Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 23 november 2022, kenmerk 3448032-1037430-Z, houdende Indexering eigen bijdragen Wlz en Wmo 2023

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport,

ARTIKEL I

Het Besluit langdurige zorg wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.3.1.2, eerste lid, onderdeel b, wordt '€ 10.542' telkens vervangen door '€ 10.710'.

B

In artikel 3.3.2.1, tweede lid, wordt '€ 2.506,00' vervangen door '€ 2.652,40'.

C

Artikel 3.3.2.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt '€ 174,00' vervangen door '€ 184,00' en wordt '€ 913,20' vervangen door '€ 966,60'.

2. In het vierde lid wordt '€ 149,20' vervangen door '€ 158,00'.

D

In artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4° en 5°, wordt '€ 20.869' vervangen door '€ 21.203'.

E

Artikel 3.3.2.4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt '€ 6.325' vervangen door '€ 6.695'.

2. In het tweede en vierde lid wordt '€ 2.695' vervangen door '€ 2.853'.

F

Artikel 3.3.2.4a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en derde lid wordt '€ 20.869' vervangen door '€ 21.203'.

2. In het vierde lid wordt '€ 6.325' vervangen door '€ 6.695'.

ARTIKEL II

De Regeling langdurige zorg wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt '€ 4.011' vervangen door '€ 4.092'.

2. In onderdeel b wordt '€ 6.239' vervangen door '€ 6.366'.

B

Artikel 4.4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt '€ 1.642' vervangen door '€ 1.705', wordt '5,45%' vervangen door '5,75%', wordt '€ 2.514,36' vervangen door '€ 2.649,26' en wordt '€ 4.761,14' vervangen door '€ 5.057,88'.

b. In onderdeel b wordt '€ 1.642' vervangen door '€ 1.705', wordt '5,45%' vervangen door '5,75%' en wordt '€ 4.761,14' vervangen door '€ 5.057,88'.

c. In onderdeel c wordt '€ 1.642' vervangen door '€ 1.705', wordt '5,45%' vervangen door '5,75%', wordt '€ 2.240,56' vervangen door '€ 2.352,06' en wordt '€ 4.761,14' vervangen door '€ 5.057,88'.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt '€ 1.250' vervangen door '€ 1.287', wordt '€ 21.431' telkens vervangen door '€ 21.836' en wordt '13,55%' vervangen door '13,58%'.

b. In onderdeel b wordt '€ 2.397' vervangen door '€ 2.487', wordt '€ 21.431' telkens vervangen door '€ 21.836' en wordt '13,55%' vervangen door '13,58%'.

C

Artikel 4.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt '€ 1.895' vervangen door '€ 2.006'.

2. In onderdeel b wordt '€ 1.059' vervangen door '€ 1.121'.

D

Artikel 4.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt '€ 9.672' vervangen door '€ 9.847'.

2. In onderdeel b wordt '€ 11.452' vervangen door '€ 11.590'.

3. In onderdeel c wordt '€ 7.319' vervangen door '€ 7.446'.

4. In onderdeel d wordt '€ 14.831' vervangen door '€ 15.119'.

ARTIKEL III

Het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.2, eerste lid, onderdeel b, aanhef wordt '€ 10.542' telkens vervangen door '€ 10.710'.

B

In artikel 3.9, tweede en vierde lid, wordt '€ 2.695' vervangen door '€ 2.853'.

C

In artikel 3.11, tweede lid, wordt '€ 2.506,00' vervangen door '€ 2.652,40'.

D

In artikel 3.12, derde lid, wordt '€ 174,00' vervangen door '€ 184,00' en wordt '€ 913,20' vervangen door '€ 966,60'.

E

In artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 4° en 5°, wordt '€ 20.869' vervangen door '€ 21.203'.

F

In artikel 3.14, tweede en vierde lid, wordt '€ 2.695' vervangen door '€ 2.853'.

G

In artikel 3.14a, eerste en derde lid, wordt '€ 20.869' vervangen door '€ 21.203'.

ARTIKEL IV

De Uitvoeringsregeling Wmo 2015 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt '€ 4.011' vervangen door '€ 4.092'.

2. In onderdeel b wordt '€ 6.239' vervangen door '€ 6.366'.

B

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt '€ 1.642' vervangen door '€ 1.705', wordt '5,45%' vervangen door '5,75%', wordt '€ 2.514,36' vervangen door '€ 2.649,26' en wordt '€ 4.761,14' vervangen door '€ 5.057,88'.

b. In onderdeel b wordt '€ 1.642' vervangen door '€ 1.705', wordt '5,45%' vervangen door '5,75%' en wordt '€ 4.761,14' vervangen door '€ 5.057,88'.

c. In onderdeel c wordt '€ 1.642' vervangen door '€ 1.705', wordt '5,45%' vervangen door '5,75%', wordt '€ 2.240,56' vervangen door '€ 2.352,06' en wordt '€ 4.761,14' vervangen door '€ 5.057,88'.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt '€ 1.250' vervangen door '€ 1.287'. wordt '€ 21.431' telkens vervangen door '€ 21.836' en wordt '13,55%' vervangen door '13,58%'.

b. In onderdeel b wordt '€ 2.397' vervangen door '€ 2.487', wordt '€ 21.431' telkens vervangen door '€ 21.836' en wordt '13,55%' vervangen door '13,58%'.

C

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt '€ 1.895' vervangen door '€ 2.006'.

2. In onderdeel b wordt '€ 1.059' vervangen door '€ 1.121'.

D

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt '€ 9.672' vervangen door '€ 9.847'.

