Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 22 november 2022, nr. 2022-0000609015, houdende regels voor de subsidiëring van de stichting WeConnect (Subsidieregeling stichting WeConnect)

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 6, zevende lid, 11, tweede lid, 22, vierde lid en 24, vijfde lid van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Caribisch deel van het Koninkrijk:

de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius;

minister:

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

stichting:

stichting WeConnect.

Artikel 2

  • 1. De minister kan jaarlijks aan de stichting een subsidie verstrekken voor kosten die direct samenhangen met de volgende activiteiten:

    • a. bevorderen dat studenten die uit het Caribisch deel van het Koninkrijk afkomstig zijn hun studie in Europees Nederland naar behoren afronden;

    • b. bevorderen dat personen die uit het Caribisch deel van het Koninkrijk afkomstig zijn aldaar deel zullen nemen aan de arbeidsmarkt.

  • 2. De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 3

De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting Koninkrijksrelaties blijkt.

Artikel 4

  • 1. De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening in voor 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 2. In afwijking van het eerste lid dient de stichting voor het boekjaar 2023 de aanvraag in voor 1 december 2022.

Artikel 5

  • 1. De stichting dient de aanvraag tot subsidievaststelling in voor 1 april van het jaar volgend op het boekjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 2. In afwijking van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluit BZK-subsidies, hoeft de aanvraag tot subsidievaststelling niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2027.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling stichting WeConnect.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Koninkrijksrelaties A.C. van Huffelen

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Deze regeling bevat regels inzake de subsidieverstrekking aan de stichting WeConnect. De afgelopen vier jaar heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een subsidie aan deze stichting verstrekt ten behoeve van activiteiten waarmee starters op de arbeidsmarkt en studenten uit het Caribisch deel van het Koninkrijk worden ondersteund. Deze subsidie is de afgelopen vier jaar als incidentele subsidie verstrekt (conform artikel 4:23, derde lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht). Het voornemen bestaat om de subsidierelatie met stichting WeConnect ook de komende jaren voort te zetten, maar op grond van artikel 4:23, derde lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht mag een incidentele subsidie slechts voor ten hoogste vier jaar worden verstrekt. Om deze reden is onderhavige subsidieregeling opgesteld, zodat de subsidie de komende vijf jaar1 op grond van een wettelijk voorschrift (conform artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht) kan worden verstrekt.

2. Inhoud van deze regeling

Studenten met een vooropleiding in het Caribisch deel van het Koninkrijk lopen tegen grote uitdagingen aan als zij hun vervolgopleiding in Europees Nederland gaan volgen. Ze worden veelal op zowel sociaal, cultureel en financieel vlak in het diepe gegooid, wat een negatieve invloed kan hebben op het studiesucces van de studenten. Na hun studie blijven Caribische starters op de arbeidsmarkt vaak in Nederland werken, onder meer door de relatief lagere lonen in het Caribisch gebied en de relatief hoge studieschuld die de starters vaak hebben opgebouwd. Ook blijkt dat de starters vaak moeilijk op de Caribische arbeidsmarkt in kunnen stromen, omdat de werkgevers en potentiële werknemers elkaar door de grote afstand tussen Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk moeilijk kunnen vinden. Dit laatste is een belangrijke oorzaak van de capaciteitsproblemen waarmee de overheden in het Caribisch deel van Koninkrijk zich geconfronteerd zien.

Stichting WeConnect heeft tot doel het Caribisch gebied te verbinden met (Europees) Nederland via onder meer educatieve projecten. Studenten en beginnend werkenden uit het Caribisch deel van het Koninkrijk staan hierbij centraal. WeConnect zet zich in voor de bevordering van studiesucces en welzijn van Caribische studenten in Nederland, door hen onder meer een netwerk te bieden, budgettraining te geven, netwerkbijeenkomsten te houden en informatie te verstrekken op scholen in het Caribisch gebied. Tevens stimuleert de stichting beginnend werkenden om in het Caribisch gebied aan het werk te gaan en zo de ambtelijke slagkracht van de eilanden in het Caribisch deel van het Koninkrijk te versterken. Dit doet de stichting onder meer door te helpen bij de werving van het Talent Ontwikkelprogramma Bonaire, United Care Caribbean2 en bemiddeling tussen de arbeidsmarkt en beginnend werkenden.

