Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 6 december 2022, nr. IENW/BSK-2022/281749, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de Dienst Wegverkeer voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing en de Wet implementatie EETS-richtlijn (Besluit mandaat, volmacht en machtiging RDW voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing)

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 10:3, 10:4, eerste lid, 10:9, eerste lid, en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gezien de schriftelijke instemming van de Dienst Wegverkeer van 17 november 2022, kenmerk JBZ-22.0012133;

BESLUIT:

Artikel 1 (begripsbepalingen)

In dit besluit wordt verstaan onder:

Dienst Wegverkeer:

Dienst als bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994;

Minister:

Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

secretaris-generaal:

secretaris-generaal van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;

wet:

Wet vrachtwagenheffing.

Artikel 2 (bestuursrechtelijke bevoegdheden)

Aan de Dienst Wegverkeer wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:

  • a. het verlenen van de ontheffing, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet;

  • b. het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet;

  • c. het kwijtschelden van een bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18 van de wet;

  • d. het verwerken van de persoonsgegevens voor de uitvoering van de hiervoor genoemde taken.

Artikel 3 (privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen)

Aan de Dienst Wegverkeer wordt voor de uitvoering van werkzaamheden van de Minister in het kader van de wet en de Wet implementatie EETS-richtlijn volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en voor de daarmee samenhangende feitelijke handelingen, waaronder begrepen het verwerken van de persoonsgegevens voor de uitvoering van de hiervoor genoemde handelingen.

Artikel 4 (bezwaar- en beroepschriften)

Aan de Dienst Wegverkeer wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in artikel 2, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen en behandelen van (hoger) beroep en namens de Minister in rechte op te treden.

Artikel 5 (ondermandaat)

  • 1. De Dienst Wegverkeer kan de aan hem gemandateerde bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2 en 4, in ondermandaat verlenen aan een functionaris werkzaam voor zijn organisatie.

  • 2. Tenzij anders is bepaald omvat de verlening van ondermandaat mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar.

  • 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op volmacht en machtiging als bedoeld in artikel 3.

Artikel 6 (voorbehouden bevoegdheden secretaris-generaal)

Aan de secretaris-generaal is de bevoegdheid voorbehouden tot het doen van de mededeling, bedoeld in artikel 9:36, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat een aanbeveling van de Nationale ombudsman niet wordt opgevolgd, voor zover deze aanbeveling betrekking heeft op de in dit besluit gemandateerde bevoegdheden.

Artikel 7 (mandaat en ondermandaat beslissen op bezwaar)

  • 1. In afwijking van de artikelen 4 en 5, tweede lid, mag de beslissing op bezwaar niet in mandaat of ondermandaat worden genomen door de degene die het besluit waartegen het bezwaar is gericht, heeft genomen.

  • 2. In afwijking van artikel 5, tweede lid, mag de beslissing op bezwaar niet in ondermandaat worden genomen door degene die in de hiërarchische verhoudingen ressorteert onder degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, heeft genomen.

Artikel 8 (kaders uitoefening bevoegdheden)

De uitoefening van bevoegdheden die bij of krachtens dit besluit zijn verleend, geschiedt met inachtneming van:

  • a. de door de Minister gegeven algemene of bijzondere instructies;

  • b. de Aanbestedingswet 2012 en de Circulaire ‘Grensbedragen voor procedures Aanbestedingswet 2012 onder de drempelwaarde’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken Koninkrijkrelaties, 3 augustus 2015, kenmerk 2015-0000428359 en dat indien deze Circulaire voor de start van de aanbesteding wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging;

  • c. de gemaakte afspraken in de door de Minister en de Dienst Wegverkeer op te stellen uitvoeringsovereenkomst, waaronder de toegekende financiële middelen.

