Levensmiddelenbedrijf 2022/2023

Verbindendverklaring cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 september 2022 tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Levensmiddelenbedrijf

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: Vakcentrum, beroepsorganisatie van zelfstandige detaillisten;

Partijen ter andere zijde: CNV Vakmensen.nl en de FNV

Naar aanleiding van dit verzoek zijn schriftelijke bedenkingen ingebracht door HVG Law LLP namens werkgeversvereniging E-commerce Nederland en werknemersvereniging De Unie.

De bedenkingen kunnen als volgt worden samengevat:

  • 1. Er is sprake van werkingssfeeroverlap met de cao E-commerce Nederland en andere cao’s. Ook is de ruime werkingssfeer onduidelijk.

  • 2. Daarnaast is de representativiteit onvoldoende onderbouwd en voldoet deze niet aan het meerderheidsvereiste.

  • 3. Verder is sprake van een aparte e-commercesector met andere kenmerken. De cao voor het Levensmiddelenbedrijf is hiervoor niet goed toepasbaar.

  • 4. Daarbij is algemeenverbindendverklaring (hierna avv) in strijd met een drietal algemene beginselen van behoorlijk bestuur (hierna abbb’s).

  • 5. Ook is avv in strijd met het algemeen belang.

  • 6. Tot slot leidt avv tot onevenredige beperking van de toegang tot de markt. Gedoeld wordt op een benadeling van de rechtmatige belangen van derden. Daarbij is avv in strijd met het ILO-Verdrag 87 en ILO-Verdrag 98.

Werkingssfeeroverlap, reikwijdte en formulering werkingssfeer

Allereerst stellen bedenkingenhebbenden dat er sprake is van werkingssfeeroverlap met hun cao, te weten de cao E-commerce Nederland (hierna cao E-commerce). Die cao heeft een looptijd van 10 december 2021 tot 30 april 2025 en is op 10 december 2021 conform artikel 4 lid 1 van de Wet op de loonvorming (hierna WLV) als cao aangemeld bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De kennisgeving van ontvangst is op 14 december 2021 verzonden. Overeenkomstig artikel 4 WLV is de cao E-commerce op 15 december 2021 in werking getreden. Volgens bedenkinghebbenden zou de overlap op grond van paragraaf 6.2 van het Toetsingskader algemeenverbindendverklaring cao-bepalingen (hierna Toetsingskader AVV) opgelost moeten worden. Grote werkgevers die zich voornamelijk met de online verkoop van levensmiddelen en/of e-fulfilmentwerk hiervan bezighouden, vallen onder die cao. De werkingssfeer van de cao Levensmiddelenbedrijf (hierna cao LMB) is dermate ruim dat e-commercewerkgevers er ongewenst onder vallen. Cao-partijen pogen om de e-commerce in hun domein te trekken. Hierbij komt dat de werkingssfeer nog groter is geworden door een ‘op stel en sprong’ toegevoegde ‘groepstoepassing’ waardoor alle (rechts)personen die deel uitmaken van de groep van een partij die een winkel exploiteert en waarvan de activiteiten hiermee samenhangen, onder de cao LMB komen te vallen. De werkingssfeer is zoals die nu voorligt, niet eerder algemeen verbindend verklaard. De directe aanleiding tot de uitbreiding is de uitspraak van Rb. Amsterdam 3 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8968. De rechter heeft aan de hand van de cao-norm (objectieve Haviltex-norm), geoordeeld dat onder het werkgeversbegrip van de toenmalige versie van de cao, niet een werkgever die in groeps- of concernverband activiteiten uitoefent die dienstig zijn aan de exploitatie van een winkel, kon worden verstaan. Ten aanzien van Picnic (die nu gebonden is aan de cao E-commerce en ten tijde van de uitspraak aan de eigen ondernemings-cao voor Picnic) was de conclusie dat slechts Picnic B.V. die een supermarkt exploiteert onder de toenmalige cao viel.

Verder menen bedenkinghebbenden dat met de ruime werkingssfeerbepaling sprake van werkingssfeeroverlap met verschillende andere cao’s die regelmatig algemeen verbindend verklaard worden, is. In het bijzonder is sprake van overlap met de cao Bakkersbedrijf, de cao voor het Slagersbedrijf, de cao voor de Drogisterijbranche, de cao voor Tankstations en Wasbedrijven en de cao voor de Zoetwarenindustrie.

Daarnaast richten de bedenkingen zich op de formulering van de werkingssfeer die onduidelijk zou zijn. Voornamelijk is de definitie ‘winkel’ erg breed, onduidelijk en roept vragen op. Daarbij is de definitie ‘werkgever’ uitgebreid zonder rekening te houden met de samenhang van overige werkingssfeerbepalingen. Dit is niet in lijn met het rechtszekerheidsbeginsel en het Toetsingskader AVV.

Representativiteitsopgave

Voorts zijn bedenkinghebbenden van mening dat de representativiteit onvoldoende is onderbouwd en op basis van eigen aanvullend onderzoek onvoldoende is. Er wordt niet voldaan aan het meerderheidsvereiste van art. 2 lid 1 Wet AVV.

De opgegeven representativiteitsgegevens kloppen niet, omdat de werkingssfeer van de cao op verschillende punten anders is dan de werkingssfeer van de cao van het Sociaal Fonds voor het Levensmiddelenbedrijf waaruit de gegevens voor de representativiteitsopgave zijn ontleend. De werknemersdefinitie in het sociaal fonds is breder dan de reguliere cao waarin kantoorpersoneel, distributiecentra, leidinggevenden, de schoonmaak en beveiligers zijn uitgesloten. Ook de werkgeversdefinitie verschilt met die van het sociaal fonds dat geen groepstoepassing kent. Er is volgens bedenkinghebbenden geen rekening gehouden met de verruiming. Ten onrechte zijn hierdoor groepsvennootschappen van winkels niet meegenomen in de representativiteitsopgave. Ook zijn verschillende typen winkels en werkgevers in de berekening buiten beschouwing gelaten ten gevolge van een onjuiste beperkte interpretatie van de winkeldefinitie en het ten onrechte niet meetellen van werknemers van groepsvennootschappen van winkels.

Aan de hand van een eigen representativiteitsanalyse en berekening uitgevoerd door Price Waterhouse Coopers (hierna PwC), wordt gesteld dat er sprake van een representativiteit van 25,2% dan wel 22,9% is. Wel wordt hierbij aangegeven dat er een foutmarge in de berekening kan zitten wegens de voor hun beperkt beschikbare bronnen.

Daarenboven menen bedenkinghebbenden dat sprake is van een scheve verdeling. Er wordt gesteld dat de cao LMB primair voor kleine ondernemers met een supermarktwinkel geldt. Gemiddeld gezien hebben e-commercebedrijven aanzienlijk meer werknemers in dienst dan de kleinere retailers die onder de cao LMB vallen en/of lid van het Vakcentrum zijn. Indien de leden van E-commerce Nederland onder de cao LMB zouden komen te vallen, komt een groep ondernemingen met werknemers bij. Het grote verschil in werknemers tussen de werkgevers die door lidmaatschap gebonden zijn aan de cao LMB en die aan de cao E-commerce, maakt een scheve verdeling. Bovendien opereren e-commerce (food)bedrijven onder een andere sector dan supermarktwinkels die onder de cao LMB vallen.

Specifieke bedrijfskenmerken die op essentiële punten verschillen

Tevens voeren bedenkinghebbenden aan dat e-commercebedrijven niet passen in de mal van de cao LMB. Volgens bedenkinghebbenden verschillen deze bedrijven van kleine, zelfstandige supermarktwinkels waarvoor de cao LMB zou zijn geschreven. De e-commerce is namelijk een snelgroeiende sector met een geheel eigen businessmodel, bedrijfsprocessen en arbeidspool die sterk verschilt van traditionele ‘retailbedrijven’ met een fysiek winkelnetwerk. Er is sprake van onder andere een andere combinatie van arbeid, kapitaal, arbeidsmix en businessmodel. Bedenkinghebbenden baseren zich hierbij op een door PwC uitgevoerd onderzoek. Ook wordt verwezen naar de situatie van darkstores van flitsbezorgsupermarkten Flink en Getir die uit diverse steden geweerd worden. De voorzieningenrechter heeft in een aantal uitspraken, ECLI:NL:RBDHA:2022:1471 en ECLI:NL:RBDHA:2022:3082, geoordeeld dat flitsbezorgsupermarkten niet onder de definitie van detailhandel en dus niet onder het lokale bestemmingsplan vallen.1 Daarnaast menen bedenkinghebbenden dat de belangen van e-commercebedrijven nooit zijn meegewogen bij de totstandkoming van de cao LMB. Met de passende cao E-commerce zou een nieuwe sector georganiseerd kunnen worden. Het ledenaantal van E-commerce Nederland zou groeien.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Ook stellen bedenkinghebbenden dat avv in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, fair play beginsel en evenredigheidsbeginsel. De door cao-partijen gedane cao-aanpassingen, mogen niet door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zonder eigen gedegen voorbereidingen van het avv-besluit, ‘louter afgestempeld’ worden. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Verder is het niet mede in acht nemen van de aanpassingen voor avv strijdig met het fair play beginsel en evenredigheidsbeginsel. De werkingssfeerbepaling is in de huidige cao volgens bedenkinghebbenden namelijk door cao-partijen bij het LMB vluchtig verruimd met als doel om specifieke e-commercewerkgevers alsnog onder de werkingssfeer te brengen. Cao-partijen zouden vooringenomen zijn om e-commercebedrijven onevenredig te benadelen.

Algemeen belang

Voor wat betreft het algemeen belang wordt door bedenkinghebbenden aangevoerd dat de effecten van avv van ‘bepaalde cao-afspraken’ als strijdig in het licht van sociale en economische ontwikkeling in Nederland kan worden beoordeeld.

E-commercebedrijven zijn bedrijven met een vernieuwend bedrijfsmodel wat ten goede komt van de werkgelegenheid, het milieu en de technologie. Het belang van e-commercebedrijven zou ook uit de COVID-19 crisis blijken. De verwachting is dat de sector blijft groeien volgens het onderzoek van PwC. Toepassing van de cao LMB werpt belemmeringen voor e-commercebedrijven op, omdat hun bedrijfsmodel dan moet worden aangepast. Innovatie en efficiëntie worden gefrustreerd. Cao-partijen LMB willen de ontwikkeling van de nieuwe sector met avv tegengaan. Hiervoor is avv niet bedoeld. Bovendien bestaat de behoefte om het toetreden tot de Nederlandse markt door internationale spelers te ordenen en te reguleren zodat niet kan worden geconcurreerd op arbeidsvoorwaarden. Het niet meegaan met ontwikkelingen belemmert cao-vernieuwing.

Rechtmatige belangen van derden: onevenredige beperking van de toegang tot de markt

Tot slot zijn bedenkinghebbenden van mening dat avv tot onevenredige beperking van de toegang tot de markt van e-commercebedrijven zal leiden. Verwezen wordt naar paragraaf 6.2.2 van het Toetsingskader AVV. Aangehaald wordt dat bepalingen die de toegang tot de relevante markt voor bonafide ondernemingen afsluiten tot een onevenredig niveau beperken, zonder dat daarbij tenminste in een met waarborgen omklede dispensatie-mogelijkheid voor werkgevers is voorzien, niet algemeen verbindend verklaard worden. Expliciet wordt gewezen op de in het Toetsingskader AVV genoemde exclusiviteit van een of enkele organisaties en het verbod op of te vergaande inperking van het inlenen van personeel. Hierbij wordt gesteld dat toepassing van de cao LMB de gemiddelde loonkosten bij e-commerce werkgevers zal laten stijgen terwijl de huidige gemiddelde loonkosten per uur al hoger ligt dan bij supermarktwinkels. Verwezen wordt naar het onderzoek van PwC. Avv leidt tot onevenredige kosteneffecten en afscherming van de markt. Cao-partijen pogen om de e-commercesector binnen hun domein te trekken wat door bedenkinghebbenden ‘winkelnering’ wordt genoemd. Dit is in strijd met ILO-verdrag 87 en ILO-verdrag 98, omdat het recht tot oprichting om organisaties die de belangen van werkgevers dan wel werknemers in die sector behartigen, ontnomen wordt. De belangen van werknemers in de e-commercesector worden niet behartigd als naar de typische functies voor detaillistenwinkels gekeken wordt. Een groot deel van de arbeidspopulatie in de e-commercesector bestaat uit bezorgers (riders) en verzamelaars (pickers). Avv zou werkgeversvereniging E-commerce Nederland en de cao E-commerce overbodig maken. Ook levert avv een inbreuk op het recht om te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden in de e-commercesector en het onderhandelingsresultaat op.

Overwegende ten aanzien van de bedenkingen:

Werkingssfeeroverlap, reikwijdte en formulering werkingssfeer

Ingevolge paragraaf 6.2.1 van het Toetsingskader AVV kunnen bepalingen betreffende de werkingssfeer die geen duidelijke afbakening van de rechtsgebieden bevatten of die overlapping met een of meerdere cao's waarvan bepalingen algemeen verbindend zijn verklaard of doorgaans algemeen verbindend worden verklaard teweegbrengen, niet algemeen verbindend worden verklaard. Dit is niet mogelijk, omdat op een arbeidsverhouding niet gelijktijdig twee algemeen verbindend verklaarde besluiten van dezelfde aard van toepassing kunnen zijn.

Daarbij is het de verantwoordelijkheid van partijen om overeenstemming over de wederzijdse werkingssfeerbepalingen te bereiken. Indien mocht blijken dat een oplossing in onderling overleg op korte termijn niet mogelijk is en in het geval van een volledige overlap van werkingssferen, zal het verzoek tot algemeenverbindendverklaring van de cao die werkingssfeeroverlap teweegbrengt niet worden gehonoreerd.

In onderhavig geval is sprake van werkingssfeeroverlap met de cao E-commerce. Hierbij is sprake van een impasse. Na ruim acht maanden van overleg dan wel mogelijkheid tot overleg hebben zowel bedenkinghebbenden als cao-partijen bij het LMB namelijk aangegeven dat een gezamenlijke oplossing niet (meer) tot de mogelijkheden behoort. Intussen zijn de bedenkingen ook niet ingetrokken.

Van belang is dat met paragraaf 6.2.1 van het Toetsingskader AVV gedoeld wordt op de situaties waarbij sprake is van overlapping van werkingssferen tussen twee of meer bedrijfstak-cao’s waarvan bepalingen algemeen verbindend zijn verklaard of doorgaans algemeen verbindend worden verklaard. Hiervan is thans geen sprake. De cao E-commerce betreft namelijk een (nieuwe) cao die niet algemeen verbindend is verklaard en ook niet eerder algemeen verbindend is verklaard. Dientengevolge is de desbetreffende cao ook niet als doorgaans algemeen verbindend verklaarde cao te kwalificeren. In tegenstelling tot de cao E-commerce betreft de cao voor het LMB wel een doorgaans algemeen verbindend verklaarde cao. Het is dan ook de cao E-commerce die werkingssfeeroverlap met een doorgaans algemeen verbindend verklaarde cao teweegbrengt. Derhalve vormt de geconstateerde werkingssfeeroverlap naar mijn oordeel geen belemmering voor avv van de cao LMB.

Ten aanzien van de stelling dat cao-partijen thans pogen om de e-commerce in hun domein te trekken, merk ik volledigheidshalve op dat de term ‘virtuele inrichting’ al sinds 2001 in de cao LMB in de werkingssfeer is opgenomen en al (vaker) algemeen verbindend verklaard is geweest.2

Voorts hebben cao-partijen desgevraagd met betrekking tot het groepsartikel en de daarbij aangehaalde rechtspraak verklaard dat er sprake is van een verduidelijking en dat er geen sprake is van een materiële uitbreiding. Met de werkingssfeer is namelijk volgens partijen altijd al bedoeld dat groepsvennootschappen van een supermarkt van wie de activiteiten direct samenhangen met de exploitatie van de winkel(s) onder de cao vallen. Naar aanleiding van de voornoemde uitspraak van de Rb. Amsterdam van 3 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8968, hebben cao-partijen de tekst aangescherpt. Hiermee wordt voorkomen dat men bij eventuele opsplitsing in meerdere rechtspersonen niet meer onder het werkgeversbegrip valt. Er is echter volgens partijen in de nieuwe cao geen sprake van het ad hoc bijhalen van een sector middels een werkingssfeeruitbreiding.

Daarbij merk ik op dat het aanscherpen van een werkingssfeerbepaling in een cao na een uitspraak van de civiele rechter niet evident in strijd is met het Toetsingskader AVV, de Wet AVV, de Wet CAO of het overige geldende recht. Bovendien hebben cao-partijen middels hun representativiteitsopgave aangetoond dat de voornoemde werkingssfeerwijziging geen significante invloed op de representativiteit heeft (zie hieronder bij representativiteit). De door cao-partijen gedane aanpassing van de werkingssfeerbepaling in de cao vormt in het kader van avv dan ook geen belemmering.

Aangaande de gestelde werkingssfeeroverlap met de cao Bakkersbedrijf, de cao voor het Slagersbedrijf, de cao voor de Drogisterijbranche, de cao voor Tankstations en Wasbedrijven en de cao voor de Zoetwarenindustrie kan het volgende worden vermeld.

Krachtens paragraaf 3.2 van het Toetsingskader AVV zijn bedenkingen in verband met vermeende werkingssfeeroverlap evident kansloos indien partijen bij de cao waarmee de overlap zou bestaan schriftelijk verklaren dat er in geen enkel opzicht sprake is van overlap.

In onderhavig geval hebben de betrokken cao-partijen uit alle voornoemde sectoren desgevraagd schriftelijk verklaard dat er geen sprake van werkingssfeeroverlap is met hun cao. Dientengevolge treffen de bedenkingen op dit punt geen doel.

Voor wat betreft de gestelde onduidelijke werkingssfeer, merk ik het volgende op. Niet is gebleken dat cao-partijen van bovengenoemde sectoren niet uit de nieuwe werkingssfeertekst van de cao LMB hebben kunnen komen. Tevens zijn op onderhavige bedenkingen na, geen bedenkingen van cao-partijen van andere sectoren of andere belanghebbenden binnengekomen. Derhalve zie ik ook ten aanzien van dit punt geen reden om van avv af te zien.

Daarenboven behoort het bepalen van de reikwijdte, de omschrijving en de uitleg van de werkingssfeer in principe tot de verantwoordelijkheid van de bij de cao betrokken partijen. De beoordeling hoe cao-bepalingen dienen te worden uitgelegd, is –mede gelet op de technische aard van deze vraag– eigenlijk eveneens in eerste aanleg een zaak van partijen. Een verder geschil over de uitleg van cao-bepalingen kan -zoals reeds bekend- aan de civiele rechter worden voorgelegd.

Representativiteitsopgave

Voor het algemeen verbindend kunnen verklaren van een cao is vereist dat de cao-bepalingen waarop het verzoek tot avv betrekking heeft, reeds moeten gelden voor een naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna Minister van SZW) belangrijke meerderheid van de in de bedrijfstak werkzame personen (artikel 2, eerste lid, van de Wet AVV). Deze belangrijke meerderheid moet blijken uit een opgave van het aantal werkgevers lid van de werkgeversvereniging die partij is bij de cao onderscheidenlijk het aantal werkgevers dat naar de aard van de bedrijfsactiviteiten en de werkzaamheden tot de werkingssfeer van de cao kan worden gerekend alsmede het aantal personen werkzaam bij werkgevers die lid zijn van de werkgeversvereniging die partij is bij deze cao, onderscheidenlijk het aantal personen werkzaam bij werkgevers die naar de aard van de bedrijfsactiviteiten en de werkzaamheden tot de werkingssfeer van de cao gerekend kunnen worden.

Deze opgave dient voorzien te worden van een toelichting op de wijze van verzameling van de gegevens als bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, sub c van het Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het verzoeken om algemeenverbindendverklaring.

Conform artikel 2:3 lid 1 van het Besluit aanmelding van cao’s en het verzoeken om avv kan de Minister SZW vragen om een assurancerapport over de juistheid van die opgave van een registeraccountant of een accountantsadministratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, te overleggen.

Indien sprake van een meerderheid van tussen de 55 en 60% is, is krachtens paragraaf 4.1 van het Toetsingskader AVV alsnog sprake van een belangrijke meerderheid, tenzij het draagvlak voor de cao binnen het werkingssfeergebied gering is of er een zeer scheve verdeling van de meerderheid binnen het werkingssfeergebied bestaat.

Uit de representativiteitsopgave van cao-partijen blijkt dat voor de berekening van het aantal direct aan de cao gebonden werkgevers met werknemers en het aantal werkgevers met werknemers gebonden door de werkingssfeer van de cao, gebruik is gemaakt van gegevens uit de administratie van het Sociaal Fonds Levensmiddelenbedrijf en het Bedrijfstakpensioenfonds Levensmiddelen. Deze administraties zijn ondergebracht bij administrateur AZL. Alle gebruikte gegevens zijn integraal vergeleken met gegevens bij de Kamer van Koophandel en het ledenbestand van het Vakcentrum. Daarbij gaan de gegevens van het ledenbestand jaarlijks mee in de controle van de registeraccountant. De AZL-administraties zijn onderhevig aan kwaliteitscontroles, kwaliteitsmaatregelen en aan een audit door een onafhankelijke externe accountant. De representativiteit voor de totale branche is op basis van de gebruikte data 75.55%.

In reactie op de ingebrachte bedenkingen hebben cao-partijen een nadere toelichting op de representativiteitsopgave gegeven. Bij het gebruikmaken van de gegevens uit de administraties van AZL, is rekening met de werkingssfeerverschillen gehouden. Het startpunt is het ondernemingenbestand van het Bedrijfstakpensioenfonds Levensmiddelenbedrijf geweest. Vervolgens is dit bestand nog met gegevens verrijkt die niet voor het bedrijfstakpensioenfonds, maar wel voor de cao relevant zijn. Om zichtbaar te maken welke ondernemingen lid zijn van de vereniging Grootwinkelbedrijven in Levensmiddelen (VGL), partij bij de cao voor grootwinkelbedrijven (inhoudelijk is de cao dezelfde als de cao LMB), en welke ondernemingen onder de cao LMB vallen, is een uitsplitsing gemaakt. Het bestand met werkgevers betreft over het algemeen zelfstandige ondernemers die geen of beperkt kantoorpersoneel in dienst hebben, geen aparte distributiecentra kennen met een eigen cao en waar in beperkte mate werknemers in dienst zijn die zich met leiding en toezicht, schoonmaak of beveiligingswerkzaamheden bezighouden. Gecontroleerd is of er geen werknemers zijn meegeteld die buiten het domein van de cao vallen. Daarvan lijkt geen tot nauwelijks sprake van te zijn. Er is in ieder geval geen sprake van wezenlijke invloed op de representativiteitscijfers.

Ter bevestiging van de juistheid van de representativiteitsopgave hebben cao-partijen een beoordeling van onderzoeksbureau Panteia toegezonden.

Uit deze beoordeling blijkt dat het aantal medewerkers die totaal onder de cao vallen en het aantal medewerkers die bij de aan de cao gebonden bedrijven werken en lid van het Vakcentrum zijn, plausibel is. Ten aanzien van de groepsaanpassing is door Panteia nader toegelicht dat er bij de leden van het Vakcentrum sprake is van een gering aantal groepsmaatschappijen. Het groepsartikel heeft beperkte invloed. Daarbij wordt bevestigd dat evenmin aanleiding is om te vermoeden dat er in de noemer significante aantallen werknemers ontbreken. Het genoemde representativiteitspercentage is zonder meer als juist te noemen.

Ter additionele waarborg van de juistheid van de representativiteitsopgave hebben cao-partijen desgevraagd, conform artikel 2:3 lid 1 van het Besluit aanmelding van cao’s en het verzoeken om avv, een assurancerapport van een onafhankelijke accountant overgelegd.

Om tot een oordeel te kunnen komen heeft de accountant nadrukkelijk moeten nagaan of de opgegeven werkgevers- en werknemersaantallen juist zijn en of er rekening met de gewijzigde werkingssfeer is gehouden.

Naar het oordeel van de accountant is de representativiteitsopgave in alle van materieel belang zijnde aspecten opgesteld en in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria. Het ingevulde formulier representativiteitsgegevens geeft naar het inzicht van de accountant de juiste opgave weer waarbij rekening is gehouden met de juiste toepassing van de gewijzigde werkingssfeer.

Met zowel het onderzoek van Panteia als het assurancerapport van de onafhankelijke accountant wordt de validiteit van de gebruikte gegevens, de berekeningsmethode en het representativiteitspercentage van 75,55% gestaafd. De bedenkingen aangaande de representativiteit doen naar mijn oordeel dan ook geen afbreuk aan de door partijen overgelegde representativiteitsgegevens.

Voor wat betreft de gestelde scheve verdeling merk ik op dat voldaan is aan het meerderheidsvereiste zoals bedoeld in de Wet AVV, het Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het verzoeken om algemeenverbindendverklaring en het Toetsingskader AVV. Met een representativiteitspercentage van 75,55% is op grond van het Toetsingskader AVV sprake van een belangrijke meerderheid en is een beoordeling van een eventuele scheve verdeling niet aan de orde. Dit laatste is immers alleen aan de orde bij een meerderheid tussen de 55% en 60%.

Specifieke bedrijfskenmerken die op essentiële punten verschillen

Ten aanzien van de gestelde verschillen tussen e-commercebedrijven en traditionele supermarkten (of traditionele retail met een fysiek netwerk), merk ik het volgende op.

Ten eerste is voor avv van cao-bepalingen het Toetsingskader AVV en de Wet AVV leidend. In dat kader wordt, in tegenstelling tot bij een dispensatieverzoek, niet getoetst of sprake is van specifieke bedrijfskenmerken die op essentiële punten verschillen van de ondernemingen die tot de werkingssfeer van de algemeen verbindend te verklaren cao gerekend kunnen worden.

De gestelde verschillen zijn gelet op het vorenstaande dan ook geen reden voor het weigeren van avv van de cao LMB. Ten overvloede merk ik nog op dat ik geen dispensatieverzoek heb ontvangen.

Ten tweede zijn er momenteel al ondernemingen die online levensmiddelen verkopen en hierbij de cao LMB toepassen. Het Vakcentrum kent zelfs al leden die uitsluitend online verkopen. Tevens hebben cao-partijen benadrukt dat het beeld dat de cao LMB voor kleine zelfstandige supermarkten is geschreven, niet klopt. Het Vakcentrum vertegenwoordigt alleen zelfstandige MKB werkgevers. Deze hebben echter verschillende hoeveelheden werknemers onder zich. Zo zijn er kaasspeciaalzaken met enkele werknemers tot XL supermarkten met grote aantallen werknemers die de cao LMB toepassen. Onder de leden van het Vakcentrum zijn ook grote (multi) franchisers lid. Daarbij hanteren grootwinkelbedrijven, die bij de VGL zijn aangesloten, feitelijk gezien dezelfde cao als de leden van het Vakcentrum.

Hoe het ook zij, al de vorenstaande verschillende typen bedrijven vallen onder de werkingssfeeromschrijving van de cao LMB zoals die is vastgesteld door cao-partijen. Hierbij is de aard van de door de werknemer uitgevoerde arbeid in principe leidend. Daarbij zijn, aangezien avv het doel heeft om concurrentie op arbeidsvoorwaarden in de bedrijfstak te voorkomen, de onderlinge verschillen tussen bedrijven in dat kader niet van belang en hebben geen invloed op een avv-procedure. De gestelde verschillen zijn dientengevolge niet doorslaggevend om van avv af te zien. Wat daarentegen in het kader van avv wel van belang is, is de continuïteit van arbeidsvoorwaarden en de arbeidsrust in de bedrijfstak die bereikt wordt door avv van de doorgaans algemeen verbindend verklaarde cao.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Voorts merk ik voor wat betreft de gestelde strijdigheid met het zorgvuldigheidsbeginsel van art. 3:2 Awb, het fair play beginsel van art. 2:4 Awb en het evenredigheidsbeginsel van art. 3:4 lid 2 Awb bij het niet in consideratie nemen van de cao-aanpassingen, het volgende op.

Ten aanzien van het zorgvuldigheidsbeginsel is tijdens onderhavige procedure expliciet aan cao-partijen gevraagd om nadere informatie te doen toekomen over de eventuele gevolgen van de werkingssfeerwijziging op de representativiteitsopgave. Daarbij is ter verificatie om een assurancerapport van een onafhankelijke accountant gevraagd. Voorts zijn de sectoren die door bedenkinghebbenden zijn aangehaald waar sprake van overlap met de cao LMB zou zijn, elk benaderd met de vraag of sprake is van de gestelde werkingssfeeroverlap. Daarenboven zijn de (gewijzigde) cao-bepalingen die voor avv worden voorgelegd conform de van toepassing zijnde beleidsregels van het Toetsingskader AVV getoetst.

Voor wat betreft het fair play beginsel deel ik het volgende mede. Bedenkinghebbenden stellen dat cao-partijen vooringenomen zijn om e-commercepartijen onevenredig te benadelen. Ik merk op dat de abbb’s gelden voor bestuursorganen en niet voor cao-partijen. Daarbij worden de bedenkingen ten aanzien van de door cao-partijen gedane aanpassingen in de werkingssfeer, zoals hierboven (en zie bij werkingssfeer) te lezen, daadwerkelijk meegewogen in de overwegingen van het onderhavige avv-besluit.

