TOELICHTING
1. Inleiding
Het doel van de REACT-EU-middelen, beschikbaar gesteld door de Europese Unie, is om
extra ondersteuning te bieden vanwege de grote impact die de COVID-19 crisis heeft
en de onevenredige gevolgen die juist kwetsbare werkenden en werkzoekenden ervaren
hierdoor. Op 23 november 2021 heeft de Europese Commissie bevestigd dat Nederland
voor 2022 extra middelen ontvangt in het kader van REACT-EU. Dit betekent dat € 60,35
mln. extra budget zal worden toegevoegd aan investeringsprioriteit D van de Subsidieregeling
ESF 2014–2020. Investeringsprioriteit D is gericht op de bevordering van het crisisherstel
in de context van de COVID-19-pandemie en de voorbereiding van een groen, digitaal
en veerkrachtig herstel van de economie.
Daarnaast was na het eerste aanvraagtijd voor REACT-EU Sectoren t.b.v. ondersteuning
van kwetsbare werkenden sprake van onderuitputting van het budget. Om de REACT-EU
middelen optimaal te benutten wordt een aantal voorwaarden aangepast en een tweede
aanvraagtijdvak geopend. Hiermee wordt beoogd het bereik van de regeling te vergroten
en meer kwetsbare werkenden te ondersteunen.
2. Inhoud van de wijzigingen die betrekking hebben op III van Investeringsprioriteit
D
Om tot een optimale besteding van de REACT-EU middelen te komen is besloten om voor
projecten binnen Hoofdstuk III van investeringsprioriteit D het subsidiepercentage
te verhogen naar 100%. Op basis van hoofdstuk III kan subsidie worden aangevraagd
voor de ondersteuning van kwetsbare werkenden.
Het verhogen van het subsidiepercentage is een uitzonderlijke maatregel die bezien
moet worden in het licht van de extra ondersteuning benodigd voor begeleiding en scholing
van kwetsbare werkenden vanwege de COVID-19 crisis. Door een subsidiepercentage van
100% te hanteren worden ook de meest getroffen sectoren in staat gesteld om projecten
te initiëren in het kader van deze regeling. Ook wordt zo voorkomen dat het niet beschikken
over voldoende cofinanciering een drempel opwerpt. Een voorwaarde die met het eerdere
subsidiepercentage van maximaal 75% gold.
Het verhoogde subsidiepercentage zal gelden voor subsidieaanvragen in het kader van
hoofdstuk III van investeringsprioriteit D. Het verhoogde percentage zal met terugwerkende
kracht toegepast worden op reeds beschikte aanvragen op basis van dit hoofdstuk uit
het eerste aanvraagtijdvak.
Een tweede wijziging heeft ook betrekking op hoofdstuk III. Voor dit hoofdstuk zal
de looptijd worden verlengd van 31 december 2022 naar 31 maart 2023. Deze verlengde
looptijd tot en met 31 maart 2023 geldt voor subsidieaanvragen in het kader van hoofdstuk
III, zowel voor de aanvragen in het tweede aanvraagtijdvak als de reeds beschikte
aanvragen in het eerste aanvraagtijdvak.
Vanwege deze aanpassingen in de subsidieregeling zal een tweede aanvraagtijdvak worden
opengesteld voor projecten onder hoofdstuk III zodat aanvragers die onder de oude
voorwaarden niet in staat waren om een project op te zetten alsnog hiertoe in de gelegenheid
worden gesteld. Daarnaast kunnen aanvragers die in het eerste aanvraagtijdvak een
aanvraag hebben ingediend een aanvraag indienen om hun project uitbreiden. Dit aanvraagtijdvak
zal open staan van 3 februari 2022 tot en met 18 maart 2022.
De verdelingssystematiek met subsidieplafonds per sector is geschrapt. Dit betekent
dat er geen maximum wordt gesteld aan het bedrag voor projectaanvragen. Wel geldt
nog steeds de minimumprojectomvang van € 250.000. Een uitzondering hierop wordt gemaakt
voor de volgende sectoren die zijn opgenomen in bijlage 3e, te weten Delfstoffenwinning
(B), Energievoorziening (D), Waterbedrijven en afvalbeheer (E), Verhuur en handel
van onroerend goed (L), Huishoudens (T) en Extraterritoriale organisaties (U). Uit
onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt namelijk dat absoluut
gezien er minder kwetsbare werkenden werkzaam zijn in deze sectoren dan in andere
sectoren. De minimumprojectomvang per sector is te vinden in bijlage 3e bij deze regeling.
De toekenning van subsidie op basis van hoofdstuk III zal plaatsvinden op volgorde
van binnenkomst van volledige subsidieaanvragen, conform artikel 8.
3. Gevolgen voor de uitvoering en het risico op misbruik of oneigenlijk gebruik (UMO)
Op de voorgestelde wijzigingen is door Uitvoering van Beleid, onderdeel van het Ministerie
van SZW en uitvoerder van deze regeling, een uitvoeringstoets uitgevoerd.
Gezien de zeer beperkte inhoudelijke wijzigingen (feitelijk alleen een extra tijdvak,
eventueel een kwartaal langere projectperiode, een andere rangschikkingsmethode, en
een hoger subsidiepercentage van maximaal 100%) resulteert deze UMO-toets niet in
significante uitvoeringsrisico's of risico's op mis- of oneigenlijk gebruik.