Artikel 9 (informatieplicht)

  • 1. De Dienst Wegverkeer informeert de Minister over de gebruikmaking van de gemandateerde bevoegdheden. De Minister en de Dienst Wegverkeer informeren elkaar over zwaarwegende en politiek-bestuurlijk gevoelige omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op of van invloed kunnen zijn op de gemandateerde bevoegdheden.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bevoegdheden die zijn verleend op basis van volmacht en machtiging.

Artikel 10 (register)

In het register, bedoeld in artikel 31 van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat, worden opgenomen:

  • a. dit besluit;

  • b. alle krachtens dit besluit genomen besluiten waarbij ondermandaat, volmacht of machtiging wordt verleend;

  • c. alle besluiten tot wijziging of intrekking van de onder a en b genoemde besluiten.

Artikel 11 (wijze van ondertekening)

  • 1. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling, geschiedt op briefpapier van het ministerie met het hoofd:

    MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT.

  • 2. In geval van mandaat, dan wel ondermandaat, luidt de ondertekening als volgt:

    DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

    namens deze,

    (gevolgd door de aanduiding van de (onder)gemandateerde functionaris).

  • 3. Het krachtens mandaat, dan wel ondermandaat, ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt:

    DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

    namens deze,

    (gevolgd door de aanduiding van de (onder)gemandateerde functionaris).

    Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening.

  • 4. In geval van volmacht of machtiging luidt de ondertekening als volgt:

    NAMENS DE STAAT DER NEDERLANDEN

    DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

    namens deze,

    (gevolgd door de aanduiding van de gevolmachtigde functionaris).

  • 5. Het krachtens volmacht of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt:

    NAMENS DE STAAT DER NEDERLANDEN

    DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

    namens deze,

    (gevolgd door de aanduiding van de gevolmachtigde functionaris).

    Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening.

Artikel 12 (inwerkingtreding)

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2022, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2023.

Artikel 13 (citeertitel)

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging RDW voor de uitvoering van de Wet vrachtwagenheffing.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers

Mededeling

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, ter attentie van Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, afdeling Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, postbus 20901, 2500 EX Den Haag.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:

  • a. naam en adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer of kenmerk);

  • d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen;

  • e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt.

Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift.

Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden ingediend.

Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens de rechtspersoon op te treden.

TOELICHTING

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: Minister) is verantwoordelijk voor de tolheffing in het kader van de Wet vrachtwagenheffing. De uit te voeren taken worden belegd bij publieke uitvoeringsorganisaties. In dat kader is de Dienst Wegverkeer (hierna: RDW) gepositioneerd als centrale uitvoerder van de taken van de tolheffer en is het gewenst dat de Minister bepaalde bestuursrechtelijke bevoegdheden die met de inning van de vrachtwagenheffing samenhangen, aan de RDW mandateert.

De RDW is een zelfstandig bestuursorgaan met eigen rechtspersoonlijkheid. Om namens de Minister privaatrechtelijke handelingen en de daarmee samenhangende feitelijke handelingen te kunnen verrichten voor het innen van de tolheffing voor de Minister, heeft de RDW volmacht en machtiging van de Minister nodig (artikel 3). In geval van privaatrechtelijke rechtshandelingen heet de vertegenwoordigingsbevoegdheid geen mandaat maar volmacht. Bij feitelijke handelingen gaat het om machtiging. Het gaat hierbij om werkzaamheden en handelingen in de realisatiefase en exploitatiefase op grond van de Wet vrachtwagenheffing en de Wet implementatie EETS-richtlijn.

Artikel 5 geeft de RDW de mogelijkheid om aan hem gemandateerde bevoegdheden onder te mandateren aan zijn medewerkers. Zonder deze expliciete toestemming zou dat niet mogelijk zijn (artikel 10:9, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht).

In de artikelen 6 tot en met 11 zijn de kaders aangegeven waarbinnen de mandatering, volmacht en machtiging van de uitoefening van de bevoegdheden en handelingen zal plaatsvinden.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers

Naar boven