Omtrent het evenredigheidsbeginsel merk ik het volgende op. Volgens art. 3:4 lid 2 Awb mogen nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Ook bij dit beginsel beargumenteren bedenkinghebbenden dat cao-partijen vooringenomen zijn om e-commercepartijen onevenredig te benadelen. Ik merk nogmaals op dat de abbb’s niet gelden voor cao-partijen, maar dat deze gelden voor bestuursorganen. Bovendien is niet gebleken dat de effecten van avv van de cao LMB voor bedenkinghebbenden onevenredig zijn ten opzichte van het doel van avv. Immers, het beoogde effect van een avv-besluit is om concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen. Hierbij is door cao-partijen verduidelijkt dat de aanpassing in de werkingssfeer een aanscherping betreft en er niet ad hoc een sector bij wordt gehaald.

Met inachtneming van al het vorenstaande is mijns inziens niet gebleken dat sprake is van strijdigheid met de abbb’s.

Algemeen belang

Vastgesteld wordt dat de argumenten van bedenkinghebbenden op dit punt niet gaan over het algemeen belang in de zin van het Toetsingskader AVV, maar in feite gaan over economische deelbelangen. Met name wordt gevreesd dat innovatie en efficiëntie beperkt worden. Hierbij is niet door bedenkinghebbenden gespecificeerd welke cao-bepalingen innovatie en efficiëntie in de weg zouden staan. Verder gaan de bedenkingen over ordening en regulatie van buitenlandse concurrentie.

Ten aanzien van dit punt merk ik allereerst op dat het toetsen van innovatiemogelijkheden en efficiëntie geen onderdeel van de avv-toetsing uitmaken. In onderhavig geval leent de genoemde beleidsregel zich niet als grondslag voor de gestelde bedenkingen. Daarbij staan arbeidsvoorwaarden en avv van arbeidsvoorwaarden, innovatie en efficiëntie in principe niet in de weg. Cao-partijen hebben in reactie op de bedenkingen ook uitgelegd dat in het verleden al eerder geïnnoveerd is met nieuwe businessmodellen (zoals SRV-wagens, stationswinkels en aanhuis-bezorging door franchisenemers). Men is hierbij altijd in staat geweest om de arbeidsvoorwaarden van de cao LMB toe te passen.

Daarenboven hebben cao-partijen desgevraagd uitgelegd dat het voor e-commercebedrijven mogelijk is om lid van het Vakcentrum te worden. Lidmaatschap van een vakvereniging geeft de mogelijkheid om invloed uit te oefenen.

Aangaande het ordenen en reguleren van de concurrentie uit het buitenland hebben cao-partijen terecht opgemerkt dat deze concurrentie zich ook aan de geldende dwingendrechtelijke arbeidsrechtelijke verplichtingen en derhalve aan de cao die algemeen verbindend is verklaard, dienen te houden. Zoals eerder genoemd, is het beoogde effect van avv om concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen.

Niet is gebleken dat er sprake is van strijdigheid met het algemeen belang. Dientengevolge zie ik ook ten aanzien van dit gestelde punt geen beletsel tot avv van de cao LMB.

Rechtmatige belangen van derden: onevenredige beperking van de toegang tot de markt

Ingevolge paragraaf 6.2.2 van het Toetsingskader AVV worden cao-bepalingen die de toegang direct of indirect tot de relevante markt voor bonafide ondernemingen afsluiten of tot een onevenredig niveau beperken, zonder dat daarbij tenminste in een met waarborgen omklede dispensatiemogelijkheid voor werkgevers is voorzien, niet algemeen verbindend verklaard. Het gaat hier bijvoorbeeld om exclusiviteit van een of enkele verzekeringsmaatschappijen, arbo-diensten, scholingsinstituten of uitzendorganisaties, of om een verbod op of te vergaande inperking van het inlenen van personeel.

Van belang is dat deze beleidsregel ziet op de exclusiviteit in de zin van het gebruikmaken van door derden aangeboden diensten/producten. Een verplichte toepassing van de cao LMB waardoor volgens bedenkinghebbenden sprake van gemiddeld andere loonkosten voor e-commercewerkgevers zou zijn, valt hier niet onder. Ik constateer dan ook dat bedenkinghebbenden ook deze beleidsregel anders dan door de wetgever bedoeld, hebben geïnterpreteerd. Ook bij dit onderwerp leent de door bedenkinghebbenden aangehaalde beleidsregel zich niet als grondslag voor de gestelde bedenkingen. Voorts is ook niet anderszins gebleken dat van de in de beleidsregel genoemde omstandigheden sprake is. Overigens voorziet de cao LMB in een dispensatiemogelijkheid.

Derhalve wordt in het kader van avv niet gevolgd dat sprake is van een te grote benadeling van de rechtmatige belangen van derden door afsluiting van toegang tot de relevante markt of het onevenredig beperken van het niveau. Bovendien zijn bedenkingen die betrekking hebben op de kosten voortvloeiend uit algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen ingevolge paragraaf 3.2 van het Toetsingskader AVV evident kansloos.

Tevens wordt niet gevolgd dat het ILO-verdrag 87 inzake recht op vrijheid tot het oprichten van verenigingen en het ILO-verdrag 98 inzake het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, door avv van de cao LMB wordt geschonden. Het blijft immers mogelijk om een vakvereniging op te richten. Ook blijft het mogelijk om zich aan te sluiten bij een vakvereniging naar keuze en in vrijheid te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. Voor zover de hierdoor tot stand gekomen cao-bepalingen strijdig zijn met de avv-bepalingen mag slechts voor de duur van het avv-besluit aan die cao-bepalingen geen toepassing worden gegeven en gelden in plaats daarvan de algemeen verbindend bepalingen.

Op grond van het bovenstaande concludeer ik dat de bedenkingen geen beletsel vormen om tot algemeenverbindendverklaring over te gaan.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:

Artikel 1 Werkingssfeer

  • 1. Deze overeenkomst geldt, tenzij in dit artikel of elders in deze cao anders is bepaald, alleen voor alle werknemers als bedoeld in artikel 2d die een arbeidsovereenkomst hebben met of een werkgever die is aangesloten bij het Vakcentrum en alle werkgevers die één of meer winkels exploiteren die voldoen aan de omschrijving van artikel 2 onder a, met uitzondering van:

    • a. personen, uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam in een kantoor van de werkgever;

    • b. personen, uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam in of voor een distributiecentrum van de werkgever, waaronder begrepen chauffeurs, als hun arbeidsvoorwaarden in een andere cao geregeld zijn;

    • c. personen, uitsluitend belast met leiding, toezicht of controle over meer dan een winkel en niet zelf in de verkoop werkzaam zijnde;

    • d. personen, uitsluitend belast met schoonmaakwerkzaamheden of bewakingswerkzaamheden.

  • 2. Voor de erbijbaner gelden, in afwijking van lid 1, alle artikelen met uitzondering van artikel 5, 8 lid 1 tot en met lid 3, artikel 8 lid 9 en artikel 26 lid 3.

  • 3. Voor vakantiewerkers gelden, in afwijking van lid 1, alle artikelen met uitzondering van de artikelen 5 tot en met artikel 8, 13, 14, 16, 18 tot en met artikel 20, 22 en artikel 26 lid 3.

  • 4. De werkgever dient zich ervan te verzekeren dat voor een uitzendkracht of een werknemer die via detachering werkzaam is:

    • a. hetzelfde loon (zoals bepaald in de artikelen 18 en 19), werktijden (zoals bepaald in de artikelen 4 6 en 8 lid 1 en 2) en dezelfde overige vergoedingen (zoals bepaald in de artikelen 7 tot en met 9, en 14) van toepassing zijn als voor een werknemer die bij hem in dienst is;

    • b. vergelijkbare overige arbeidsvoorwaarden (zoals bepaald in de artikelen 10 tot en met 13, 16, 20, 23, tot en met 26) van toepassing zijn als in deze cao geregeld voor een werknemer die bij hem in dienst is.

Artikel 2 Definities

Deze overeenkomst verstaat onder:

a. winkel:

iedere fysieke en virtuele inrichting waar overwegend een verscheidenheid aan verbruiksartikelen zoals: kruidenierswaren, zuivel en eieren, kaas, aardappelen, groente en fruit, bier, wijn, frisdranken, vlees, wild en gevogelte, vleeswaren en salades, vis, schaal- en schelpdieren, brood en gebak, koek- en banketartikelen, maaltijden, maaltijdcomponenten, ijs, chocolade en chocoladeproducten, snoep- en zoetwaren, zoutjes, onderleggers en notenbarproducten, delicatessen, dierenvoeding, rookwaren, drogmetica, schoonmaak- en onderhoudsartikelen, kantoorbenodigdheden en wenskaarten, lectuur, huishoudelijke artikelen, dierenbenodigdheden, bloemen en planten wordt verkocht, eventueel gecombineerd met een aanvullend assortiment gebruiksartikelen. Tevens iedere fysieke en virtuele inrichting waarin een kaasspeciaalzaak, delicatessenwinkel in de breedste zin des woords wordt geëxploiteerd, gespecialiseerde zuiveldetailhandel of supermarkten, levensmiddelenwinkels op recreatieparken.

In geval van samenloop is bepalend de hoofdactiviteit in loonbedrag en aantal arbeidsdagen. Is de hoofdactiviteit niet een fysieke of virtuele winkel, kaasspeciaalzaak, delicatessenwinkel in de breedste zin van het woord of gespecialiseerde zuiveldetailhandel, dan vallen alleen de werknemers die zich met het levensmiddelenbedrijf bezighouden onder de cao.

b. distributiecentrum (DC):

iedere inrichting waarin logistieke activiteiten worden verricht ten behoeve van de belevering van de winkels. Onder werknemers van een DC worden tevens begrepen de chauffeurs van de lichte en zware vrachtwagens.

c. werkgever:

iedere natuurlijke of rechtspersoon, die één of meer winkels in de zin van deze overeenkomst exploiteert, dan wel een (rechts)persoon die deel uitmaakt van de groep waartoe de partij die één of meer winkels in de zin van deze overeenkomst exploiteert behoort en die weliswaar niet zelf één of meer winkels exploiteert, maar wier activiteiten samenhangen met de exploitatie van de winkel(s), en werknemers in de zin van deze overeenkomst in dienst heeft, met uitzondering van de werkgever die is aangesloten bij de Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Levensmiddelen (VGL).

d. werknemer:

elke persoon in dienst van een werkgever.

e. normale arbeidsduur:

gemiddeld 40 uur per week berekend over een periode van vier aaneensluitende weken, waarbij deze perioden elkaar niet mogen overlappen.

f. erbijbaner:

iedere werknemer met een arbeidsovereenkomst van maximaal 12 uur per week, 48 uur per loonperiode van 4 weken of 52 uur per maand.

g. tussenbaner:

iedere werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van 4 jaar en meer dan 12 uur per week, 48 uur per loonperiode van 4 weken of 52 uur per maand, aangegaan overwegend omwille van educatie.

h. loopbaner:

iedere werknemer die niet erbijbaner, tussenbaner of vakantiewerker is

i. vakantiewerker:

iedere scholier of student die tijdens een aaneengesloten vakantiesluiting van onderwijsinstellingen als werknemer gedurende ten hoogste acht weken arbeid verricht.

j. werknemer in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL):

student in het middelbaar beroepsonderwijs zoals beschreven in de Wet Educatie Beroepsonderwijs.

k. uitzendkracht:

ieder die krachtens een uitzendovereenkomst conform artikel 7:690 BW werkzaamheden verricht voor de werkgever.

l. detachering:

het door de werkgever ter beschikking stellen van een werknemer aan een andere werkgever, al dan niet in hetzelfde concern, in het kader van een overeenkomst tussen de werkgever en de andere werkgever.

m. loon:

het bruto loon plus eventuele provisie. Jaarlijkse uitkeringen, waaronder gratificaties en vakantiebijslag, alsmede kosten- en overwerkvergoedingen en de toeslag voor bijzondere uren vallen niet onder het begrip loon.

n. all-in uurloon:

uurloon, verhoogd met ADV (met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 lid 4), vakantieuren en vakantietoeslag.

o. feestdag:

de algemeen erkende feestdagen Nieuwjaarsdag, beide Paasdagen, Hemelvaartsdag, beide Pinksterdagen en de beide Kerstdagen, alsmede de bevrijdingsdag in de lustrumjaren en de jaarlijkse dag waarop de verjaardag van Z.M. de Koning wordt gevierd.

Artikel 3 Verplichtingen van de werkgever en de werknemer

  • 2. De werknemer ontvangt een schriftelijke arbeidsovereenkomst, waarin ten minste worden vermeld:

    • a. de datum van indiensttreding,

    • b. de functie, waarin hij wordt aangesteld,

    • c. de groep, bedoeld in artikel 18, waarin hij is ingedeeld,

    • d. het aan de functie verbonden loon,

    • e. eventuele bijzondere voorwaarden.

    • f. de overeengekomen arbeidsduur,

    • g. bepaalde / onbepaalde tijd,

    • h. of sprake is van een oproepovereenkomst

  • 3. In het geval de werknemer wordt aangesteld op een contract voor bepaalde tijd worden eventuele voorafgaande uitzendovereenkomsten, die door een periode van ziekte zijn onderbroken, voor het vaststellen van een mogelijke overgang naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (artikel 7:668a lid 2 BW) samen beschouwd als één arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

  • 4. Voor ieder nieuw dienstverband langer dan zes maanden geldt een proeftijd van twee maanden. De werkgever en de werknemer kunnen schriftelijk geen of een kortere proeftijd overeenkomen. Voor een nieuw dienstverband korter of gelijk aan zes maanden geldt geen proeftijd.

  • 5. Wanneer de BBL-werknemer meer uren werkt dan die zijn vastgelegd in zijn studieovereenkomst, sluit de werkgever een afzonderlijke arbeidsovereenkomst, waarin worden geregeld de arbeidsduur, een loon naar evenredigheid daarvan, een aangepaste vakantieregeling en het loon over die dagen waarop de betreffende werknemer vrijwillig arbeid verricht.

  • 6. De werkgever mag geen arbeidsvoorwaarden overeenkomen die in strijd zijn met de bepalingen van deze overeenkomst, maar mag wel in voor werknemers positieve zin afwijken van deze cao.

Uitzendbureaus en payroll bedrijven

  • 7. Werkgevers maken alleen gebruik van uitzendbureaus en payroll bedrijven die bij de Stichting Normering Arbeid in het Register Normering Arbeid zijn geregistreerd en voldoen aan NEN 4400, dan wel die geregistreerd zijn als aangemelde onderneming die bezig zijn met NEN 4400 certificering, dan wel indien het een buitenlands uitzendbureau of payroll werkgever betreft, die aan gelijkwaardige voorwaarden voldoet, hetgeen kan blijken uit registratie in het Register van Vereniging Registratie Ondernemingen.

Geheimhouding

  • 8. De werknemer is verplicht zowel gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst als na beëindiging daarvan strikte geheimhouding te betrachten ten aanzien van zaken en personen betreffende het bedrijf van de werkgever.

Artikel 4 Arbeidstijden en arbeidsduur

  • 1. De werkgever stelt de arbeidstijden vast, waarbij hij rekening houdt met artikel 4 t/m 9 van deze cao.

    Uitgangspunt bij de indeling van de dagelijkse arbeidstijd is dat deze zoveel mogelijk aaneengesloten zal zijn en uitgaat van een vijfdaagse werkweek.

  • 2. De normale arbeidsduur bedraagt:

    • a. gemiddeld 40 uur per week berekend per periode van vier aaneensluitende weken, waarbij deze perioden elkaar niet mogen overlappen,

    • b. ten hoogste negen uur per dag.

    Onder de normale arbeidsduur vallen niet de uren waarmee in enige week een arbeidstijd van 45 uur is overschreden.

  • 3.

    • a. Bij het opstellen van roosters wordt rekening gehouden met de (structurele) afspraken die met de werknemer zijn gemaakt over zijn arbeidstijden. Wijziging van deze afspraken vindt plaats in overleg met de betrokken werknemer. Een verzoek van de werknemer tot wijziging wordt gehonoreerd indien dit redelijkerwijs mogelijk is.

    • b. Bij het opstellen van de roosters wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met aanvullende wensen van de werknemer.

    • c. Van de overeengekomen arbeidsduur wordt minimaal 50% vastgelegd als structurele arbeidstijd.

    • d. Bij de vaststelling van de arbeidstijden wordt volledig rekening gehouden met afspraken over kinderopvang.

    • e. Van de bedrijfstijd minus de overeengekomen arbeidsduur wordt, binnen de bedrijfstijd, minimaal 50% aangemerkt als vaste vrije tijd. In de vaste vrije tijd zijn in ieder geval twee avonden per week inbegrepen. Inzet van de werknemer op uren die zijn aangemerkt als vaste vrije tijd is alleen mogelijk op vrijwillige basis.

    • f. Roosters en arbeidstijden worden tijdig bekend gemaakt. Dit betekent dat:

      • het volledige rooster minimaal één volle week voor aanvang bekend wordt gemaakt behoudens onvoorziene omstandigheden. Indien voor de werknemer het rooster niet één week van tevoren bekend is gemaakt, kan de werknemer slechts worden verplicht om te werken op zijn structurele arbeidstijd;

      • roostervrije uren, alsmede een vaste vrije dag uiterlijk twee weken van tevoren bekend worden gemaakt.

      • Indien er sprake is van factoren die ten tijde van het opstellen van het rooster niet bekend waren, geldt voor erbijbaners een oproepings- en intrekkingstermijn van 24 uur.

    • g. De erbijbaner die minder dan 2 uur per week arbeid heeft verricht, heeft recht op het loon waarop hij aanspraak zou hebben als hij 2 uur arbeid zou hebben verricht.

  • 4. De werknemer kan op de avonden van Goede Vrijdag en 4 mei (Dodenherdenking) na 19.00 uur niet worden verplicht om te werken.

    De werknemer kan niet worden verplicht om op de avond van 5 december na 18.00 uur te werken.

  • 5. De werknemer in de winkel kan niet worden verplicht om meer dan twee avonden per week te werken. Op individuele basis in overleg tussen de werkgever en de werknemer kunnen afwijkende afspraken worden gemaakt. Voor werknemers die in dienst waren vóór 1 juni 2008 kunnen historische rechten gelden die zijn opgesomd in bijlage 4A van deze cao.

  • 6. De werknemer, in dienst voor 1 juni 2008, kan niet worden verplicht om meer dan 12 zaterdagen per jaar te werken, tenzij de werknemer verdergaande historische rechten heeft. Zie ook bijlage 4A voor de historische rechten. De werkgever en werknemer kunnen in overleg afwijkende afspraken maken.

  • 7.

    • a. Op zondagen en op feestdagen wordt geen arbeid verricht, tenzij bijzondere omstandigheden zulks noodzakelijk maken en de desbetreffende wettelijke bepalingen zich daartegen niet verzetten.

    • b. De werknemer kan niet tot het werken op zondag, Hemelvaartsdag of Eerste Kerstdag worden verplicht.

    • c. De werknemer kan bij voorrang een vrije dag (vakantie of ADV) opnemen op een geldende religieuze feestdag, tenzij gewichtige bedrijfsbelangen zich daartegen verzetten.

Arbeidsduur

  • 8. Alle werkelijke in opdracht van de werkgever gewerkte tijd, moet worden beloond in tijd of geld.

  • 9. In geval er sprake is van een structurele situatie dat een werknemer meer uren werkt dan is overeengekomen in de arbeidsovereenkomst, zal de werkgever deze arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer aanpassen aan de feitelijke situatie. Aanpassing kan maximaal plaatsvinden tot de normale arbeidsduur.

    • a. In het geval er sprake is van een structurele wijziging van het aantal te werken uren, wordt de arbeidsovereenkomst direct aangepast.

    • b. Indien een werknemer gedurende drie achtereenvolgende loonperioden van vier weken / één maand, inclusief eventuele roostervrije uren, meer uren heeft gewerkt dan in de arbeidsovereenkomst is bepaald zal de werkgever de arbeidsovereenkomst aanpassen aan het gemiddeld aantal uren dat de werknemer in voornoemde periode heeft gewerkt, tenzij er sprake is van tijdelijke incidentele situaties, zoals:

      • vervanging wegens arbeidsongeschiktheid;

      • vervanging wegens zwangerschap;

      • vervanging tijdens verlof;

      • extra uren in vakantieperiode (juli/augustus) en in verband met feestdagen.

  • 10. De werknemer die een arbeidsovereenkomst heeft voor minder dan de normale arbeidsduur maar meer uren werkt dan de arbeidsovereenkomst aangeeft, krijgt deze extra uren gecompenseerd in betaalde vrije tijd of in geld. Bij compensatie in geld heeft de werknemer naast recht op loon voor de extra gewerkte uren, recht op aanvullende opbouw van vakantie, vakantiegeld, roostervrije uren, opbouw van pensioen, en sociale verzekeringsrechten.

  • 11. De werknemer, die gedurende het hele jaar wekelijks een vaste vrije dag heeft, wordt geacht zijn vrije dag genoten te hebben, indien deze dag samenvalt met een feestdag als bedoeld in artikel 2 sub o.

Artikel 5 Scholing, POB en duurzame inzetbaarheid

Persoonlijk ontwikkelingsbudget (POB) en scholing

  • 1. Alle tussenbaners en loopbaners hebben per 1 januari 2018 recht op een persoonlijk ontwikkelingsbudget (hierna: POB) per jaar. Het POB bedraagt € 175,= per werknemer per kalenderjaar en wordt toegekend met een periodieke opbouw per maand of loonperiode.

    Dit POB voldoet aan de volgende uitgangspunten:

    • Het POB kan uitsluitend worden besteed aan scholing en ontwikkeling binnen de vrijstellingscriteria van de Loonbelasting.

    • Werknemer is binnen deze vrijstellingscriteria en op basis van een catalogus die via de werkgever ter beschikking wordt gesteld, vrij in de besteding van zijn budget.

    • Opbouw van het POB zal plaatsvinden tot maximaal 5 keer het jaarbudget voor loopbaners en voor maximaal 4 keer het jaarbudget voor tussenbaners. De opbouw eindigt wanneer de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en medewerker eindigt of (behoudens verlenging van het POB) bij het beëindigen van de cao.

    • Indien het POB niet binnen 60 maanden na de maand of loonperiode waarin het is opgebouwd door de werknemer is besteed aan opleiding of ontwikkeling vervalt het resterend POB terug aan de werkgever. Hetzelfde geldt wanneer de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer eindigt.

  • 2. De werknemer wordt jaarlijks geïnformeerd over opleidingsmogelijkheden en opleidingsfaciliteiten in de branche (CBL-Opleidingenhuis, MBO-BBL). Hiervoor zullen werknemers worden gewezen op de website die hiervoor is ingericht. Indien een aanvraag van een werknemer door de werkgever wordt afgewezen, zal dit (desgewenst schriftelijk) worden gemotiveerd.

  • 3. Als de werkgever of werknemer daar behoefte aan heeft, vindt een functioneringsgesprek plaats waarbij opleidingen aan de orde komen. Afspraken over opleidingen worden schriftelijk vastgelegd.

Overwerk en compensatie

  • 4. De werknemer van 55 jaar en ouder kan niet tot het verrichten van overwerk worden verplicht.

  • 5. De werknemer die in één werkweek zes dagen heeft gewerkt, heeft recht op compensatie van deze dag binnen twee periodes (van vier weken of één maand). Een aaneengesloten werkperiode kan niet langer dan zes dagen duren.

Vakantiedagen en verlof

  • 6.

    • a. Voor aanspraak op extra vakantiedagen op grond van diensttijd of leeftijd van de werknemer is zijn situatie bij de aanvang van het vakantiejaar bepalend.

    • b. De diensttijdvakantie bedraagt bij:

      • 25 tot 40 dienstjaren: drie extra vakantiedagen per vakantiejaar;

      • 40 of meer dienstjaren: vijf extra vakantiedagen per vakantiejaar.

    • c. De leeftijdsvakantie bedraagt bij een leeftijd van:

      • 50 tot 55 jaar: één extra vakantiedag per vakantiejaar;

      • 55 tot 60 jaar: twee extra vakantiedagen per vakantiejaar;

      • 60 jaar of meer: vier extra vakantiedagen per vakantiejaar.

    • d. De in b en c genoemde vakantiedagen worden niet bij elkaar opgeteld, het hoogste aantal geldt.

  • 7. In de periode van vijf jaar voorafgaande aan zijn pensionering heeft een werknemer eenmaal recht op maximaal vijf dagen verlof met behoud van loon voor het bijwonen van een cursus ter voorbereiding op zijn pensionering.

Korter werken voorafgaand aan pensioen

  • 8. De werknemer in volledige dienst die de normale arbeidsduur werkt, kan op zijn verzoek 20% korter gaan werken. Dit kan voor de duur van maximaal één jaar voorafgaand aan aanvang van het pensioen. Tegelijkertijd wordt vastgelegd op welke datum de werknemer met pensioen zal gaan. Het nieuwe loon bedraagt in dat geval 90% van het tot dan toe verdiende loon.

Artikel 6 Arbeidsduurverkorting

  • 1.

    • a. De werknemer met een normale wekelijkse arbeidsduur van 40 uur heeft recht op arbeidsduurverkorting van 156 roostervrije uren per kalenderjaar.

    • b. De werknemer met een normale wekelijkse arbeidsduur van minder dan 40 uur, heeft naar rato van zijn wekelijkse arbeidsduur recht op een evenredig deel van het onder a genoemde aantal roostervrije uren.

    • c. De werknemer met wie het dienstverband in de loop van het kalenderjaar wordt aangegaan dan wel beëindigd, heeft naar rato van de lengte van het dienstverband in dat jaar recht op een evenredig deel van de onder a genoemde en eventueel op grond van b aangepast aantal roostervrije uren.

    • d. Roostervrije uren worden ofwel ingeroosterd, of worden aangewend voor tijdsparen, waarbij de werknemer op grond van artikel 15 lid 2 van de cao het recht behoudt om maximaal 50% van de roostervrije uren aan te mogen wenden voor tijdsparen.

  • 2. De roostervrije uren worden in overleg met de ondernemingsraad vastgesteld. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad worden de roostervrije uren na overleg met de werknemers door de werkgever vastgesteld. De werkgever zal rekening houden met de wensen van de werknemers.

    Indien over de in de onderneming geldende regelingen geen duidelijkheid bestaat, zullen de roostervrije uren worden toegekend door ten minste:

    • een halve roostervrije dag per twee weken of

    • een hele roostervrije dag per vier weken.

  • 3. De roostervrije uren zullen niet samenvallen met buitengewoon verlof, feestdagen of vakantiedagen.

  • 4.

    • a. Bij volledige arbeidsongeschiktheid worden de op te bouwen roostervrije uren geacht direct te zijn opgenomen.

    • b. Bij zwangerschapsverlof en bevallingsverlof en arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap of bevalling worden roostervrije uren opgebouwd.

    • c. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (ook als gevolg van zwangerschap of bevalling) worden roostervrije uren naar evenredigheid opgebouwd. Eerder opgebouwde roostervrije uren die volgens het rooster samenvallen met arbeidsongeschiktheid worden na afloop van de arbeidsongeschiktheid opnieuw ingeroosterd.

  • 5. Indien de arbeidsduurverkorting is geregeld door een structurele verlaging van de dagelijkse arbeidstijd, worden geen vervangende uren gegeven bij arbeidsongeschiktheid en bij het samenvallen met buitengewoon verlof- en feestdagen.

  • 6.

    • a. De roostervrije uren voor de werknemer kunnen worden uitbetaald door een toeslag van 8,1% op het loon. Voorwaarde is dat zowel de werkgever als de werknemer instemmen met uitbetaling. Deze afspraak kan worden herzien op basis van dezelfde voorwaarde.

    • b. De roostervrije uren voor erbijbaners kunnen worden uitbetaald door middel van een toeslag van 8,1% op het loon.

    • c. De toeslag van 8,1% wordt ook betaald over het loon dat tijdens vakantiedagen wordt doorbetaald.

  • 7. In afwijking van lid 2 (en rekening houdend met lid 1 onder d) kunnen voor (assistent-) bedrijfsleiders maximaal 52 roostervrije uren per jaar (uitgaande van een dienstverband van 40 uur per week) worden opgespaard en aangewend ten behoeve van bijvoorbeeld extra vakantie of educatief verlof dan wel naar keuze van de werknemer, worden bestemd ten behoeve van een aanvulling op de pensioenvoorziening. Afspraken hieromtrent worden schriftelijk vastgelegd.

Artikel 7 Toeslagen in winkels

  • 1. Toeslagen op doordeweekse dagen

    Aan de werknemer wordt voor elk gewerkt uur het uurloon betaald, verhoogd met een toeslag van:

    op maandag tot en met zaterdag

    -

    tussen 22.00 en 06.00 uur

    50%

  • 2. Toeslagen en beloning op zon- en feestdagen

    Voor de werknemer geldt een toeslag:

    • a.