2. In het tweede lid wordt '€ 11.452' vervangen door '€ 11.590'.

3. In het derde lid wordt '€ 7.319' vervangen door '€ 7.446'.

4. In het vierde lid wordt '€ 14.831' vervangen door '€ 15.119'.

ARTIKEL V

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder

TOELICHTING

1. Inleiding

Met deze regeling zijn de bedragen voor 2023 vastgesteld die relevant zijn voor de berekening van de eigen bijdrage voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) respectievelijk voor beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015).

2. Eigen bijdrage Wlz en Wmo 2015

Jaarlijks worden enkele parameters in de berekening van de inkomensafhankelijke eigen bijdragen voor de Wlz en het beschermd wonen vanuit de Wmo 2015 geïndexeerd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie (hierna: consumentenprijsindex) dan wel de tabelcorrectiefactor als bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De artikelen 3.3.1.7, eerste lid, Besluit langdurige zorg (hierna: Blz) en 3.7, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (hierna: UB Wmo 2015) schrijven deze indexering voor die jaarlijks met een ministeriële regeling wordt doorgevoerd. Het indexeringspercentage vloeit voort uit de ontwikkeling van consumentenprijsindex en komt voor 2023 uit op 5,84%. Door de hoge inflatie komt het percentage voor 2023 hoger uit dan in de afgelopen jaren het geval was (gemiddeld 1,61% in de periode 2012-2022 en bijna 2% in de laatste drie jaar).

De artikelen II en IV wijzigen de bedragen en percentages genoemd in hoofdstuk 4 van de Regeling langdurige zorg en hoofdstuk 6 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. Het gaat om een bedrag voor zak- en kleedgeld, een bedrag in verband met de premie zorgverzekering, en een aftrekpost en vrijlating die verschillend zijn vastgesteld voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt of juist niet.

3. Effecten op de relevante parameters

Voor Wlz-zorg en beschermd wonen in de Wmo 2015 gelden inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdragen die door het CAK bij de zorggebruikers worden geïnd. Afhankelijk van de woon- en gezinssituatie geldt ofwel de systematiek van de zogenaamde ‘hoge eigen bijdrage’ (HEB) ofwel de ‘lage eigen bijdrage’ (LEB). De HEB geldt als hoofdregel in situaties waarin cliënten zorg en ondersteuning ontvangen in een instelling waarbij de kosten voor het wonen en voedsel zijn inbegrepen (zorg met verblijf). In andere situaties geldt de LEB. Het gaat dan om gevallen waarin de cliënt zelf nog woonlasten draagt en zorg ontvangt via een Volledig Pakket Thuis (VPT), Modulair Pakket Thuis (MPT) of Persoonsgebonden budget (PGB), of als er een partner ‘thuis’ blijft wonen en niet zelf in een instelling verblijft.

Afhankelijk van het inkomen en vermogen kan de HEB in 2023 maximaal € 2.652,40 per maand bedragen. De LEB kent in 2023 een maximum van € 966,60 per maand. De LEB kent tevens een minimum, namelijk € 184,00 per maand. Dit minimum geldt bij een relatief laag inkomen, indien er een thuiswonende partner is of zorg via een VPT wordt ontvangen. De opgelegde eigen bijdrage van de LEB wordt bij zorg via een MPT en PGB echter nog verlaagd met een aftrek van € 158,00, waardoor het maximum in 2023 uitkomt op € 808,60 per maand en het minimum op € 26,00 per maand. Het effect van de indexering is met name zichtbaar in de grenzen van de HEB en LEB, dat wil zeggen de hierboven genoemde minimum- en maximumbijdragen. Indien een persoon, gezien het bijdrageplichtig inkomen, een bijdrage verschuldigd is ten hoogte van een dergelijk minimum of maximum, verhoogt de indexering direct ook de verschuldigde eigen bijdrage met dat indexeringspercentage. Voor cliënten die meer betalen dan een minimale bijdrage maar niet de maximale bijdrage verschuldigd zijn, heeft de indexering van deze ‘grenzen’ geen effect. Echter, omdat er binnen de HEB en LEB (voor zover het gaat om het MPT en PGB) ook aftrekposten zijn die het bijdrageplichtig inkomen of de verschuldigde bijdrage verlagen, heeft de indexering ook effect op de groep cliënten die niet een minimale of maximale bijdrage betaalt. De aftrekposten worden evengoed geïndexeerd aan de hand van de consumentenprijsindex, waarbij een verhoging van de aftrekposten een verlagend effect heeft op de eigen bijdragen.

4. Uitvoering en gevolgen voor de regeldruk

De eigen bijdragen voor Wlz-zorg en het beschermd wonen vanuit de Wmo 2015 worden berekend en opgelegd door het CAK. Jaarlijks ontvangt het CAK de geïndexeerde nieuwe parameters eind augustus van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om aanpassingen in de communicatie en de rekentool op www.hetcak.nl door te voeren. Het CAK heeft aangegeven dat de parameters uiterlijk op 15 november 2022 in de systemen moeten worden doorgevoerd om de juiste eigen bijdragen op te leggen over de eerste perioden in 2023.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het – behoudens eenmalige kennisnemingskosten – geen gevolgen voor de regeldruk heeft.

5. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. Ondanks dat er geen twee maanden zitten tussen de publicatietermijn en inwerkingtreding, zoals het beleid op het gebied van vaste verandermomenten voorschrijft, is toch gekozen voor inwerkingtreding op 1 januari 2023 omdat deze bedragen en percentages per jaar worden vastgesteld.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder

Naar boven