Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijksdienst voor Identiteitsgegevens | Staatscourant 2022, 8516 | autorisatiebesluit basisregistratie personen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijksdienst voor Identiteitsgegevens | Staatscourant 2022, 8516 | autorisatiebesluit basisregistratie personen |
Datum: 22 maart 2022
Kenmerk: 2022-0000116684
In het verzoek van 16 maart 2022, 2022-0000143143 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen in verband met de uitvoering van taken op het gebied van het Register paspoortsignaleringen.
Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten.
In dit besluit wordt verstaan onder:
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens;
de Wet basisregistratie personen;
het Besluit basisregistratie personen;
de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet BRP;
de systematische verstrekking, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;
de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 1 van het Besluit BRP;
de persoonslijst, bedoeld in artikel 1.1, onder c, van de Wet BRP;
de ingeschrevene, bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet BRP;
de tabel ten behoeve van de systematische verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;
de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder c, van het Besluit BRP, waarbij het aantal personen waarover informatie wordt verstrekt per verzoek ten hoogste tien bedraagt;
de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
het register bedoeld in artikel 25, derde lid van de Paspoortwet.
1. Aan de Minister van BZK wordt op zijn verzoek een gegeven verstrekt dat is vermeld op de persoonslijst van een ingeschrevene, indien het een gegeven betreft dat is opgenomen in bijlage I, II, III, IV, V of VI bij dit besluit.
2. De Minister van BZK verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage I bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over een ingeschrevene ten aanzien van wie een van de in de artikelen 18 tot en met 24, 47, tweede lid en 49, derde lid van de Paspoortwet genoemde autoriteiten een verzoek heeft gedaan tot opname in het Register paspoortsignaleringen dan wel verlenging van een dergelijke opname en gegevens over deze ingeschrevene nodig zijn om te kunnen beoordelen of tot daadwerkelijke opname dan wel verlenging kan worden overgegaan.
3. De Minister van BZK verzoekt daarnaast slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage II bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over een ingeschrevene ten aanzien van wie de Minister van BZK onderzoekt of er een grond aanwezig is om zelfstandig over te gaan tot opname in het Register paspoortsignaleringen op grond van artikel 24, aanhef en onder b van de Paspoortwet dan wel voor verwijdering of verlenging van een dergelijke opname.
4. De Minister van BZK verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage III bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over een ingeschrevene ten aanzien van wie de Minister van BZK zelfstandig dan wel op verzoek van een daartoe bevoegde autoriteit overgaat tot opname in het Register paspoortsignaleringen op een van de gronden in de artikelen 18 tot en met 24, 47, tweede lid en 49, derde lid van de Paspoortwet dan wel de over deze ingeschrevene in het Register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens actualiseert.
5. De Minister van BZK verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage IV bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over de ingeschrevene die is opgenomen in het Register paspoortsignaleringen dan wel die hieruit is verwijderd en gegevens over deze ingeschrevene nodig zijn voor het doen van de mededeling bedoeld in artikel 25, vierde dan wel vijfde lid van de Paspoortwet.
6. De Minister van BZK verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage V bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over een ingeschrevene die opgenomen is of is geweest in het Register paspoortsignaleringen en gegevens over deze ingeschrevene nodig zijn voor het versturen van correspondentie die betrekking heeft op de opname in het Register paspoortsignaleringen.
7. De Minister van BZK verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage VI bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over een ingeschrevene die is opgenomen in het Register paspoortsignaleringen op grond van artikel 24, aanhef en onder b van de Paspoortwet en waartoe de Minister van BZK zelfstandig is overgegaan, en gegevens over deze ingeschrevene nodig zijn voor het behandelen van een verzoek tot het bereiken van overeenstemming als bedoeld in artikel 44, vierde lid van de Paspoortwet dan wel het behandelen van een door de ingeschrevene ingediend verzoek om informatie dat betrekking heeft op de opname in eerdergenoemd register.
8. Aan de Minister van BZK worden geen gegevens verstrekt, indien een of meer van de gegevens waarvan de Minister van BZK bij zijn verzoek gebruik heeft gemaakt, niet is opgenomen in bijlage I, II, III,IV, V of VI bij dit besluit.
1. Indien een verstrekking aan de Minister van BZK op grond van dit besluit een gegeven betreft dat op juistheid wordt of is onderzocht, bevat de verstrekking naast dit gegeven tevens de gegevens over dat onderzoek.
2. Indien aan de Minister van BZK gegevens worden verstrekt van een persoonslijst waarvan de bijhouding is opgeschort, bevat de verstrekking tevens de gegevens omtrent de reden en de datum van de opschorting, alsmede, voor zover deze gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, gegevens over de verificatie en de aanlevering van de verstrekte gegevens.
1. De Minister van BZK verstrekt aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld alle nieuw gebleken informatie die betrekking heeft op hetgeen geregeld is in dit besluit.
2. Deze informatie betreft in ieder geval wijzigingen in:
a. de taak of de wijze van uitvoering van de taak van de Minister van BZK;
b. de regelgeving ten aanzien van de taak of de wijze van uitvoering van de taak van de Minister van BZK;
c. de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van de Minister van BZK.
Het besluit en de bijlagen bij het besluit worden gepubliceerd in de Staatscourant.