      • Wanneer op een feestdag wordt gewerkt, wordt per gewerkt uur het uurloon betaald, verhoogd met een toeslag van 100%;

      • Wanneer op een zondag, niet zijnde een feestdag, wordt gewerkt, wordt voor medewerkers per gewerkt uur het uurloon betaald, verhoogd met een toeslag van 50%;

      • In afwijking van lid 2a tweede aandachtsstreepje geldt voor werknemers die werkzaam zijn op zondag en die vóór 1 januari 2022 in dienst waren, tot 1 januari 2025 naar keuze van de werkgever:

        • ° een toeslag van 100% voor uren gewerkt op zondag, tot maximaal het aantal uren in 2021 op zondagen gewerkt. Voor overige zondaguren bedraagt de toeslag 50%. De werknemer wordt op zondag ingeroosterd zoveel als mogelijk conform het gebruikelijke arbeidspatroon in 2021. Het uurloon wordt geïndexeerd met de cao-loonsverhogingen, waarover de vaste toeslag van 50% wordt berekend.

        • ° een individuele toeslag ter hoogte van de in 2021 gemiddeld per loonperiode betaalde zondagstoeslag, vermenigvuldigd met 50%. Voor zondaguren vanaf 2022 geldt de toeslag van 50%. Deze individuele toeslag wordt geïndexeerd met de cao-loonsverhogingen. De werknemer wordt op zondag ingeroosterd zoveel als mogelijk conform het gebruikelijke arbeidspatroon in 2021.

    • b. Wanneer op een feestdag (niet tevens zondag) niet wordt gewerkt, geldt voor de loondoorbetaling de voorwaarde dat de werknemer in de aan de feestdag voorafgaande 12 weken, tenminste op 6 gelijknamige dagen moet zijn ingeroosterd. Het aantal door te betalen uren is dan gelijk aan het aantal uren dat in die periode gemiddeld op de bedoelde dag is gewerkt.

    • c. Wanneer op een feestdag (niet tevens een zondag) – een dag waarop volgens het rooster normaal wordt gewerkt – wel wordt gewerkt, wordt, naast de doorbetaling op grond van punt b, per gewerkt uur het uurloon betaald, verhoogd met een (de gehele dag geldende) toeslag van 100%.

  • 3. De toeslag wordt gegeven in vrije tijd of in geld.

  • 4. Indien de toeslag wordt gegeven in vrije tijd geldt:

    • a. de werkgever neemt de vrije tijd op in het werkrooster en houdt hierbij rekening met de wensen van de werknemer;

    • b. indien niet binnen zes maanden is gecompenseerd, vindt alsnog uitbetaling plaats.

  • 5. Indien werkzaamheden volgens het werkrooster eindigen op de tijdsgrens van een toeslagpercentage, geldt voor aansluitende werktijd in verband met het afmaken of overdragen van werkzaamheden het toeslagpercentage van het voorafgaande tijdsblok. Dit geldt alleen als deze werkzaamheden binnen een half uur zijn afgerond en een incidenteel karakter hebben.

  • 6. Voor bepaalde werknemers kunnen er historische rechten zijn met betrekking tot toeslagen zoals die in het verleden bestonden. Zie daarvoor bijlage 4B.

Artikel 8 Afwijkende regels voor werknemers in distributiecentra

  • 1. De werknemer kan niet worden verplicht om meer dan één zaterdag in een periode van 4 weken te werken. Op individuele basis in overleg tussen de werkgever en de werknemer kan een afwijkende afspraak worden gemaakt. Zie ook bijlage 4A.

  • 2. De werknemer in het DC kan niet worden verplicht tot het werken in een nachtdienst.

  • 3. Toeslagen op doordeweekse dagen.

    Aan de werknemer wordt voor elk gewerkt uur het uurloon betaald, verhoogd met een toeslag van:

    Van maandag tot en met vrijdag

    -

    tussen 20.00 en 22.00 uur

    25%

    -

    tussen 22.00 en 06.00 uur

    50%

    Zaterdag

    -

    tussen 06.00 en 18.00 uur

    30%

    -

    tussen 18.00 en 06.00 uur

    50%

  • 4. Toeslagen en beloning op zon- en feestdagen

    Voor werknemers geldt een toeslag:

    • a.

      • Wanneer op een feestdag wordt gewerkt, wordt per gewerkt uur het uurloon betaald, verhoogd met een toeslag van 100%;

      • Wanneer op een zondag, niet zijnde een feestdag, wordt gewerkt, wordt voor medewerkers per gewerkt uur het uurloon betaald, verhoogd met een toeslag van 50%;

      • In afwijking van lid 2a tweede aandachtsstreepje geldt voor werknemers die werkzaam zijn op zondag en die vóór 1 januari 2022 in dienst waren, tot 1 januari 2025 naar keuze van de werkgever:

        • ° een toeslag van 100% voor uren gewerkt op zondag, tot maximaal het aantal uren in 2021 op zondagen gewerkt. Voor overige zondaguren bedraagt de toeslag 50%. De werknemer wordt op zondag ingeroosterd zoveel als mogelijk conform het gebruikelijke arbeidspatroon in 2021. Het uurloon wordt geïndexeerd met de cao-loonsverhogingen, waarover de vaste toeslag van 50% wordt berekend.

        • ° een individuele toeslag ter hoogte van de in 2021 gemiddeld per loonperiode betaalde zondagstoeslag, vermenigvuldigd met 50%. Voor zondaguren vanaf 2022 geldt de toeslag van 50%. Deze individuele toeslag wordt geïndexeerd met de cao-loonsverhogingen. De werknemer wordt op zondag ingeroosterd zoveel als mogelijk conform het gebruikelijke arbeidspatroon in 2021.

    • b. Wanneer op een feestdag (niet tevens zondag) niet wordt gewerkt, geldt voor de loondoorbetaling de voorwaarde dat de werknemer in de aan de feestdag voorafgaande 12 weken, tenminste op 6 gelijknamige dagen moet zijn ingeroosterd. Het aantal door te betalen uren is dan gelijk aan het aantal uren dat in die periode gemiddeld op de bedoelde dag is gewerkt.

    • c. Wanneer op een feestdag (niet tevens een zondag) – een dag waarop volgens het rooster normaal wordt gewerkt – wel wordt gewerkt, wordt, naast de doorbetaling op grond van punt b, per gewerkt uur het uurloon betaald, verhoogd met een (de gehele dag geldende) toeslag van 100%.

  • 5. De toeslag wordt gegeven in vrije tijd of in geld.

  • 6. Indien de toeslag wordt gegeven in vrije tijd geldt:

    • de werkgever neemt de vrije tijd op in het rooster en houdt hierbij rekening met de wensen van de werknemer;

    • indien niet binnen zes maanden is gecompenseerd, vindt alsnog uitbetaling plaats.

  • 7. Indien werkzaamheden volgens het werkrooster eindigen op de tijdgrens van een toeslagpercentage, geldt voor aansluitende werktijd in verband met het afmaken of overdragen van werkzaamheden het toeslagpercentage van het voorafgaande tijdsblok. Dit geldt alleen indien deze werkzaamheden binnen een half uur zijn afgerond en een incidenteel karakter hebben.

  • 8. Voor bepaalde werknemers kunnen er historische rechten zijn met betrekking tot toeslagen zoals die in het verleden bestonden. Zie daarvoor bijlage 4B.

  • 9. Voor elk in een vriescel gewerkt uur geldt een vriestoeslag van 8% op het uurloon.

  • 10. Voor de chauffeur die niet in een filiaal of kantine kan koffiedrinken en/of ‘s avonds warm kan eten geldt:

    • een koffievergoeding van € 1,05 per dagdeel (maximaal twee dagdelen).

    • op vertoon van een bon een maaltijdvergoeding van € 5,45 per dag, indien de werknemer op een dag meer dan 4,5 uur werkt en na 19.00 uur doorwerkt;

  • 11.

    • a. Voor de chauffeur met een normale wekelijkse arbeidsduur van 40 uur geldt een bonusregeling voor goed rijgedrag en voor schadevrij rijden. Bekeuringen die het gevolg zijn van verwijtbaar gedrag van de chauffeur, komen voor rekening van de chauffeur.

    • b. Voor goed rijgedrag wordt een bonus van maximaal € 765,00 bruto per kalenderjaar uitgekeerd. De kwaliteit van het rijgedrag wordt vastgesteld door middel van een objectieve analyse van de tachograafgegevens topsnelheid, constant rijgedrag en rempedaalgebruik. Indien op alle drie de criteria een voldoende wordt gescoord, ontvangt de chauffeur de maximale vergoeding. Wordt op één criterium niet een voldoende gescoord, dan wordt € 252,00 bruto op de bonus in mindering gebracht. Wordt op twee of meer criteria geen voldoende gescoord, dan ontvangt de chauffeur geen bonus.

    • c. Voor schadevrij rijden wordt een bonus van maximaal € 765,00 bruto per kalenderjaar uitgekeerd. Bij schade waarvan de schuld bij de chauffeur ligt, wordt op de bonus het schadebedrag met een maximum van € 252,00 bruto per schadegeval in mindering gebracht. Per kalenderjaar kunnen maximaal drie schadegevallen leiden tot vermindering van de bonus. Bij meer dan drie schadegevallen vervalt de bonus.

    • d. Voor de werknemer, die minder dan de normale arbeidsduur of slechts een deel van een kalenderjaar in dienst van de werkgever is, gelden deze rechten naar evenredigheid.

  • 12. Ingeval scholing (code 95) voor beroepschauffeurs, waarbij rijbewijs C of D noodzakelijk is, wordt gevolgd in opdracht van de werkgever en/of op grond van een aan de functie verbonden wettelijke verplichting, dienen aan de werknemer de cursuskosten, het examengeld en de reiskosten (volgens de in dat jaar geldende forfaitaire reiskostenvergoeding) te worden vergoed. Voorts zal de werkgever de cursustijd, die overdag wordt gevolgd op de doordeweekse dagen, vergoeden. Deze uren tellen niet mee bij de bepaling van het aantal overuren.

  • 13. Voor de werknemer die zich beschikbaar moet houden voor werkzaamheden voortvloeiend uit hoofde van zijn functie, in verband met gebeurtenissen die zich kunnen voordoen, maar niet bij voorbaat te plannen zijn, geldt een consignatieregeling. Per etmaal ontvangt deze werknemer een vergoeding van € 12,16 bruto naast het loon voor de te werken uren (inclusief de reistijd). De vergoeding bedraagt € 36,50 bruto voor een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag.

Artikel 9 Overwerk

  • 1.

    • a. Van overwerk is sprake, indien de werknemer, na overleg tussen de werkgever en de werknemer, opdracht heeft gekregen langer te werken dan de normale arbeidsduur zoals omschreven in artikel 4 lid 2.

    • b. Overwerk zal zo min mogelijk worden opgedragen.

  • 2. Onder overwerk wordt niet verstaan:

    • a. de arbeid verricht gedurende niet langer dan een kwartier per dag aansluitend aan de werktijd volgens rooster, wegens drukke werkzaamheden of voor het afmaken van een bepaalde taak; voor deze arbeid geldt geen toeslag, maar de gewerkte tijd wordt uitbetaald of in tijd gecompenseerd;

    • b. de arbeid verricht voor het inhalen van uren waarop niet gewerkt is wegens bedrijfssluiting op andere dan in artikel 2 sub o genoemde feestdagen, mits deze uren worden ingehaald uiterlijk in de week voorafgaand aan of volgend op de week waarin de sluiting valt;

  • 3. Voor elk uur overwerk wordt het normale uurloon betaald vermeerderd met een toeslag van 35%, bij voorkeur uitgekeerd in vrije tijd. Deze vrije tijd, overeenkomende met het bedrag van loon plus toeslag, dient binnen vier weken na het overwerken te worden gegeven. Indien het overwerk niet binnen vier weken is gecompenseerd, heeft de werknemer het recht om te bepalen welke vorm van compensatie wordt toegepast, in tijd, door middel van tijdsparen zoals beschreven in artikel 15, of in geld.

  • 4. Lid 3 van dit artikel geldt niet voor werknemer vanaf functiegroep E.

  • 5. Bij overwerk door leidinggevenden wordt het uurloon betaald naast een daarenboven eventueel geldende overwerktoeslag, tenzij er een afspraak is gemaakt in de individuele arbeidsovereenkomst dat dit voor één of meer uren (tot een maximum van vijf uur) per week reeds in het loon is verdisconteerd en het loon evenredig hoger is dan het van toepassing zijnde bedrag in de loonschalen.

  • 6. Overwerk voor bedrijfsleiders bedraagt nooit meer dan:

    • a. Per dag: drie uur.

    • b. Per week: tien uur.

    • c. Per drie loonperiodes van vier weken: 36 uur.

    • d. Per drie loonperiodes van één maand: 39 uur.

  • 7. Indien tijdens een pauze bij uitzondering toch moet worden gewerkt, moet de gewerkte tijd betaald worden in geld of tijd. Misbruik van het werken in pauzes kan gemeld worden bij de Vaste Commissie (zie artikel 24).

  • 8. De werknemer die op een dag meer dan 4,5 uur werkt en na 19.00 uur doorwerkt, heeft recht op een warme maaltijd van redelijke kwaliteit.

Artikel 10 Arbeidsongeschiktheid

  • 1.

    • a. De werkgever dient aan de werknemer die arbeidsongeschikt is geworden, gerekend vanaf de tweede dag van de arbeidsongeschiktheid, gedurende 26 weken het loon uit te keren waarop hij bij normale functie-uitoefening aanspraak zou hebben gehad. Dat betekent het loon plus vakantietoeslag en vaste toeslagen. Hieronder vallen ook de toeslagen op bepaalde uren als de werknemer vast op deze uren werkt. Voor de werknemer boven de AOW-gerechtigde leeftijd gelden andere bepalingen.

    • b. Als de arbeidsongeschiktheid van de werknemer na de onder a genoemde 26 weken voortduurt, is de werkgever over de hierop volgende 26 weken jegens de werknemer verplicht 90% van het loon waarop hij bij normale functie-uitoefening recht zou hebben gehad zoals omschreven bij lid 1a van dit artikel, uit te betalen.

    • c. De werkgever dient gedurende het tweede ziektejaar van de werknemer 80% van het loon uit te betalen over de uren van arbeidsongeschiktheid.

    • d. Het percentage onder c wordt verhoogd naar 90% van het loon indien werknemer zich voldoende inzet om zijn restverdiencapaciteit te benutten en ook daadwerkelijk arbeid verricht. Op het moment dat door de bedrijfsarts / arbo-arts in het behandelplan wordt bepaald dat de werknemer zijn restverdiencapaciteit absoluut niet kan benutten, ontvangt de werknemer in het tweede ziektejaar 90% van het brutoloon waarop de arbeidsongeschikte werknemer bij normale functie-uitoefening recht zou hebben gehad. Over de uren die de werknemer werkt naast zijn arbeidsongeschiktheid ontvangt hij zijn normale loon.

Wachtdag

  • 2.

    • a. Bij de eerste ziekmelding per kalenderjaar zal geen wachtdag worden ingehouden. Ziekmeldingen die op grond van de bepalingen in artikel 10 lid 2b geen wachtdag mogelijk maken, laten voor de werknemer een nog bestaand recht op ‘geen wachtdag’ voor de eerste ziekmelding per kalenderjaar voortbestaan.

    • b. Geen wachtdag wordt ingehouden indien de werknemer arbeidsongeschikt is als gevolg van zwangerschap of bevalling, een overval, een bedrijfsongeval of een chronische ziekte. Of de werknemer aan een chronische ziekte lijdt moet blijken uit een doktersverklaring om recht te verkrijgen op het bepaalde in dit lid. Of de arbeidsongeschiktheid haar oorzaak vindt in zwangerschap of bevalling dient vastgesteld te worden door de verzekeringsarts van het UWV.

    • c. Indien van de mogelijkheid gebruik wordt gemaakt een wachtdag in te houden, wordt als wachtdag beschouwd de eerste dag of deel van de eerste dag die wordt verzuimd wegens arbeidsongeschiktheid.

Aanvullingen op de loondoorbetaling

  • 3.

    • a. Na 104 weken wachttijd zal door het UWV worden bepaald of de werknemer valt onder de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) of onder de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA).

    Aanvulling WGA

    • b. De werknemer die onder de regeling WGA valt, ontvangt, met als voorwaarde dat de werknemer ook daadwerkelijk een WGA-uitkering geniet, in het 3e tot en met het 5e ziektejaar een aanvulling op de WGA-uitkering van maximaal 5% van zijn brutoloon bepaald op basis van uurloon op moment van intreding ziekte. De regeling voor de aanvulling op de WGA-uitkering geldt ook indien de arbeidsovereenkomst is geëindigd gedurende de periode waarin werknemer een uitkering krachtens de WGA ontvangt.

    • d. Indien de werknemer, na twee ziektejaren voor minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht en als gevolg van arbeidsongeschiktheid geen volledig loon ontvangt, zal hij voor de 3 jaren volgende op het tweede ziektejaar een aanvulling tot maximaal 5% van het dan geldende brutoloon ontvangen, zoals genoten per aanvang ziekte. Deze aanvulling tot maximaal 5% wordt alleen verlaagd op het moment dat de inkomsten van de werknemer uit loon en/of uitkeringen het bedrag aan geld van het volledig brutoloon overschrijden. De regeling van de 5% aanvulling geldt ook indien de arbeidsovereenkomst is geëindigd gedurende de periode waarin werknemer deze aanvulling genoot.

  • 4. De in dit artikel bedoelde uitkeringen c.q. aanvullingen zijn niet verschuldigd indien en voor zover:

    • a. aan de werknemer de wettelijke uitkering niet of niet meer wordt toegekend.

    • b. de werknemer ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid dan wel uit hoofde van een door hem overkomen ongeval een vordering tot schadevergoeding tegen derden kan doen gelden; dit geldt tevens voor de aanvulling op grond van het recht op vakantietoeslag.

    In een zodanig geval zal de werkgever de in dit artikel bedoelde aanvullingen aan de werknemer slechts betalen bij wijze van voorschot op de schadevergoeding.

    De werknemer wordt geacht zijn recht op schadevergoeding ten bedrage van het voorschot aan de werkgever te hebben overgedragen en is desverlangd verplicht een hierop betrekking hebbende akte van cessie te tekenen. De werkgever zal het voorschot met de uit te keren schadevergoeding verrekenen.

  • 5. Gedurende de arbeidsongeschiktheid van de werknemer blijven de verplichtingen van de werkgever en de werknemer betreffende de te betalen pensioenpremie(s) onverminderd gehandhaafd, tenzij het pensioenreglement anders bepaalt.

Artikel 11 Re-integratie

Bij re-integratie gelden de volgende bepalingen:

  • 1. Primair wordt gezocht naar re-integratie bij de eigen werkgever. In geval van re-integratie bij een andere werkgever (externe re-integratie) dient sprake te zijn van detachering, terugkeergarantie of een arbeidsovereenkomst met een gelijke looptijd.

  • 2. Bij interne re-integratie in een functie met lagere arbeidsvoorwaarden garandeert de werkgever de werknemer, gerekend vanaf de eerste dag van zijn arbeidsongeschiktheid voor het eerste jaar een loondoorbetaling van 100% van zijn laatst verdiende loon. Voor het tweede en eventueel derde jaar bedraagt deze loondoorbetaling 95% respectievelijk 90%.

  • 3. Bij externe re-integratie in een functie met een lager loon ontvangt de (oud-) werknemer van de (oud-)werkgever, gerekend vanaf de eerste dag van zijn arbeidsongeschiktheid voor het eerste jaar een aanvulling tot 100% van zijn oude loon, het tweede jaar een aanvulling tot 90% en het derde jaar tot 80%. De externe re-integratie geschiedt overigens op basis van gelijkwaardige (secundaire) arbeidsvoorwaarden, tenzij tussen de betrokken werkgevers en de werknemer anders is overeengekomen.

  • 4. Indien de werknemer een deskundigenoordeel bij het UWV aanvraagt, is de werkgever, één keer per kalenderjaar, verplicht het loon gedurende de procedureperiode met een maximum van 4 weken overeenkomstig artikel 10 volledig door te betalen. Indien de werknemer in het gelijk wordt gesteld, behoudt hij het recht op doorbetaling bij een tweede deskundigenoordeel.

Artikel 12 Uitkering bij overlijden

Bij overlijden van de werknemer ontvangen zijn nagelaten betrekkingen van de werkgever het loon over de week waarin het overlijden plaatsvindt, naast de uitkering waarop de betrokken personen krachtens de wet recht hebben.

Artikel 13 Vakantie

  • 1. De werknemer heeft bij een normale arbeidsduur recht op 24 werkdagen of 192 uur vakantie met behoud van loon per vakantiejaar.

    Voor de werknemer, die minder dan de normale arbeidsduur of slechts een deel van een vakantiejaar in dienst van de werkgever is, gelden deze rechten naar evenredigheid.

  • 2.

    • a. De werkgever is verplicht om de werknemer ieder jaar in de gelegenheid te stellen om vakantie op te nemen waarop de werknemer op grond van lid 1 van dit artikel recht heeft.

    • b. De werkgever stelt de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vast overeenkomstig de wensen van de werknemer, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten.

    • c. Indien de werkgever niet binnen 2 weken nadat de werknemer zijn wensen schriftelijk heeft kenbaar gemaakt, schriftelijk aan de werknemer gewichtige redenen heeft aangevoerd, is de vakantie vastgesteld overeenkomstig de wensen van de werknemer.

  • 3. De aaneengesloten vakantie zal zoveel mogelijk in de maanden mei tot en met september worden genoten. De werknemer heeft hierbij in een vakantiejaar recht op een aaneengesloten vakantie van tenminste drie weken.

Artikel 14 Vakantietoeslag

  • 1.

    • a. Eenmaal per jaar, uiterlijk in de maand mei, zal de werkgever aan de werknemer een vakantietoeslag uitbetalen ter grootte van 8% van het door hem in het voorafgaande jaar verdiende loon, tenzij sprake is van een all-in uurloon.

    • b. De werknemer, wiens dienstverband eindigt, ontvangt een vakantietoeslag over de periode, waarover hij nog geen vakantietoeslag heeft genoten.

  • 2. De werknemer heeft ook gedurende de periode dat hij arbeidsongeschikt is, recht op vakantietoeslag, waarbij de vakantietoeslag, die uitgekeerd wordt via de sociale verzekeringswetten, in mindering wordt gebracht.

Artikel 15 Tijdsparen

  • 1. De werknemer kan tijd sparen om op een later tijdstip op te nemen voor langdurig verlof. Op de gespaarde vrije tijd is de wettelijke verjaringstermijn niet van toepassing. Het te sparen tijdsaldo bedraagt maximaal zes maanden. De werknemer meldt vooraf dat hij wil tijdsparen.

  • 2. Voor sparen komen in aanmerking:

    • de bovenwettelijke vakantie, dit zijn (bij de normale arbeidsduur) de vakantierechten boven 20 dagen of 160 uur per jaar;

    • 50% van de ADV-uren, dit zijn bij de normale arbeidsduur 78 uur per jaar (zie ook artikel 6 lid 1 sub d);

    • overwerkcompensatie (zie artikel 9 lid 3).

  • 3. Het verlof als bedoeld in lid 1 van dit artikel dient de werknemer zolang van tevoren aan te vragen als de duur van het verlof, evenwel met een minimum van drie maanden, waarna het verlof in overleg tussen werkgever en werknemer wordt vastgesteld. Een geschil hierover kan worden voorgelegd aan de Vaste Commissie.

  • 4. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt de resterende gespaarde vrije tijd uitbetaald op basis van het dan geldende uurloon.

Artikel 16 Buitengewoon verlof

  • 1. Voor het deelnemen aan of het bijwonen van de navolgende gebeurtenissen wordt, gedurende de vermelde tijd verlof met behoud van loon toegestaan, wanneer de werknemer daarbij anders niet aanwezig kan zijn.

    • a. huwelijk (geregistreerd partnerschap is gelijkgesteld aan het huwelijk)

      • eigen huwelijk met inbegrip van voorgenomen huwelijk (voorheen ondertrouw): drie dagen;

      • huwelijk van eigen, pleeg- of stiefkinderen, ouders en schoonouders, broers en zusters, zwagers en schoonzusters, grootouders en kleinkinderen: één dag;

      • 25-, 40- en 50-jarig eigen huwelijksfeest of dat van ouders of schoonouders: één dag.

    • b. overlijden

      • overlijden van de echtgenote/echtgenoot, inwonende eigen, pleeg- of stiefkinderen: vanaf de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis/crematie;

      • overlijden van ouders en schoonouders, niet inwonende eigen, pleeg- of stiefkinderen, schoondochters en schoonzoons gedurende één dag (tussen de dag van overlijden en begrafenis of crematie) alsmede voor het bijwonen van de begrafenis/crematie: één dag;

      • overlijden of begrafenis/crematie van grootouders, broers en zusters, zwagers en schoonzusters: één dag.

    • c. overige

      • noodzakelijk bezoek aan arts, tandarts, therapeut of polikliniek wanneer dit niet buiten werktijd kan;

      • arbeidsverhindering wegens het vervullen van een krachtens de wet opgelegde verplichting, indien en voor zover de vervulling van deze verplichting niet kan geschieden in de vrije tijd: ten hoogste één dag;

      • het voltooien van een reeds begonnen studie uit hoofde van een BBL-opleiding detailhandel met leerovereenkomst en/of de slagersvakopleiding, indien en voor zover de leerling 17 jaar is en er daarvoor geen wettelijke compensatieregeling bestaat: één dag per week;

  • 2. Een werknemer heeft recht op verlof zonder behoud van loon voor het bijwonen van vergaderingen van organen en commissies van publiekrechtelijke organen, indien hij van een dergelijk orgaan of commissie deel uitmaakt.

  • 3. In alle bovengenoemde gevallen dient de werknemer direct de werkgever in kennis te stellen van de noodzaak om van het buitengewoon verlof gebruik te maken.

  • 4. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, sub a (2e en 3e gedachtestreepje) en b en lid 2 sub a en b wordt met huwelijk gelijkgesteld duurzame samenlevingsvormen, die van tevoren aan de werkgever kenbaar zijn gemaakt.

Artikel 17 Einde arbeidsovereenkomst

De opzegtermijn en de datum waartegen wordt opgezegd, kan in afwijking van de wet zowel in maanden als in perioden van 4 weken worden bepaald.

Artikel 18 Functie-indeling en beloning

  • 1. De werknemer wordt uitsluitend op grond van de door hem te verrichten werkzaamheden ingedeeld in één van de functiegroepen van het referentiefunctieraster dat is opgenomen in bijlage 1.

    Voor een nadere uitwerking van functiewaardering wordt verwezen naar het handboek functiewaardering dat onderdeel uitmaakt van de cao.

  • 2. De werknemer kan beroep aantekenen tegen de indelingsbeslissing. De beroepsprocedure is opgenomen in het handboek functiewaardering.

  • 3.

    • a. Het loon van de werknemer ingedeeld in één van de functiegroepen is ten minste gelijk aan het voor zijn leeftijd, dan wel voor zijn functiejaren, vastgestelde bedrag genoemd in de loonschalen in bijlage 2.

    • b. De werknemer die 13 of 14 jaar is, ontvangt het loon van een 15-jarige.

  • 4.

    • a. Tot 1 januari 2022 geldt:

      Behoudens de situatie, zoals bedoeld in artikel 18 lid 5, wordt aan de werknemer in de functiegroep A die, na het bereiken van de 18-jarige leeftijd, één jaar in de functiegroep heeft doorgebracht, één functiejaar toegekend.

      Behoudens de situatie, zoals bedoeld in artikel 18 lid 5, tellen voor de werknemer in de functiegroepen B t/m E die, na het bereiken van de 18-jarige leeftijd, één, twee of drie jaren in de functiegroep heeft doorgebracht, maximaal drie functiejaren mee.

      Voor de werknemer in de functiegroepen B tot en met E die na het bereiken van de 21-jarige leeftijd respectievelijk vier of vijf jaren in de functiegroep heeft doorgebracht, tellen maximaal twee jaren mee die voor het bereiken van de 21-jarige leeftijd in de functiegroep zijn doorgebracht.

      De toekenning geschiedt steeds per 1 januari van enig jaar. Een onderneming die op structurele basis van de datum van 1 januari wil afwijken is hiertoe na melding bij de Vaste Commissie (artikel 24) gerechtigd. De datum van toekenning mag dan niet later vallen dan 1 april van enig jaar.

      Vanaf 1 januari 2022 geldt:

      Het loongebouw van de cao verandert per 1 januari 2022. De functiejaren voor de jeugd verdwijnen, te weten 18.1, 19.1, 19.2, 20,1 en 20.2.

      Op 1 januari 2022 behoudt de werknemer minimaal het loon op basis van zijn functiejaren zoals die zijn opgebouwd tot 1 januari 2022.

      Werknemers die voor 1 januari 2022 al 21 jaar of ouder zijn behouden hun reeds opgebouwde functiejaren. Werknemers bouwen functiejaren op na het bereiken van de 21-jarige leeftijd. Zij krijgen per 1 januari 2022 een of meerdere functiej(a)aren toegekend indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan en het maximale aantal van 5 functiejaren nog niet is bereikt. Tenzij er sprake is van disfunctioneren (artikel 18, lid 5) gelden voor de opbouw van functiejaren de volgende stappen:

      • Een werknemer die één jaar in functiegroep A heeft gewerkt na het bereiken van de 21-jarige leeftijd, krijgt één functiejaar toegekend. Deze werknemer ontvangt dus het salaris dat hoort bij trede 21/1 van functiegroep A.