4. Financiële gevolgen
Met deze regelwijziging wordt het subsidiepercentage gewijzigd voor een beperkt deel
van de regeling, namelijk voor aanvragen op basis van hoofdstuk III. Het subsidieplafond
wordt niet aangepast. De aanpassing van het subsidiepercentage van reeds lopende projecten
uit het eerste aanvraagtijdvak en de nieuwe projecten uit het tweede aanvraagtijdvak
kunnen daarmee verleend worden tot het oorspronkelijke plafond van deze regeling bereikt
wordt.
Om de bestedingen binnen investeringsprioriteit D te kunnen verantwoorden naar de
Europese Commissie (EC) zal het Programmadocument moeten worden aangepast op het nieuwe
subsidiepercentage. Dit zal in 2022 ter accordering worden voorgelegd aan de Europese
Commissie. Omdat de voorgestelde wijzigingen binnen de Europese regelgeving passen
en reeds besproken zijn met de EC levert deze regelwijziging conform voorgenomen aanpassing
van het Programmeringsdocument een beperkt financieel risico op dat optreedt als de
EC uiteindelijk toch niet instemt met de aanpassing.
5. Juridische aspecten, staatssteuntoets en privacytoets
Op grond van REACT-EU zijn aanvullende middelen toegevoegd aan het ESF. Deze regeling
geeft uitvoering aan de wijzigingen die in de Gemeenschappelijke Bepalingen Verordening1 zijn aangebracht in verband met REACT-EU.
Omdat rechtstreeks werkende bepalingen uit verordeningen in beginsel niet in nationale
bepalingen worden overgenomen, zullen ook de bovengenoemde Europese verordeningen
geraadpleegd moeten worden voor een compleet beeld van de toepasselijke voorschriften.
Een van de voorschriften die om die reden niet in deze wijzigingsregeling is opgenomen
is de evaluatiebepaling. Op grond van artikel 92 ter van de Gemeenschappelijke Bepalingen
Verordening beoordelen de lidstaten uiterlijk op 31 december 2024 de effectiviteit
van de aanvullende middelen uit REACT-EU in het licht van hun doel.
Met de voorgenomen wijzigingen is geen sprake van staatsteun of de verwerking van
persoonsgegevens.
6. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Daarmee wordt afgeweken van het kabinetsbeleid
voor vaste verandermomenten en een minimuminvoeringstermijn voor regelgeving, zoals
vastgelegd in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. De reden daarvoor
is gelegen in de aard van de subsidie. De subsidie is bestemd voor crisisherstel tijdens
de COVID-19-pandemie. Afwijken van de minimuminvoeringstermijn is in het belang van
de deelnemers aan de projecten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt
verleend. De subsidieaanvragers zijn voorafgaand aan publicatie geïnformeerd over
de openstelling van de tijdvakken, zodat zij zich op de indiening van een aanvraag
hebben kunnen voorbereiden.
De bepaling over de verhoging van het subsidiepercentage tot 100% voor activiteiten
op basis van hoofdstuk III werkt terug tot en met 11 oktober 2021. Deze bepaling is
begunstigend. De beschikkingen die aanvragers hebben ontvangen zullen worden aangepast
in verband met het extra beschikbare percentage van 25%.
De datum van inwerkingtreding is met de uitvoerder van deze regeling, Uitvoering van
beleid (UVB), afgestemd. UVB heeft aangegeven dat de regeling vanaf de dag na de datum
van publicatie uitvoerbaar is.
Artikelsgewijs
Artikel I. Wijziging Subsidieregeling ESF 2014–2020
Onderdeel A
In dit artikel is geregeld dat voor activiteiten zoals bedoeld in hoofdstuk III van
bijlage 1a maximaal 100% van de subsidiabele kosten wordt gefinancierd, waar dit voorheen
maximaal 75% bedroeg. Op deze wijze worden de crisismiddelen maximaal ingezet.
Aan deze bepaling wordt terugwerkende kracht verleend zodat reeds gedane aanvragen
op basis van deze twee hoofdstukken eveneens worden verhoogd tot 100%. Dat is hierboven
toegelicht in paragraaf 6.
Onderdeel B
Het tijdvak om een subsidieaanvraag in te dienen voor een activiteit als bedoeld in
hoofdstuk III (kwetsbare werkenden) van bijlage 1a wordt opnieuw opengesteld. In dit
onderdeel wordt de nieuwe aanvraagperiode vastgesteld.
Aanvragen worden, conform artikel 8, behandeld op volgorde van binnenkomst.
Onderdeel C
Artikel D.26 van bijlage 1a vervalt, nu de verdelingssystematiek op basis van volgorde
van binnenkomst van volledige aanvragen zal geschieden. Dit is geregeld in artikel
8.
Onderdeel D
De einddatum van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd op grond van hoofdstuk
III, wordt verlengd. De activiteit dient uiterlijk 31 maart 2023 te zijn beëindigd.
Dit geldt voor zowel de aanvragen gedaan in het tweede aanvraagtijdvak als de reeds
beschikte aanvragen in het eerste aanvraagtijdvak.
Onderdeel E
Bijlage 3e wordt vervangen door bijlage 3e zoals opgenomen in de bijlage bij deze
regeling. De bijlage is gewijzigd ten opzichte van de vorige regeling omdat de verdelingssystematiek
is geschrapt. De tabel in de bijlage is daardoor alleen nog relevant voor de minimumprojectomvang.
De verwijzingen naar de artikelen in hoofdstuk III, bijlage 1a, is hierop aangepast.
De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,
C.J. Schouten