Kennisgeving Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Beschikking op de vergunningaanvraag van Stichting Het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis te Amsterdam (hierna: Het Nederlands Kanker Instituut), voor introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen

Vergunningaanvraag

Op 1 april 2022 is door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat vergunning verleend op de aanvraag met kenmerk GGO IM-MV 21-025 aan Het Nederlands Kanker Instituut voor de introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen krachtens het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013.

Op 12 oktober 2021 had Het Nederlands Kanker Instituut een daartoe strekkende aanvraag ingediend.

De aanvraag betreft een klinische studie waarbij gebruik wordt gemaakt van genetisch gemodificeerde virale vectoren (afgeleid van LCMV dan wel PICV) welke beide een gemodificeerd HPV16 eiwit tot expressie brengen met als doel een therapie te ontwikkelen tegen HPV16 positieve tumoren. De werkzaamheden zijn voorgenomen plaats te vinden in de gemeente Amsterdam.

Procedure

Voor de behandeling van de aanvraag van Het Nederlands Kanker Instituut is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure doorlopen, conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Vanaf 8 februari 2022 is de ontwerpbeschikking ter inzage gelegd en er konden tot en met 21 maart 2022 mondelinge of schriftelijke zienswijzen worden ingediend. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

Inzage beschikking

De aanvraag, de beschikking en de overige relevante stukken zijn vanaf 13 april 2022 beschikbaar op de internetpagina: www.ggo-vergunningverlening.nl.

Beroep

Voor nadere informatie over dit besluit kunt u terecht bij Bureau GGO.

Binnen zes weken na de dag waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht, ter inzage is gelegd, kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en dient ten minste het volgende te bevatten:

  • a. de naam en het adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een omschrijving van het besluit waartegen het beroepschrift zich richt;

  • d. een opgave van redenen waarom men zich niet met het besluit kan verenigen;

  • e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het beroep zich richt.

Voor de behandeling van een beroepschrift wordt een bedrag aan griffierecht geheven.

Het niet-voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroepschrift.

Naar boven