      • Een werknemer die één, twee, drie, vier of vijf jaren in functiegroep B tot en met E heeft gewerkt na het bereiken van de 21-jarige leeftijd, krijgt respectievelijk één, een tweede, derde, vierde of vijfde functiejaar toegekend.

      • Een werknemer die vijf jaren heeft gewerkt in de functiegroepen F tot en met I na het bereiken van de 21-jarige leeftijd, ontvangt tenminste het salaris dat hoort bij functiegroep 21/5 van de betreffende functiegroep.

      De toekenning van een functiejaar vindt steeds plaats per 1 januari van enig jaar. Een onderneming die op structurele basis van de datum van 1 januari wil afwijken is hiertoe na melding bij de Vaste Commissie (artikel 24) gerechtigd. De datum van toekenning mag dan niet later vallen dan 1 april van enig jaar.

    • b. Tot 1 januari 2022 geldt:

      Aan de werknemer in de functiegroepen B t/m D die, na het bereiken van de 17-jarige leeftijd één jaar in de betreffende functiegroep heeft doorgebracht, wordt één functiejaar toegekend. Aan de werknemer in de functiegroepen B t/m D, die na het bereiken van de 17-jarige leeftijd twee jaar in de betreffende functiegroep heeft doorgebracht, wordt een tweede functiejaar toegekend.

    • c. Tot 1 januari 2022 geldt:

      De werknemer in de functiegroepen F t/m I heeft na vijf functiejaren tenminste aanspraak op het in de loonschalen bij vijf functiejaren vermelde bedrag.

  • 5. Aan de werknemer in de groepen D en E kan éénmaal de toekenning van een functiejaar worden onthouden indien de werknemer aantoonbaar onvoldoende functioneert. In dat geval zal de werkgever dit grondig gemotiveerd schriftelijk aan de werknemer mededelen.

  • 6. Bij een kortere dan de normale arbeidsduur is het loon naar evenredigheid lager.

  • 7. Betaalperiode: vier weken- of maandloon.

    In de loonschalen is steeds het loon per uur, per vier weken en per maand vermeld. Het periodeloon is berekend door het bedrag per uur te vermenigvuldigen met factor 160 en het bedrag per maand door het uurloon te vermenigvuldigen met factor 174. Een erbijbaner kan worden beloond met een all-in uurloon.

  • 8. Het is de werkgever toegestaan het loon afhankelijk te stellen van de behaalde omzet, mits het premie- of provisiestelsel zodanig wordt opgesteld, dat, maximaal over een tijdvak van een jaar genomen, gemiddeld de in dit artikel genoemde lonen worden bereikt.

Artikel 19 Loonaanpassingen

  • 1.

    • per de 1e dag van de 13e periode van 2021 (6 december 2021 bij periodeloon) of 1 december 2021 (maandloon) worden de lonen en loonschalen verhoogd met 4%.

    • per de 1e dag van de 6e periode van 2022 (23 mei 2022 bij periodeloon) of 1 juni 2022 (maandloon) worden de lonen en loonschalen verhoogd met 2,5%.

    • per de 1e dag van de 3e periode van 2023 (27 februari 2023 bij periodeloon) of 1 maart 2023 (maandloon) worden de lonen en loonschalen verhoogd met 1%.

    • per de 1e dag van de 7e periode van 2023 (19 juni 2023 bij periodeloon) of 1 juli 2023 (maandloon) worden de lonen en loonschalen verhoogd met 1,5.

  • 2. Bij de berekening van de aanpassing van de loonschalen in deze cao wordt uitgegaan van de niet afgeronde periodelonen zoals cao-partijen die sedert 1992 bijhouden. Sinds 1 april 2008 vormen niet afgeronde uurlonen de basis. Daaruit worden periode- en maandlonen berekend. Per 1 januari 2020 is het loongebouw aangepast. De cao kent per 1 januari 2020 geen loonschalen meer voor 22 en 23 jaar en aan de schalen voor 21 jaar zijn de functiejaren 4 en 5 toegevoegd.

  • 3. Werknemers in de doelgroepen zoals benoemd in de participatiewet krijgen het loon van 106% van het wettelijk minimumloon of het schaalloon als dat lager is.

  • 4.

    • In het loongebouw worden per 1 januari 2022 (maandloon) of periode 1, 3 januari 2022 (periodeloon) de cellen in 20/0 en 21/0 aangepast als volgt:

       

      A

      B

      C

      D

      E

      20/0

      106,4%

      108,3%

      21/0

      106,4%

      112,7%

      110,4%

      104,7%

    • In het loongebouw worden per 1 januari 2022 afgeschaft de functiejaren voor de jeugd, te weten de schaallonen voor 18/1, 19/1, 19/2, 20/1 en 20/2. De werknemer die in 2021 deze functiejaren heeft opgebouwd, gaat er door deze afschaffing in loon niet op achteruit.

Artikel 20 Plaatsvervanging

  • 1. De werknemer, die een hogere functie vervangt, heeft gedurende de tijd van vervanging recht op een toeslag van 15% van het bedrag bij nul functiejaren in de schaal waarin de te vervangen functie is ingedeeld. Loon plus toeslag mogen echter niet meer bedragen dan het bedrag bij nul functiejaren in de schaal waarin de te vervangen functie is ingedeeld.

  • 2. Het in lid 1 bepaalde geldt niet:

    • a. bij vervanging als onderdeel van de functie;

    • b. bij vervanging ten gevolge van vakantie;

    • c. bij vervanging die korter dan vier weken duurt.

Artikel 21 Vakantiewerkers

  • 1. De beloning van de vakantiewerker (artikel 2 sub i) wordt vastgesteld op het voor hem geldende wettelijk minimum(jeugd)loon.

  • 2. Het wettelijk recht (artikel 7:634 BW) van de vakantiewerker op vakantie (gesteld op 20 dagen per jaar bij een volledig dienstverband) en vakantiebijslag (8%) wordt aan het eind van het dienstverband verrekend door middel van betaling van 15,7% van het genoten loon.

Artikel 24 Vaste Commissie

  • 1. Er bestaat een Vaste Commissie, die de taak heeft om een goede uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst te bevorderen met alle daartoe dienstige middelen, in het bijzonder door het adviseren van partijen, leden van partijen en andere belanghebbenden over alle vragen die rijzen bij de uitvoering van deze cao of uitvoering van de individuele arbeidsovereenkomsten, waarop deze collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is.

  • 2. De Vaste Commissie heeft mede tot taak het verlenen van dispensatie van de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst. De dispensatie kan onder beperkingen worden verleend; aan de dispensatie kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden.

    Het dispensatieverzoek wordt schriftelijk ingediend bij het secretariaat (Postbus 262, 2260 AG Leidschendam). Het verzoek wordt getoetst aan de volgende voorwaarden:

    • a. er dient sprake te zijn van een eigen cao overeengekomen met tenminste alle bij deze cao betrokken vakbonden, tenzij een vakbond afziet daarbij betrokken te willen zijn; én

    • b. de eigen cao dient tenminste gelijkwaardig te zijn aan deze cao; én

    • c. de onderneming blijft gedurende de termijn van de dispensatie bijdragen betalen en deelnemen aan de collectieve regelingen die gelden voor werkgevers in de branche, waaronder:

      • Stichting Sociaal Fonds Levensmiddelen

      • Stichting Pensioenfonds Levensmiddelen (BPFL) tenzij daar al vrijstelling voor verplichte deelneming in dit fonds geldt; én

    • d. een motivering waarom dispensatie van deze cao nodig is.

    Het verzoek dient ten minste te bevatten:

    • a. de naam en het adres van de verzoeker;

    • b. de ondertekening door verzoeker;

    • c. een nauwkeurige beschrijving van de aard en het bereik van het dispensatieverzoek;

    • d. de motivering van het verzoek;

    • e. de dagtekening;

    • f. alsmede bijgesloten een (digitaal) afschrift van de eigen cao.

  • 3. De samenstelling en werkwijze van de Vaste Commissie is geregeld in een reglement. De Vaste Commissie is paritair samengesteld.

  • 4. Het secretariaat van de Vaste Commissie is gevestigd bij het CBL, Postbus 262, 2260 AG Leidschendam.

  • 3. Cao-partijen hebben een cao-nalevingsinstrument ingesteld op www.cnisupermarkten.nl.

    Het beleid van alle ondernemingen, betrokken bij de cao, is de cao na te leven. Uit recent onderzoek door werkgevers is gebleken, dat bij medewerkers een grote mate van tevredenheid bestaat. Werkgevers ontkennen niet dat op individueel-/filiaalniveau de cao beter kan worden nageleefd.

    Met cao-nalevingspunten, die niet intern worden opgelost, kunnen medewerkers zich melden bij het CNi. De sanctie/kosten bij een veroordeling door het CNi bedraagt minimaal € 1.500,00 of zoveel meer als de daadwerkelijke kosten zijn. De gronden en de omvang van de gevorderde schade of de opgelegde boete worden schriftelijk medegedeeld. Afhankelijk van de zaak kan het CNi een matiging toepassen.

    Bij herhaling van de overtreding in dezelfde winkel (binnen 3 jaar) wordt de in rekening te brengen sanctie/kosten verdubbeld.

Represailles

  • 4. Uitgangspunt is dat werknemers gevaarlijke situaties of overtredingen intern melden bij de werkgever en/of de ondernemingsraad. Melding van dergelijke situaties, intern of bij de Inspectie SZW, leidt niet tot represailles.

Artikel 26 Veiligheid

  • 1.

    • a. De werkgever is verplicht om iedere werknemer op de hoogte te stellen van de veiligheidsrisico’s en de veiligheidsafspraken die gelden binnen het bedrijf. De werknemer wordt jaarlijks geïnformeerd over het veiligheidsprotocol in het bedrijf, inclusief beschikbare cursussen, websites en informatiemateriaal.

    • b. Plaatsing van een camerasysteem verdient aanbeveling indien de winkelsituatie daarom vraagt. De afweging of dit het geval is, is een kwalitatieve afweging waarbij het veiligheidsbeleid in de winkel, de incidenten- en overvalhistorie, ligging van de winkel en de veiligheidsbeleving van de werknemers in de winkel in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld.

  • 2. Iedere werknemer in de winkel krijgt bij in dienst treden tijdens de introductieperiode een veiligheidsinstructie. Jaarlijks informeert de werkgever tijdens de week van de veiligheid (week 41) alle werknemers in de winkel over geldende veiligheidsafspraken in hun winkel.

  • 3. De werkgever stelt veiligheid jaarlijks in brede zin aan de orde in het overleg met werknemers (OR, werkoverleg, PVT).

Artikel 27

  • 4. Rechtens geldende bepalingen, welke voor de werknemer gunstiger zijn dan het bepaalde in deze overeenkomst, behouden hun kracht.

  • 8. Rechten voortvloeiend uit bepalingen van eerdere collectieve arbeidsovereenkomsten komen met de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst te vervallen. In plaats daarvan gelden de rechten voortvloeiend uit de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst. De huidige collectieve arbeidsovereenkomst heeft, voor zover deze mindere aanspraken geeft, voorrang op de voorgaande collectieve arbeidsovereenkomst(en).

BIJLAGE 1 FUNCTIEWAARDERING

Supermarkten

FUNCTIE-GROEP/

ORBA-SCORE

FUNCTIEBENAMING

I

210–234,5

Bedrijfsleider II

H

185–209,5

Bedrijfsleider III

G

160–184,5

Bedrijfsleider IV

F

135–159,5

Assistent BL I

Bedrijfsleider V

E

110–134,5

Afdelingschef B

Assistent BL II

Chef slagerij

D

85–109,5

Afdelingschef A

Afdelingsverantwoordelijke

Winkelassistent

C

60–84,5

1e Verkoopmedewerker

1e Kassamedewerker

Gespecialiseerd Verkoopmedewerker

Winkelslager

B

40–59,5

Verkoopmedewerker

Kassamedewerker

Medewerker postservicepunt

A

0–39,5

Aankomend Verkoopmedewerker

Vulploegmedewerker

Aankomend Kassamedewerker

Distributiecentra

FUNCTIE-GROEP/

ORBA-SCORE

Goederen

Ontvangst

Opslag/

Intern transport

Order-verzamelen

Emballage/ITH

Retouren

Expediëring

Fysieke Distributie

Staf/diversen

Interne Dienst

I

210–234,5

               

H

185–209,5

       

06.40 Teamleider Transport

     

G

160–184,5

           

06.60 Teamleider Servicebureau

 

F

135–159,5

               

E

110–134,5

             

06.70 Teamleider Huish. Dienst

D

85–109,5

09.01 Allround magazijn medewerker

09.01 Allround magazijn medewerker

09.01 Allround magazijn medewerker

09.01 Allround magazijn medewerker

09.01 Allround magazijn medewerker

06.51 Vrachtwagen-chauffeur

06.62 Kwal. Controleur vers/ AGF

06.75 Chef Bedrijfsrest./Kan

C

60–84,5

06.02 Medew. Goederen ontvangst

06.04 Admin. Medewerker

06.12 Heftruck chauffeur

06.22 HTC/ Orderverzamel.

06.23 Meew. Voorman Order verzamelen

 

06.42 Expeditie medewerker

 

06.61 Kwal. Controleur KW

 

B

40–59,5

 

06.11 Medew. Opslag/intern transport

06.21 orderver-zamelaar

 

06.41 Medew. Uitgaande goederen

   

06.73 Medew. Bedrijfsrest./Kan

06.71 Medew. Schoonmaak/ onderhoud

06.72 Medew. Kantine/schoonmaak

A

0–39,5

 

06.13 Medew. Goederensort./

opslag

06.33 Medew. Emballage

06.34 Rolcontainer- opbouwer

       

06.74 Schoonmaker

BIJLAGE 2 LOONSCHALEN

LOONSCHALEN PER 4 WEKEN PER 1 juni 2022

Groep

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Leeftijd/

                 

functiej.

                 

15

624,12

               

16

719,82

878,11

             

17

823,08

986,81

             

18

903,28

1.067,64

1.268,21

1.468,78

         

19

1.055,74

1.184,46

1.402,79

1.621,12

         

20

1.412,39

1.493,36

1.576,19

1.773,47

2.232,46

       

21

1.764,58

1.869,06

1.970,28

2.068,47

2.303,63

2.662,56

3.053,96

3.502,89

4.017,82

1

1.935,89

2.072,96

2.170,23

2.267,50

2.396,55

       

2

 

2.102,43

2.206,82

2.311,20

2.449,37

       

3

 

2.132,17

2.243,84

2.355,52

2.501,33

       

4

 

2.161,12

2.280,30

2.399,48

2.554,16

       

5

 

2.219,59

2.352,80

2.486,01

2.659,22

2.954,39

3.388,69

3.886,82

4.458,19

LOONSCHALEN PER MAAND PER 1 juni 2022

Groep

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Leeftijd/

                 

functiej.

                 

15

678,73

               

16

782,80

954,95

             

17

895,10

1.073,15

             

18

982,31

1.161,06

1.379,18

1.597,29

         

19

1.148,12

1.288,10

1.525,53

1.762,97

         

20

1.535,98

1.624,03

1.714,11

1.928,65

2.427,80

       

21

1.918,98

2.032,61

2.142,68

2.249,47

2.505,19

2.895,54

3.321,18

3.809,39

4.369,37

1

2.105,28

2.254,34

2.360,13

2.465,91

2.606,24

       

2

 

2.286,39

2.399,91

2.513,43

2.663,69

       

3

 

2.318,73

2.440,18

2.561,62

2.720,19

       

4

 

2.350,22

2.479,83

2.609,43

2.777,64

       

5

 

2.413,80

2.558,67

2.703,54

2.891,90

3.212,90

3.685,20

4.226,92

4.848,28

LOONSCHALEN PER UUR PER 1 juni 2022

Groep

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Leeftijd/

                 

functiej.

                 

15

3,90

               

16

4,50

5,49

             

17

5,14

6,17

             

18

5,65

6,67

7,93

9,18

         

19

6,60

7,40

8,77

10,13

         

20

8,83

9,33

9,85

11,08

13,95

       

21

11,03

11,68

12,31

12,93

14,40

16,64

19,09

21,89

25,11

1

12,10

12,96

13,56

14,17

14,98

       

2

 

13,14

13,79

14,45

15,31

       

3

 

13,33

14,02

14,72

15,63

       

4

 

13,51

14,25

15,00

15,96

       

5

 

13,87

14,70

15,54

16,62

18,46

21,18

24,29

27,86

LOONSCHALEN PER 4 WEKEN PER 1 maart 2023

Groep

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Leeftijd/

                 

functiej.

                 

15

630,37

               

16

727,02

886,90

             

17

831,31

996,68

             

18

912,31

1.078,32

1.280,89

1.483,46

         

19

1.066,30

1.196,30

1.416,82

1.637,33

         

20

1.426,52

1.508,29

1.591,95

1.791,20

2.254,78

       

21

1.782,23

1.887,75

1.989,98

2.089,16

2.326,66

2.689,19

3.084,50

3.537,92

4.057,99

1

1.955,25

2.093,69

2.191,93

2.290,18

2.420,51

       

2

 

2.123,45

2.228,88

2.334,32

2.473,87

       

3

 

2.153,49

2.266,28

2.379,07

2.526,34

       

4

 

2.182,74

2.303,10

2.423,47

2.579,70

       

5

 

2.241,78

2.376,33

2.510,87

2.685,81

2.983,94

3.422,57

3.925,69

4.502,77

LOONSCHALEN PER MAAND PER 1 maart 2023

Groep

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Leeftijd/

                 

functiej.

                 

15

685,52

               

16

790,63

964,50

             

17

904,05

1.083,88

             

18

992,14

1.172,67

1.392,97

1.613,27

         

19

1.159,60

1.300,98

1.540,79

1.780,60

         

20

1.551,34

1.640,27

1.731,25

1.947,93

2.452,08

       

21

1.938,17

2.052,93

2.164,10

2.271,96

2.530,25

2.924,49

3.354,39

3.847,49

4.413,07

1

2.126,33

2.276,89

2.383,73

2.490,57

2.632,31

       

2

 

2.309,25

2.423,91

2.538,57

2.690,33

       

3

 

2.341,92

2.464,58

2.587,24

2.747,40

       

4

 

2.373,73

2.504,63

2.635,53

2.805,42

       

5

 

2.437,94

2.584,26

2.730,57

2.920,82

3.245,03

3.722,05

4.269,19

4.896,76

LOONSCHALEN PER UUR PER 1 maart 2023

Groep

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Leeftijd/

                 

functiej.

                 

15

3,94

               

16

4,54

5,54

             

17

5,20

6,23

             

18

5,70

6,74

8,01

9,27

         

19

6,66

7,48

8,86

10,23

         

20

8,92

9,43

9,95

11,20

14,09

       

21

11,14

11,80

12,44

13,06

14,54

16,81

19,28

22,11

25,36

1

12,22

13,09

13,70

14,31

15,13

       

2

 

13,27

13,93

14,59

15,46

       

3

 

13,46

14,16

14,87

15,79

       

4

 

13,64

14,39

15,15

16,12

       

5

 

14,01

14,85

15,69

16,79

18,65

21,39

24,54

28,14

LOONSCHALEN PER 4 WEKEN PER 1 juli 2023

Groep

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Leeftijd/

                 

functiej.

                 

15

639,82

               

16

737,92

900,20

             

17

843,78

1.011,63

             

18

926,00

1.094,50

1.300,11

1.505,71

         

19

1.082,29

1.214,24

1.438,07

1.661,89

         

20

1.447,91

1.530,92

1.615,83

1.818,07

2.288,61

       

21

1.808,96

1.916,07

2.019,83

2.120,50

2.361,56

2.729,53

3.130,77

3.590,99

4.118,86

1

1.984,58

2.125,09

2.224,81

2.324,53

2.456,82

       

2

 

2.155,30

2.262,32

2.369,33

2.510,98

       

3

 

2.185,79

2.300,27

2.414,76

2.564,24

       

4

 

2.215,48

2.337,65

2.459,82

2.618,39

       

5

 

2.275,41

2.411,97

2.548,54

2.726,10

3.028,69

3.473,91

3.984,58

4.570,31

LOONSCHALEN PER MAAND PER 1 juli 2023

Groep

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Leeftijd/

                 

functiej.

                 

15

695,80

               

16

802,49

978,97

             

17

917,61

1.100,14

             

18

1.007,02

1.190,26

1.413,86

1.637,46

         

19

1.176,99

1.320,49

1.563,90

1.807,31

         

20

1.574,61

1.664,87

1.757,22

1.977,15

2.488,86

       

21

1.967,24

2.083,73

2.196,56

2.306,04

2.568,20

2.968,36

3.404,71

3.905,20

4.479,26

1

2.158,23

2.311,04

2.419,48

2.527,93

2.671,79

       

2

 

2.343,89

2.460,27

2.576,65

2.730,69

       

3

 

2.377,05

2.501,55

2.626,05

2.788,61

       

4

 

2.409,33

2.542,20

2.675,06

2.847,50

       

5

 

2.474,51

2.623,02

2.771,53

2.964,63

3.293,71

3.777,88

4.333,23

4.970,21

LOONSCHALEN PER UUR PER 1 juli 2023

Groep

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Leeftijd/

                 

functiej.

                 

15

4,00

               

16

4,61

5,63

             

17

5,27

6,32

             

18

5,79

6,84

8,13

9,41

         

19

6,76

7,59

8,99

10,39

         

20

9,05

9,57

10,10

11,36

14,30

       

21

11,31

11,98

12,62

13,25

14,76

17,06

19,57

22,44

25,74

1

12,40

13,28

13,91

14,53

15,36

       

2

 

13,47

14,14

14,81

15,69

       

3

 

13,66

14,38

15,09

16,03

       

4

 

13,85

14,61

15,37

16,36

       

5

 

14,22

15,07

15,93

17,04

18,93

21,71

24,90

28,56

BIJLAGE 4 HISTORISCHE RECHTEN

A Historische rechten met betrekking tot de arbeidstijden

Avonduren

Ten aanzien van het werken op avonduren, behalve de uren die voor 1 juni 1996 als wekelijkse koopavond golden, geldt vrijwilligheid, en wel in het bijzonder:

  • voor de werknemer in dienst voor 23 juni 1992, met uitzondering van bedrijfsleiders en werknemers in winkels met een bezetting van minder dan 11 werknemers, vanaf 18.00 uur;

  • voor de werknemer in dienst voor 1 januari 1995 vanaf 18.30 uur;

  • voor de werknemer in dienst voor 1 juni 1996 vanaf 18.30 uur, tenzij anders overeengekomen.

Zaterdag

Voor de werknemer in dienst voor 23 juni 1992, met uitzondering van de bedrijfsleider en de werknemer in een winkel met een bezetting van minder dan 11 werknemers, geldt op zaterdag vrijwilligheid vanaf 17.00 uur.

Voor de werknemer in dienst voor 1 juni 1996 geldt vrijwilligheid op zaterdag vanaf 18.00 uur.

Meer dan 12 zaterdagen voor winkels c.q. 1 maal per 4 weken voor DC’s

De werknemer kan op een afspraak over het werken op meer dan 12 zaterdagen per jaar of meer dan 1 zaterdag per 4 weken in een DC, voor zover gemaakt na 31 maart 2002, terugkomen met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden, tenzij de afspraak schriftelijk is gemaakt met gebruikmaking van de onderstaande tekst. Met de werknemer die vóór 1 april 2000 structureel meer dan één zaterdag in een periode van 4 weken heeft gewerkt, kan, indien gewenst, het aantal zaterdagen per periode van 4 weken naar één worden teruggebracht zodra dit redelijkerwijs mogelijk is.

Indien werkgever en werknemer schriftelijk overeenkomen dat meer dan 12 zaterdagen per jaar (winkel) dan wel 1 zaterdag per 4 weken (distributiecentrum) wordt gewerkt en daarbij gebruik maken van onderstaande tekst, kan de werknemer hierop slechts met instemming van de werkgever terugkomen.

Artikel 4 lid 5 respectievelijk artikel 9 lid 1 van de cao bepalen dat de werknemer niet kan worden verplicht meer dan 12 zaterdagen per jaar (winkel) respectievelijk 1 zaterdag per 4 weken (distributiecentrum) te werken. Op vrijwillige basis mag een afspraak gemaakt worden tussen werkgever en werknemer om meer zaterdagen te werken. Gebruik makend van die mogelijkheid komen werkgever en werknemer overeen dat de werknemer ..... zaterdagen per jaar werkt.’

Voor de afspraak geldt onverminderd het overigens in artikel 4 lid 3 bepaalde.

B Historische rechten met betrekking tot toeslagen

  • a. Aan de werknemer in volledige dienst die in de periode vóór de invoering van de nieuwe Winkeltijdenwet op 1 juni 1996 gedurende avonduren werkte, wordt een toeslag van 50% gegarandeerd indien en voor zover hij op dergelijke uren werkt na 1 juni 1996.

  • b. Eenzelfde garantie geldt voor uren gewerkt op zaterdagmiddag.

  • c. Voor de bepaling van het aantal uren dat in aanmerking komt voor de garantieregelingen in de leden a en b, is bepalend het patroon van gewerkte uren in een referentieperiode van drie maanden of drie vierweekse periodes die liggen voor 1 mei 1996, waarbij ziekteverzuim tot de gewerkte uren wordt gerekend.

BIJLAGE 5 WERKWIJZE CNI

Het cao nalevingsinstrument (CNi) is een commissie van 5 personen, waaronder twee vertegenwoordigers van werkgevers, twee vertegenwoordigers van vakbonden en één onafhankelijke voorzitter van de commissie. De CNi-commissie zal op basis van hoor en (de geboden mogelijkheid voor) wederhoor uitspraken doen in aangebrachte kwesties. Zaken worden aangebracht via meldingen op een website die voor iedereen toegankelijk is.

Melding en dossier vorming

Een werknemer vermoedt niet-correcte naleving van de cao door de werkgever en zoekt de cao-bepaling op CNi-website. Op basis hiervan gaan werknemer en werkgever in overleg. Indien dit niet tot een oplossing leidt, en ook de interne beroepsprocedure van de werkgever biedt geen oplossing, kan de werknemer op de CNi-website een meldingenformulier invullen.

Anonimiteit bij meldingen

Een melding kan anoniem worden gedaan. Anonieme meldingen betekenen wel dat de behandeling van de melding door de CNi-commissie pas plaats vindt als meerdere meldingen door verschillende werknemers uit dezelfde winkel zijn ontvangen.

I De melder stemt in met hoor en wederhoor; hij wordt bekend bij de werkgever

Na invullen wordt bij het CNi een dossiernummer aangemaakt. De werknemer ontvangt het ingevulde formulier inclusief het dossiernummer per post retour. De werknemer geeft het formulier aan de direct leidinggevende. De ondernemer / onderneming heeft drie weken tijd om te reageren. Met het dossiernummer kan de werkgever inloggen op de CNi-website om het dossier met wederhoor te vullen.

Hierna zijn drie mogelijkheden:

  • De reactie leidt tot (voor alle partijen) bevredigend resultaat. De werknemer sluit het dossier door inloggen met het dossiernummer.

  • Binnen de drie weken is geen oplossing bereikt en de werkgever heeft gereageerd door in te loggen met het dossiernummer op de CNi-website. De procedure start.

  • Na drie weken

    • heeft de werkgever niet gereageerd, of

    • de melder heeft de zaak niet gesloten.

    Het secretariaat beoordeelt ontvankelijkheid van de melding. Bij ontvankelijkheid krijgt de werkgever het pdf-bestand met het verzoek binnen drie weken te reageren. Op verzoek kan het secretariaat besluiten deze termijn met twee weken te verlengen.

II De melder kiest voor anonimiteit

Na invullen wordt bij het CNi een collectief dossiernummer aangemaakt. De werknemer ontvangt het ingevulde formulier zonder dossiernummer retour. De werknemer ontvangt tevens een brief dat de CNi de zaak in behandeling zal nemen wanneer uit meerdere meldingen blijkt dat de betrokken werkgever in de betreffende winkel hetzelfde cao-artikel structureel overtreedt. De werkgever wordt niet geïnformeerd over de individuele casus. Het secretariaat van de CNi bundelt gelijksoortige meldingen in het collectief dossier en beoordeelt over de ontvankelijkheid. Bij drie of meer anonieme en ontvankelijke meldingen in een collectief dossier, wordt een gebundelde anonieme zaak in behandeling genomen.

Behandeling van zaken

Bij ontvankelijkheid van de melding(en) legt het secretariaat het (collectief) dossier aan de CNi-commissie voor. De CNi-commissie besluit (als geheel) onafhankelijk. Deze besluitvorming kan inhouden dat nader onderzoek wordt gedaan, partijen worden opgeroepen nadere informatie aan te leveren, schriftelijk dan wel in een zitting. De CNi-commissie zal bij anonieme meldingen waarbij geen wederhoor is toegepast voorgenomen uitspraken voorleggen aan de werkgever voor een reactie. Deze heeft 3 weken tijd om dit te doen. De reactie van werkgever kan aanleiding geven tot heroverweging van het voorgenomen uitspraak en nieuwe besluitvorming.

