Wijziging van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden in verband met de invoering van de verplichting tot digitaal procederen bij de Hoge Raad in strafzaken

Op 23 november 2022 heeft de gerechtsvergadering van de Hoge Raad de onderstaande wijziging van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden vastgesteld. De wijziging treedt op 1 januari 2023 in werking.

Paragraaf 4.2 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden luidt als volgt:

Paragraaf 4.2 Gebruik van het webportaal van de Hoge Raad in strafzaken1

4.2.1. De tweede meervoudige kamer van de Hoge Raad bepaalt, in overeenstemming met de procureur-generaal welke procesdeelnemers de mogelijkheid hebben in een strafzaak gebruik te maken van het webportaal van de Hoge Raad.

4.2.2. De tweede meervoudige kamer van de Hoge Raad kan, in overeenstemming met de procureur-generaal, bepalen dat in één of meer categorieën van zaken de in artikel 432a Sv bedoelde verplichting tot digitaal procederen niet geldt. Ook in zaken waarin geen wettelijke verplichting tot digitaal procederen geldt, staat voor de onder 4.2.1. bedoelde procesdeelnemers de mogelijkheid open om bij de Hoge Raad digitaal te procederen.

4.2.3. De onder 4.2.1. en 4.2.2. bedoelde besluiten worden bekend gemaakt op de website van de Hoge Raad.

4.2.4. Indien en voor zover een procesdeelnemer ingevolge artikel 432a Sv in samenhang met de onder 4.2.2. bedoelde besluiten in een procedure bij de tweede meervoudige kamer van de Hoge Raad verplicht is digitaal te procederen, verricht hij alle proceshandelingen, waaronder het indienen van stukken en verzoeken, uitsluitend in het webportaal. Op de voet van artikel 554 lid 5 Sv bepaalt de Hoge Raad dat deze verplichting ook geldt voor de proceshandelingen die de onder 4.2.1 bedoelde procesdeelnemers verrichten in een prejudiciële procedure bij de Hoge Raad op de voet van artikel 553 Sv.

4.2.5. Ook indien een procesdeelnemer in een zaak niet ingevolge wettelijk voorschrift verplicht is digitaal te procederen, maar gebruik maakt van de in artikel 4.2.2., laatste volzin, bedoelde mogelijkheid digitaal te procederen, verricht hij in die zaak vanaf dat moment alle proceshandelingen, waaronder het indienen van stukken en verzoeken, uitsluitend in het webportaal. Van digitaal procederen in deze zin is sprake indien en vanaf het moment dat een (gemachtigde van een) procesdeelnemer in de desbetreffende zaak een bericht en/of document heeft geplaatst in het webportaal.

4.2.6. Verricht een (gemachtigde van een) procesdeelnemer die ingevolge wettelijk voorschrift verplicht is digitaal te procederen of die gebruik maakt van de mogelijkheid digitaal te procederen een proceshandeling niet in het webportaal maar op de voor procesdeelnemers die niet digitaal procederen voorgeschreven wijze, dan wordt de procesdeelnemer de gelegenheid geboden tot herstel van zijn verzuim van de in artikel 4.2.4, respectievelijk artikel 4.2.5. genoemde verplichting binnen een daartoe door de rolraadsheer gestelde termijn.

4.2.7. Van het bepaalde in artikel 4.2.4. tot en met 4.2.6. kan in bijzondere gevallen op verzoek van de betrokken procesdeelnemer of ambtshalve door de rolraadsheer worden afgeweken.

4.2.8. Tenzij hierna anders is bepaald of de rolraadsheer in een bepaald geval anders heeft beslist, kan een door een advocaat te verrichten proceshandeling in het webportaal feitelijk ook worden verricht door een gemachtigde van de advocaat, mits deze gemachtigde beschikt over een inlogmiddel als bedoeld in artikel 2.1.1.f.

4.2.9. Tenzij hierna anders is bepaald of de rolraadsheer in een bepaald geval anders heeft beslist, wordt een proceshandeling in het webportaal, die feitelijk is verricht door een gemachtigde van een advocaat, geacht te zijn verricht door de advocaat die de machtiging heeft verleend.

4.2.10 Indien een procesdeelnemer digitaal procedeert, vindt toezending van (afschriften van) processtukken, alsmede kennisgeving van beslissingen, aan deze procesdeelnemer uitsluitend plaats door het plaatsen van (afschriften van) deze documenten in het webportaal. Als de datum en het tijdstip waarop een (afschrift van) een processtuk of de kennisgeving van een beslissing aan een procesdeelnemer is verzonden, gelden de datum en het tijdstip waarop een (afschrift) van dat document wordt geplaatst in het webportaal.

4.2.11. Waar ingevolge een wettelijke regeling of ingevolge dit reglement een proceshandeling schriftelijk dient te geschieden, wordt ingeval een procesdeelnemer digitaal procedeert aan deze verplichting voldaan door plaatsing van een bericht en/of document in het webportaal, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift of door de rolraadsheer anders is bepaald.

4.2.12. Een bericht of document dat door een procesdeelnemer in het webportaal is geplaatst, geldt als ondertekend door deze procesdeelnemer. Is deze procesdeelnemer een gemachtigde die niet de hoedanigheid van advocaat heeft, dan dient het bericht of document te zijn voorzien van de handtekening van een advocaat, indien en voor zover bij of krachtens de wet of ingevolge de rechtspraak van de Hoge Raad of dit reglement ondertekening door een advocaat is vereist.

4.2.13. Als tijdstip waarop een bericht of document door de Hoge Raad is ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht of document het webportaal heeft bereikt. Dit tijdstip wordt vermeld in de in artikel 2.3.7. genoemde ontvangstbevestiging.

4.2.14. Wordt een proceshandeling verricht na het verstrijken van de daarvoor geldende termijn en is de procesdeelnemer van oordeel dat deze termijnoverschrijding het verontschuldigbare gevolg is van een technische verstoring, dan dient hij dit ten tijde van de verrichting van de proceshandeling uitdrukkelijk kenbaar te maken.

De griffier van de Hoge Raad der Nederlanden, J. Storm


X Noot
1

In verband met de wijziging van het Procesreglement zal ook het Besluit dat onder het procesreglement “hangt” worden aangepast. Het huidige besluit is gepubliceerd op de website van de Hoge Raad.

Naar boven