's-Gravenhage, 22 maart 2022
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Koninkrijksrelaties namens deze, F. Jacob Directeur Uitvoering
Bezwaar
Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit daartegen per brief bezwaar maken bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Postbus 10451, 2501 HL Den Haag. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend, voorzien zijn van een datum alsmede de naam en het adres van de indiener en dient vergezeld te gaan van de gronden waarop het bezwaar berust en, zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.20 |
Adellijke titel/predicaat persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
01.04.10 |
Geslachtsaanduiding |
|
01.61.10 |
Aanduiding naamgebruik |
|
04 |
NATIONALITEIT |
|
04.05.10 |
Nationaliteit |
|
04.65.10 |
Aanduiding bijzonder Nederlanderschap |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
12 |
REISDOCUMENT |
|
12.35.10 |
Soort Nederlands reisdocument |
|
12.35.20 |
Nummer Nederlands reisdocument |
|
12.35.30 |
Datum uitgifte Nederlands reisdocument |
|
12.35.40 |
Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument |
|
12.35.50 |
Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument |
|
12.35.60 |
Datum inhouding dan wel vermissing Nederlands reisdocument |
|
12.35.70 |
Aanduiding inhouding dan wel vermissing Nederlands reisdocument |
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.20 |
Adellijke titel/predicaat persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
01.04.10 |
Geslachtsaanduiding |
|
01.61.10 |
Aanduiding naamgebruik |
|
04 |
NATIONALITEIT |
|
04.05.10 |
Nationaliteit |
|
04.65.10 |
Aanduiding bijzonder Nederlanderschap |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
12 |
REISDOCUMENT |
|
12.35.10 |
Soort Nederlands reisdocument |
|
12.35.20 |
Nummer Nederlands reisdocument |
|
12.35.30 |
Datum uitgifte Nederlands reisdocument |
|
12.35.40 |
Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument |
|
12.35.50 |
Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument |
|
12.35.60 |
Datum inhouding dan wel vermissing Nederlands reisdocument |
|
12.35.70 |
Aanduiding inhouding dan wel vermissing Nederlands reisdocument |
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.20 |
Adellijke titel/predicaat persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
01.03.20 |
Geboorteplaats persoon |
|
01.04.10 |
Geslachtsaanduiding |
|
01.61.10 |
Aanduiding naamgebruik |
|
04 |
NATIONALITEIT |
|
04.05.10 |
Nationaliteit |
|
04.65.10 |
Aanduiding bijzonder Nederlanderschap |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.20 |
Adellijke titel/predicaat persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.04.10 |
Geslachtsaanduiding |
|
01.61.10 |
Aanduiding naamgebruik |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.15 |
Naam openbare ruimte |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
|
08.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
08.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
08.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.20 |
Adellijke titel/predicaat persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
01.04.10 |
Geslachtsaanduiding |
|
01.61.10 |
Aanduiding naamgebruik |
|
04 |
NATIONALITEIT |
|
04.05.10 |
Nationaliteit |
|
04.65.10 |
Aanduiding bijzonder Nederlanderschap |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.15 |
Naam openbare ruimte |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
|
08.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
08.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
08.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
De Wet basisregistratie personen (Wet BRP) vormt de juridische basis voor de basisregistratie personen. In de basisregistratie personen zijn persoonsgegevens opgeslagen in de vorm van persoonslijsten.
De basisregistratie personen bevat gegevens over personen die zijn ingeschreven bij een van de gemeenten in Nederland. De gemeenten houden deze gegevens bij.
Verder zijn in de basisregistratie personen gegevens opgenomen van personen die buiten Nederland woonachtig zijn, zogenoemde niet-ingezetenen. Gegevens van niet-ingezetenen worden bijgehouden door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze registratie van niet-ingezetenen in de basisregistratie personen wordt aangeduid als de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Over niet-ingezetenen wordt een beperkter aantal gegevens bijgehouden dan over ingezetenen. De gegevens in de RNI zijn niet aangemerkt als authentieke gegevens. Gegevens over niet-ingezetenen kunnen namelijk minder gemakkelijk actueel gehouden worden dan gegevens over ingezetenen.
De Wet BRP biedt de grondslag voor systematische gegevensverstrekking over ingezetenen en niet-ingezetenen aan overheidsorganen en daartoe aangewezen andere organisaties. Bij de systematische verstrekking worden vanuit een centraal bestand op geautomatiseerde wijze persoonsgegevens uit de basisregistratie personen verstrekt.
Allereerst komen overheidsorganen in aanmerking voor systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen. Daarnaast kunnen ook organisaties die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang daarvoor in aanmerking komen, indien deze werkzaamheden en deze organisaties op grond van artikel 3.3 van de Wet BRP zijn aangewezen. Voorts voorziet artikel 3.13 Wet BRP in systematische gegevensverstrekking aan onderzoeksinstellingen. Waar in het vervolg van deze toelichting zal worden gesproken over 'de afnemer' worden daarmee zowel overheidsorganen als derden als onderzoeksinstellingen bedoeld.
Afnemers die systematisch gegevens verstrekt willen krijgen uit de basisregistratie personen dienen hiertoe een verzoek in bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een autorisatieaanvraagformulier. In dit formulier is aangegeven welke gegevens, over welke personen en voor welke taken de aanvrager op systematische wijze verstrekt wenst te krijgen. Het verzoek wordt getoetst, waarbij wordt uitgegaan van de beoordelingscriteria zoals deze zijn neergelegd in de Wet BRP en het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP). Onder meer bepalend is of en in hoeverre de verstrekking van de gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van de taak van de aanvrager. Hierbij wordt steeds de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen, van wie de aanvrager gegevens verstrekt wenst te krijgen, gewaarborgd.
