijn. Het gaat echter om de vestigingsplaats van de aanvrager. Met deze aanpassing is dat verduidelijkt.
CODES
Het Fonds hecht waarde aan een stevige (economische) positie van de cultuursector en een divers en inclusief speelveld. Daarom vragen wij aanvragers om de codes die gelden in deze sector toe te passen. Op onze website (www.cultuurparticipatie.nl/codes) lees je meer over de drie culturele codes.
De Fair Practice Code (FP).In het huidige cultuurbeleid zet de Minister van OCW in op versteviging van de economische positie van de cultuursector en van makers. De Fair Practice Code is een belangrijke waarborg dat de sector zijn medewerkers en zzp’ers redelijk betaalt. Op de website www.fairpracticecode.nl lees je hier meer over.
De Code Diversiteit & Inclusie (D&I). Deze code biedt de culturele en creatieve sector handvatten om diversiteit en inclusie te bevorderen. Op www.codedi.nl lees je meer over deze gedragscode. Ook vind je daar inspiratiemateriaal: collega’s uit de sector leggen uit hoe zij de code inzetten om zelf te werken aan een organisatie waarin diversiteit en inclusie vanzelfsprekend zijn.
De Governance Code Cultuur (GC). Transparantie en goed bestuur staan centraal in deze code. Daarbij werken we gezamenlijk aan een integere culturele sector. Het toepassen van de principes uit deze gedragscode is een voorwaarde om subsidie van het Fonds te krijgen. Daarom is ervoor gekozen om deze code ook expliciet bij de weigeringsgronden te plaatsen (artikel 1.5)
Meer informatie over deze code lees je op www.cultuur-ondernemen.nl/governance.
Bovenstaande codes worden als volgt uitgewerkt:
FP
In het kader van fair practice zijn we benieuwd hoe aanvragers bijdragen aan een eerlijke keten en specifiek hoe ze eerlijke beloningen willen geven.
D&I
Motiveer als aanvrager vanuit je eigen project hoe je wilt en kunt bijdragen aan diversiteit en inclusie binnen het vakgebied, een eerlijke keten en goed bestuur van culturele organisaties.Diversiteit en inclusie kan in de context van de regeling betrekking hebben op de inhoud van het voorstel, het team, de betrokken makers, de partners en het publiek. Onder diversiteit kan culturele diversiteit worden verstaan, maar bijvoorbeeld ook regionale spreiding of het actief betrekken van mensen met verschillende opleidingsniveaus, leeftijden, of mensen met een beperking. Cruciaal is dat het bijdraagt aan een meerstemmige sector.
GC
In het kader van governance, ten slotte, is de borging van toezicht en de scheiding van belangen tussen toezichthouders (zoals bestuursleden en leden van de raad van toezicht) en uitvoerenden een belangrijk en verplicht principe. De uitwerking van dat principe kan grofweg op 2 manieren:
1. Enerzijds kan gekozen worden voor een raad van toezicht (ook wel: raad van commissarissen). Het bestuur heeft dan de dagelijkse leiding over het bedrijf, waarbij een aparte raad van toezicht het toezicht houdt op dat bestuur.
2. Anderzijds kan worden gekozen voor een monistisch bestuursmodel. Een instelling heeft dan één bestuur waarin de directie en ook de toezichthouders zitten, waarbij statutair een duidelijk verschil is gemaakt tussen uitvoerende bestuurders en niet-uitvoerende bestuurders.
Ongeacht de keuze voor optie 1 of 2, is het altijd van belang dat uit de statuten, of de inschrijving bij de kamer van koophandel, blijkt wie (afhankelijk van de keuze) de toezichthouders of de (toezichthoudende) niet-uitvoerende bestuurders zijn. Zij kunnen namelijk geen betaalde werkzaamheden uitvoeren binnen het project.
We realiseren ons dat voor aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk niet alle onderdelen van de codes relevant of makkelijk toepasbaar zijn. Wij zullen hier zorgvuldig mee omgaan en er rekening mee houden.
Met vragen en/of voor overleg over het gebruik van de codes kun je altijd contact opnemen met een adviseur van het Fonds.
De praktijk wijst uit, dat de toelichting bij een regeling helaas niet altijd (goed) wordt gevonden. Daarom is aan het begin van ieder hoofdstuk een korte verwijzing gemaakt.
Het gaat om de totale projectkosten, niet alleen om dat deel van het project dat voor subsidie in aanmerking komt.
De aanduiding van de tijdzone leidde in de praktijk tot enige verwarring. Het uitgangspunt is dat het gaat om de tijd zoals bedoeld in het Europees deel van Nederland.
Aan de hand van het aanvraagformulier (derde lid, onderdeel a) wordt de aanvrager begeleid bij zijn aanvraag. Hiermee wordt het aanvraagproces beter gestuurd en dat geeft meer inzicht ten aanzien van de informatie die het Fonds graag wil ontvangen.
Het vierde lid is aangepast, omdat enkele bepalingen over de ontvangstdatum zijn samengevoegd.
Om een aanvraag in te dienen, is een account bij het Fonds nodig. Als je dit hebt aangevraagd, duurt het enkele dagen voordat wij een account afgeven. Hiervoor geldt geen vaste termijn, maar houdt rekening met maximaal een week. Als je een account hebt, kun je het online aanvraagformulier invullen en de bijlagen bij de aanvraag uploaden.
Let op: vraag je account op tijd aan (niet pas enkele dagen voor de deadline); dan weet je zeker dat je de deadline kunt halen en wij je aanvraag in behandeling kunnen nemen.
De praktijk wijst uit, dat de toelichting bij een regeling helaas niet altijd (goed) wordt gevonden. Daarom is aan het begin van ieder hoofdstuk een korte verwijzing gemaakt.