Uitspraken

Uitspraken van de CNi-commissie zijn niet bindend. Uitspraken van de CNi zullen als toelichting bij cao-artikelen op de website van de CNi worden gepubliceerd. De toelichtingen zullen niet herleidbaar zijn naar de werknemer(s) die de meldingen(en) heeft gedaan of de werkgever.

Sancties

CNi kan in diens uitspraak een boete opleggen voor de betrokken werkgever in geval deze de cao heeft overtreden. Als de CNI een boete oplegt is het noch voor cao-partijen noch voor CNI toegestaan schadevergoeding te vorderen en/of enige andere boete/sanctie op te leggen vanwege de overtreding.

De boete / kostenvergoeding bedraagt EUR 1.500,00 of zoveel meer als de daadwerkelijke kosten gemaakt door het CNI in het kader van het onderzoek en de uitspraak. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval kan het CNI een matiging toepassen. De gronden en de omvang van de gevorderde schade of de opgelegde boete worden schriftelijk medegedeeld. Bij herhaling van de overtreding bij dezelfde werkgever in dezelfde winkel binnen 3 jaar na de eerste melding wordt de in rekening te brengen boete verdubbeld.

Beroep

Tegen uitspraken van de CNi-commissie is geen beroep mogelijk. Over uitspraken wordt niet gecorrespondeerd. Indien een partij het niet eens is met de uitspraak en/of de opgelegde sanctie, is de enige mogelijkheid deze ter discussie te stellen door het geschil voor te leggen bij de rechter.

Kosten

Aan een melding inclusief dossiervorming zijn in beginsel geen kosten verbonden. Bij misbruik worden wel kosten in rekening gebracht.

HANDBOEK FUNCTIEWAARDERING LEVENSMIDDELENBEDRIJF

Inleiding

Het aan dit handboek ten grondslag liggende functiewaarderingsonderzoek is uitgevoerd door de Algemene Werkgevers Vereniging VNO-NCW (AWVN) en begeleid door een paritaire commissie, de Stuurgroep Functiewaardering, bestaande uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties in de supermarktbranche en vertegenwoordigers van FNV-Bondgenoten en CNV-Dienstenbond.

Van belang is dat de inschaling van werknemers niet gebaseerd is op persoonlijk functioneren, maar op de inhoud en het hieruit voortvloeiende niveau van de door hen uitgevoerde functie. De verantwoordelijkheid voor het indelen van binnen een onderneming voorkomende functies in de functiegroepen bij de CAO berust bij de werkgever.

Opzet van het handboek functiewaardering

De kern van dit handboek wordt gevormd door een zogenaamd referentieraster. Dit is een representatieve verzameling van meer of minder veralgemeniseerde maar herkenbare functies die bij de aangesloten ondernemingen binnen de branche (kunnen) voorkomen. Deze functies zijn gewaardeerd volgens de ORBA-methode en ingedeeld in de bij de CAO behorende functiegroepen.

Naast het referentieraster is in het handboek een zgn. functierangschikkingslijst opgenomen, waarin de referentiefuncties gerangschikt naar zwaarte zijn weergegeven (hoofdstuk 2.3)

Verder omvat het handboek functieprofieloverzichten, waarbij per functie inzicht wordt gegeven in de opbouw van de ORBA-score in 5 hoofdkenmerken. (hoofdstuk 2.4).

De referentiefuncties fungeren als normen of kapstokken voor het vergelijkenderwijs indelen van de in de diverse ondernemingen voorkomende functies. Voor referentie-functies is onder hoofdstuk 2.2 een volledige functie-omschrijving (functiedocument) beschikbaar.

Alle in het handboek opgenomen referentiefuncties zijn gewaardeerd met behulp van de ORBA®-methode voor functiewaardering van de AWVN. Voor een nadere toelichting van de ORBA®-methode wordt verwezen naar hoofdstuk 1.3 van dit handboek.

Voor het vergelijkenderwijs indelen van de in de diverse ondernemingen voorkomende functies is een indelingsprocedure opgesteld. Deze treft u aan in hoofdstuk 1.4

Ter ondersteuning van het indelingsproces zijn per onderscheiden fase diverse handleidingen en hulpmiddelen opgenomen die u vindt in deel 3

Conform de CAO hebben werknemers het recht om bezwaar aan te tekenen tegen een door hun werkgever genomen functie-indelingsbeslissing. De hierop betrekking hebbende bezwaar- en beroepsprocedure wordt omschreven in hoofdstuk 1.5.

De ORBA®-methode

1. Wat is functiewaardering?

In elke organisatie, of het nu gaat om kantoren, fabrieken, overheidsinstellingen of winkels, worden werkzaamheden uitgevoerd die verschillend van aard en inhoud zijn. Vaak wil men in een organisatie die verschillende werkzaamheden (die geclusterd zijn in functies) in een rangorde plaatsen. Vervolgens kan deze rangorde gebruikt worden voor het onderbouwen van de beloningsverhoudingen.

De zogenaamde analytische- of puntensystemen, waartoe ook ORBA® de Nieuwe Generatie behoort, worden in Nederland het meest gebruikt voor het vaststellen van de functieniveauverhoudingen binnen een organisatie.

Deze systemen beogen een verantwoorde rangorde van functies te verkrijgen

  • door een systematische omschrijving en analyse van functies

  • volgens een aantal nauwkeurig omschreven en afgebakende criteria (gezichtspunten)

  • via een methode van puntenwaardering.

Uitgangspunt is de zwaarte van de functie. De uitkomsten van deze systemen van functiewaardering zijn derhalve nooit een maatstaf voor de prestatie of de capaciteiten van de medewerkers in hun functie.

Functiewaardering is een methode om functieniveaus te bepalen, niet om mensen in de uitoefening van hun functie beoordelen!

De met behulp van het systeem verkregen rangorde fungeert als basis voor de in de CAO opgenomen referentieraster. In dit raster wordt vastgelegd welke functies niveaumatig bij elkaar horen of anders gezegd: tot welke functiegroep een functie behoort.

Omdat de functiegroepen corresponderen met de eveneens in de CAO opgenomen salarisgroepen betekent de indeling van een functie in een functiegroep (functiewaardering) tevens indeling in een bepaalde salarisschaal (beloning).

2. ORBA® de Nieuwe Generatie

ORBA® de Nieuwe Generatie behoort tot de meest toegepaste functiewaarderingssystemen in Nederland. Het is een integraal toepasbaar systeem voor organisatie- en functie-onderzoek en functiewaardering. ORBA® de Nieuwe Generatie is de meest recente versie van een functiewaarderingsmethode die haar oorsprong heeft in de jaren ’50. In het verleden stond deze methode bekend onder de namen GM (Genormaliseerde Methode) en UGM (Uitgebreide Genormaliseerde Methode) en ORBA® (Organisatiebureau AWV).

De ORBA®-methode is zoals gezegd integraal. Dit betekent dat alle functies, ongeacht het niveau, vakgebied of de branche met ORBA® gewaardeerd kunnen worden.

Het gehele proces van ontwikkeling, toetsing en toepassing van de ORBA-methode werd en wordt van nabij gevolgd en begeleid door de functiewaarderingsdeskundigen van de vakorganisaties. Over de systematiek en de uitwerking van de ORBA-methode wordt regelmatig overleg gepleegd. Hierdoor bestaat er bij de vakbondsdeskundigen vertrouwen in de ORBA-methode en de manier waarop zij wordt toegepast. De functiewaarderingsdeskundigen van de vakorganisaties zijn ook in staat om de toepassing in de praktijk te volgen en te toetsen. Zij spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het behandelen van zogenaamde externe beroepen.

3. Het waarderen van functies met ORBA

Het eigenlijke waarderen van functies geschiedt met behulp van in de ORBA®-methode vastgelegde gezichtspunten. Deze gezichtspunten maken het mogelijk om functies te analyseren en te waarderen. De gezichtspunten zijn zodanig gekozen dat alle belangrijke, dat wil zeggen niveaubepalende, aspecten die bij het vervullen van functies een rol (kunnen) spelen, aan de orde komen.

De gezichtspunten zijn gegroepeerd in een vijftal hoofdkenmerken. Deze hoofdkenmerken en de bijbehorende gezichtspunten staat in onderstaande tabel aangegeven3.

HOOFDKENMERK

Gezichtspunten

Afweegfactor

VERANTWOORDELIJKHEID

• Problematiek

• Effect

6

4

KENNIS

• Kennis

5

SOCIALE INTERACTIE

• Leidinggeven1

• Uitdrukkingsvaardigheid

• Contact

2

2

2

SPECIFIEKE

HANDELINGSVEREISTEN

• Bewegingsvaardigheid

• Oplettendheid

• Uitzonderlijke kenmerken

2

1

1

BEZWARENDE

OMSTANDIGHEDEN

• Lichamelijke inspanning/massa

• Lichamelijke inspanning/houding

• Werkomstandigheden

• Persoonlijk risico

1

1

3

1

X Noot
1

Op de functiedocumenten staat onder het kopje ‘positie van de functie in de organisatie’ bij onder direct/indirect of er in de functie sprake is van leidinggeven. Bij de functies Afdelingschef en (Assistent) Bedrijfsleider betreft dit direct/hiërarchisch leidinggeven, waarbij de desbetreffende functionaris verantwoordelijk is voor alle door de onder hem/haar gestelde medewerkers uit te voeren werkzaamheden, in kwalitatieve en kwantitatieve zin.

Hij/zij beoordeelt de medewerkers in hun werk, neemt waarnodig corrigerende maatregelen en is (mede) betrokken bij aanname en ontslag.

De definitie van functioneel leidinggeven, zoals vermeld in bepaalde andere functiedocumenten:

De door het winkelmanagement gedelegeerde bevoegdheid om bepaalde functionarissen aan te sturen bij een bepaalde activiteit of bepaalde werkzaamheden. Het gaat hierbij dus om de situatie waarin het management formeel deze bevoegdheid heeft gedelegeerd en niet om bijvoorbeeld het geven van aanwijzigen aan collega’s in een gelijkwaardige samenwerkingssituatie.

Via de functionele relatie maakt een functionaris gebruik van de bevoegdheid om vanuit een specifieke deskundigheid aan collega’s dwingende aanwijzingen te geven omtrent het te volgen beleid, een te volgen werkwijze of procedure. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat verplichte consultatie dient plaats te vinden over onderwerpen.

In het geval dat als gevolg van aanwijzingen of instructies van een functioneel

leidinggevende activiteiten of werkzaamheden niet conform bedrijfsnormen worden

uitgevoerd, zal deze leidinggevende daarop kunnen worden aangesproken.

Indelingsprocedure

1. Doelstelling

Van elke in een onderneming voorkomende functie moet worden bepaald wat de indeling van deze functie is in de functiegroepenstructuur van de CAO voor het Levensmiddelenbedrijf. Deze indeling komt tot stand door een vergelijking van de in te delen functie met zogenaamde referentie-functies. Deze referentiefuncties zijn onderdeel van dit bij de CAO behorende Handboek Functiewaardering.

2. Indelen van functies

Teneinde de binnen de onderneming voorkomende functies op een verantwoorde manier in te kunnen delen in functiegroepen dient een aantal stappen te worden doorlopen, te weten:

  • 1. verzamelen van functie-informatie

  • 2. selecteren van geschikte referentiefuncties

  • 3. vergelijken met geselecteerde referentiefuncties

  • 4. wegen van verschillen

  • 5. nemen van een indelingsbeslissing

Stap 1 Verzamelen van functie-informatie

Het indelen van de binnen een onderneming voorkomende functies moet zorgvuldig gebeuren. Daarom is het belangrijk een duidelijk beeld te hebben van alle activiteiten en verantwoordelijkheden die in de functies voorkomen. In het kader van zorgvuldigheid en acceptatie is het van groot belang dat werkgever en werknemer overeenstemming bereiken over de inhoud van de functie voordat tot indelen wordt overgegaan.

Een hulpmiddel bij het verzamelen en vastleggen van informatie over de in te delen functies is het ORBA®-vragenformulier (3.1)

Stap 2 Selecteren van geschikte referentiefuncties

Op basis van de beschikbare informatie over de in te delen functie wordt voor elke in te delen functie de best passende referentiefunctie uit het functiehandboek gezocht, d.w.z. de referentiefunctie(s) die qua inhoud het meest op de in te delen bedrijfsfunctie lijken

Opmerking

Het verdient aanbeveling om eerst globaal kennis te nemen van de inhoud van het Handboek Functiewaardering voordat tot een meer gerichte vergelijking met referentiefuncties wordt overgegaan.

Bij het zoeken naar referentiefuncties kan niet uitsluitend op de naam van de functie worden afgegaan. De gehele functie-inhoud is voor de vergelijking van belang!

Stap 3 Vergelijken met geselecteerde referentiefuncties

De in te delen functie wordt op inhoud vergeleken met de geselecteerde referentiefunctie(s). (3.3) Dit komt er op neer dat wordt nagegaan op welke punten de in te delen functie overeenkomt met dan wel verschilt van de referentiefunctie(s).

In de meeste gevallen zal de in te delen functie vrijwel identiek zijn aan een referentiefunctie, maar het kan ook zijn dat de functie een aantal activiteiten en/of verantwoordelijkheden meer heeft dan een referentie-functie, of juist een aantal minder.

In het eerste geval kan de functie gelijk ingedeeld worden in de functiegroep van de referentiefunctie (zie stap 5). In het tweede en derde geval dient eerst te worden nagegaan waaruit de verschillen tussen de functie en referentiefunctie(s) bestaan voordat tot indeling kan worden overgegaan (zie stap 4).

Opmerking

In het kader van acceptatie en herleidbaarheid van indelingsbeslissingen verdient het aanbeveling om deze ‘meers’ of ‘minders’ te motiveren en vast te leggen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van het ORBA®-indelingsformulier (3.4) Het gaat bij het vaststellen van ‘plussen’ en ‘minnen’ vooral om hoofdlijnen en niet om allerlei details die niet werkelijk van invloed zijn op de verantwoordelijkheden binnen de functie.

‘Plussen’ ten opzichte van de geselecteerde referentiefunctie kunnen onder andere ontstaan door:

• verbreding van de functie, bijvoorbeeld doordat de medewerker naast de in de omschrijving genoemde werkzaamheden tevens structureel werkzaamheden in een ander werkproces verricht (bijvoorbeeld naast bedieningswerkzaamheden ook werkzaamheden op het gebied van administratie, automatisering of logistiek)

• verdieping van de functie, bijvoorbeeld omdat het soort beslissingen dat in de functie moet worden genomen aanmerkelijk complexer is en ook van beduidend meer invloed op het bedrijfsresultaat dan in de referentiefunctie.

‘Minnen’ kunnen bijvoorbeeld ontstaan wanneer bepaalde in de referentiefunctie opgenomen werkzaamheden binnen de in te delen functie niet voorkomen.

Stap 4 Wegen van verschillen

Tijdens deze stap wordt bepaald wat de waarde of zwaarte is van de aangetroffen ‘meers’ en ‘minders’. Gaat het bijvoorbeeld om kleine of juist grote verschillen in de organisatiestructuur en de omvang en/of het niveau van de verantwoordelijkheden? Is het werk beduidend moeilijker of juist gemakkelijker? Hebben ‘meers’ en ‘minders’ betrekking op de kern van de functie of op zaken die daarvan afgeleid zijn en niet echt wezenlijk zijn voor het met de functie beoogde resultaat?

Bij het wegen van de ‘meers’ en ‘minders’ gaat de volgende regel op: hoe kleiner het aantal ‘plussen’ of ‘minnen’, des te meer komt de te refereren functie overeen met de referentiefunctie(s).

Stap 5 Nemen van een indelingsbeslissing

Op basis van de vergelijking tussen de in te delen functie en de referentiefunctie(s) en een zorgvuldige afweging van de ‘meers’ en ‘minders’, dient een conclusie bereikt te worden met betrekking tot de indeling. Hierbij kunnen zich de volgende situaties voordoen.

Situatie 1. De in te delen functie verschilt niet of nauwelijks van een geselecteerde referentiefunctie. In dit geval volgt automatisch een indeling van de functie in de functiegroep waarin de desbetreffende referentiefunctie is ingedeeld.

Situatie 2. Er is sprake van ‘meers’ en ‘minders’, maar deze zijn weinig in aantal en hebben tevens geen betrekking op de kerntaken/verantwoordelijkheden van de functies. In dit geval kan vrijwel altijd worden geconcludeerd dat de in te delen functie nagenoeg gelijk is aan de referentiefunctie. Geconcludeerd kan worden dat de functiegroepindeling van de referentiefunctie tevens van toepassing is op de in te delen functie.

Situatie 3. De ‘meers’ en ‘minders’ zijn groter in aantal en wijken tevens af van de kerntaken / verantwoordelijkheden. Meestal is het dan zo dat de in te delen functie met meer dan één referentiefunctie te vergelijken is. In dat geval moet worden nagegaan in welke functiegroepen die referentiefuncties zijn ingedeeld. Hierbij zijn de volgende drie mogelijke uitkomsten:

  • de referentiefuncties zijn ingedeeld in dezelfde groepen, de in te delen functie hoort dan meestal ook in die groep thuis

  • de referentiefuncties zijn ingedeeld in verschillende maar opeenvolgende groepen, bepaald dient te worden met welke referentiefunctie de in te delen bedrijfsfunctie het meest overeenstemt

  • de referentiefuncties zijn ingedeeld in groepen die ver uit elkaar liggen, er ontstaat een indelingsprobleem.

3. Indelingsbeslissing

De indelingsbeslissing wordt genomen door de werkgever, al dan niet na het inwinnen van een extern advies terzake en/of na discussie en overleg met de betrokken medewerker(s). De indelingsbeslissing zal met behulp van het indelingsformulier (3.3) schriftelijk worden vastgelegd en (liefst schriftelijk) worden meegedeeld aan de betrokken werknemer.

4. Bezwaar en beroep

In de CAO voor het Levensmiddelenbedrijf is vastgelegd dat werknemers het recht hebben om bezwaar aan te tekenen tegen een door hun werkgever genomen indelingsbeslissing. Voor de hierop betrekking hebbende procedures wordt verwezen naar hoofdstuk 1.5 van dit Handboek.

5. Tot besluit

De referentiefuncties zoals omschreven in dit Handboek Functiewaardering zijn zorgvuldig gekozen. Naar verwachting zullen verreweg de meeste binnen de branche voorkomende functies heel goed te vergelijken zijn met één van de referentiefuncties uit dit handboek.

Voor een klein gedeelte van de in te delen functies zal vergelijking met meer dan één referentiefunctie nodig zijn. Slechts een zeer beperkt aantal functies zal moeilijk of niet te vergelijken zijn en een echt indelingsprobleem opleveren. In dat geval is het, mede gezien het belang van de betreffende werknemers, aan te bevelen om advies in te winnen bij een functiewaarderingsdeskundige of bij de Vaste Commissie van de CAO.

Procedure van bezwaar en beroep

Algemeen

  • 1. De werknemer heeft onder een aantal voorwaarden het recht om bezwaar te maken en daarna beroep aan te tekenen tegen een door zijn werkgever genomen (her-) indelingsbesluit.

  • 2. De bezwaar- en beroepsprocedure is zowel van toepassing op werknemers die lid zijn van een werknemersorganisatie als op werknemers die daar niet bij aangesloten zijn.

  • 3. Als een werkgever de (her-)indeling weigert, kan de werknemer aanspreken op het niet naleven van de CAO.

  • 4. Voordat het indelingsbesluit getoetst kan worden door een bevoegde rechtelijke instantie moet de bezwaar- en daar waar van toepassing de beroepsprocedure volledig zijn doorlopen.

  • 5. De werknemer kan zich laten bijstaan in een persoonlijk gesprek of bij de procedure door een door hem aan te wijzen persoon.

Bezwaarprocedure

Bezwaartermijn

  • 6. De werknemer kan binnen zes weken na bekendmaking van het indelingsbesluit schriftelijk en gemotiveerd bezwaar aan tekenen bij de werkgever. Doet de werknemer dit niet binnen zes weken dan wordt het indelingsbesluit definitief.

Bezwaargronden

  • 7. Bezwaar is alleen mogelijk onder de volgende voorwaarden:

    • a. De werknemer is het niet eens met de opgestelde functiebeschrijving.

    • b. De werknemer is het niet eens met de afwijking ten opzichte van de referentiefunctie.

    • c. De werknemer is het niet eens met de waardering en/of de indeling van de functie.

    • d. De werkgever heeft het indelingsformulier en indien vereist, het vragenformulier niet volledig ingevuld en/of uitgereikt.

Bezwaarprocedure

  • 8.

    • 1. De werkgever geeft binnen 4 weken na ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk en gemotiveerd aan de werknemer door of de oorspronkelijke indeling wordt gehandhaafd of gewijzigd.

    • 2. De werkgever kan één keer een uitstel krijgen van 4 weken. De werkgever moet zo spoedig mogelijk, in ieder geval voor het verstrijken van de hiervoor genoemde termijn, schriftelijk aan de werknemer mededeling te doen van de duur van dit uitstel.

    • 3. Overschrijding van de in dit artikel genoemde termijnen wordt beschouwd als het handhaven van de oorspronkelijke indelingsbeslissing en heeft de werknemer vervolgens het recht om in beroep te gaan.

Kosten

  • 9. Eventuele kosten die verbonden zijn aan de bezwaarprocedure, komen niet voor vergoeding in aanmerking. Deze regel geldt voor beide partijen.

  • 10. Indien de werknemer na de bekendmaking van de beslissing op het bezwaar, niet binnen zes weken beroep aantekent bij de centrale beroepscommissie, geldt het (gewijzigd) indelingsbesluit als definitief.

Beroepsprocedure

Algemeen

  • 11. Beroep is alleen mogelijk nadat de bezwaarprocedure volledig is doorlopen, dan wel sprake is van een weigering tot indeling als bedoeld in artikel 2.

Beroepstermijn en -instantie

  • 12. Het beroepschrift moet binnen zes weken na de beslissing op het bezwaar, gemotiveerd binnen zijn bij het secretariaat van de centrale beroepscommissie (p/a CBL, Postbus 262, 2260 AG Leidschendam).

Samenstelling en werkwijze centrale beroepscommissie

  • 13.

    • 1. De centrale beroepscommissie bestaat uit vier leden en vier plaatsvervangend leden. Zowel de werknemersorganisaties als de werkgeversorganisaties benoemen twee leden en twee plaatsvervangend leden.

    • 2. De leden worden voorgedragen door de werkgevers- en werknemersorganisaties voor een periode van twee jaar. In ieder geval voor zolang zij werkzaam blijven bij de betreffende organisatie. De leden kunnen ook onmiddellijk worden herbenoemd.

Beroepsgronden

  • 14. Beroep is alleen mogelijk onder de volgende voorwaarden:

    • a. Er bestaat een schriftelijke overeenstemming over de beschreven functie. Indien geen schriftelijke overeenstemming bestaat over de beschreven functie is sprake van een niet voor beroep vatbaar arbeidsgeschil.

    • b. De werknemer is van mening dat de beschreven functie onjuist is gewaardeerd en daardoor tot een ander indelingsbesluit had moeten leiden.

Inhoud beroepschrift

  • 15.

    • 1. Bij het indienen van het beroep moeten de volgende stukken worden bijgevoegd:

      • Het indelingsbesluit

      • Het door werkgever en werknemer ondertekende vragenformulier functie-onderzoek

      • Het bezwaarschrift

      • De beslissing op het bezwaar

      Indien de werknemer niet in het bezit is van één van deze stukken, hoeft het niet mee te worden gezonden, echter moet dan wel de reden daarvan worden vermeld. In het beroepschrift moet de reden van het beroep, de naam, adres en vestigingsplaatsgegevens van de betrokken werkgever worden vermeld. Indien aan één of meerdere van deze vereisten niet is voldaan, kan de centrale beroepscommissie geen inhoudelijke uitspraak doen.

    • 2. De werknemer kan bij het indienen van het beroepschrift schriftelijk het verzoek doen het advies van de centrale commissie bindend te doen zijn.

Beroepsprocedure

  • 16.

    • 1. De centrale beroepscommissie zal vervolgens het beroepschrift binnen vier weken doorsturen aan de werkgever, met het verzoek schriftelijk tegenargumenten te geven en de eventueel ontbrekende stukken toe te sturen.

    • 2. Indien de werknemer heeft verzocht het advies bindend te doen zijn, zal aan de werkgever worden gevraagd of hij schriftelijk wil doorgeven of hij daar wel of niet mee akkoord gaat.

    • 3. Binnen vier weken na dagtekening van het schriftelijk verzoek door de centrale beroepscommissie, moet de werkgever tegenargumenten geven en de gevraagde ontbrekende stukken mee te sturen. Een kopie van die brief zal binnen vier weken na ontvangst ter kennisneming worden doorgezonden aan de werknemer. Tenzij anders wordt aangegeven kan daar door de werknemer niet meer op worden gereageerd.

    • 4. Indien de werkgever niet tijdig reageert en/of de gevraagde stukken niet meestuurt, kan de centrale beroepscommissie daaruit de gevolgen trekken die uiteindelijk bepalend kunnen zijn.

    • 5. De commissie bepaalt per situatie de ontvankelijkheid. Indien het om een indelingsgeschil gaat, kan de commissie advies inroepen van één of meer functiewaarderingsdeskundigen van werknemers- of werkgeversorganisaties. De centrale beroepscommissie kan besluiten de werkgever en de werknemer op te roepen voor een hoorzitting en/of de situatie ter plaatse te bekijken.

De uitspraak

  • 17.

    • 1. De centrale beroepscommissie doet uiterlijk binnen 12 weken na het verstrijken van de in artikel 15.3 genoemde termijn gemotiveerd uitspraak. De centrale beroepscommissie mag deze termijn maximaal tweemaal met een periode van 12 weken verlengen. De verlenging moet dan wel schriftelijk worden bevestigd.

    • 2. Als de oorzaak van het beroep (mede) gebaseerd is op een meningsverschil over de beschreven functie kan de centrale beroepscommissie besluiten het beroepschrift af te wijzen. Het betreft dan geen zuiver indelingsverschil, waardoor de centrale beroepscommissie niet bevoegd is een uitspraak te doen. De centrale beroepscommissie zal bij een dergelijke afwijzing duidelijk aangeven wat de reden daarvoor is.

    • 3. De uitspraak betreft een zwaarwegend deskundigenadvies voor zowel werknemers die aangesloten zijn bij een werknemersorganisatie als werknemers die daar niet bij aangesloten zijn. Dit advies is bindend indien werknemer en werkgever dat vooraf hebben bepaald.

De kosten

  • 18.

    • 1. Voor het advies van deskundigen kunnen kosten in rekening worden gebracht. Deze kosten zullen voor werkgevers onder de werkingssfeer van de CAO Levensmiddelenbedrijf door het Sociaal Fonds Levensmiddelen worden gedragen

    • 2. Bij het indienen van het beroepschrift moet de werknemer een tegemoetkoming in de kosten betalen van € 35,–. Dit bedrag moet gestort worden op rekeningnummer 495915203 t.n.v. Beroepscommissie Functiewaardering.

    • 3. Pas na ontvangst van dit bedrag wordt het beroep in behandeling genomen en niet eerder. Indien het bedrag niet binnen vier weken na ontvangst van het beroepschrift op de rekening is bijgeschreven, wordt er geen inhoudelijke uitspraak gedaan.

    • 4. De centrale beroepscommissie geeft bij de uitspraak tevens een beslissing over de kostenverdeling. Indien de werknemer in overwegende mate in het gelijk wordt gesteld ontvangt hij de betaalde tegemoetkoming in de kosten retour. In dat geval wordt aan de werkgever een bedrag van € 300,– in rekening gebracht, tot betaling van welk bedrag de werkgever zich verbindt indien hij verweer voert. Indien de werknemer niet in het gelijk wordt gesteld om redenen als genoemd in artikel 14 ontvangt de werknemer de kosten niet retour. Indien het beroepschrift wordt afgewezen om redenen als genoemd in artikel 16 lid 2 ontvangt de werknemer de kosten wel retour.

REFERENTIEFUNCTIERASTER

CAO voor het Levensmiddelenbedrijf

FUNCTIE-GROEP/

ORBA-SCORE

Supermarkten

   

I

210–234,5

Bedrijfsleider II

H

185–209,5

Bedrijfsleider III

G

160–184,5

Bedrijfsleider IV

F

135–159,5

Assistent BL I

E

110–134,5

Afdelingschef B

Assistent BL II

D

85–109,5

Afdelingschef A

Afdelingsverantwoordelijke

Winkelassistent

C

60–84,5

1e Verkoopmedewerker

1e Kassamedewerker

Gespecialiseerd Verkoopmedewerker

B

40–59,5

Verkoopmedewerker

Kassamedewerker

Medewerker postservicepunt

A

0–39,5

Aankomend Verkoopmedewerker

Vulploegmedewerker

Aankomend Kassamedewerker

functie

Bedrijfsleider II

Functiegroep I

Doel van de functie

Beheren en exploiteren van de winkel binnen de gegeven formule-uitgangspunten teneinde te voldoen aan de gestelde opbrengst-, omzet- en kostendoelen.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven met een omzet gemiddeld per week tussen € 125.000 en € 225.000.