Na toetsing van het autorisatieverzoek wordt door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een autorisatiebesluit ten behoeve van de aanvrager genomen. In dit autorisatiebesluit wordt bepaald welke gegevens over welke categorieën van personen en in welke gevallen aan de afnemer worden verstrekt. Aan het autorisatiebesluit kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van een zorgvuldige en doelmatige gegevensverstrekking.
Het autorisatiebesluit wordt voor zover mogelijk technisch vertaald in een zogenoemde autorisatietabelregel. Aan de hand van de autorisatietabelregel wordt de geautoriseerde afnemer herkend en kan de gegevensverstrekking vanuit de basisregistratie personen geautomatiseerd afgewikkeld worden.
De systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen kan op verschillende wijzen plaatsvinden. Op grond van dit besluit vindt de verstrekking op de volgende manieren plaats:
Een afnemer kan op verzoek een set gegevens van een persoonslijst verstrekt krijgen. In het autorisatiebesluit is opgenomen welke gegevens van welke categorieën personen mogen worden opgevraagd.
Door technische problemen kan het voorkomen dat het berichtenverkeer in een bepaalde periode niet of niet juist heeft plaatsgevonden. Om dit te herstellen wordt een zogenaamd 'herstelbericht' verstuurd.
Indien een onderzoek is ingesteld of afgerond naar een gegeven of een verzameling van gegevens, wordt hiervan bij het verstrekte gegeven melding gedaan.
Op een persoonslijst kan bij historische gegevens de indicatie 'onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde' geplaatst worden. Deze gegevens zijn foutief en worden daarom in principe niet verstrekt.
Indien gegevens worden opgevraagd van een persoonslijst die is opgeschort, hetgeen onder meer gebeurt indien een ingeschrevene is overleden of geëmigreerd, worden de reden en datum opschorting bijhouding van de persoonslijst meeverstrekt. Bij verstrekking van gegevens van een persoonslijst van een niet-ingezetene, is het van belang om aan te geven wanneer de gegevens op de persoonslijst geverifieerd zijn en welke organisatie de in een categorie opgenomen gegevens heeft aangeleverd. Om dit te bereiken, worden de verificatiegegevens of de gegevens over de aanleverende organisatie, voor zover die gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, meeverstrekt als er gegevens worden verstrekt uit een categorie waarin die gegevensgroepen voorkomen.
De geadresseerde van dit besluit is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (in deze toelichting genoemd: de Minister van BZK).
De Minister van BZK is een overheidsorgaan als bedoeld in artikel 1.1, onder t, van de Wet BRP.
De taken waarop dit autorisatiebesluit betrekking heeft, worden in de praktijk namens de Minister van BZK uitgevoerd door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, zijnde een agentschap van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het beheer van het Register paspoortsignaleringen (RPS), zijnde het register bedoeld in artikel 25, derde lid van de Paspoortwet. In dit register zijn gegevens opgenomen van personen aan wie een reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Paspoortwet (verder: 'reisdocument') kan worden geweigerd en van wie het reisdocument moet worden ingehouden waarna deze vervallen kan worden verklaard. Deze weigering en vervallenverklaring vindt plaats door de autoriteiten die bevoegd zijn tot de verstrekking van reisdocumenten (artikel 44, eerste lid in samenhang met artikel 40 van de Paspoortwet).
De gronden om een reisdocument te weigeren of vervallen te verklaren zijn opgenomen in de artikelen 18 tot en met 24 van de Paspoortwet. In deze artikelen zijn ook de instanties opgenomen die een verzoek kunnen doen tot het opnemen van een persoon in het RPS. Ook de Minister van BZK behoort ten aanzien van bepaalde gronden tot deze instanties. In tegenstelling tot de andere in de hiervoor genoemde artikelen opgenomen instanties, hoeft de Minister van BZK geen verzoek tot opname van een persoon in het RPS te doen, maar kan hij zelfstandig hiertoe overgaan (artikel 25, derde lid van de Paspoortwet). In de praktijk maakt de Minister van BZK slechts gebruik van deze mogelijkheid waar het gaat om de in artikel 24, aanhef en onder b van de Paspoortwet opgenomen grond tot weigering en vervallenverklaring.
Daarnaast zijn in het RPS gegevens opgenomen van personen die in het bezit zijn van een reisdocument dan wel een identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de Paspoortwet (verder: 'identiteitskaart') die ingeleverd moet worden, omdat deze van rechtswege is vervallen of omdat de voor het reisdocument of de identiteitskaart vereiste verklaring(en) van toestemming is/zijn ingetrokken. Het doel van een dergelijke opname in het RPS is om een als hiervoor bedoeld document zo snel mogelijk in te kunnen houden. In artikel 47, tweede lid van de Paspoortwet is de opname van een persoon in het RPS geregeld waar het gaat om van rechtswege vervallen reisdocumenten en identiteitskaarten. Voor reisdocumenten en identiteitskaarten die moeten worden ingeleverd vanwege de intrekking van de verklaring(en) van toestemming is dit artikel 49, derde lid van de Paspoortwet. In het geval van een reisdocument of identiteitskaart die van rechtswege is vervallen kan de Minister van BZK op grond artikel 47, tweede lid van de Paspoortwet tevens zelfstandig overgaan tot opname in het RPS.
Als een persoon is opgenomen in het RPS, dan wordt de instantie die het verzoek heeft ingediend tot opname van een persoon in het RPS dan wel de Minister van BZK indien hij zelfstandig is overgegaan tot opname in het RPS, aangeduid als de 'signalerende instantie'.