De regeling Internationale Samenwerking 2022-2024 (IS) staat sinds 14 februari 2022 open. We monitoren de aanvragen en honoreringen. We moeten constateren dat het aantal aanvragen, maar vooral het aantal honoreringen, niet aansluit bij de doelstellingen voor 2022-2024. Op basis van de halfjaarlijkse rapportage moeten we concluderen dat acties nodig zijn. Om deze cijfers beter te kunnen lezen hebben we een korte belronde gedaan onder oud-aanvragers en conceptaanvragers en hen bevraagd op belemmeringen in hun planontwikkeling en in deze regeling. Bovendien is de regeling IS ontwikkeld in het begin van het ‘coronatijdperk’ zonder daarvan goed de gevolgen voor de culturele sector te kunnen overzien.
Inzichten vanuit interviews en bevindingen:
• Door corona zijn veel internationale initiatieven en projecten on hold gezet. Deze beginnen nu weer langzaamaan met een opstart. Uitgestelde projecten worden alsnog uitgevoerd (hebben dus geen subsidie nodig) en culturele organisaties beginnen voorzichtig met initiatieven.
• Daarnaast heeft de culturele sector het sinds corona en door de huidige inflatie moeilijk. Eerste prioriteit gaat naar de core business op de rails zetten. Internationaal werken vraagt veel voorbereidingstijd waar in eerste instantie geen financiering tegenover staat. Dat maakt het moeilijk. IS-Verkennen is hiervoor wel een aantrekkelijk deel van de regeling.
• Aanvragers voor IS-onderdeel ‘Verkennen’ zouden gebaat zijn met een korte doorlooptijd.
• Voor organisaties is het moeilijk om aanvullende financiering te vinden voor de uitvoer van internationale projecten op het gebied van CP en CE. Momenteel moet er 50% eigen financiering worden ingebracht. Er zijn weinig tot geen private fondsen in ons werkgebied die subsidies verstrekken voor internationaal en sponsoren trekken zich steeds vaker terug. EU-subsidies zijn ingewikkeld om aan te vragen en dus net echt toegankelijk voor kleine projecten. Grote organisaties waarbij internationaal werken meer een vast onderdeel van hun werkzaamheden is, hebben vanuit hun basisfinanciering meer mogelijkheden. Maar hierbij speelt dat subsidie niet dubbel aangevraagd mag worden.
• Kleine organisaties of zelfstandigen hebben ‘moeite’ met hun uren. Ze werken soms zelf meer uren dan op de begroting staat of ze zetten hun eigen uren in om (een deel van de) overige 50% ten kunnen financieren. Dit is niet zichtbaar in de aanvraag en niet conform de code Fairpay. Maar blijkbaar wel een realiteit voor kleine organisaties om hun internationale ambities en projecten van de grond te krijgen.
• Het percentage afgewezen aanvragen is hoog. Het grootste deel van de aanvragen komt van kleine organisaties of zzp-ers die relatief weinig ervaring met aanvragen hebben. Lerend van de ervaringen van andere regelingen werkt een toelichtend gesprek als onderdeel van het beoordelingsproces positief. Het leidt tot een hoger honoreringspercentage.
• Voor cultuureducatie geldt specifiek dat het onderwijs zich vol in op herstel na corona richt. Scholen zijn nu vooral naar binnen gericht. Er zijn verschillende middelen om dit te ondersteunen vanuit overheid, bijvoorbeeld NPO. Dit geld wordt binnenschools (korte termijn) ingezet, focus op directe inzetbaarheid.
Dit alles gecombineerd met de inzichten van het (interne) Team Internationaal heeft geleidt tot deze aanpassingen.
Risico’s
De aanvragers die aangevraagd hebben voorafgaand aan deze wijzingen hebben 50% subsidie kunnen aanvragen. Zij kunnen geen rechten verwerven (en dus geen aanvullende subsidie aanvragen) door deze wijzigingen in de regeling. Dit vereist zorgvuldig handelen in de overgang van oude naar gewijzigde regeling. Een protocol voor deze overgang is inmiddels uitgewerkt.
De aanduiding van de tijdzone leidde in de praktijk tot enige verwarring. Het uitgangspunt is dat het gaat om de tijd zoals bedoeld in het Europees deel van Nederland.
Het vierde lid is aangepast om te verduidelijken dat het indienen van onvolledige aanvragen kan leiden tot een verschuiving van het formele indienmoment. Dat is van belang, omdat aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.
Een mondelinge toelichting kan van grote meerwaarde blijken te zijn. Voor aanvragen die volledig zijn gehonoreerd, is een toelichtend gesprek niet nodig.
De praktijk wijst uit, dat de toelichting bij een regeling helaas niet altijd (goed) wordt gevonden. Daarom is aan het begin van ieder hoofdstuk een korte verwijzing gemaakt.
Het op voorhand vastleggen van deze termijn zou de flexibiliteit van een open call teveel inperken.
Naast een correctie van foutieve letters bij de onderdelen, is nu duidelijker aangegeven waar een categorie begint en eindigt.
De oude formulering leek ruimte te bieden om de locatie waar het project / de activiteiten plaatsvonden bepalend te laten zijn. Het gaat echter om de vestigingsplaats van de aanvrager. Met deze aanpassing is dat verduidelijkt.
In de vorige versie van deze regeling waren deze artikelen verkeerd genummerd.
De aanduiding van de tijdzone leidde in de praktijk tot enige verwarring. Het uitgangspunt is dat het gaat om de tijd zoals bedoeld in het Europees deel van Nederland.
Het bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, namens deze, H.G.G.M. Verhoeven directeur-bestuurder
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-10165.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.