Om de stichting te ondersteunen bij haar werkzaamheden is de toenmalig Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: BZK) in 2018 een subsidierelatie met de stichting aangegaan. In 2018 bedroeg het subsidiebedrag € 72.000; in de jaren die daarop volgden is dat – mede door de uitbreiding van de werkzaamheden van de stichting – geleidelijk opgelopen tot een bedrag van ongeveer € 155.000 per jaar. De subsidie is verstrekt als een incidentele subsidie op grond van artikel 4:23, derde lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht.

De resultaten van de inzet van stichting WeConnect zijn dusdanig positief dat de subsidierelatie wordt voortgezet. Zoals in de inleidende paragraaf reeds is aangegeven, is hiervoor echter vereist dat een subsidieregeling wordt opgesteld. Daartoe strekt onderhavige regeling.

3. Verhouding met hoger recht

Ingevolge artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht dient een (structurele) subsidie te worden verstrekt op basis van een wettelijk voorschrift. Op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de Kaderwet overige BZK-subsidies kan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties subsidies verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid inzake de Koninkrijksrelaties en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet bepaalt vervolgens dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de in artikel 2 bedoelde activiteiten waarvoor subsidie kan worden vastgesteld, nader worden bepaald. Daartoe strekt onderhavige ministeriële regeling. Al met al wordt met deze ministeriële regeling in combinatie met de Kaderwet overige BZK-subsidies voorzien in de wettelijke grondslag die op grond van artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vereist is.

Naast de Kaderwet BZK-subsidies zijn ook in het Kaderbesluit BZK-subsidies regels opgenomen ten aanzien van subsidies die door de Minister van Binnenlandse Zaken worden verstrekt. In dit besluit zijn onder andere regels opgenomen over de betaling van voorschotten en verplichtingen die de subsidieontvanger heeft wanneer deze een subsidie ontvangt.

Voorts is van belang dat de subsidieregeling toelaatbaar is in het kader van de Europese staatssteunregels. Op deze subsidieregeling zijn de staatssteunregels echter niet van toepassing, omdat in dit geval niet voldaan wordt aan de definitie van staatssteun zoals die is neergelegd in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Er is namelijk geen sprake van een onderneming naar Europees recht nu er voor dit project geen economische activiteiten worden uitgevoerd door de begunstigde. Ook is er geen sprake van (potentiële) vervalsing van de mededinging dan wel een (dreigende) ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer van de EU.

4. Gevolgen

Deze subsidieregeling brengt geen (algemene) regeldrukeffecten voor burgers en bedrijven met zich mee, omdat deze regeling een subsidieregeling betreft en bovendien slechts betrekking heeft op één stichting. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft.

5. Financiële gevolgen

Zoals hierboven reeds naar voren is gekomen, kan de stichting jaarlijks een subsidie aanvragen voor de in artikel 2 genoemde activiteiten. Het subsidiebedrag dat aan de stichting wordt toegekend, kan jaarlijks verschillen. In 2018 was het subsidiebedrag nog € 72.000; inmiddels is het bedrag opgelopen naar € 155.000. De middelen die met deze subsidie samenhangen, zijn niet louter afkomstig van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De afgelopen jaren hebben namelijk ook de ministeries van OCW, SZW, EZK, LNV en VWS middelen beschikbaar gesteld voor deze subsidie. Deze middelen worden vervolgens gebundeld en door de Staatssecretaris van BZK als subsidie aan de stichting verstrekt.

Artikelsgewijs

Artikel 2

Uit artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet Overige BZK-subsidies volgt dat bij ministeriële regeling de activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt, nader kunnen worden bepaald. Dit gebeurt in artikel 2 van deze regeling. In dit artikel is bepaald dat in de eerste plaats een subsidie aan de stichting WeConnect kan worden verstrekt voor activiteiten die bevorderen dat Caribische studenten die in Europees Nederland studeren hun studie naar behoren kunnen afronden. Het begrip ‘studenten’ dient hierbij ruim te worden opgevat: het gaat hierbij niet enkel om studenten die hoger onderwijs volgen, maar ook om studenten die beroepsonderwijs volgen. Wel is het zo dat de stichting zich voornamelijk richt op studenten uit het hoger onderwijs. In de tweede plaats kan een subsidie worden verstrekt voor activiteiten waarmee bevorderd wordt dat personen die afkomstig zijn uit het Caribisch deel van het Koninkrijk ook daar aan de arbeidsmarkt deel gaan nemen. Op deze wijze kan een zogenoemde ‘kennisvlucht’ of ‘braindrain’ op de Caribische eilanden worden tegengegaan.

Artikel 3

Uit artikel 3, tweede lid, van de Kaderwet Overige BZK-subsidies volgt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een subsidieplafond moet worden vastgesteld. Artikel 3 van deze regeling geeft invulling aan deze verplichting door te bepalen dat het subsidieplafond het bedrag is dat uit de begroting Koninkrijksrelaties blijkt. Dit betekent dat in een bepaald jaar ten hoogste het bedrag aan de stichting WeConnect kan worden verstrekt dat in de begroting Koninkrijksrelaties voor dat betreffende jaar vermeld staat.

Artikel 4

In dit artikel is geregeld dat de stichting WeConnect voor 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft een subsidieaanvraag in kan dienen. Aangezien deze regeling na 1 oktober 2022 gepubliceerd is, is de uiterlijke aanvraagdatum voor het boekjaar 2023 bepaald op 1 december 2022 (artikel 4, tweede lid).

Gelet op de ervaringen uit het verleden, is de verwachting dat het doorgaans om een subsidiebedrag zal gaan van € 125.000 of meer. Indien de verstrekte subsidie inderdaad meer dan € 125.00 bedraagt, zijn op de subsidie de regels van artikel 18 van Kaderbesluit BZK-subsidies (hierna: Kaderbesluit) van toepassing. Dit betekent dat na de subsidieverlening het subsidiebedrag zal worden verstrekt in de vorm van een maximumbedrag voor een nog te verrichten prestatie-eenheid. Deze prestatie-eenheid wordt in de verleningsbeschikking nader omschreven op basis van de ingediende subsidieaanvraag. Ingevolge artikel 23, derde lid, van het Kaderbesluit wordt in de beschikking tot subsidieverlening tevens de wijze van bevoorschotting opgenomen.

Verder is in artikel 21 van het Kaderbesluit opgenomen aan welke verplichtingen de subsidieontvanger dient te voldoen. Het gaat hier onder andere om de verplichting om de activiteit uit te voeren overeenkomstig de omschrijving van de activiteit in de verleningsbeschikking (artikel 21, onderdeel a) en de verplichting om mee te werken aan een evaluatieonderzoek (artikel 21, onderdeel d).

Artikel 5

Nadat de subsidie is verleend en in het betreffende boekjaar de activiteiten zijn uitgevoerd, is op grond van artikel 5 van de regeling vereist dat de stichting WeConnect nog een aanvraag tot subsidievaststelling indient. Vervolgens wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken een vaststellingsbeschikking vastgesteld waarin de definitieve hoogte van de subsidie wordt vastgesteld. De aanvraag tot subsidievaststelling dient de stichting vóór 1 april van het jaar volgend op het boekjaar waarop de subsidie betrekking heeft in te dienen. Ingevolge artikel 24, vierde lid, van het Kaderbesluit vindt hierbij verantwoording plaats van het totaal van de geleverde prestaties en gerealiseerde kosten.

Op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluit BZK-subsidies dient de aanvraag tot subsidievaststelling bij een subsidie boven de € 125.000 vergezeld te gaan met een controleverklaring van de accountant. In artikel 24, vijfde lid, van het Kaderbesluit is BZK-subsidies is echter bepaald dat bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat geen controleverklaring van de accountant behoeft te worden meegestuurd. In artikel 5, tweede lid, van deze regeling is dit inderdaad geregeld. Dit betekent dat de stichting WeConnect bij haar aanvraag tot subsidievaststelling geen controleverklaring hoeft mee te sturen.

Artikel 6

In artikel 6 is bepaald dat de regeling in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling is geplaatst. Hiermee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn. Dit is gedaan om te bewerkstelligen dat de Stichting WeConnect in 2022 nog een subsidieaanvraag in kan dienen voor het boekjaar 2023. Het afwijken van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn is niet bezwaarlijk, omdat het een begunstigende regeling betreft. Ook is de stichting op de hoogte gebracht van (de voorbereidingen aan) de subsidieregeling.

Verder is in dit artikel opgenomen dat de subsidieregeling met ingang van 1 januari 2027 vervalt. Hiermee wordt voldaan artikel 4.10, tweede lid, van de Comptabiliteitswet, waarin geregeld is dat een subsidieregeling in beginsel ten hoogste vijf jaar mag duren.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Koninkrijksrelaties A.C. van Huffelen


X Noot
1

Gelet op artikel 4.10 van de Comptabiliteitswet dient de subsidieregeling na ten hoogste vijf jaren te vervallen. Daarom vervalt de regeling met ingang van 1 januari 2027. Te zijner tijd wordt dan bekeken of de subsidieregeling wordt verlengd.

X Noot
2

Het betreft hier een website die is opgezet voor mensen die zich oriënteren op een studie in de zorg.

Naar boven