Een opname in het RPS duurt maximaal twee jaar (artikel 25, vijfde lid van de Paspoortwet). Als er voor die tijd al geen grond voor opname in het RPS meer aanwezig is, dan dient de signalerende instantie deze uit het RPS te laten verwijderen door het daartoe doen van een verzoek (artikel 25, tweede lid van de Paspoortwet). Als er na de periode van twee jaar nog steeds een grond voor opname in het RPS aanwezig is, dan kan de signalerende instantie voor het aflopen van de opnameduur een nieuw verzoek tot opname in het RPS doen om de opname in het RPS te laten voortduren. Een dergelijk verzoek zal verder worden aangeduid als een verzoek tot verlenging. Het vorenstaande is niet van toepassing waar het gaat om de Minister van BZK als hij zelfstandig is overgegaan tot opname in het RPS: in dat geval gaat hij zelf over tot verwijdering uit het RPS dan wel voert hij een herbeoordeling van de opname in het RPS uit om te zien of er een grond is om de opname in het RPS ook na twee jaar nog te handhaven.
In de praktijk wordt het RPS beheerd door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), die daarbij optreedt namens de Minister van BZK. RvIG treedt daarnaast in de praktijk op namens de Minister van BZK als signalerende instantie.
Voor zijn beheertaak ten aanzien van het RPS en zijn rol als signalerende instantie heeft de Minister van BZK gegevens nodig uit de basisregistratie personen. Deze gegevens zijn nodig voor de volgende werkzaamheden:
1. Het verrichten van een marginale toets naar aanleiding van een verzoek tot opname dan wel verlenging in het RPS
Zoals eerder aangegeven, kunnen bepaalde instanties een verzoek doen tot opname van een persoon in het RPS dan wel de verlenging van een dergelijke opname. Deze instanties dienen hiertoe gebruik te maken van de daarvoor bedoelde formulieren die door RvIG beschikbaar zijn gesteld. Na ontvangst van het verzoek zal de Minister van BZK dit marginaal toetsen. Dit houdt in dat de Minister van BZK controleert of het verzoekformulier juist en volledig is ingevuld, is ondertekend en aan de formele vereisten voor opname in het RPS in het algemeen en op de in het verzoek aangegeven grond wordt voldaan. Hierbij moet worden gedacht aan een controle of de instantie die het verzoek heeft gedaan wel bevoegd is om een persoon op te laten nemen in het RPS en of de persoon om wiens opname wordt verzocht wel opgenomen kan worden in het RPS, nu enkel personen die aanspraak kunnen maken op een Nederlands reisdocument opgenomen kunnen worden in het RPS.
Als een gegrond vermoeden van verblijf buiten de grenzen van (een van de landen van) het Koninkrijk der Nederlanden onderdeel uitmaakt van de voorwaarden voor opname in het RPS, zoals bijvoorbeeld het geval is bij artikel 22 van de Paspoortwet, dan zal dit in het kader van de marginale toets ook worden geverifieerd.
Daarnaast zal in het geval van een persoon die nog niet is opgenomen in het RPS worden gekeken of deze in het bezit is van een nog geldig reisdocument, niet zijnde een Nederlandse identiteitskaart. Is dit het geval, dan zullen, indien dit door de instantie die heeft verzocht om opname in het RPS is aangegeven op het verzoekformulier, de gegevens van deze persoon en het betreffende reisdocument worden opgenomen in het systeem Executie en Signalering (E&S), dat onder de verantwoordelijkheid valt van de Nationale Politie, zodat dit reisdocument door de daartoe bevoegde autoriteiten kan worden ingehouden met het oog op vervallenverklaring.
Ten behoeve van de marginale toetsing van een verzoek tot opname dan wel verlenging zijn gegevens uit de basisregistratie personen nodig om de juistheid van de in het verzoekformulier opgenomen gegevens te kunnen controleren, te controleren of de persoon om wiens opname wordt verzocht nog in het bezit is van een geldig reisdocument en, indien van toepassing, voor de verificatie van het gegronde vermoeden van verblijf buiten (een van de landen van) het Koninkrijk.
2. Het beoordelen of er sprake is van een situatie waarin tot zelfstandige opname in het RPS op grond van artikel 24, aanhef en onder b van de Paspoortwet zou moeten worden overgegaan en het herbeoordelen van een dergelijke opname
De Minister van BZK heeft de bevoegdheid om onder meer ten aanzien van de grond bedoeld in artikel 24, aanhef en onder b van de Paspoortwet zelfstandig over te gaan tot opname van personen in het RPS. De Minister van BZK gaat hiertoe over op basis van een beoordeling van aan hem verstrekte informatie over een situatie die tot opname in het RPS op eerdergenoemde grond zou moeten leiden. Deze informatie is doorgaans afkomstig van de autoriteiten die bevoegd zijn tot het verstrekken van paspoorten, zoals de burgemeester van een Nederlandse gemeente en de Minister van Buitenlandse Zaken.
Bij de hierboven genoemde beoordeling wordt door de Minister van BZK ook gekeken of de persoon op wie de aangeleverde informatie betrekking heeft en ten aanzien van wie hij het voornemen heeft om zelfstandig over te gaan tot opname in het RPS, nog in het bezit is van een geldig reisdocument (waartoe niet een Nederlandse identiteitskaart behoort). Dit ten behoeve van een eventuele opname van gegevens in het OPS ter inhouding van het betreffende reisdocument, indien dit naar het oordeel van de Minister van BZK noodzakelijk is.
