Afbouw

Bedrijfstakeigen regelingen 2022/2026

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 februari 2022 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingen

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van het Technisch Bureau Afbouw namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven;

Partijen ter andere zijde: FNV en CNV Vakmensen.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingen1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Artikel 1 lid 2 van de cao komt te luiden:

‘Artikel 1 Definities

2. CAO Afbouw:

de landelijke collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw, lopende van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023.’

Na artikel 16 lid 1 van de cao wordt lid 1a toegevoegd en komt te luiden en artikel 16 lid 2 komt te luiden:

‘Artikel 16 80/90/100-regeling

  • 1.

    • a. Een werknemer van 61,5 jaar of ouder kan deelnemen aan de 80/90/100-regeling. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

      • de leeftijdsgrens van 61,5 jaar (peildatum 1 januari 2022) stijgt mee met de stijging van de AOW-leeftijd;

      • de werknemer heeft ten minste 10 van de laatste 15 jaar onder de cao Afbouw en/of de voormalige cao voor het natuursteenbedrijf gewerkt; en

      • de werknemer levert zijn roostervrije dagen in.

  • 2. Op de leden 1 en 1a zijn de algemene loonsverhogingen van de cao Afbouw van toepassing.’

BIJLAGE 4 REGLEMENT DUURZAME INZETBAARHEID, ALS BEDOELD IN ART. 15 EN 16

Artikel 10 lid 1 komt te luiden:

‘Artikel 10 80/90/100 regeling

  • 1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 van de cao kunnen werknemers vanaf 57 jaar recht hebben op deelname aan de 80/90/100-regeling: de werknemer werkt gedurende 80% van zijn werkweek, de werkgever betaalt 90% van het voor de verkorting van de arbeidsduur overeengekomen loon voor die werkweek en de pensioenopbouw blijft gebaseerd op 100%. Bij deeltijd geldt de regeling naar rato. In individuele gevallen kan per besluit van cao-partijen worden afgeweken van de in artikel 16 lid 1 van de cao genoemde leeftijdsgrens.’

Artikel 11 lid 2 komt te luiden en artikel 11 lid 6 wordt toegevoegd en komt te luiden:

‘Artikel 11 Financiële middelen

  • 2. Jaarlijks stelt het O&O fonds het budget vast voor de 80/90/100 regeling, Mijn Loopbaan, de uitvoering van de afzonderlijke trajecten en de maatregelen.

  • 6. Instroom in de 80/90/100 regeling is mogelijk voor zover het budget dat toelaat.’

BIJLAGE 6 REGLEMENT ZWARE BEROEPEN VAN DE STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS AFBOUW, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 18

Artikel 1 lid 7 wordt toegevoegd en komt te luiden:

‘Artikel 1 Definities

7. Partner:

Een partner wordt in dit reglement gelijkgesteld aan de echtgenoot (echtgenote) als wordt overgelegd:

  • a. een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst; of

  • b. een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit blijkt dat de werknemer en zijn partner ten minste 1,5 jaar op hetzelfde adres zijn ingeschreven.

Een wettelijk geregistreerde partner wordt altijd gelijkgesteld aan een echtgenoot (echtgenote).’

Artikel 11 lid 4 wordt toegevoegd en komt te luiden:

‘Artikel 11 Einde van de uitkering

  • 4. Ingeval van overlijden van de uitkeringsgerechtigde wordt de uitkering maandelijks door de uitvoeringsorganisatie betaald aan diens partner zoals gedefinieerd in artikel 1 lid 7 van dit reglement. Dit gebeurt onder dezelfde voorwaarden en beperkingen, met dien verstande dat de uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overleden uitkeringsgerechtigde zijn AOW-gerechtigde leeftijd zou hebben bereikt;’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 21 februari 2022

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes

Naar boven