Doorgaans is het aantal medewerkers van de winkel te relateren aan de omzetgrootte of de winkelformule.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Regio-, Rayon- of Clustermanager c.q. zelfstandig ondernemer.

Onder direct/ indirect

Assistent bedrijfsleider, afdelingschefs en verkoopmedewerkers

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Ontwikkelen en uitwerken van het (afgeleide) marketing- en verkoopbeleid en optimaal benutten van de commerciële mogelijkheden van de winkel. Is resultaatverantwoordelijk.

Leiding geven aan het personeel werkzaam in de winkel teneinde te zorgen voor een doelmatige verdeling van de werkzaamheden en toe te zien op een tijdige en juiste uitvoering hiervan. Hiertoe o.a.:

• verzorgen van een optimale personeelsbezetting

• plannen en verdelen van werkzaamheden

• toezicht houden op en controleren van de dagelijkse werkzaamheden

• motiveren en begeleiden van medewerkers

• actief begeleiden van verzuim en toezien op de arbeidsomstandigheden.

Beheren van de winkel zodanig dat het gebouw en de bedrijfsmiddelen in goede en ordelijke staat verkeren. Hiertoe o.a.

• signaleren van bouwkundige onvolkomenheden en deze melden

• doen van voorstellen voor noodzakelijke investeringen.

Exploiteren van de winkel zodanig dat voldaan wordt aan de omzet- en kostendoelen. Dit omvat o.a.:

• bewaken van de omzet en signaleren van ontwikkelingen c.q. stagnaties

• analyseren van budgetverschillen en (filiaal)resultaten

• bewaken van beïnvloedbare kosten m.b.t. personeel, balansverschillen e.d.

Zorgdragen voor de bedrijfsverzorging en artikelpresentatie volgens voorschriften en richtlijnen zodanig dat de winkel een goede, herkenbare uitstraling heeft en hiervan een stimulerende werking uitgaat naar de verkoop van artikelen. Hiertoe o.a.:

• bewaken van een complete, verzorgde en uitnodigende winkelpresentatie

• bewaken van de persoonlijke presentatie van het winkelpersoneel

• zorgdragen voor de uitvoering van promotionele acties

• onderhouden van contacten met klanten

• afhandelen van klachten.

Zorgdragen voor een actieve diefstal- en dervingbestrijding zodanig dat winkeldiefstallen en winkel-overvallen worden geminimaliseerd en er zo weinig mogelijk lekkage plaatsvindt van producten. Hiertoe:

• instrueren van het winkelpersoneel over voorschriften en procedures t.a.v. winkeldiefstallen en overvallen

• controleren op de naleving van deze voorschriften

• afhandelen van winkeldiefstallen

• analyseren, bespreken van dervingsresultaten en in gang zetten van acties ter verbetering hiervan.

Uitvoeren van diverse overige werkzaamheden, waaronder:

• communiceren met belanghebbenden zowel binnen als buiten de eigen winkel

• voeren van de algemene administratie

• toezien op veiligheid m.b.t. klant, personeel, artikelen, geld, pand en inventaris.

Sociale interactie

Leiden, motiveren en stimuleren van het personeel. Voeren van werkoverleg. Behandelen van klantenklachten. Rapporteren inzake de exploitatie van de winkel.

Onderhouden van externe contacten noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.

Specifieke handelingsvereisten

Niet van toepassing.

Bezwarende omstandigheden

Niet van toepassing.

functie

Bedrijfsleider III

Functiegroep H

Doel van de functie

Beheren en exploiteren van de winkel binnen de gegeven formule-uitgangspunten teneinde te voldoen aan de gestelde opbrengst-, omzet- en kostendoelen.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven met een omzet gemiddeld per week tussen € 50.000 en € 125.000.

Doorgaans is het aantal medewerkers van de winkel te relateren aan de omzetgrootte of de winkelformule.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Regio-, Rayon- of Clustermanager c.q. zelfstandig ondernemer.

Onder direct/ indirect

Assistent bedrijfsleider, afdelingschefs en verkoopmedewerkers.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Ontwikkelen en uitwerken van het (afgeleide) marketing en verkoopbeleid en optimaal benutten van de commerciële mogelijkheden van de winkel. Is resultaatverantwoordelijk.

Leiding geven aan het personeel werkzaam in de winkel teneinde te zorgen voor een doelmatige verdeling van de werkzaamheden en toe te zien op een tijdige en juiste uitvoering hiervan. Hiertoe o.a.:

• verzorgen van een optimale personeelsbezetting

• plannen en verdelen van werkzaamheden

• toezicht houden op en controleren van de dagelijkse werkzaamheden

• motiveren en begeleiden van medewerkers

• actief begeleiden van verzuim en toezien op de arbeidsomstandigheden.

Beheren van de winkel zodanig dat het gebouw en de bedrijfsmiddelen in goede en ordelijke staat verkeren. Hiertoe o.a.

• signaleren van bouwkundige onvolkomenheden en deze melden

• doen van voorstellen voor noodzakelijke investeringen.

Exploiteren van de winkel zodanig dat voldaan wordt aan de omzet- en kostendoelen. Dit omvat o.a.:

• bewaken van de omzet en signaleren van ontwikkelingen c.q. stagnaties

• analyseren van budgetverschillen en (filiaal)resultaten

• bewaken van beïnvloedbare kosten m.b.t. personeel, balansverschillen e.d.

Zorgdragen voor de bedrijfsverzorging en artikelpresentatie volgens voorschriften en richtlijnen zodanig dat de winkel een goede, herkenbare uitstraling heeft en hiervan een stimulerende werking uitgaat naar de verkoop van artikelen. Hiertoe o.a.:

• bewaken van een complete, verzorgde en uitnodigende winkelpresentatie

• bewaken van de persoonlijke presentatie van het winkelpersoneel

• zorgdragen voor de uitvoering van promotionele acties

• onderhouden van contacten met klanten

• afhandelen van klachten.

Zorgdragen voor een actieve diefstal- en dervingbestrijding zodanig dat winkeldiefstallen en winkel-overvallen worden geminimaliseerd en er zo weinig mogelijk lekkage plaatsvindt van producten. Hiertoe:

• instrueren van het winkelpersoneel over voorschriften en procedures t.a.v. winkeldiefstallen en overvallen

• controleren op de naleving van deze voorschriften

• afhandelen van winkeldiefstallen

• analyseren, bespreken van dervingresultaten en in gang zetten van acties ter verbetering hiervan.

Uitvoeren van diverse overige werkzaamheden, waaronder:

• communiceren met belanghebbenden zowel binnen als buiten de eigen winkel

• voeren van de algemene administratie

toezien op veiligheid m.b.t. klant, personeel, artikelen, geld, pand en inventaris.

Sociale interactie

Leiden, motiveren en stimuleren van het personeel. Voeren van werkoverleg. Behandelen van klantenklachten. Rapporteren inzake de exploitatie van de winkel.

Onderhouden van externe contacten noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.

Specifieke handelingsvereisten

Niet van toepassing.

Bezwarende omstandigheden

Niet van toepassing.

functie

Bedrijfsleider IV

Functiegroep G

Doel van de functie

Beheren en exploiteren van de winkel binnen de gegeven formule-uitgangspunten teneinde te voldoen aan de gestelde opbrengst-, omzet- en kostendoelen.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven met een omzet gemiddeld per week tot € 50.000.

Doorgaans is het aantal medewerkers van de winkel te relateren aan de omzetgrootte of de winkelformule.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Regio-, Rayon- of Clustermanager c.q. zelfstandig ondernemer.

Onder direct/ indirect

Assistent bedrijfsleider, afdelingschefs en verkoopmedewerkers

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Ontwikkelen en uitwerken van het (afgeleide) marketing- en verkoopbeleid en optimaal benutten van de commerciële mogelijkheden van de winkel. Is resultaatverantwoordelijk.

Leiding geven aan het personeel werkzaam in de winkel teneinde te zorgen voor een doelmatige verdeling van de werkzaamheden en toe te zien op een tijdige en juiste uitvoering hiervan. Hiertoe o.a.:

• verzorgen van een optimale personeelsbezetting

• plannen en verdelen van werkzaamheden

• toezicht houden op en controleren van de dagelijkse werkzaamheden

• motiveren en begeleiden van medewerkers

• actief begeleiden van verzuim en toezien op de arbeidsomstandigheden.

Beheren van de winkel zodanig dat het gebouw en de bedrijfsmiddelen in goede en ordelijke staat verkeren. Hiertoe o.a.

• signaleren van bouwkundige onvolkomenheden en deze melden

• doen van voorstellen voor noodzakelijke investeringen.

Exploiteren van de winkel zodanig dat voldaan wordt aan de omzet- en kostendoelen. Dit omvat o.a.:

• bewaken van de omzet en signaleren van ontwikkelingen c.q. stagnaties

• analyseren van budgetverschillen en (filiaal)resultaten

• bewaken van beïnvloedbare kosten m.b.t. personeel, balansverschillen e.d.

Zorgdragen voor de bedrijfsverzorging en artikelpresentatie volgens voorschriften en richtlijnen zodanig dat de winkel een goede, herkenbare uitstraling heeft en hiervan een stimulerende werking uitgaat naar de verkoop van artikelen. Hiertoe o.a.:

• bewaken van een complete, verzorgde en uitnodigende winkelpresentatie

• bewaken van de persoonlijke presentatie van het winkelpersoneel

• zorgdragen voor de uitvoering van promotionele acties

• onderhouden van contacten met klanten

• afhandelen van klachten

Zorgdragen voor een actieve diefstal- en dervingbestrijding zodanig dat winkeldiefstallen en winkel-overvallen worden geminimaliseerd en er zo weinig mogelijk lekkage plaatsvindt van producten. Hiertoe:

• instrueren van het winkelpersoneel over voorschriften en procedures t.a.v. winkeldiefstallen en overvallen

• controleren op de naleving van deze voorschriften

• afhandelen van winkeldiefstallen

• analyseren, bespreken van dervingresultaten en in gang zetten van acties ter verbetering hiervan.

Uitvoeren van diverse overige werkzaamheden, waaronder:

• communiceren met belanghebbenden zowel binnen als buiten de eigen winkel

• voeren van de algemene administratie

• toezien op veiligheid m.b.t. klant, personeel, artikelen, geld, pand en inventaris.

Sociale interactie

Leiden, motiveren en stimuleren van het personeel. Voeren van werkoverleg. Behandelen van klantenklachten. Rapporteren inzake de exploitatie van de winkel.

Onderhouden van externe contacten noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.

Specifieke handelingsvereisten

Niet van toepassing.

Bezwarende omstandigheden

Niet van toepassing.

functie

Assistent Bedrijfsleider I

Functiegroep F

Doel van de functie

Optimaal laten functioneren en presteren van een afdeling (doorgaans Kruidenierswaren) en vervangen van de bedrijfsleider/de zelfstandig ondernemer bij (kortdurende) afwezigheid.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven met een omzet gemiddeld per week tussen € 225.000 en € 350.000.

Doorgaans is het aantal medewerkers van de winkel te relateren aan de omzetgrootte en de winkelformule.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Bedrijfsleider of zelfstandig ondernemer.

Onder direct/ indirect

Afdelingschef(s) en verkoopmedewerkers.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Leiding geven aan de dagelijkse operatie in (een deel van) de winkel teneinde te zorgen voor een doelmatige verdeling van de werkzaamheden en toe te zien op een tijdige en juiste uitvoering hiervan. Hiertoe o.a.:

• verzorgen van een optimale personeelsbezetting in overleg met de directe chef

• plannen en verdelen van werkzaamheden

• toezicht houden op en controleren van de dagelijkse werkzaamheden

• motiveren en begeleiden van medewerkers

• actief begeleiden van verzuim en toezien op de arbeidsomstandigheden.

Mede uitvoering geven aan het geformuleerde ondernemingsbeleid in de winkel ten aanzien van klanten, personeel, artikelen en financiën.

Bijdragen aan een optimale exploitatie van de winkel, zodanig dat voldaan wordt aan de gestelde omzet- en kostendoelen. Dit omvat o.a.:

• bewaken van loonkosten op afdelingsniveau

• analyseren van afdelingsresultaten en kengetallen, controleren van de afdelingsadministratie.

Zorgdragen, samen met de bedrijfsleider/zelfstandig ondernemer, voor de bedrijfsverzorging en artikelpresentatie volgens voorschriften en richtlijnen zodanig dat de afdeling een goede, herkenbare uitstraling heeft en hiervan een stimulerende werking uitgaat naar de verkoop van producten. Hiertoe o.a.:

• zorgdragen voor en bewaken van een complete, verzorgde en uitnodigende winkelpresentatie

• mede zorgdragen voor de uitvoering van promotionele acties

• onderhouden van contacten met klanten

• afhandelen van klachten.

Mede zorgen voor een actieve diefstal- en dervingbestrijding zodanig dat winkeldiefstallen en winkelovervallen worden geminimaliseerd en er zo weinig mogelijk lekkage plaatsvindt van producten. Hiertoe o.a.

• instrueren van het winkelpersoneel over voorschriften en procedures t.a.v. winkeldiefstallen en overvallen

• controleren op de naleving van deze voorschriften

• afhandelen van winkeldiefstallen

• openen en sluiten van het filiaal conform een roulerend systeem met sleutelhouders.

Vervangen van de bedrijfsleider/zelfstandig ondernemer ingeval van kortdurende afwezigheid voor wat betreft de dagelijkse gang van zaken in de winkel.

Sociale interactie

Leiden, motiveren en stimuleren van het winkelpersoneel. Direct leiding geven aan afdelingschefs of afdelingsverantwoordelijken. Voeren van werkoverleg. Behandelen van klantenklachten.

Specifieke handelingsvereisten

Niet van toepassing.

Bezwarende omstandigheden

Niet van toepassing.

functie

Assistent Bedrijfsleider II

Functiegroep E

Doel van de functie

Assisteren van de bedrijfsleider bij beheer en exploitatie van de winkel binnen de gegeven formule-uitgangspunten teneinde bij te dragen aan de realisatie van de gestelde omzet- en kostendoelen.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven met een omzet gemiddeld per week tussen € 125.000 en € 225.000.

Doorgaans is het aantal medewerkers van de winkel te relateren aan de omzetgrootte en de winkelformule.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Bedrijfsleider of zelfstandig ondernemer

Onder direct/ indirect

Afdelingschef(s) en verkoopmedewerkers.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Leiding geven aan de dagelijkse operatie in de winkel teneinde te zorgen voor een doelmatige verdeling van de werkzaamheden en toe te zien op een tijdige en juiste uitvoering hiervan. Hiertoe o.a.:

• verzorgen van een optimale personeelsbezetting in overleg met de afdelingschefs

• plannen en verdelen van werkzaamheden

• toezicht houden op en controleren van de dagelijkse werkzaamheden

• motiveren en begeleiden van medewerkers

• actief begeleiden van verzuim en toezien op de arbeidsomstandigheden.

Mede beheren van de winkel zodanig dat het gebouw en de bedrijfsmiddelen in goede en ordelijke staat verkeren. Hiertoe o.a.

• signaleren van bouwkundige onvolkomenheden en deze melden

• controleren van brandpreventievoorzieningen alsmede de alarminstallatie

• bespreken van investeringsvoorstellen met de bedrijfsleider.

Bijdragen aan een optimale exploitatie van de winkel, zodanig dat voldaan wordt aan de gestelde omzet- en kostendoelen. Dit omvat o.a.:

• bewaken van de omzet en signaleren en bespreken van ontwikkelingen c.q. stagnaties

• analyseren van budgetverschillen en filiaalresultaten

• bewaken van beïnvloedbare kosten m.b.t. personeel, balansverschillen e.d.

Zorgdragen, samen met de bedrijfsleider/zelfstandig ondernemer, voor de bedrijfsverzorging en artikelpresentatie volgens voorschriften en richtlijnen zodanig dat de winkel een goede, herkenbare uitstraling heeft en hiervan een stimulerende werking uitgaat naar de verkoop van artikelen. Hiertoe o.a.:

• zorgdragen voor en bewaken van een complete, verzorgde en uitnodigende winkelpresentatie

• zorgdragen voor en bewaken van de persoonlijke presentatie van het winkelpersoneel

• zorgdragen voor de uitvoering van promotionele acties

• onderhouden van contacten met klanten

• afhandelen van klachten.

Mede zorgen voor een actieve diefstal- en dervingbestrijding zodanig dat winkeldiefstallen en winkelovervallen worden geminimaliseerd en er zo weinig mogelijk lekkage plaatsvindt van producten. Hiertoe o.a.

• instrueren van het winkelpersoneel over voorschriften en procedures t.a.v. winkeldiefstallen en overvallen

• controleren op de naleving van deze voorschriften

• afhandelen van winkeldiefstallen

• analyseren, bespreken van dervingresultaten en in overleg met de bedrijfsleider in gang zetten van acties ter verbetering hiervan.

Sociale interactie

Leiden, motiveren en stimuleren van het winkelpersoneel. Direct leiding geven aan afdelingschefs of afdelingsverantwoordelijken. Voeren van werkoverleg. Behandelen van klantenklachten.

Specifieke handelingsvereisten

Niet van toepassing.

Bezwarende omstandigheden

Niet van toepassing.

functie

Afdelingschef B

Functiegroep E

Doel van de functie

Leiding geven aan de werkzaamheden binnen de toegewezen (sub) afdeling zodanig dat de gestelde doelen t.a.v. uren en beïnvloedbare kosten gehaald worden rekening houdend met formule-uitgangspunten.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven. Het betreft de functionaris die zelfstandige werkzaamheden verricht waarvoor in ruime mate specialistische vak- en bedrijfskennis nodig is. De verantwoordelijkheden strekken zich uit tot één of enkele artikelgroepen zoals brood, kaas, AGF, kruidenierswaren, kassa en service-afdelingen.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

(assistent)bedrijfsleider of zelfstandig ondernemer, afhankelijk van bedrijfsomvang en functiestructuur

Onder direct/ indirect

5 tot 10 fte’s

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Realiseren van afdelingsdoelstellingen m.b.t. productiviteit, kwaliteit, omzet, kostenbeheersing, toegestane en meetbare verliezen. Hiertoe onder meer

• in overleg vaststellen van resultaten en kostenbegroting

• volgen van resultaat en kosten, analyseren/bewaken van budgetten.

Beheren van de toegewezen (sub)afdeling zodanig dat de gestelde doelen ten aanzien van uren en beïnvloedbare kosten gehaald worden. Hiertoe o.a.:

• bijhouden van de afdelingsadministratie m.b.t. personeelsplanning en bezetting

• geven van aanwijzingen aan en vaktechnisch ondersteunen van medewerkers

• zorgen voor orde, netheid en hygiëne op de afdeling volgens HACCP normen

• bespreken van zaken zoals wijziging in prijzen en assortiment, bestellingen i.v.m. feestdagen en acties, leveranciersproblemen e.d. met direct leidinggevende.

Bestellen, presenteren en verkopen van artikelen die tot de (sub)afdeling behoren zodanig dat er een goed gevulde en ordelijke afdeling is, artikelen op de juiste wijze worden gepresenteerd en klanten op een correcte manier worden bediend. Dit omvat o.a.:

• artikelverzorging, -behandeling en -presentatie

• voorraadopname, bestelling en bijvullen

• toezien op de handhaving van de kwaliteit van de gepresenteerde artikelen

• dienstverlening naar klanten.

Bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen teneinde meer omzet te genereren. Hiertoe:

• realiseren van reclames en acties vanuit het concern op afdelingsniveau

• mede ontplooien van locale commerciële activiteiten

Sociale interactie

Geven van aanwijzingen en instructies aan en overdragen van kennis, inzichten en beslissingen op medewerkers. Stimuleren van een goede onderlinge communicatie en samenwerking.

Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse werkuitvoering. Bespreken van afwijkende situaties/bijzonderheden en doen van aanbevelingen. Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten, aanbieden van alternatieven voor bepaalde artikelen, verwijzen naar andere afdelingen, informeren over service en garantie.

Specifieke handelingsvereisten

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de verschillende artikelgroepen. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

functie

Afdelingschef A

Functiegroep D

Doel van de functie

Leiding geven aan de werkzaamheden binnen de toegewezen (sub) afdeling zodanig dat de gestelde doelen t.a.v. uren en beïnvloedbare kosten gehaald worden rekening houdend met formule-uitgangspunten.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven. Het betreft de functionaris die zelfstandige werkzaamheden verricht waarvoor in ruime mate specialistische vak- en bedrijfskennis nodig is. De verantwoordelijkheden strekken zich uit tot één of enkele artikelgroepen zoals brood, kaas, AGF, kruidenierswaren, kassa en service-afdelingen.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

(assistent)bedrijfsleider of zelfstandig ondernemer, afhankelijk van bedrijfsomvang en functiestructuur

Onder direct/ indirect

tot 5 fte’s

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Realiseren van afdelingsdoelstellingen m.b.t. productiviteit, kwaliteit, omzet, kostenbeheersing, toegestane en meetbare verliezen. Hiertoe onder meer

• in overleg vaststellen van resultaten en kostenbegroting

• volgen van resultaat en kosten, analyseren/bewaken van budgetten.

Beheren van de toegewezen (sub)afdeling zodanig dat de gestelde doelen ten aanzien van uren en beïnvloedbare kosten gehaald worden. Hiertoe o.a.:

• bijhouden van de afdelingsadministratie m.b.t. personeelsplanning en bezetting

• geven van aanwijzingen aan en vaktechnisch ondersteunen van medewerkers

• zorgen voor orde, netheid en hygiëne op de afdeling volgens HACCP normen

• bespreken van zaken zoals wijziging in prijzen en assortiment, bestellingen i.v.m. feestdagen en acties, leveranciersproblemen e.d. met de direct leidinggevende.

Bestellen, presenteren en verkopen van artikelen die tot de (sub)afdeling behoren zodanig dat er een goed gevulde en ordelijke afdeling is, artikelen op de juiste wijze worden gepresenteerd en klanten op een correcte manier worden bediend. Dit omvat o.a.:

• artikelverzorging, -behandeling en -presentatie

• voorraadopname, bestelling en bijvullen

• toezien op de handhaving van de kwaliteit van de gepresenteerde artikelen

• dienstverlening naar klanten.

Bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen teneinde meer omzet te genereren. Hiertoe o.a.:

• realiseren van reclames en acties vanuit het concern op afdelingsniveau

• mede ontplooien van locale commerciële activiteiten

Sociale interactie

Geven van aanwijzingen en instructies aan en overdragen van kennis, inzichten en beslissingen op medewerkers. Stimuleren van een goede onderlinge communicatie en samenwerking.

Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse werkuitvoering. Bespreken van afwijkende situaties/bijzonderheden en doen van aanbevelingen. Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten, aanbieden van alternatieven voor bepaalde artikelen, verwijzen naar andere afdelingen, informeren over service en garantie.

Specifieke handelingsvereisten

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de verschillende artikelgroepen. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

functie

Afdelingsverantwoordelijke

Functiegroep D

Doel van de functie

Coördineren van en toezicht houden op de werkzaamheden binnen de toegewezen (sub) afdeling zodanig dat de gestelde doelen t.a.v. uren en beïnvloedbare kosten gehaald worden rekening houdend met formule-uitgangspunten.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven. Het betreft de functionaris die zelfstandige werkzaamheden verricht waarvoor in ruime mate specialistische vakkennis en vaardigheid nodig is. De verantwoordelijkheden strekken zich uit tot één of enkele artikelgroepen zoals brood, kaas, AGF, kruidenierswaren, kassa en service-afdelingen. Er is geen sprake van hiërarchisch leidinggeven, maar van vaktechnische aansturing van een kleine groep medewerkers.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

(assistent)bedrijfsleider of zelfstandig ondernemer, afhankelijk van bedrijfsomvang en functiestructuur

Onder direct/ indirect

enkele verkoopmedewerkers (functionele aansturing)

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Beheren van de toegewezen (sub)afdeling zodanig dat de gestelde doelen ten aanzien van uren en beïnvloedbare kosten gehaald worden. Hiertoe o.a.:

• bijhouden van de afdelingsadministratie m.b.t. personeelsplanning en bezetting

• geven van aanwijzingen aan en vaktechnisch ondersteunen van medewerkers

• zorgen voor orde, netheid en hygiëne op de afdeling volgens HACCP normen

• bespreken met directe chef van zaken zoals wijziging in prijzen en assortiment, bestellingen i.v.m. feestdagen en acties, leveranciersproblemen e.d.

Bestellen, presenteren en verkopen van artikelen die tot de (sub)afdeling behoren zodanig dat er een goed gevulde en ordelijke afdeling is, producten op de juiste wijze worden gepresenteerd en klanten op een correcte manier worden bediend. Dit omvat o.a.:

• artikelverzorging, -behandeling en -presentatie

• voorraadopname, bestelling en bijvullen

• toezien op de handhaving van de kwaliteit van de gepresenteerde artikelen

• dienstverlening naar klanten.

Bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen teneinde meer omzet te genereren. Hiertoe o.a.:

• realiseren van reclames en acties vanuit het concern op afdelingsniveau

• mede ontplooien van locale commerciële activiteiten.

Sociale interactie

Instrueren en vaktechnisch begeleiden van verkoopmedewerkers. Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse werkuitvoering. Bespreken van afwijkende situaties/bijzonderheden en doen van aanbevelingen. Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten, aanbieden van alternatieven voor bepaalde artikelen, verwijzen naar andere afdelingen, informeren over service en garantie.

Specifieke handelingsvereisten

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de verschillende artikelgroepen. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

functie

Winkelassistent

Functiegroep D

Doel van de functie

Mede leiding geven aan de werkzaamheden binnen de winkel zodanig dat de gestelde doelen t.a.v. uren en beïnvloedbare kosten gehaald worden.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven. Waarbij de winkelformule en de functiestructuur mede bepalend zal zijn. Het betreft de functionaris die zelfstandige werkzaamheden verricht waarvoor in ruime mate specialistische vak- en bedrijfskennis nodig is. De verantwoordelijkheden strekken zich uit tot alle assortimentsgroepen. De bedrijfsleider/ondernemer/filiaalleider is doorgaans in de winkel aanwezig. De winkelassistent vervangt de ondernemer/bedrijfsleider/filiaalleider ingeval van afwezigheid.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

bedrijfsleider of zelfstandig ondernemer c.q. filiaalleider, afhankelijk van bedrijfsomvang en functiestructuur

Onder direct/ indirect

tot 5 fte’s, dan wel het aanwezige verkooppersoneel bij vervanging van de leidinggevende

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Realiseren van winkeldoelstellingen m.b.t. productiviteit, kwaliteit, omzet, kostenbeheersing, toegestane en meetbare verliezen. Hiertoe onder meer

• in overleg vaststellen van resultaten en kostenbegroting

• mede volgen van resultaat en kosten, analyseren/bewaken van budgetten.

Beheren van het winkelassortiment zodanig dat de gestelde doelen ten aanzien van uren en beïnvloedbare kosten gehaald worden. Hiertoe o.a.:

• bijhouden van de afdelingsadministratie m.b.t. personeelsplanning en bezetting

• geven van aanwijzingen aan en vaktechnisch ondersteunen van enkele medewerkers

• zorgen voor orde, netheid en hygiëne in de winkel volgens HACCP normen

• bespreken van zaken zoals wijziging in prijzen en assortiment, bestellingen i.v.m. feestdagen en acties, leveranciersproblemen e.d. met de direct leidinggevende.

Bestellen, presenteren en verkopen van artikelen zodanig dat er een goed gevulde en ordelijke winkel is, producten op de juiste wijze worden gepresenteerd en klanten op een correcte manier worden bediend. Dit omvat o.a.:

• artikelverzorging, -behandeling en -presentatie

• voorraadopname, bestelling en bijvullen

• toezien op de handhaving van de kwaliteit van de gepresenteerde producten

• dienstverlening naar klanten.

Bedienen (afwisselend) van de kassa, zodanig dat gekochte goederen op correcte wijze worden afgerekend, hetgeen onder meer inhoudt:

• bedrijfsklaar maken van de kassa, aanvullen van kassarollen e.d.

• opvolgen van kassa-instructies

• afrekenen van artikelen, verwerken van retouren en emballage

• bestellen/aanvullen van kasmunt en hulpmiddelen

• in overleg met leidinggevende sluiten en overdragen van de check-out, tellen van kassageld en bespreken van kasverschillen

Bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen teneinde meer omzet te genereren. Hiertoe o.a.:

• mede realiseren van reclames en acties

• mede ontplooien van locale commerciële activiteiten

Sociale interactie

Geven van aanwijzingen en instructies aan en overdragen van kennis, inzichten en beslissingen op medewerkers. Stimuleren van een goede onderlinge communicatie en samenwerking.

Overleggen/afstemmen met bedrijfsleider/ondernemer/filiaalleider inzake de dagelijkse werkuitvoering. Bespreken van afwijkende situaties/bijzonderheden en doen van aanbevelingen. Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten, aanbieden van alternatieven voor bepaalde artikelen, verwijzen naar andere afdelingen, informeren over service en garantie.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met materialen en hulpmiddelen.