De Minister van BZK voert daarnaast ook herbeoordelingen uit van de opnames in het RPS waartoe hij zelfstandig is overgegaan. Bij een dergelijke herbeoordeling wordt gekeken of er nog een grond voor opname in het RPS bestaat. De Minister van BZK voert in ieder geval een herbeoordeling uit als de maximale opnameduur van twee jaar bijna bereikt is met het oog op een eventuele verlenging van de opname in het RPS. Daarnaast doet hij dit ook als hij, buiten de context van een verzoek om informatie met betrekking tot de opname in het RPS en een verzoek tot het bereiken van overeenstemming, over informatie komt te beschikken op basis waarvan de opname in het RPS mogelijk zou moeten worden verwijderd.
Ten behoeve van de hiervoor genoemde beoordeling en herbeoordeling zijn gegevens uit de basisregistratie personen nodig om de juistheid van de eerdergenoemde aangeleverde informatie te kunnen controleren, te controleren of de persoon die wordt opgenomen in het RPS nog in het bezit is van een geldig reisdocument en om bij een herbeoordeling na te gaan of er sprake is van omstandigheden die van invloed (kunnen) zijn op de opname in het RPS. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie dat de persoon die is opgenomen in het RPS gedurende de opname in het RPS een identiteitskaart als vermist heeft opgegeven. Dit kan ertoe leiden dat de opname in het RPS wordt verlengd.
3. De daadwerkelijke opname en actualisering van gegevens in het RPS
Als de Minister van BZK tegemoetkomt aan het verzoek van een daartoe bevoegde instantie tot het opnemen van een persoon in het RPS dan wel zelfstandig hiertoe overgaat, dan zullen de gegevens van de betrokkene en, waar het gaat om een opname op grond van artikel 47, tweede lid dan wel artikel 49, derde lid van de Paspoortwet, tevens de gegevens van het reisdocument, in het RPS worden opgenomen.
De in het RPS op te nemen gegevens zijn onder meer de in artikel 3, eerste, vierde, zesde en zevende lid van de Paspoortwet genoemde persoonsgegevens, met uitzondering van de woonplaats, het adres, de lengte, de staatloosheid en de status van de houder van een reisdocument voor vluchtelingen.
De hiervoor bedoelde gegevens komen voor in de basisregistratie personen. Om ervoor te zorgen dat de in het RPS op te nemen persoonsgegevens juist en volledig zijn, is de verstrekking van deze gegevens noodzakelijk.
Het kan voorkomen dat de in het RPS opgenomen persoonsgegevens na verloop van tijd niet meer actueel zijn, bijvoorbeeld omdat de persoon die is opgenomen in het RPS zijn of haar naam heeft gewijzigd. Ook kan het voorkomen dat een persoon die in het RPS is opgenomen gedurende de opname in het RPS komt te overlijden.
Als de Minister van BZK gedurende de opname in het RPS een signaal ontvangt dat van een van bovenstaande situaties sprake is, dan zal hij nagaan of dit inderdaad zo is. Hiervoor zijn gegevens uit de basisregistratie personen nodig, niet alleen omdat de in het RPS opgenomen persoonsgegevens afkomstig zijn uit de basisregistratie personen en hierin de meest recente versie van deze gegevens zijn opgenomen, maar ook omdat hierin gegevens zijn opgenomen met betrekking tot het overlijden.
4. Het versturen van vrije berichten om gemeenten te informeren over opname in dan wel verwijdering uit het RPS
Als iemand wordt opgenomen in het RPS, dan dient de Minister van BZK dit op grond van artikel 25, vierde lid van de Paspoortwet mede te delen aan de autoriteiten die bevoegd zijn reisdocumenten te verstrekken. Daarnaast kan hij een dergelijke mededeling doen aan de autoriteiten die bevoegd zijn om op grond van de Paspoortwet reisdocumenten in te houden, niet zijnde de hiervoor bedoelde autoriteiten. Het vorenstaande geldt ook als de opname in het RPS wordt verlengd. Als de opname uit het RPS wordt verwijderd, dan dient de Minister van BZK op grond van artikel 25, vijfde lid van de Paspoortwet dit mede te delen aan de autoriteiten waaraan hij eerder heeft medegedeeld dat iemand in het RPS is opgenomen dan wel de opname is verlengd.
De burgemeesters van Nederlandse gemeenten behoren tot de hiervoor genoemde autoriteiten. Een van de manieren waarop zij op de hoogte worden gesteld van de opname van een persoon in het RPS dan wel de verlenging of verwijdering van een dergelijke opname, is door middel van een zogenaamd 'vrij bericht'. Dit is een bericht binnen het berichtenverkeer van de basisregistratie personen.
Een dergelijk vrij bericht wordt aangemaakt en verstuurd door de Minister van BZK in zijn hoedanigheid van beheerder van het RPS. Om het vrije bericht naar de juiste gemeente te kunnen versturen, heeft de Minister van BZK gegevens uit de basisregistratie personen nodig.
5. Het versturen van correspondentie die betrekking heeft op de opname in het RPS
De burger die wordt opgenomen in het RPS wordt hier schriftelijk van op de hoogte gesteld door verzending van een brief naar het adres waarop de burger is ingeschreven in de basisregistratie personen. Dit geldt ook als de opname in het RPS wordt verlengd dan wel verwijderd.
Om de hierboven genoemde correspondentie te kunnen versturen, zijn gegevens uit de basisregistratie personen nodig.
6. Het behandelen van een verzoek tot het bereiken van overeenstemming of een verzoek om informatie ten aanzien van een opname in het RPS waarbij de Minister van BZK signalerende instantie is
Als de Minister van BZK zelfstandig is overgegaan tot opname in het RPS, dan is hij, als signalerende instantie, verantwoordelijk voor de opname van de burger in het RPS. Dit brengt onder meer met zich mee dat de Minister van BZK verantwoordelijk is voor de beantwoording van inhoudelijke vragen met betrekking tot de (grond voor) opname in het RPS, maar ook dat hij verantwoordelijk is voor het behandelen van verzoeken tot het bereiken van overeenstemming als bedoeld in artikel 44, vierde lid van de Paspoortwet, gedaan door een op initiatief van de Minister van BZK in het RPS opgenomen burger.
