De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 42, tweede lid, 43, derde lid, en 45, derde en vierde lid, van
de Zorgverzekeringswet;
Besluit:
ARTIKEL I
De Regeling zorgverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 5.2 wordt ‘2022’ vervangen door ‘2023’ en wordt ‘€ 59.706’ vervangen door
‘€ 66.956’.
B
In artikel 5.3 wordt ‘2022’ vervangen door ‘2023’.
C
Artikel 5.4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste en vierde lid wordt ‘6,75’ vervangen door ‘6,68’.
2. In het tweede en vijfde lid wordt ‘5,50’ vervangen door ‘5,43.
D
In artikel 5.5 wordt ‘2022’ vervangen door ‘2023’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.J. Kuipers
TOELICHTING
Algemeen
Met deze wijzigingsregeling wordt de Regeling zorgverzekering (Rzv) op de volgende
punten aangepast:
-
– het maximum bijdrageloon en -inkomen dat in 2023 voor de heffing van de inkomensafhankelijke
bijdrage (IAB) voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) in aanmerking wordt genomen;
-
– de percentages IAB Zvw voor dat jaar overeenkomstig de begroting (Financieel Beeld
Zorg) 20231.
Deze wijzigingen hebben geen regeldrukeffecten voor burgers, bedrijven, instellingen
of professionals, noch is er sprake van noemenswaardige kennisnemingskosten. Het Adviescollege
toetsing regeldruk (ATR) kan zich verenigen met dit standpunt.
Artikelsgewijs
Artikel I, onderdelen A en B
Het bijdrageloon, bedoeld in artikel 42 van de Zvw, en het bijdrage-inkomen, bedoeld
in artikel 43 van de Zvw, dat voor heffing van de IAB ten hoogste in aanmerking wordt
genomen, bedraagt voor het jaar 2023 € 66.956. Dit bedrag is gelijk aan het maximumpremieloon
voor de werknemersverzekeringen dat bij en krachtens artikel 17, eerste lid, eerste
zin, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) is geregeld voor het jaar
2023.
Artikel I, onderdelen C en D
Het percentage aan IAB dat inhoudingsplichtigen ingevolge artikel 45, eerste lid,
van de Zvw over het loon van hun werknemers verschuldigd zijn (hoge percentage), daalt
van 6,75 in 2022 naar 6,68 in 2023. Ook het percentage aan IAB dat verzekeringsplichtigen
ingevolge artikel 45, tweede lid, van de Zvw over hun bijdrage-inkomen verschuldigd
zijn (lage percentage) daalt, namelijk van 5,50 in 2022 naar 5,43 in 2023. De daling
van beide percentages wordt door de volgende factoren veroorzaakt:
-
• Door loon- en prijsstijgingen komen de zorguitgaven in 2023 naar schatting € 4,3 miljard
hoger uit dan in 2022. Dit leidt tot een stijging van zowel de nominale premie, als
van de noodzakelijke IAB-opbrengsten. De hogere lonen leiden ook tot een hogere IAB
grondslag. Per saldo zorgen de loon- en prijsstijgingen voor een stijging van het
IAB-percentage van 0,27 procentpunt.
-
• Als gevolg van de volumestijging van de zorguitgaven stijgt de IAB met 0,06 procentpunt.
De grondslag waarover de IAB wordt geheven groeit tussen 2022 en 2023 echter ook vanwege
volumeontwikkelingen. Hierdoor daalt het percentage met 0,26 procentpunt. Per saldo
daalt het IAB-percentage vanwege volumeontwikkelingen met 0,20 procentpunt.
-
• De grondslag waarover de IAB werd geheven in 2022 is hoger uitgekomen dan verwacht.
Dit werkt ook door naar de grondslag van 2023, en drukt de IAB met 0,13 procentpunt.
-
• Overige posten zorgen gezamenlijk voor een daling van 0,01 procentpunt.
De percentages zijn zodanig vastgesteld, dat de inkomensafhankelijke bijdragen in
totaal de helft bedraagt van bepaalde inkomsten van het Zorgverzekeringsfonds en de
zorgverzekeraars. Dit zijn in 2023 dezelfde inkomstenbronnen als in 2022.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.J. Kuipers