De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Handelende in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming,
Gelet op artikel 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies,
Besluit:
ARTIKEL I
De Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na ‘2022’ ‘en 2023’ ingevoegd.
B
In artikel 4 wordt onder vernummering van het derde tot het vierde lid een lid ingevoegd,
luidende:
C
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘31 december 2022’ vervangen door ‘31 december 2023’.
D
In artikel 10, tweede lid, wordt ‘1 oktober 2023’ vervangen door ‘1 oktober 2024’.
E
In artikel 10a wordt ‘1 januari 2022’ vervangen door ‘1 januari 2023’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
M. van Ooijen
TOELICHTING
Algemeen
Met deze wijzigingsregeling wordt de duur van de Subsidieregeling continuïteit cruciale
jeugdzorg (hierna: de subsidieregeling) wederom met de duur van één jaar verlengd.
Verlenging van de subsidieregeling
In het Bestuurlijk Overleg Rijk-VNG van 11 juli 2019 werd besloten om een bedrag ter
beschikking te stellen om – in geval van acute liquiditeitsproblemen – de continuïteit
van cruciale jeugdzorg te waarborgen. Aan dat besluit is met de Subsidieregeling continuïteit
cruciale jeugdzorg uitvoering gegeven. Deze regeling had oorspronkelijk een looptijd
tot en met 31 december 2021 en werd nadien al verlengd tot en met 31 december 2022.
Nu wordt de werking van de regeling nogmaals met één jaar verlengd tot 31 december
2023.
Verlenging van de regeling wordt noodzakelijk geacht, aangezien de Jeugdautoriteit
(JA) op dit moment betrokken is bij 16 organisaties met een hoog risico op discontinuïteit
van zorg. Dit aantal is met 2 gegroeid ten opzichte van vorig jaar. De risicoanalyse
o.g.v. financiële ratio’s wijst uit dat 40 aanbieders van de ruim 230 een risico op
financiële problemen hebben.
De JA voert periodiek gesprekken met aanbieders met een hoog risico op financiële
problemen. Uit die gesprekken blijkt dat op dit moment bij één een zeer acuut continuïteitsrisico
bestaat. De JA acteert volgens het Draaiboek met betrekking tot deze aanbieder. Daarnaast
zijn bij ook bij andere aanbieders zorgen over de continuïteit van de organisatie
op middellange termijn. Ook hierin acteert de JA volgens het Draaiboek. In totaal
heeft de JA daarom nu 16 organisaties in casuïstiek.
Ofschoon bij de vorige wijziging nog de hoop werd uitgesproken dat het steunbedrag
kon worden afgebouwd, is het toch wenselijk gebleken om de regeling te verlengen.
Dit vanwege een langer dan voorziene doorlooptijd van de Hervormingsagenda en bijbehorende
wetgeving, waarmee beoogd wordt de financiële positie van de jeugdzorg structureel
te verbeteren.
Concluderend is de financiële positie van jeugdhulpaanbieders ook op dit moment dus
nog precair. De huidige stand van ontwikkeling van het jeugdhulpstelsel maakt een
verlenging van de subsidieregeling met één jaar daarom wenselijk.
Gevolgen voor regeldruk
Er zijn geen gevolgen voor de regeldruk.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel I
De wijzigingen A, C, D en E dienen tot de verlenging in tijd van de regeling.
Met wijziging B wordt het voor 2023 gereserveerde bedrag in de regeling opgenomen.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
M. van Ooijen