Het bereiken van overeenstemming als hiervoor bedoeld is een middel voor een burger die is opgenomen in het RPS om ondanks zijn of haar opname in het RPS toch een Nederlands reisdocument, niet zijnde een identiteitskaart, te verkrijgen, al dan niet met een beperkte geldigheidsduur en/of territoriale geldigheid. Ook kan een bereikte overeenstemming inhouden dat een ingehouden reisdocument, niet zijnde een identiteitskaart, tijdelijk aan de burger wordt teruggegeven. De reden dat de identiteitskaart hier is uitgezonderd, komt omdat de opname in het RPS geen gevolgen heeft voor het recht op een identiteitskaart.
Voor het behandelen van verzoeken tot het bereiken van overeenstemming en verzoeken om informatie over de opname in het RPS, afkomstig van een burger die op initiatief van de Minister van BZK is opgenomen in RPS, zijn gegevens uit de basisregistratie personen nodig. Deze gegevens zijn met name nodig om de reactie op een van voornoemde verzoeken naar de betreffende burger te kunnen versturen en, waar nodig, nadere informatie op te vragen ten behoeve van de behandeling van het verzoek.
De Minister van BZK krijgt de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de hierboven beschreven taken op systematische wijze verstrekt uit de basisregistratie personen. De systematische verstrekking aan de Minister van BZK vindt plaats door middel van gegevensverstrekking op verzoek. Tot de doelgroep van de Minister van BZK behoren zowel ingezetenen als niet-ingezetenen.
De Minister van BZK mag op verzoek gegevens opvragen uit de basisregistratie personen. Het betreft de gegevens die zijn opgenomen in bijlage I, II, III, IV, V en VI. De Minister van BZK mag gegevens opvragen over de in artikel 2 van dit besluit genoemde doelgroepen.
De gegevens in deze categorieën worden gebruikt om de persoon op wie het verzoek tot opname of verlenging van de opname in het RPS betrekking heeft dan wel de persoon over wie informatie is verstrekt te kunnen identificeren. De gegevens in deze categorieën worden ook gebruikt om de persoon te identificeren die een verzoek heeft gedaan tot het bereiken van overeenstemming als bedoeld in artikel 44, vierde lid van de Paspoortwet dan wel een verzoek om informatie dat betrekking heeft op de opname in het Register paspoortsignaleringen.
Het gegeven '01.61.10 Aanduiding naamgebruik' en de gegevens in categorie 05 worden in dit verband verstrekt, omdat het mogelijk is dat de persoon om wie het gaat in het dagelijkse leven (ook) de geslachtsnaam van zijn of haar (voormalige) huwelijkspartner dan wel (voormalige) geregistreerde partner voert en deze geslachtsnaam (ook) is opgenomen in het verzoek dan wel de verstrekte informatie.
De gegevens in deze categorieën zijn daarnaast de persoonsgegevens die worden opgenomen in het RPS en worden gebruikt om naar aanleiding van een ontvangen signaal te controleren of de in het RPS opgenomen gegevens nog actueel zijn. Het gegeven '01.61.10 Aanduiding naamgebruik' en de gegevens in categorie 05 worden verstrekt, omdat bij de daadwerkelijke opname in het RPS uit wordt gegaan van de naam waarmee de op te nemen persoon wenst te worden aangeschreven. Deze aanschrijfnaam kan met behulp van deze en de op de naam betrekking hebbende gegevens in categorie 01 Persoon worden vastgesteld.
De gegevens in deze categorieën worden voorts gebruikt om burgers per brief op de hoogte stellen van hun opname in het RPS dan wel de verlenging of verwijdering van een dergelijke opname en om correspondentie te kunnen versturen die betrekking heeft op de behandeling van een verzoek tot het bereiken van overeenstemming als bedoeld in artikel 44, vierde lid van de Paspoortwet dan wel een verzoek om informatie dat betrekking heeft op de opname in het Register paspoortsignaleringen.
De op de naam betrekking hebbende gegevens in categorie 01 Persoon, waaronder het gegeven '01.61.10 Aanduiding naamgebruik', worden in combinatie met de gegevens in categorie 05 Huwelijk/Geregistreerd partnerschap en het gegeven '01.04.10 Geslachtsaanduiding' gebruikt om de betrokkene op de juiste wijze te kunnen aanschrijven. Aan de hand van het gegeven '01.61.10 Aanduiding naamgebruik' kan worden vastgesteld of dat de betrokkene gebruik maakt van zijn of haar eigen geslachtsnaam, de geslachtsnaam van zijn of haar (ex-)partner of een combinatie van beide namen.
De gegevens in deze categorie worden gebruikt om te bepalen of de persoon op wie het verzoek tot opname of verlenging van de opname in het RPS betrekking heeft dan wel de persoon over wie informatie is verstrekt, kan worden opgenomen in het RPS. Alleen personen die aanspraak kunnen maken op een Nederlands reisdocument kunnen namelijk in het RPS worden opgenomen. Een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit dan wel als Nederlander wordt behandeld (op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers), wat kan worden vastgesteld aan de hand van het gegeven '04.65.10 Aanduiding bijzonder Nederlanderschap', kan in ieder geval aanspraak maken op een Nederlands reisdocument. Als de betrokkene niet over de Nederlandse nationaliteit beschikt dan wel niet als Nederlander wordt behandeld, dan dient op een andere manier te worden nagegaan of deze aanspraak kan maken op een Nederlands reisdocument. Hiervoor zal in de praktijk onder meer gebruik worden gemaakt van de gegevens in categorie 12 Reisdocument.