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de verschillende artikelgroepen. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

functie

1e Verkoopmedewerker

Functiegroep C

Doel van de functie

Bedienen van c.q. verkopen aan klanten en zelfstandig verzorgen van meerdere artikelgroepen dan wel assisteren bij specialistische afdeling(en), zodanig dat wordt bijgedragen aan het gewenste niveau van dienstverlening.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven. Het betreft de allround medewerker, die na een opleiding inzetbaar is in de artikelverzorging, -behandeling en -presentatie, waarbij een correcte interactie met klanten een vereiste is. Er wordt functioneel leiding gegeven aan een of enkele collega’s.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

afdelingschef, (assistent-) bedrijfsleider of zelfstandig ondernemer, afhankelijk van bedrijfsomvang en functiestructuur

Onder direct/ indirect

één of enkele (aankomend) verkoopmedewerkers (functioneel)

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Verzorgen van meerdere artikelgroepen, zodanig dat er een goed gevulde en ordelijke winkel is en artikelen op de juiste wijze worden gepresenteerd. Hiertoe o.a.:

• geven van aanwijzingen en vaktechnisch ondersteunen van (aankomend-) verkoopmedewerker(s)

• signaleren en melden van hiaten in het assortiment

• goederenverzorging, -behandeling en -presentatie

• toezien op de handhaving van de kwaliteit van de gepresenteerde artikelen.

Assisteren bij specialistische afdelingen teneinde een bijdrage te leveren aan de verkoop van artikelen waarvoor specialistische kennis en vaardigheid vereist is. Hiertoe o.a.:

• ondersteunen van de afdelingsverantwoordelijke in de uitvoering van de werkzaamheden

• vergaren en bijhouden van benodigde kennis en vaardigheid

• adviseren bij productkeuzes van klanten.

Bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen, volgens geldende standaard. Dit omvat o.a.:

• verzorgen van displays en verwerken van reclame- en promotiemateriaal

• (om-) prijzen van goederen

• schoonmaken en -houden van de directe werkomgeving.

Verkopen van en adviseren over artikelen aan klanten.

Toezien op en te woord staan van klanten in de winkel, uit oogpunt van serviceverlening en veiligheid.

Bedienen (afwisselend) van de kassa, zodanig dat gekochte artikelen op correcte wijze worden afgerekend, hetgeen onder meer inhoudt:

• opvolgen van de kassa-instructies

• bedrijfsklaar maken van de kassa, aanvullen van kassarollen e.d.

• afrekenen van artikelen, verwerken van retouren en emballage

• bestellen/aanvullen van kasmunt en hulpmiddelen

• afromen, sluiten en overdragen van de check-out, tellen van kassageld en bespreken van kasverschillen, rekening houdend met de kassa-instructie

Sociale interactie

Instrueren en vaktechnisch begeleiden van één of enkele verkoopmedewerker(s).

Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse werkuitvoering. Melden van afwijkende situaties/bijzonderheden. Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten, aanbieden van alternatieven voor bepaalde artikelen, verwijzen naar andere afdelingen, informeren over service en garantie.

Geven van gerichte adviezen bij vragen over een specifiek assortimentsdeel.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met materieel.

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de verschillende artikelgroepen. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Eenzijdige houding en belasting van bepaalde spiergroepen bij kassawerkzaamheden.

Hinder van tocht in magazijnomgeving en bij de kassa. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden e.d.

functie

1E Kassamedewerker

Functiegroep C

Doel van de functie

Afrekenen van door de klant gewenste artikelen tegen de juiste prijzen en volgens de daartoe geldende instructies en het zelfstandig verzorgen van één of meerdere artikelgroepen, zodanig dat wordt bijgedragen aan het gewenste niveau van dienstverlening.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven. Het betreft de gespecialiseerde medewerker, die na een (gespecialiseerde) opleiding inzetbaar is in de artikelverzorging, -behandeling, -presentatie en -verkoop, waarbij een correcte interactie met klanten een vereiste is.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

afdelingschef, (assistent-)bedrijfsleider of zelfstandig ondernemer, afhankelijk van bedrijfsomvang en functie structuur.

Kas

Onder direct/ indirect

Eén of enkele kassamedewerkers (functioneel).

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Afhandelen, afrekenen en registreren van artikelen en verwerken van de geld- en goederenstroom, zodanig dat gekochte artikelen op correcte wijze worden afgerekend, hetgeen onder meer inhoudt:

• opvolgen van de kassa-instructies

• geven van aanwijzingen en vaktechnisch ondersteunen van de (aankomend) kassamedewerker

• kennis nemen van prijzen en prijswijzigingen

• bedrijfsklaar maken van de kassa, aanvullen van kassarollen e.d.

• afrekenen van artikelen, verwerken van retouren en emballage

• bestellen/aanvullen van kasmunt en hulpmiddelen

• afromen, sluiten en overdragen van check-out, tellen van kassageld en bespreken van kasverschillen, rekening houdend met de kassa-instructie.

Verzorgen van één of meer artikelgroepen bijvoorbeeld rookwaren, tijdschriften, klein snoep en cosmetica, zodanig dat er een goed gevulde en ordelijke winkel is en artikelen op de juiste wijze worden gepresenteerd. Hiertoe o.a.:

• artikelverzorging, -behandeling en -presentatie

• toezien op de handhaving van de kwaliteit van de gepresenteerde artikelen

• voorraadopname, bestelling en bijvullen.

Bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen, volgens geldende standaard. Dit omvat o.a.:

• verzorgen van displays en verwerken van reclame- en promotiemateriaal

• (om-)prijzen van artikelen

• schoonmaken en -houden van de directe werkomgeving.

Toezien op en te woord staan van klanten in de winkel, uit oogpunt van serviceverlening en veiligheid.

Sociale interactie

Instrueren en vaktechnisch begeleiden van één of enkele kassamedewerker(s). Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse werkuitvoering. Melden van afwijkende situaties/bijzonderheden. Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten, informeren over service en garantie.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met materieel.

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de verschillende artikelgroepen. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Eenzijdige houding en belasting van bepaalde spiergroepen bij kassawerkzaamheden.

Hinder van tocht bij de kassa en in magazijnomgeving. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden e.d.

functie

Gespecialiseerd verkoopmedewerker

Functiegroep C

Doel van de functie

Bedienen van c.q. verkopen aan klanten en verzorgen van toegewezen artikelgroep, met de nadruk op specialisatie op een bepaald assortiment, zodanig dat wordt bijgedragen aan het gewenste niveau van dienstverlening.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven. Het betreft de medewerker, die inzetbaar is in de goederenverzorging, -behandeling, -presentatie en -verkoop van een toegewezen groep artikelen, waarbij sprake is van gespecialiseerde kennis van een bepaald assortiment, verkregen door gerichte opleiding. Correcte interactie met klanten is een vereiste. Op het specifieke assortiment is de gespecialiseerde verkoper aanspreekpunt en vraagbaak, ook voor collega’s en geeft terzake functioneel leiding aan een of enkele collega’s.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer, leidinggevende of functioneel verantwoordelijke.

Onder direct/ indirect

Één of enkele collega’s, met name voor wat betreft functionele aansturing en kennisoverdracht op het specifieke assortiment.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Verzorgen van de toegewezen artikelgroep, zodanig dat de schappen volgens opgekregen instructies zijn gevuld, hetgeen onder meer inhoudt:

• uitpakken, c.q. verkoopklaar maken van goederen

• aanvullen van vakken en schappen

• signaleren en melden van hiaten in assortiment

• bestellen van bepaalde artikelen/ artikelgroepen

• signaleren van eventuele overschrijdingen van uiterste verkoop- en THT-data en verwijderen van de desbetreffende artikelen.

Mede bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen, volgens geldende standaard. Dit omvat o.a.:

• verzorgen van displays en verwerken van reclame- en promotiemateriaal

• (om-) prijzen van goederen

• schoonmaken en -houden van de directe werkomgeving.

Verkopen van en adviseren over artikelen aan klanten. Geven van gerichte adviezen over een specifiek assortiment, naar aanleiding van specifieke vragen. Geven van aanwijzingen aan collega’s terzake, waaraan functioneel wordt leidinggegeven.

Toezien op en te woord staan van klanten in de winkel, uit oogpunt van serviceverlening en veiligheid.

Bedienen (afwisselend) van de kassa, zodanig dat gekochte goederen op correcte wijze worden afgerekend, hetgeen onder meer inhoudt:

• bedrijfsklaar maken van de kassa, aanvullen van kassarollen e.d.

• opvolgen van de kassa-instructies

• afrekenen van artikelen, verwerken van retouren en emballage

• bestellen/aanvullen van kasmunt en hulpmiddelen

• in overleg met leidinggevende sluiten en overdragen van de check-out, tellen van kassageld en bespreken van kasverschillen.

Sociale interactie

Instrueren en vaktechnische begeleiden van één of enkele verkoopmedewerkers

Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse werkuitvoering. Melden van afwijkende situaties/bijzonderheden.

Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten, aanbieden van alternatieven voor bepaalde producten, verwijzen naar andere afdeling, informeren over service en garantie. Geven van gerichte adviezen bij vragen over een specifiek assortimentsdeel.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met materieel en hulpmiddelen.

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de artikelgroep. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Eenzijdige houding en belasting van bepaalde spiergroepen bij kassawerkzaamheden.

Hinder van tocht in magazijnomgeving en bij de kassa. Hinder van (dreigende) agressie en geweld.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden e.d.

functie

Verkoopmedewerker

Functiegroep B

Doel van de functie

Bedienen van c.q. verkopen aan klanten en verzorgen van toegewezen artikelgroep, zodanig dat wordt bijgedragen aan het gewenste niveau van dienstverlening.

Functiecontext

De functie komt voor bij alle levensmiddelenbedrijven. Het betreft de medewerker, die na een basisopleiding/ een jaar inzetbaar is in de artikelverzorging, -behandeling, -presentatie en -verkoop van een toegewezen groep artikelen, waarbij een correcte interactie met klanten een vereiste is.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer, leidinggevende of functioneel verantwoordelijke.

Onder direct/ indirect

geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Verzorgen van de toegewezen artikelgroep, zodanig dat de schappen volgens opgekregen instructies zijn gevuld, hetgeen onder meer inhoudt:

• uitpakken, c.q. verkoopklaar maken van artikelen

• aanvullen van vakken en schappen

• signaleren en melden van hiaten in assortiment

• bestellen van bepaalde artikelen/ artikelgroepen

• signaleren van eventuele overschrijdingen van uiterste verkoop- en THT-data en verwijderen van de desbetreffende artikelen.

Mede bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen, volgens geldende standaard. Dit omvat o.a.:

• verzorgen van displays en verwerken van reclame- en promotiemateriaal

• (om-) prijzen van artikelen

• schoonmaken en -houden van de directe werkomgeving.

Verkopen van en adviseren over artikelen aan klanten

Toezien op en te woord staan van klanten in de winkel, uit oogpunt van serviceverlening en veiligheid.

Bedienen (afwisselend) van de kassa, zodanig dat gekochte artikelen op correcte wijze worden afgerekend, hetgeen onder meer inhoudt:

• bedrijfsklaar maken van de kassa, aanvullen van kassarollen e.d.

• opvolgen van de kassa-instructies

• afrekenen van artikelen, verwerken van retouren en emballage

• bestellen/aanvullen van kasmunt en hulpmiddelen

• in overleg met leidinggevende sluiten en overdragen van de check-out, tellen van kassageld en bespreken van kasverschillen.

Sociale interactie

Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse

werkuitvoering. Melden van afwijkende situaties/bijzonderheden.

Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten, aanbieden van alternatieven voor bepaalde artikelen, verwijzen naar andere afdeling, informeren over service en garantie.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met materieel en hulpmiddelen.

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de artikelgroep. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Eenzijdige houding en belasting van bepaalde spiergroepen bij kassawerkzaamheden.

Hinder van tocht in magazijnomgeving en bij de kassa. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden e.d.

functie

Kassamedewerker

Functiegroep B

Doel van de functie

Afrekenen van door de klant gewenste artikelen tegen de juiste prijzen en volgens de daartoe geldende instructies, zodanig dat wordt bijgedragen aan het gewenste niveau van dienstverlening.

Functiecontext

De functie komt voor bij alle levensmiddelenbedrijven. Het betreft de medewerker, die na een basisopleiding/ na een jaar inzetbaar is om allerhande taken te verrichten in en om de kassagroep of de informatiebalie.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer, leidinggevende of functioneel verantwoordelijke

Onder direct/ indirect

Geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Afhandelen, afrekenen en registreren van artikelen en verwerken van de geld- en goederenstroom, zodanig dat gekochte artikelen op correcte wijze worden afgerekend, hetgeen onder meer inhoudt:

• kennis nemen van prijzen en prijswijzigingen

• opvolgen van de kassa-instructies

• bedrijfsklaar maken van de kassa, aanvullen van kassarollen e.d.

• afrekenen van artikelen, verwerken van retouren en emballage

• bestellen/aanvullen van kasmunt en hulpmiddelen

• afromen van de kassa

• in overleg met leidinggevende sluiten en overdragen van de check-out, tellen van kassageld en bespreken van kasverschillen, rekening houdend met de kassa-instructie.

Toezien op en te woord staan van klanten in de winkel, uit oogpunt van serviceverlening en veiligheid.

Verrichten van diverse uitvoerende werkzaamheden in de winkel die eveneens bijdragen aan het gewenste niveau van dienstverlening zoals:

• vullen van schappen volgens opgegeven instructies

• bestellen van bepaalde artikelen/artikelgroepen

• mede bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen, volgens geldende standaard

• schoonmaken en -houden van de directe werkomgeving.

Sociale interactie

Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse werkuitvoering. Melden van afwijkende situaties/bijzonderheden.

Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met materieel en hulpmiddelen.

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Zorgvuldig en nauwkeurig zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Eenzijdige houding en belasting van bepaalde spiergroepen bij kassawerkzaamheden.

Hinder van tocht bij de kassa. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden e.d.

functie

Medewerker postservicepunt

Functiegroep B

Doel van de functie

Afrekenen van door de klant gewenste artikelen en postdiensten, tegen de juiste prijzen en volgens de daartoe geldende instructies, zodanig dat wordt bijgedragen aan het gewenste niveau van dienstverlening.

Functiecontext

De functie komt voor bij alle levensmiddelenbedrijven. Het betreft de medewerker, die na een basisopleiding/ na een jaar inzetbaar is om allerhande taken te verrichten in en om de kassagroep of de informatiebalie/servicebalie.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Leidinggevende of functioneel verantwoordelijke

Onder direct/ indirect

Geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Afhandelen, afrekenen en registreren van artikelen en verwerken van de geld- en goederenstroom, zodanig dat gekochte artikelen op correcte wijze worden afgerekend, hetgeen onder meer inhoudt:

• kennis nemen van prijzen en prijswijzigingen

• opvolgen van de kassa-instructies

• bedrijfsklaar maken van de kassa, aanvullen van kassarollen e.d.

• afrekenen van artikelen, verwerken van retouren en emballage

• bestellen/aanvullen van kasmunt en hulpmiddelen

• afromen van de kassa

• in overleg met leidinggevende sluiten en overdragen van de check-out, tellen van kassageld en bespreken van kasverschillen, rekening houdend met de kassa-instructie.

Afhandelen van postzaken, volgens gedetailleerde instructies en invulvoorbeelden, onder gebruikmaking van de balieterminal. Dit houdt onder meer in:

• verkopen van alle soorten post- en pakketzegels

• verzorgen van de verzending van brieven, pakketten en aangetekende post binnen en buiten Nederland

• afgeven van alle soorten post en pakketten

• verkopen van cadeaubonnen, telefoon- en strippenkaarten

• uitvoeren van standaardmatige administratieve handelingen.

Toezien op en te woord staan van klanten in de winkel, uit oogpunt van serviceverlening en veiligheid.

Verrichten van diverse uitvoerende werkzaamheden in de winkel die eveneens bijdragen aan het gewenste niveau van dienstverlening zoals:

• vullen van schappen volgens opgegeven instructies

• bestellen van bepaalde artikelen/artikelgroepen

• mede bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen, volgens geldende standaard

• schoonmaken en -houden van de directe werkomgeving.

Sociale interactie

Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse werkuitvoering. Melden van afwijkende situaties/bijzonderheden.

Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa en balieterminal. Omgaan met materieel en hulpmiddelen.

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Zorgvuldig en nauwkeurig zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Eenzijdige houding en belasting van bepaalde spiergroepen bij kassa- en terminalwerkzaamheden.

Hinder van tocht bij de kassa. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden e.d.

functie

Aankomend verkoopmedewerker

Functiegroep A

Doel van de functie

Bedienen van klanten, vullen en presenteren van artikelgroepen volgens nauwkeurige instructies en onder directe leiding, teneinde klanten op een vriendelijke en dienstverlenende wijze te bedienen en bij te dragen aan een gevulde en ordelijke winkel.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven.

De functie is een opstapfunctie naar Verkoopmedewerker en/of Kassamedewerker c.q. verkoopmedewerker of kassamedewerker in opleiding.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer, leidinggevende of functioneel verantwoordelijke.

Onder direct/ indirect

geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Te woord staan/helpen van klanten en/of afrekenen volgens nauwkeurige instructies en onder directe leiding, teneinde klanten op een vriendelijke en dienstverlenende wijze te bedienen. Hiertoe onder meer:

• beantwoorden van vragen van klanten en zonodig doorverwijzen

• innemen van emballage

• afrekenen van door de klant gewenste artikelen, rekening houdend met kassa-instructie inzake emballagebonnen, vreemd geld, groot geld, foutieve aanslagen e.d.

• signaleren van onvolkomenheden aan artikelen

• signaleren van verdachte personen i.v.m. mogelijke diefstal.

Vullen en presenteren van bepaalde artikelgroepen volgens nauwkeurige instructies en onder directe leiding, teneinde bij te dragen aan een gevulde en ordelijke winkel. Dit houdt onder meer in:

• aanvullen van diverse artikelgroepen

• opbouwen van displays

• signaleren, melden en zonodig herstellen van breukschade

• signaleren, melden en op verzoek verwijderen van artikelen i.v.m. eventuele overschrijding van de uiterste verkoopdatum en de THT-datum

• afvoeren en opslaan van restvoorraden.

Verrichten van diverse overige werkzaamheden ten behoeve van een ordelijk winkelbeeld, zoals:

• opruimen van papier, plastic, karton e.d.

• verrichten van schoonmaakwerkzaamheden in de bedrijfsruimtes.

Sociale interactie

Te woord staan van klanten bij vragen over artikelen en prijzen. Bespreken van bijzonderheden in de dagelijkse werkuitvoering met de direct leidinggevende.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met materieel en hulpmiddelen.

Opletten bij het afrekenen van producten en het aanvullen van artikelen, volgens richtlijnen en voorschriften.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Eenzijdige houding bij o.m. schoonmaakwerk en belasting van bepaalde spiergroepen bij kassawerkzaamheden.

Hinder van tocht bij de kassa. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden, verwonding door scherpe materialen e.d.

functie

Vulploegmedewerker

Functiegroep A

Doel van de functie

Aanvullen van diverse artikelgroepen in de winkel, zodanig dat wordt bijgedragen aan een gevulde en ordelijke winkel.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer, leidinggevende of functioneel verantwoordelijke/vulploegleider.

Onder direct/ indirect

geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Aanvullen van diverse artikelgroepen, rekening houdend met richtlijnen en voorschriften inzake presentatiewijze (pallet, tray, display), gebruik van hulpmiddelen, vullijn, prijs, assortiment, first in first out, grijphoogte, ongestoorde klantenstroom, hergebruik van verpakkingsmateriaal e.d.

Opbouwen van displays op de door direct leidinggevende aangegeven plaats en manier van presenteren.

Signaleren en doorgeven van eventuele ontstane breuk tijdens het bijvullen. Zonodig herstellen van breukschade.

Signaleren en doorgeven van eventuele overschrijdingen van de uiterste verkoop- en THT-data.

Op verzoek verwijderen van de desbetreffende artikelen.

Afvoeren van restvoorraden naar magazijn en deze op ordelijke en overzichtelijke wijze opslaan.

Zonodig verwerken van in magazijn aanwezige restvoorraad.

Verrichten van diverse overige werkzaamheden ten behoeve van een ordelijk winkelbeeld, zoals:

• opruimen van papier plastic, karton e.d.

• verrichten van schoonmaakwerkzaamheden in de bedrijfsruimten

• signaleren van verdachte personen i.v.m. mogelijke diefstal.

Sociale interactie

Bespreken van bijzonderheden in de dagelijkse werkuitvoering met de direct leidinggevende. Te woord staan van klanten.

Specifieke handelingsvereisten

Omgaan met (handmatig) transportmaterieel.

Opletten bij het aanvullen van artikelen, volgens richtlijnen en voorschriften.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Inspannende houding bij het vullen van de schappen en bij schoonmaakwerk.

Hinder van tocht in magazijnomgeving. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden, verwonding door scherpe materialen e.d.

functie

Aankomend kassamedewerker

Functiegroep A

Doel van de functie

Afrekenen van door de klant gewenste artikelen tegen de juiste prijzen, volgens nauwkeurige instructies en onder directe leiding, zodanig dat wordt bijgedragen aan het gewenste niveau van dienstverlening.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenbedrijven.

De functie is een opstapfunctie naar Kassamedewerker c.q. is een Kassamedewerker in opleiding.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer, leidinggevende of functioneel verantwoordelijke

Onder direct/ indirect

Geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Afhandelen, afrekenen en registreren van artikelen volgens nauwkeurige instructies en onder directe leiding, zodanig dat gekochte artikelen op correcte wijze worden afgerekend, hetgeen onder meer inhoudt:

• kennis nemen van prijzen en prijswijzigingen

• bedrijfsklaar maken van de kassa, aanvullen van kassarollen e.d.

• afrekenen van artikelen, verwerken van retouren en emballage

• bestellen/aanvullen van kasmunt en hulpmiddelen.

Toezien op en te woord staan van klanten in de winkel, uit oogpunt van serviceverlening en veiligheid.

Verrichten van diverse uitvoerende werkzaamheden in de winkel die eveneens bijdragen aan het gewenste niveau van dienstverlening zoals:

• vullen van schappen volgens opgegeven instructies

• mede bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen, volgens geldende standaard

• schoonmaken en -houden van de directe werkomgeving.

Sociale interactie

Bespreken van bijzonderheden met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse werkuitvoering. Melden van afwijkende situaties/bijzonderheden.

Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met (handmatig) transportmaterieel.

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Zorgvuldig en nauwkeurig zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Eenzijdige houding en belasting van bepaalde spiergroepen bij kassawerkzaamheden.

Hinder van tocht bij de kassa en in magazijnomgeving. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden e.d.

Indelingsformulier functie-onderzoek

Naam functievervuller:

Naam onderneming:

Afdeling/sector:

Functiebenaming:

  • 1. ○ Functie is (nagenoeg) gelijk aan de aangekruiste referentiefunctie

    indelen in overeenkomstige functiegroep

  • 2. ○ Functie wijkt af van aangekruiste referentiefunctie(s)

    vragenlijst volledig invullen of aangeven op welke punten de functie afwijkt

REFERENTIEFUNCTIES:

01.01

bedrijfsleider II

I

01.02

bedrijfsleider III

H

01.03

bedrijfsleider IV

G

02.01

assistent bedrijfsleider I

F

02.02

assistent bedrijfsleider II

E

03.01

afdelingschef B

E

03.02

afdelingschef A

D

04.01

afdelingsverantwoordelijke

D

04.02

winkelassistent

D

04.03

1e verkoopmedewerker

C

04.04

1ekassamedewerker

C

04.05

gespecialiseerd verkoopmedewerker

 

04.06

verkoopmedewerker

B

04.11

medewerker postservicepunt

B

04.07

kassamedewerker

B

04.08

aankomend verkoopmedewerker

A

04.09

vulploegmedewerker

A

04.10

aankomend kassamedewerker

A

Afwijking ten opzichte van referentiefunctie:

○ Verantwoordelijkheid

○ kennis/vakgebieden

○ sociale interactie/leidinggeven

○ specifieke handelingsvereisten

○ bezwarende omstandigheden

Op de vragenlijst bij het desbetreffende hoofdkenmerk aangeven waarom en in welke mate de eigen functie afwijkt van hetgeen bij de referentiefunctie(s) omschreven staat.

Afwijkingen ten opzichte van referentiefunctie(s):

 

Referentie.1

Referentie 2

Korte motivatie

Verantwoordelijkheid

     

Kennis

     

Sociale Interactie

     

Specifieke handelingsvereisten

     

Bezwarende omstandigheden

     

Te gebruiken tekens:

xxx = identiek

+/- = ongeveer gelijk

+ = iets meer

- = iets minder

++ = duidelijk meer

-- = duidelijk minder

RESULTAAT FUNCTIE-INDELING

Functiegroep

Ondernemer / leidinggevende:

datum:

Paraaf:

Medewerker:

datum:

Paraaf:

Overzicht functieprofielen

01 - 04 Supermarkten

Functienaam

Verantwoordelijkheid

Kennis

Sociale interactie

Specifieke handelingsvereisten

Bezwarende

ORBA-score

Bedrijfsleider II

96.0

55.0

60.0

0.0

0.0

211

Bedrijfsleider III

86.0

50.0

50.0

0.0

0.0

186

Bedrijfsleider IV

74.0

50.0

44.0

0.0

0.0

168

             

Assistent Bedrijfsleider I

67.0

45.0

38.0

0.0

0.0

150

Assistent Bedrijfsleider II

56.0

40.0

36.0

0.0

0.0

132

Afdelingschef B

58.0

35.0

28.0

5.0

1.5

128

Afdelingschef A

38.0

25.0

22.0

5.0

1.5

92

             

Afdelingsverantwoordelijke

33.0

25.0

21.0

5.0

1.5

86

Winkelassistent

38.0

27.5

20.0

5.0

1.5

92

1e Verkoopmedewerker

28.0

17.5

13.0

6.0

9.0

74

1e Kassamedewerker

23.0

15.0

11.0

6.0

10.0

65

Gespecialiseerd Verkoopmedewerker

20.0

15.0

10.0

6.0

10.0

61

Verkoopmedewerker

15.0

12.5

8.0

6.0

10.0

52

Kassamedewerker

10.0

10.0

8.0

8.0

6.0

42

Medewerker postservicepunt

15.0

12.5

9.0

9.0

6.0

52

Aankomend verkoopmedewerker

10.0

7.5

4.0

7.0

10.0

39

Vulploegmedewerker

5.0

5.0

2.0

6.0

12.0

30

Aankomend Kassamedewerker

8.0

7.5

4.0

8.0

6.0

34

Functierangschikkingslijst supermarkten

Functienaam

ORBA-score

Vulploegmedewerker

30

Aankomend Kassamedewerker

34

Aankomend Verkoopmedewerker

39

Medewerker postservicepunt

52

Kassamedewerker

42

Verkoopmedewerker

52

Gespecialiseerd verkoopmedewerker

61

1e Kassamedewerker

65

1e Verkoopmedewerker

74

Afdelingsverantwoordelijke

86

Afdelingschef A

92

Winkelassistent

92

Afdelingschef B

128

Assistent Bedrijfsleider II

132

Assistent Bedrijfsleider I

150

Bedrijfsleider IV

168

Bedrijfsleider III

186

Bedrijfsleider II

211

REFERENTIEFUNCTIERASTER

Speciaalzaken

FUNCTIE-GROEP/

ORBA-SCORE

FUNCTIEBENAMING

   

I

210–234,5

 

H

185–209,5

 

G

160–184,5

05.01 Bedrijfsleider Speciaalzaak

F

135–159,5

 

E

110–134,5

05.02 Assistent Bedrijfsleider Speciaalzaak

D

85–109,5

 

C

60–84,5

05.03 1e Verkoopmedewerker Speciaalzaak

05.07 Productiekok Speciaalzaak

B

40–59,5

05.04 Verkoopmedewerker Speciaalzaak

A

0–39,5

05.05 Aankomwend Verkoopmedewerker Speciaalzaak

05.06 Vulploegmedewerker Speciaalzaak

functie

Productiekok Speciaalzaak

Functiegroep C

Doel van de functie

Bereiden van gerechten/gerechtbestanddelen, zodanig dat deze tijdig voor de verkoop beschikbaar zijn.

Functiecontext

De functie komt voor bij bepaalde speciaalzaken, met name traiteurs. Het betreft de medewerker in de keuken die na een basisopleiding in staat is zelfstandig de producten te bereiden.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer of (assistent) bedrijfsleider speciaalzaak

Onder direct/ indirect

geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Bereiden van gerechten/gerechtgedeelten uit verse ingrediënten, uit door leveranciers schoongemaakte en geportioneerde/voorbewerkte producten en tevens uit als halffabrikaat aangeleverde bases, zodanig dat de producten tijdig voor verkoop gereed zijn. Dit houdt onder meer in:

• verrichten van voorbereidende werkzaamheden als wassen, snijden, vóórkoken, mengen/roeren, koken e.d. met behulp van messen, snij- en mengapparatuur en overige keukeninstallaties, e.e.a. volgens door de leidinggevende opgestelde planning t.a.v. hoeveelheden en productietijdstippen

• beoordelen van de te gebruiken ingrediënten, uitvoeren van de bereidingsprocessen, bewaken/controleren van gaarheid, smaak, kleur, vloeibaarheid e.d. en uitvoeren van bijstellingen/bijdoseringen.

