Ontheffing minimum VFR-vlieghoogte oefengebied (tijdelijk laagvlieggebied) ten behoeve van de oefening Port Defender, Ministerie van Defensie

4 maart 2022

Kenmerk: BS2022004016

Nr: MLA/037/2022

De Minister van Defensie,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Gelezen het verzoek van de commandant van de Maritime Special Operations Force (MARSOF) van donderdag 16 december 2021;

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van de civiel-militaire anti-terreuroefeningPort Defenderwordt ontheffing verleend van de minimum VFR-vlieghoogte, bedoeld in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van Verordening (EU) nr. 923/2012, binnen het oefengebied (tijdelijk laagvlieggebied) Port Defender, begrensd door de volgende coördinaten:

    Port Defender

    van 52°05'12.35"N 004°12'24.96"E, naar 51°57'47.29"N 004°13'18.93"E en vanaf dit punt in een cirkelboog met een straal van acht (8) nautische mijlen met als middelpunt 51°57'25.00"N 004°26'14.00"E tegen de wijzers van de klok naar 51°55'53.02"N 004°13'32.74"E, naar 51°55'49.47"N 004°13'23.96"E, naar 51°53'07.28"N 004°19'21.40"E, naar 51°53'59.35"N 004°23'59.98"E, naar 51°54'46.72"N 004°24'46.14"E, naar 51°54'36.36"N 004°28'53.74"E, naar 51°54'17.32"N 004°29'41.57"E, naar 51°52'57.83"N 004°24'48.88"E, naar 51°51'18.92"N 004°19'11.22"E, naar 51°54'58.83"N 004°11'18.68"E, naar 51°55'56.35"N 004°05'57.35"E, naar 51°55'58.82"N 004°02'12.16"E, naar 51°53'35.25"N 003°58'06.01"E, naar 51°58'05.58"N 003°55'35.06"E, naar 52°01'02.85"N 003°59'28.27"E, naar 51°59'43.33"N 004°04'17.92"E en terug naar 52°05'12.35"N 004°12'24.96"E (zie figuur).

  • 2. De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, is van kracht op de volgende dagen en tijdstippen:

    Week 15:

    woensdag 13 april 2022 van 10:00 uur tot en met 17:00 uur lokale tijd;

    donderdag 14 april 2022 van 10:00 uur tot en met 17:00 uur lokale tijd.

    Figuur: Oefengebied (tijdelijk laagvlieggebied) Port Defender

    Figuur: Oefengebied (tijdelijk laagvlieggebied) Port Defender

Artikel 2

  • 1. Binnen het oefengebied (tijdelijk laagvlieggebied) Port Defender bedraagt de toegestane minimum VFR-vlieghoogte voor militaire helikopters binnen de daglichtperiode 100 voet AGL of incidenteel zoveel lager als in verband met de opdracht noodzakelijk is.

  • 2. Binnen het oefengebied (tijdelijk laagvlieggebied) Port Defender gelden voorts de volgende regels:

    • a. laagvliegen is alleen toegestaan voor militaire luchtvaartuigen die deelnemen aan de oefening;

    • b. met betrekking tot het vliegzicht en de wolkenbasis gelden de eisen voor VFR-vluchten;

    • c. tijdens de vluchten worden gebieden met aaneengesloten bebouwing en industriegebieden daaronder begrepen, dan wel mensenverzamelingen zoveel mogelijk vermeden;

    • d. het overvliegen van bebouwing, met name ziekenhuizen en sanatoria, wordt zoveel mogelijk vermeden;

    • e. de ontheffing van de minimum VFR-vlieghoogte geldt alleen voor die delen van de vlucht die voor het doel van de vlucht noodzakelijk zijn en waarvoor in de vluchtopdracht, uit naam van de Accountable Manager van het Defensie Helikopter Commando, expliciete toestemming/opdracht is verleend;

    • f. aanvliegroutes en -hoogten, alsmede oefenlocaties worden zodanig gekozen dat geluidhinder zoveel mogelijk wordt voorkomen;

    • g. het gedeelte van het gebied dat ligt in het plaatselijke luchtverkeersleidingsgebied van Rotterdam wordt alleen binnengevlogen na toestemming van, en volgens de voorwaarden gesteld door, de plaatselijke luchtverkeersleiding van Rotterdam.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van woensdag 13 april 2022 en vervalt met ingang van vrijdag 15 april 2022.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, J.P. Apon Commodore

Tegen de tijd en plaats dat deze beschikking wordt ingesteld, kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt, een bezwaarschrift indienen. Dit bezwaarschrift kan digitaal of schriftelijk worden ingediend. Het digitale bezwaarschrift dient te worden ingediend via www.defensie.nl/bezwaarJDV. Het schriftelijke bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, MPC 55A, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In week 15 van 2022 vindt de civiel-militaire anti-terreuroefening Port Defender plaats. Dit is een oefening georganiseerd door het Defensie Helikopter Commando (DHC), de Nationale Politie, antiterreureenheden, de Kustwacht en de veiligheidsregio’s. Tijdens deze oefening, waarbij vliegende eenheden en grondeenheden zijn betrokken, staat de integratie en samenwerking van deze eenheden centraal.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat militaire helikopters boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen dan wel boven mensenverzamelingen een hoogte van ten minste 210 meter (700 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig dienen aan te houden en elders ten minste 50 meter (150 voet) boven grond of water.

Teneinde de oefening mogelijk te maken wordt, voor de aan de oefening deelnemende gezagvoerders van het DHC binnen het aangewezen oefengebied (tijdelijk laagvlieggebied) ontheffing verleend van de vigerende minimum VFR-vlieghoogte. Zoals gesteld in de vrijstelling, vervat in artikel 7 van de Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters, mag op 100 voet of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is, worden gevlogen. Dit is alleen het geval indien door militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse en bondgenootschappelijke strijdkrachten, wordt geoefend in het kader van operaties met niet-vliegende eenheden Dit betekent dat niet continu laag wordt gevlogen.

Artikel 2, derde lid, onderdeel e, van deze beschikking stelt dat het afwijken van de vigerende vlieghoogten binnen de oefening alleen is toegestaan wanneer hiervoor binnen de vluchtopdracht expliciet opdracht en toestemming is gegeven uit naam van de Accountable Manager. De Accountable Manager is veelal de commandant vliegbasis.

Aanvliegroutes en -hoogten, alsmede oefenlocaties worden zodanig gekozen dat geluidhinder zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Naar boven