Als een reisdocument op grond van artikel 47, eerste lid, onder a van de Paspoortwet van rechtswege is komen te vervallen, omdat de houder van dit reisdocument niet langer de Nederlandse nationaliteit bezit dan wel niet langer als Nederlander wordt behandeld en door een daartoe bevoegde instantie een verzoek is gedaan tot opname van de houder in het RPS (op grond van artikel 47, tweede lid van de Paspoortwet), dan zullen de gegevens in deze categorie in het kader van de marginale toets worden gebruikt om na te gaan of inderdaad van het voorgaande sprake is.
De gegevens in deze categorie worden tevens gebruikt bij de daadwerkelijke opname van een persoon in het RPS. Als het gegeven '04.05.10 Nationaliteit' een andere waarde heeft dan 'Nederlandse', dan wordt dit gegeven niet opgenomen in het RPS. Dat alleen de Nederlandse nationaliteit wordt opgenomen in het RPS komt omdat, gelet op artikel 3 van de Paspoortwet, dit de enige nationaliteit is die op Nederlandse reisdocumenten en identiteitskaarten wordt vermeld. Hoewel het eerdergenoemde gegeven ook de waarde 'staatloos' kan hebben, wordt, zoals eerder beschreven, de staatloosheid van een persoon niet opgenomen in het RPS.
Omdat gelet op artikel 1, derde lid van de Wet betreffende de positie van Molukkers personen die worden behandeld als Nederlander een Nederlands reisdocument of identiteitskaart kunnen krijgen waarin de Nederlandse nationaliteit is vermeld indien zij daarom verzoeken, wordt ook het feit dat iemand wordt behandeld als Nederlander opgenomen in het RPS. Om dit vast te stellen wordt het gegeven '04.65.10 Aanduiding bijzonder Nederlanderschap' gebruikt.
De gegevens in deze categorie worden verder gebruikt bij de behandeling van verzoeken tot het bereiken van overeenstemming als bedoeld in artikel 44, vierde lid van de Paspoortwet en verzoeken om informatie dat betrekking heeft op de opname in het Register paspoortsignaleringen. Dit om te voorkomen dat richting de in het RPS opgenomen persoon en eventuele andere betrokken instanties, waaronder de instanties die bevoegd zijn tot het weigeren en vervallen verklaren van reisdocumenten, ten onrechte wordt gecommuniceerd dat de eerdergenoemde persoon recht heeft op een Nederlands paspoort. Enkel personen met de Nederlandse nationaliteit en personen die worden behandeld als Nederlander hebben namelijk recht op een Nederlands paspoort. Personen die zijn opgenomen in het RPS en niet beschikken over de Nederlandse nationaliteit of worden behandeld als Nederlander kunnen wel recht hebben op een ander Nederlands reisdocument, zoals een reisdocument voor vluchtelingen. Aan de hand van de gegevens in deze categorie kan worden bepaald of iemand de Nederlandse nationaliteit bezit dan wel als Nederlander wordt behandeld.
Het gegeven '07.70.10 Indicatie geheim' duidt aan of een ingeschrevene de gemeente heeft verzocht om zijn of haar gegevens niet te verstrekken aan bepaalde derden. Indien dit het geval is, dan kan de Minister van BZK aanvullende maatregelen treffen om de privacy van de ingeschrevene te waarborgen.
Bij de ad hoc-verstrekking van gegevens worden automatisch opschortingsgegevens ('07.67.10 Datum opschorting bijhouding' en '07.67.20 Reden opschorting bijhouding') meeverstrekt indien deze aanwezig zijn op de persoonslijst waarvan gegevens zijn opgevraagd. Aan de hand van deze opschortingsgegevens kan onder meer worden vastgesteld dat een persoon is overleden. Als uit een bevraging van de basisregistratie personen naar voren komt dat een persoon is overleden, dan worden zijn of haar gegevens niet opgenomen in het RPS. Als deze persoon reeds is opgenomen in het RPS, dan worden zijn of haar gegevens uit het RPS verwijderd.
Het gegeven '08.09.10 gemeente van inschrijving' wordt gebruikt om te bepalen of de persoon op wie het verzoek tot opname of verlenging van de opname in het RPS betrekking heeft in Nederland of in het buitenland woont. Bij sommige gronden voor opname in het RPS dient namelijk sprake te zijn van een gegrond vermoeden dat iemand zich door verblijf in het buitenland zal onttrekken aan een bepaalde verplichting. In het kader van de marginale toets wordt in dit verband nagegaan of de betrokkene volgens de basisregistratie personen in het buitenland woont. Is dit niet het geval, dan zal er contact opgenomen worden met de instantie die het verzoek heeft gedaan om na te gaan waar het eerdergenoemde gegronde vermoeden op is gebaseerd, voor zover deze informatie niet reeds voorhanden is.
Daarnaast wordt dit gegeven gebruikt om vast te stellen wat de gemeente van inschrijving is van een in het RPS opgenomen dan wel hieruit verwijderde persoon, zodat deze gemeente door middel van een vrij bericht op de hoogte kan worden gesteld van de opname in het RPS dan wel de verlenging of verwijdering van een dergelijke opname.
De gegevens in deze categorie worden verder gebruikt om de brief waarmee een burger op de hoogte wordt gesteld van zijn of haar opname in het RPS dan wel de verlenging of verwijdering van een dergelijke opname naar het juiste adres te kunnen versturen. Ook worden deze gegevens gebruikt om correspondentie die betrekking heeft op de behandeling van een verzoek tot het bereiken van overeenstemming als bedoeld in artikel 44, vierde lid van de Paspoortwet dan wel een verzoek om informatie dat betrekking heeft op de opname in het Register paspoortsignaleringen naar het juiste adres te kunnen versturen.
De gegevens in deze categorie worden gebruikt om na te gaan of aan de persoon op wie het verzoek tot opname of verlenging van de opname in het RPS betrekking heeft en die niet de Nederlandse nationaliteit heeft dan wel niet als Nederlander wordt behandeld, een Nederlands reisdocument is verstrekt, zoals een reisdocument voor vreemdelingen. Is dit het geval, dan kan daaruit worden afgeleid dat de betrokkene aanspraak kan maken op een Nederlands reisdocument en voor opname in het RPS in aanmerking komt. De gegevens in deze categorie worden ook voor dit doel gebruikt waar het gaat om personen over wie informatie is verstrekt en die niet in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit dan wel worden behandeld als Nederlander.
De gegevens in deze categorie worden tevens gebruikt om na te gaan of de betrokkene nog in het bezit is van een geldig reisdocument, als het resultaat van de marginale toets is dat de betrokkene opgenomen kan worden in het RPS dan wel de conclusie is dat tot zelfstandige opname in het RPS zal worden overgegaan. Is dit het geval en is hierom verzocht door de instantie die het verzoek tot opname dan wel verlenging heeft gedaan of, in het geval van een zelfstandige opname, acht de Minister van BZK dit noodzakelijk, dan zullen, mits de betrokkene in de basisregistratie personen is ingeschreven als ingezetene, de personalia van de betrokkene en de gegevens van het nog geldige reisdocument worden opgenomen in E&S als signaal aan de organisaties die hiertoe toegang hebben dat het reisdocument moet worden ingehouden.
Teneinde de autorisatie actueel te houden dient de Minister van BZK tijdig inlichtingen te verschaffen over wijzigingen die zich voordoen in zijn taak, in de regelingen waarop die taak is gebaseerd of wijzigingen in de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die taak. Het is de uitdrukkelijke verantwoordelijkheid van de Minister van BZK om deze informatie onverwijld kenbaar te maken aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Eventuele gevolgen van onjuistheden in de autorisatie als gevolg van het niet of niet tijdig doorgeven van dergelijke wijzigingen komen voor de verantwoordelijkheid van de Minister van BZK.
Met dit besluit wordt het autorisatiebesluit van 22 september 2021, 2021-0000472954 ingetrokken.
Deze intrekking is het gevolg van de volgende wijzigingen.
1. Toevoeging van een nieuwe taak en doelgroep
In het autorisatiebesluit dat wordt ingetrokken maakt het gegeven '08.09.10 gemeente van inschrijving' onderdeel uit van de gegevensset die is opgenomen in bijlage I van dat autorisatiebesluit. Dit gegeven werd opgevraagd over de doelgroepen die zijn opgenomen in artikel 2, tweede en derde lid van het hiervoor genoemde besluit, onder meer om zogenaamde 'vrije berichten' te versturen. Het versturen van het vrije bericht is een van de manieren waarop de Minister van BZK de mededeling bedoeld in artikel 25, vierde en vijfde lid van de Paspoortwet doet en vindt alleen plaats als de betreffende persoon is ingeschreven in een gemeente in Nederland.
Omdat het opvragen van de gegevens in de eerdergenoemde bijlage I in de praktijk plaatsvindt met een andere applicatie, dan die waarmee de vrije berichten worden aangemaakt en verstuurd, en het (technisch) niet mogelijk is om het opgevraagde gegeven '08.09.10 gemeente van inschrijving' door deze laatstgenoemde applicatie te laten hergebruiken voor het versturen van een vrij bericht, is voor deze taak een afzonderlijke doelgroep met bijbehorende gegevensset opgenomen in dit autorisatiebesluit. Op deze manier kan met de applicatie die de vrije berichten aanmaakt en verstuurt, rechtstreeks het gegeven '08.09.10 gemeente van inschrijving' worden opgevraagd uit de BRP om een vrij bericht te kunnen versturen.
2. Opsplitsing van de gegevensset die is opgenomen in bijlage I van het autorisatiebesluit dat wordt ingetrokken
Omdat er in dit besluit een aparte doelgroep met bijbehorende gegevensset is opgenomen voor het versturen van vrije berichten, is het niet langer noodzakelijk om het gegeven '08.09.10 gemeente van inschrijving' te verstrekken over de doelgroep en voor de uitvoering van de taak genoemd in artikel 2, derde lid van dit besluit. In dit besluit is daarom voor deze doelgroep en taak een eigen gegevensset opgenomen zonder het gegeven '08.09.10 gemeente van inschrijving'.
3. Wijziging van de doelgroep die ziet op het versturen van correspondentie over de opname in het RPS
De doelgroep die hoorde bij deze taak was zodanig geformuleerd, dat alleen gegevens zouden mogen worden opgevraagd van personen die nog in het RPS zijn opgenomen. Omdat dit een te beperkte formulering is, is deze doelgroep gewijzigd, zodat ook correspondentie kan worden verstuurd aan personen van wie de opname inmiddels uit het RPS is verwijderd.
Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Het besluit wordt tevens geplaatst op de internetpagina van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, publicaties.rvig.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-8516.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.