Verkoopgereed maken van producten door portioneren, garneren en verpakken conform vastgelegde instructies inzake ingrediënten, receptuur, werkmethode en uiterlijke presentatie.

Schoonmaken van de werkomgeving, keukenapparatuur en machines. Afvoeren van afval. Verrichten van werkzaamheden zoals ontvangen en opslaan van geleverde artikelen.

Sociale interactie

Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse

werkuitvoering. Melden van afwijkende situaties/bijzonderheden.

Specifieke handelingsvereisten

Vaardig omgaan met messen, bedienen van keukenapparatuur. Doseren van ingrediënten.

Attent zijn op naleving van de gestelde regels t.a.v. bedrijfs- en persoonlijke hygiëne.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij tillen/verplaatsen van pannen, (dozen met) grondstoffen, ingrediënten e.d.

Lopend en staand, soms plaatsgebonden werk.

Hinder van hitte bij werken aan kooktoestellen.

Kans op letsel door het hanteren van messen, bedienen van keukenapparatuur, verbranden aan hete delen en uitglijden op natte/vette vloeren.

functie

Bedrijfsleider speciaalzaak

Functiegroep G

Doel van de functie

Beheren en exploiteren van de winkel teneinde te voldoen aan de gestelde opbrengst-, omzet- en kostendoelen.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenspeciaalzaken.

Het betreft de budgetverantwoordelijke winkel-/filiaalchef, die leiding geeft aan enkele verkoopmedewerkers en eventueel aan een assistent bedrijfsleider.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer speciaalzaak.

Onder direct/ indirect

Assistent bedrijfsleider en verkoopmedewerkers.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Ontwikkelen en uitwerken van het (afgeleide) marketing- en verkoopbeleid en optimaal benutten van de commerciële mogelijkheden van de winkel. Is resultaatverantwoordelijk.

Leiding geven aan het personeel werkzaam in de winkel teneinde te zorgen voor een doelmatige verdeling van de werkzaamheden en toe te zien op een tijdige en juiste uitvoering hiervan. Hiertoe o.a.:

• verzorgen van een optimale personeelsbezetting

• plannen en verdelen van werkzaamheden

• toezicht houden op en controleren van de dagelijkse werkzaamheden

• motiveren en begeleiden van medewerkers

• actief begeleiden van verzuim en toezien op de arbeidsomstandigheden.

Beheren van de winkel zodanig dat het gebouw en de bedrijfsmiddelen in goede en ordelijke staat verkeren. Hiertoe o.a.

• signaleren van bouwkundige onvolkomenheden en deze melden

• doen van voorstellen voor noodzakelijke investeringen.

Exploiteren van de winkel zodanig dat voldaan wordt aan de omzet- en kostendoelen. Dit omvat o.a.:

• bewaken van de omzet en signaleren van ontwikkelingen c.q. stagnaties

• analyseren van budgetverschillen en (filiaal)resultaten

• bewaken van beïnvloedbare kosten m.b.t. personeel, balansverschillen e.d.

Zorgdragen voor de bedrijfsverzorging en artikelpresentatie volgens voorschriften en richtlijnen zodanig dat de winkel een goede, herkenbare uitstraling heeft en hiervan een stimulerende werking uitgaat naar de verkoop van artikelen. Hiertoe o.a.:

• bewaken van een complete, verzorgde en uitnodigende winkelpresentatie

• bewaken van de persoonlijke presentatie van het winkelpersoneel

• zorgdragen voor de uitvoering van promotionele acties

• onderhouden van contacten met klanten en adviseren m.b.t. het specifieke assortiment van de winkel

• afhandelen van klachten.

Zorgdragen voor een actieve diefstal- en dervingbestrijding zodanig dat winkeldiefstallen en winkel-overvallen worden geminimaliseerd en er zo weinig mogelijk lekkage plaatsvindt van producten. Hiertoe:

• instrueren van het winkelpersoneel over voorschriften en procedures t.a.v. winkeldiefstallen en overvallen

• controleren op de naleving van deze voorschriften

• afhandelen van winkeldiefstallen

• analyseren, bespreken van dervingresultaten en in gang zetten van acties ter verbetering hiervan.

Uitvoeren van diverse overige werkzaamheden, waaronder:

• communiceren met belanghebbenden zowel binnen als buiten de eigen winkel

• voeren van de algemene administratie

• toezien op veiligheid m.b.t. klant, personeel, goederen, geld, pand en inventaris.

Sociale interactie

Leiden, motiveren en stimuleren van het personeel. Voeren van werkoverleg. Adviseren van klanten over het assortiment. Behandelen van kantenklachten. Rapporteren inzake de exploitatie van de winkel.

Onderhouden van externe contacten noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.

Specifieke handelingsvereisten

Niet van toepassing.

Bezwarende omstandigheden

Niet van toepassing.

functie

Assistent bedrijfsleider speciaalzaak

Functiegroep E

Doel van de functie

Mede leiding geven aan de werkzaamheden binnen de winkel, zodanig dat de gestelde doelen t.a.v. uren en beïnvloedbare kosten gehaald worden.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenspeciaalzaken. Het betreft de functionaris die zelfstandige werkzaamheden verricht, waarvoor in ruime mate specialistische vak- en bedrijfskennis nodig is. De verantwoordelijkheden strekken zich uit tot het totale winkelassortiment. In de praktijk komt deze functie ook voor onder de naam Bedrijfsleider, doch is niet budgetverantwoordelijk. De ondernemer is doorgaans in de winkel aanwezig.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer speciaalzaak

Onder direct/ indirect

1 tot 5 fte’s

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Realiseren van winkeldoelstellingen m.b.t. productiviteit, kwaliteit, omzet, kostenbeheersing, toegestane en meetbare verliezen. Hiertoe onder meer

• in overleg vaststellen van resultaten en kostenbegroting

• mede volgen van resultaat en kosten, analyseren/bewaken van budgetten.

Mede beheren van de winkel zodanig dat de gestelde doelen ten aanzien van uren en beïnvloedbare kosten gehaald worden. Hiertoe o.a.:

• bijhouden van de afdelingsadministratie m.b.t. personeelsplanning en bezetting

• geven van aanwijzingen aan en vaktechnisch ondersteunen van medewerkers

• zorgen voor orde, netheid en hygiëne in de winkel volgens HACCP normen

• bespreken van zaken zoals wijziging in prijzen en assortiment, bestellingen i.v.m. feestdagen en acties, leveranciersproblemen e.d. met de ondernemer.

Bestellen, presenteren en verkopen van artikelen zodanig dat er een goed gevulde en ordelijke winkel is, artikelen op de juiste wijze worden gepresenteerd en klanten op een correcte manier worden bediend. Dit omvat o.a.:

• artikelverzorging, -behandeling en -presentatie

• voorraadopname, bestelling en bijvullen

• toezien op de handhaving van de kwaliteit van de gepresenteerde artikelen

• dienstverlening naar klanten, adviseren over specifieke assortiment.

Bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen teneinde meer omzet te genereren. Hiertoe o.a.:

• mede realiseren van reclames en acties

• mede ontplooien van locale commerciële activiteiten.

Sociale interactie

Geven van aanwijzingen en instructies aan en overdragen van kennis, inzichten en beslissingen op medewerkers/collega’s. Mede stimuleren van een goede onderlinge communicatie en samenwerking.

Overleggen/afstemmen met de ondernemer inzake de dagelijkse werkuitvoering. Bespreken van afwijkende situaties/bijzonderheden en doen van aanbevelingen. Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan en adviseren van klanten, aanbieden van alternatieven voor bepaalde artikelen, informeren over service en garantie.

Specifieke handelingsvereisten

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de verschillende artikelen. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

functie

1e Verkoopmedewerker Speciaalzaak

Functiegroep C

Doel van de functie

Bedienen van c.q. verkopen aan klanten en zelfstandig verzorgen van meerdere artikelgroepen, zodanig dat wordt bijgedragen aan het gewenste niveau van dienstverlening.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelenspeciaalzaken. Het betreft de allround medewerker, die na een opleiding inzetbaar is in de artikelverzorging, -behandeling, -presentatie en -verkoop, waarbij een correcte interactie met klanten een vereiste is.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer, bedrijfsleider of assistent bedrijfsleider speciaalzaak.

Onder direct/ indirect

één of enkele (aankomend) verkoopmedewerkers (functioneel).

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Verzorgen van meerdere artikelgroepen, zodanig dat er een goed gevulde en ordelijke winkel is en producten op de juiste wijze worden gepresenteerd. Hiertoe o.a.:

• geven van aanwijzingen en vaktechnisch ondersteunen van (aankomend-) verkoopmedewerker(s)

• signaleren en melden van hiaten in het assortiment

• artikelverzorging, -behandeling en -presentatie

• toezien op de handhaving van de kwaliteit van de gepresenteerde artikelen.

Bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen, volgens geldende standaard. Dit omvat o.a.:

• verzorgen van displays en verwerken van reclame- en promotiemateriaal

• (om-) prijzen van artikelen

• schoonmaken en -houden van de directe werkomgeving.

Verkopen van en adviseren over artikelen aan klanten.

Toezien op en te woord staan van klanten in de winkel, uit oogpunt van serviceverlening en veiligheid.

Bedienen (afwisselend) van de kassa, zodanig dat gekochte artikelen op correcte wijze worden afgerekend, hetgeen onder meer inhoudt:

• opvolgen van de kassa-instructies

• bedrijfsklaar maken van de kassa, aanvullen van kassarollen e.d.

• afrekenen van artikelen, verwerken van retouren en emballage

• bestellen/aanvullen van kasmunt en hulpmiddelen

• afromen, sluiten en overdragen van de check-out, tellen van kassageld en bespreken van kasverschillen, rekening houdend met de kassa-instructie

Sociale interactie

Instrueren en vaktechnisch begeleiden van één of enkele verkoopmedewerker(s).

Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse werkuitvoering. Melden van afwijkende situaties/bijzonderheden. Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten, aanbieden van alternatieven voor bepaalde artikelen, informeren over service en garantie.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met materieel en hulpmiddelen.

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de verschillende artikelgroepen. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Soms eenzijdige houding en belasting van bepaalde spiergroepen bij kassawerkzaamheden.

Hinder van tocht in magazijnomgeving en bij de kassa. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden e.d.

functie

Verkoopmedewerker speciaalzaak

Functiegroep B

Doel van de functie

Bedienen van c.q. verkopen aan klanten en verzorgen van toegewezen artikelgroep, zodanig dat wordt bijgedragen aan het gewenste niveau van dienstverlening.

Functiecontext

De functie komt voor bij alle speciaalzaken. Het betreft de medewerker, die inzetbaar is in de artikelverzorging, -behandeling, -presentatie en -verkoop van het assortiment en die specialistische kennis bezit van de artikelen in de winkel. Hierbij is een correcte interactie met klanten een vereiste.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer of (assistent) bedrijfsleider speciaalzaak.

Onder direct/ indirect

geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Verzorgen van de toegewezen artikelgroep, zodanig dat de schappen volgens opgekregen instructies zijn gevuld, hetgeen onder meer inhoudt:

• uitpakken, c.q. verkoopklaar maken van artikelen

• aanvullen van vakken en schappen

• signaleren en melden van hiaten in assortiment

• bestellen van bepaalde artikelen/ artikelgroepen

• signaleren van eventuele overschrijdingen van uiterste verkoop- en THT-data en verwijderen van de desbetreffende artikelen.

Mede bevorderen van presentatie en verkoop van artikelen, volgens geldende standaard. Dit omvat o.a.:

• verzorgen van displays en verwerken van reclame- en promotiemateriaal

• (om-) prijzen van artikelen

• schoonmaken en -houden van de directe werkomgeving.

Verkopen van en adviseren over artikelen aan klanten

Toezien op en te woord staan van klanten in de winkel, uit oogpunt van serviceverlening en veiligheid.

Bedienen (afwisselend) van de kassa, zodanig dat gekochte artikelen op correcte wijze worden afgerekend, hetgeen onder meer inhoudt:

• bedrijfsklaar maken van de kassa, aanvullen van kassarollen e.d.

• opvolgen van de kassa-instructies

• afrekenen van artikelen, verwerken van retouren en emballage

• bestellen/aanvullen van kasmunt en hulpmiddelen

• in overleg met leidinggevende sluiten en overdragen van de check-out, tellen van kassageld en bespreken van kasverschillen.

Sociale interactie

Overleggen/afstemmen met directe chef en collega’s inzake de dagelijkse

werkuitvoering. Melden van afwijkende situaties/bijzonderheden.

Op correcte en vriendelijke wijze te woord staan van klanten, aanbieden van alternatieven voor bepaalde producten, informeren over service en garantie.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met materieel en hulpmiddelen.

Aandacht voor een juiste serviceverlening. Nauwkeurig bijhouden van de artikelgroep. Accuraat zijn bij het afrekenen.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Soms eenzijdige houding en belasting van bepaalde spiergroepen bij kassawerkzaamheden.

Hinder van tocht in magazijnomgeving en bij de kassa. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden e.d.

functie

Aankomend verkoopmedewerker speciaalzaak

Functiegroep A

Doel van de functie

Bedienen van klanten, vullen en presenteren van artikelgroepen volgens nauwkeurige instructies en onder directe leiding, teneinde klanten op een vriendelijke en dienstverlenende wijze te bedienen en bij te dragen aan een gevulde en ordelijke winkel.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelen-speciaalzaken.

De functie is een opstapfunctie naar Verkoopmedewerker.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer of (assistent) bedrijfsleider speciaalzaak.

Onder direct/ indirect

geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Te woord staan/helpen van klanten en/of afrekenen volgens nauwkeurige instructies en onder directe leiding, teneinde klanten op een vriendelijke en dienstverlenende wijze te bedienen. Hiertoe onder meer:

• beantwoorden van vragen van klanten en zonodig doorverwijzen

• innemen van emballage

• afrekenen van door de klant gewenste artikelen, rekening houdend met kassa-instructie inzake emballagebonnen, vreemd geld, groot geld, foutieve aanslagen e.d.

• signaleren van onvolkomenheden aan artikelen

• signaleren van verdachte personen i.v.m. mogelijke diefstal.

Vullen en presenteren van het assortiment volgens nauwkeurige instructies en onder directe leiding, teneinde bij te dragen aan een gevulde en ordelijke winkel. Dit houdt onder meer in:

• aanvullen van diverse artikelgroepen

• opbouwen van displays

• signaleren, melden en zonodig herstellen van breukschade

• signaleren, melden en op verzoek verwijderen van artikelen i.v.m. eventuele overschrijding van de uiterste verkoopdatum en de THT-datum

• afvoeren en opslaan van restvoorraden.

Verrichten van diverse overige werkzaamheden ten behoeve van een ordelijk winkelbeeld, zoals:

• opruimen van papier, plastic, karton e.d.

• verrichten van schoonmaakwerkzaamheden in de bedrijfsruimtes.

Sociale interactie

Te woord staan van klanten bij vragen over artikelen en prijzen. Bespreken van bijzonderheden in de dagelijkse werkuitvoering met de direct leidinggevende.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van kassa. Omgaan met materieel en hulpmiddelen.

Opletten bij het afrekenen van producten en het aanvullen van artikelen, volgens richtlijnen en voorschriften.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Eenzijdige houding bij o.m. schoonmaakwerk en soms belasting van bepaalde spiergroepen bij kassawerkzaamheden.

Hinder van tocht bij de kassa. Soms hinder van enige (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden, verwonding door scherpe materialen e.d.

functie

Vulploegmedewerker speciaalzaak

Functiegroep A

Doel van de functie

Aanvullen van diverse artikelgroepen in de winkel, zodanig dat wordt bijgedragen aan een gevulde en ordelijke winkel.

Functiecontext

De functie kan voorkomen bij alle levensmiddelen-speciaalzaken.

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Zelfstandig ondernemer of (assistent)bedrijfsleider speciaalzaak.

Onder direct/ indirect

geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Aanvullen van diverse artikelgroepen, rekening houdend met richtlijnen en voorschriften inzake presentatiewijze (pallet, tray, display), gebruik van hulpmiddelen, vullijn, prijs, assortiment, first in first out, grijphoogte, ongestoorde klantenstroom, hergebruik van verpakkingsmateriaal e.d.

Opbouwen van displays op de door direct leidinggevende aangegeven plaats en manier van presenteren.

Signaleren en doorgeven van eventuele ontstane breuk tijdens het bijvullen. Zonodig herstellen van breukschade.

Signaleren en doorgeven van eventuele overschrijdingen van de uiterste verkoop- en THT-data.

Op verzoek verwijderen van de desbetreffende artikelen.

Afvoeren van restvoorraden naar magazijn en deze op ordelijke en overzichtelijke wijze opslaan. Zonodig verwerken van in magazijn aanwezige restvoorraad.

Verrichten van diverse overige werkzaamheden ten behoeve van een ordelijk winkelbeeld, zoals:

• opruimen van papier plastic, karton e.d.

• verrichten van schoonmaakwerkzaamheden in de bedrijfsruimten

• signaleren van verdachte personen i.v.m. mogelijke diefstal.

Sociale interactie

Bespreken van bijzonderheden in de dagelijkse werkuitvoering met de direct leidinggevende. Te woord staan van klanten.

Specifieke handelingsvereisten

Omgaan met (handmatig) transportmaterieel.

Opletten bij het aanvullen van artikelen, volgens richtlijnen en voorschriften.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het tillen/verplaatsen van goederen van uiteenlopend gewicht.

Inspannende houding bij het vullen van de schappen en bij schoonmaakwerk.

Hinder van tocht in magazijnomgeving. Soms enige hinder van (dreigende) agressie en geweld in de winkel.

Kans op (gering) letsel bij uitvoering van transportwerkzaamheden, verwonding door scherpe materialen e.d.

Indelingsformulier functie-onderzoek

Naam functievervuller:

Naam onderneming:

Afdeling/sector:

Functiebenaming:

  • 3. ○ Functie is (nagenoeg) gelijk aan de aangekruiste referentiefunctie

    indelen in overeenkomstige functiegroep

  • 4. Functie wijkt af van aangekruiste referentiefunctie(s)

    vragenlijst volledig invullen of aangeven op welke punten de functie afwijkt

REFERENTIEFUNCTIES:

05.01

bedrijfsleider speciaalzaak

G

Afwijking ten opzichte van referentiefunctie:

05.02

assistent bedrijfsleider speciaalzaak

E

○ Verantwoordelijkheid

05.03

1e verkoopmedewerker speciaalzaak

C

○ kennis/vakgebieden

05.04

verkoopmedewerker speciaalzaak

B

○ sociale interactie/leidinggeven

05.05

aank. verkoopmedewerker speciaalzaak

A

○ specifieke handelingsvereisten

05.06

vulploegmedewerker speciaalzaak

A

○ bezwarende omstandigheden

Afwijkingen ten opzichte van referentiefunctie(s):

Verantwoordelijkheid

Kennis

Sociale interactie

Specifieke

handelingsvereisten

Bezwarende

omstandigheden

 

Ref. 1

Ref. 2

Korte motivatie

Verantwoordelijkheid

Kennis

Sociale Interactie

Specifieke handelingsvereisten

Bezwarende omstandigheden

     

Te gebruiken tekens:

xxx = identiek

+/- = ongeveer gelijk

+ = iets meer

- = iets minder

++ = duidelijk meer

-- = duidelijk minder

RESULTAAT FUNCTIE-INDELING:

Functiegroep

Hoofd P&O:

Naam:

Datum:

Paraaf :

Directie:

Naam:

Datum:

Paraaf:

Overzicht functieprofielen

05 speciaalzaken

Functienr.

Functienaam

Orba-score

         

05.01

Bedrijfsleider Speciaalzaak

74.0

55.0

42.0

0.0

0.0

171

05.02

Assistent Bedrijfsleider Speciaalzaak

58.0

35.0

26.0

5.0

1.5

126

05.03

1e Verkoopmedewerker Speciaalzaak

28.0

17.5

13.0

6.0

9.0

74

05.04

Verkoopmedewerker Speciaalzaak

15.0

12.5

8.0

6.0

10.0

52

05.05

Aankomend Verkoopmed. Speciaalzaak

10.0

7.5

4.0

7.0

10.0

39

05.06

Vulploegmedewerker Speciaalzaak

5.0

5.0

2.0

6.0

12.0

30

05.07

Productiekok

28.0

25.0

4.0

10.0

12.0

79

Functierangschikkingslijst speciaalzaken

Functienr.

Functienaam

ORBA-score

     

05.06

Vulploegmedewerker Speciaalzaak

30

05.05

Aankomend Verkoopmedewerker Speciaalzaak

39

05.04

Verkoopmedewerker Speciaalzaak

52

05.03

1e Verkoopmedewerker Speciaalzaak

74

05.07

Productiekok

79

05.02

Assistent Bedrijfsleider Speciaalzaak

126

05.01

Bedrijfsleider Speciaalzaak

171

REFERENTIEFUNCTIERASTER

Distributiecentra

FUNCTIE-GROEP/

ORBA-SCORE

Goederen

Ontvangst

Opslag/

Intern transport

Orderverzamelen

Emballage/ITH

Retouren

Expediëring

Fysieke Distributie

Staf/diversen

Interne Dienst

I

210–234,5

               

H

185–209,5

       

06.40 Teamleider Transport

     

G

160–184,5

           

06.60 Teamleider Servicebureau

 

F

135–159,5

               

E

110–134,5

             

06.70 Teamleider Huish. Dienst

D

85–109,5

09.01 Allround magazijn medewerker

09.01 Allround magazijn medewerker

09.01 Allround magazijn medewerker

09.01 Allround magazijn medewerker

09.01 Allround magazijn medewerker

06.51 Vrachtwagen-chauffeur

06.62 Kwal. Controleur vers/ AGF

06.75 Chef Bedrijfsrest./Kan

C

60–84,5

06.02 Medew. Goederen ontvangst

06.04 Admin. Medewerker

06.12 Heftruck chauffeur

06.22 HTC/ Orderverzamel.

06.23 Meew. Voorman Order verzamelen

 

06.42 Expeditie medewerker

 

06.61 Kwal. Controleur KW

 

B

40–59,5

 

06.11 Medew. Opslag/intern transport

06.21 orderver-zamelaar

 

06.41 Medew. Uitgaande goederen

   

06.73 Medew. Bedrijfsrest./Kan

06.71 Medew. Schoonmaak/ onderhoud

06.72 Medew. Kantine/schoonmaak

A

0–39,5

 

06.13 Medew. Goederensort./

opslag

06.33 Medew. Emballage

06.34 Rolcontainer- opbouwer

       

06.74 Schoonmaker

functie

Medewerker goederenontvangst

Functiegroep C

Doel van de functie

In ontvangst nemen, controleren en verwerken van inkomende goederen (KW of vers/AGF), zodanig dat de goederen conform ordergegevens worden geaccepteerd en geregistreerd en tijdig voor opslag en interne verwerking beschikbaar zijn.

Uitvoeren van interne transportwerkzaamheden en verzamelen/gereedmaken van orders

 

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Magazijnchef of productieleider resp. sectiechef/voorman ontvangst/inkomende goederen (KW of vers/AGF).

Onder direct/ indirect

Geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

In ontvangst nemen, controleren en verwerken van inkomende goederen (KW of vers/AGF), volgens de daarvoor geldende procedure en voorschriften, zodanig dat de goederen conform ordergegevens worden geaccepteerd en geregistreerd en tijdig voor opslag en interne verwerking beschikbaar zijn

Hetgeen onder meer inhoudt:

• controleren van inkomende vracht op juiste artikelen/aantallen

• controleren van goederen op voldoen aan HACCP richtlijnen, juiste doos/artikelvermeldingen, verpakkingscondities, uiterste verkoopdatum/tenminste houdbaar en (vers/AGF) temperatuur e.d.

• registreren van aantallen, kwaliteit en andere constateringen op ontvangstformulier en afgeven aan leidinggevende of administratief medewerker. Melden van onvolkomenheden aan leidinggevende

• uitschrijven van bonnen i.c. bestickeren van vracht voor magazijnopslag, aangeven (in overleg met chef of locatie/voorraadbeheerder) van locaties voor nieuwe artikelen of reclameartikelen en (zonodig) afrijden en opslaan van de goederen met behulp van snel- of heftruck.

Mede toezien op en bevorderen van een juist en efficiënt verloop van de ontvangst en afgiftewerkzaamheden; attenderen van externe chauffeurs op interne procedures en werkwijzen, onregelmatigheden e.d.

Verzorgen, afhankelijk van werkaanbod en bezetting, van het intern transport en het in- en uit opslag nemen van goederen naar bulk- en grijplocaties en/of het verzamelen en gereedmaken van orders/bestellingen, een en ander zoals omschreven in de functie Hef-/reachtruckchauffeur/ orderverzamelaar (Ref.nr. 0204).

Schoon en opgeruimd houden van apparatuur, werkplek en werkomgeving. In acht nemen en naleven van de bedrijfs- en veiligheidsvoorschriften.

Sociale interactie

Uitwisselen van informatie met collega’s en externe chauffeurs over de ontvangst- werkzaamheden. Overleggen met chef over voortgang van werkzaamheden, onregelmatigheden ed. Attenderen van chauffeurs op interne procedures en werkwijzen, geven van aanwijzingen bij het lossen van artikelen.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van en manoeuvreren met hef-/reachtruck.

Aandacht en concentratie bij het uitvoeren van kwantitatieve en kwalitatieve controles en het registreren van ontvangst en afgiftegegevens.

Bezwarende omstandigheden

Uitoefenen van kracht bij het hanteren/verplaatsen van goederen (tot ca. 15 kilo, max. 1 uur per dag).

Inspannende houdingen en belasting van nekspieren bij het besturen van hef/reachtruck (meer dan 4 uur per dag).

KW: Hinder van temperatuurverschillen/tocht bij werken in magazijn- en

expeditieruimten

Vers/AGF: Hinder van lage temperaturen bij werken in gekoelde ruimten (2C tot 4C)

Kans op letsel bij uitvoeren transportwerkzaamheden resp. ten gevolge van frequent magazijnverkeer.

functie

Administratief medewerker goederenontvangst

Functiegroep C

Doel van de functie

Voorbereiden en administratief begeleiden van de ontvangst en controle van handelsgoederen, zodanig dat een efficiënt en effectief verloop van het goederenontvangstproces wordt verkregen en een administratief juiste verwerking van ontvangsten wordt gewaarborgd.

 

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Magazijnchef of productieleider resp. sectiechef goederenontvangst/opslag.

Onder direct/ indirect

Geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Voorbereiden een administratief begeleiden van de ontvangst en controle van inkomende handelsgoederen op basis van verkregen (ontvangst)planningen en conform de daarvoor geldende procedure en voorschriften, zodanig dat een efficiënt en effectief verloop van het goederenontvangstproces wordt verkregen en een administratief juiste verwerking van ontvangsten wordt gewaarborgd. Hetgeen onder meer inhoudt:

• vaststellen welke leveranciers op welke tijdstippen worden verwacht op basis van de ontvangstplanning

• ontvangen en te woord staan van de chauffeurs; innemen van vrachtbrieven en doorverwijzen van de chauffeur

• verstrekken van ontvangstbon en locatiegegevens aan controleur

• vergelijken van door controleur ingevulde ontvangstbon met vrachtbrief en bestel/ordergegevens

• signaleren van afwijkingen en laten ondertekenen door chauffeur resp. inschakelen/informeren leidinggevende en/of voorraadbeheerder in verband met eventuele vrachtweigering, bestel/voorradcorrecties ed)

• invoeren/inboeken van ontvangstgegevens in het systeem

• uitdraaien van bulklocatiestickers en verstrekken daarvan aan magazijnmedewerkers/heftruckchauffeurs.

Sociale interactie

Uitwisselen van informatie met collega’s en externe chauffeurs over ontvangstgegevens. Overleggen met chef en/of voorraadbeheerder over voortgang van werkzaamheden, afwijkingen met betrekking tot ontvangsten e.d.

Specifieke handelingsvereisten

Bedienen van PC.

Aandacht en concentratie bij het controleren en verwerken van bestel- en ontvangstgegevens.

Bezwarende omstandigheden

Eenzijdige houding bij het bedienen van PC.

Hinder van tocht, wisselende temperaturen bij het (soms) verblijven in magazijnruimten resp. op het perron.

functie

Medewerker opslag/intern transport

Functiegroep B

Doel van de functie

Verzorgen van het intern transport en het in- en uit opslag nemen van goederen (KW of vers/AGF) van en naar bulk- en grijplocaties met behulp van een sneltruck, zodanig dat de goederen tijdig, overzichtelijk, onbeschadigd en veilig voor verdere verwerking ter beschikking komen.

 

Positie van de functie in de organisatie

Boven

Magazijnchef of productieleider resp. sectiechef goederenontvangst/opslag (KW of vers/AGF).

Onder direct/ indirect

Geen.

Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken

 

Verzorgen van het intern transport en het in- en uit opslag nemen van goederen (KW of vers/AGF) van en naar bulk- en grijplocaties met behulp van een sneltruck, op basis van daartoe verkregen schriftelijke en/of mondelinge instructies, zodanig dat de goederen tijdig, overzichtelijk, onbeschadigd en veilig voor verdere verwerking ter beschikking komen. Hetgeen onder meer inhoudt: