Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2022, nr. WJZ/ 22528525, houdende wijziging van het Besluit uitzondering identificatieplicht half wilde paardachtigen in verband met een wijziging van aangewezen terreinen met populaties van half wilde paardachtigen

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 60 van verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (Pb EU 2019, L 314) en artikel 4.8 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren;

Besluit:

ARTIKEL I

De tabel in artikel 1 van het Besluit uitzondering identificatieplicht half wilde paardachtigen wordt als volgt gewijzigd:

1. De rijen die betrekking hebben op ‘Herperduin’, ‘Laurabossen’, en ‘Witte Veen’ vervallen.

2. Na de rij die betrekking heeft op ‘Kollumerwaard’ wordt de volgende rij ingevoegd:

Kraansvlak

Begrazingsgebied nabij Sterrewacht bij Tetterodeweg 25

2051 EG Overveen

3. Na de rij die betrekking heeft op ‘Kropswolderbuitenpolder’ wordt de volgende rij ingevoegd:

De Lange Bleek

Lange Bleek 1

6029 RW Sterksel

4. De rij die betrekking heeft op ‘Maashorst’ komt te luiden:

Maashorst en Herperduin

Nabij Schaijkseweg 5

5373 KL Herpen

5. Na de rij die betrekking heeft op ‘Slikken van Flakkee’ wordt de volgende rij ingevoegd:

Slufter

Krimweg 73

1795 LR De Cocksdorp

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 4 november 2022

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit P. Adema

Belanghebbenden kunnen bezwaar maken binnen zes weken na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het besluit wordt geplaatst. Het bezwaarschrift moet door de indiener zijn ondertekend en bevat ten minste zijn naam en adres, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden waarop het bezwaar rust. Dit bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle.

TOELICHTING

In artikel 58 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 2019/20351 is bepaald dat exploitanten van paardachtigen ervoor zorgen dat elke paardachtige wordt geïdentificeerd met een injecteerbare transponder en een uniek levenslang geldig identificatiedocument (paardenpaspoort).

Op grond van artikel 60 van deze verordening kunnen lidstaten populaties van half in het wild levende paardachtigen aanwijzen die alleen geïdentificeerd hoeven te worden als ze uit die populatie worden gehaald.

De criteria waaronder een terrein met populaties van half in het wild levende paardachtigen kan worden aangewezen zijn:

  • op de terreinen leven populaties van half in het wild gehouden paardachtigen;

  • het terrein bestrijkt een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 100 ha; en

  • de effectieve veedichtheid bedraagt op gemiddelde jaarbasis minder dan 0,5 dieren ouder dan twaalf maanden per hectare.

Met dit besluit worden drie terreinen aan de bestaande lijst (opgenomen in het Besluit uitzondering identificatieplicht half wilde paardachtigen) toegevoegd en worden twee terreinen van de lijst verwijderd omdat daar geen paarden meer lopen of omdat de beheerder van het terrein aangegeven heeft dat de aanwijzing niet meer nodig is omdat altijd binnen de termijn van artikel 5b.39 van de Regeling houders wordt gechipt. Daarnaast zijn twee terreinen samengevoegd tot één, wat een naamswijziging tot gevolg heeft.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema


X Noot
1

Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (Pb EU 2019, L 314).

Naar boven