De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op artikel 5.10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet luchtvaart;
BESLUIT:
ARTIKEL I
De Tijdelijke regeling sluiting luchtruim Vught wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘3.700 meter (2 NM)’ vervangen door ‘1,8 NM (3.333 meter)’.
2. Aan het tweede lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel
b door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:
B
In artikel 3, tweede lid, wordt ‘2023’ vervangen door ‘2024’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
Met deze regeling wordt de sluiting van het luchtruim boven de Penitentiaire Inrichting
Vught (hierna PI Vught) tot een hoogte van 1500 ft (ongeveer 450 meter) verlengd tot
1 januari 2024.
De aanleiding is de verlenging met een jaar van het veiligheidsrisicogebied op de
grond, waartoe de burgemeester van Vught heeft besloten. De onderhavige wijzing sluit
daarop aan, zoals de oorspronkelijke regeling. Het verhoogde risico op vluchtpogingen
van gedetineerden met hulp van buitenaf is het afgelopen half jaar, waarin de regeling
van kracht was, niet afgenomen. De verlenging geldt in tegenstelling tot de oorspronkelijke
regeling niet voor een half jaar, maar voor een jaar. De reden hiervoor is dat gebleken
is dat een evaluatie na een half jaar een dermate korte termijn beslaat dat het veiligheidsbeeld
daarin niet wezenlijk verandert.
De oorspronkelijke radius van 2 nautische mijlen (3,7 kilometer) gemeten vanuit het
hart van de PI Vught is iets verkleind naar 1,8 nautische mijlen (circa 3,3 kilometer).
De reden hiervoor is een modelvliegclub die zich net aan de rand van het gesloten
luchtruim bevindt en onnodig beperkt werd in zijn modelvliegmogelijkheden.
Vluchten uitgevoerd door de brandweer worden nu uitgezonderd van het verbod. Dit was
in de oorspronkelijke regeling nog niet expliciet opgenomen. Bij de opsporing en bestrijding
van branden kan door de brandweer gebruik worden gemaakt van onbemande luchtvaartuigen.
Daarom is wenselijk dat deze vluchten worden uitgezonderd van het vliegverbod.
Effecten op de administratieve lasten en nalevingskosten
De onderhavige regeling brengt geen nieuwe administratieve lasten en nalevingskosten
met zich mee. De regeling is daarom niet voorgelegd aan ATR. De wijzigingen zijn louter
operationeel van aard.
Internetconsultatie
Er is geen internetconsultatie uitgevoerd voor deze regeling, omdat het hier spoedregelgeving
betreft.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Hiermee wordt afgeweken van de vaste
verandermomenten en de vereiste invoeringstermijn van twee maanden. De reden hiervoor
is dat hier sprake is van spoedregelgeving (AR. 4.17, vijfde lid, onderdeel b) omdat
het wenselijk is luchtvaartuigen die gebruikt worden door de brandweer spoedig onder
de uitzonderingen te brengen. Tevens wordt hiermee voorkomen dat de regeling vervalt.
Deze regeling wordt, naast de publicatie ervan in de Staatscourant, ook via een Notice
to Airmen (NOTAM) bekendgemaakt.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers