Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2022, 27686 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2022, 27686 | ander besluit van algemene strekking |
De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,
Gelet op artikel 100, vijfde lid, van de Wet primair onderwijs BES, en de artikelen 14, tweede lid, en 16, tweede en vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO BES 2022;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
Besluit bekostiging WPO BES 2022;
school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
Wet primair onderwijs BES.
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 100, tweede lid, van de wet, bedraagt USD 6.834,67.
Het bedrag per school, bedoeld in artikel 100, tweede lid, van de wet, bedraagt USD 277.345,67.
1. De extra bekostiging, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het besluit, bedraagt voor Bonaire USD 407.368,24. De extra bekostiging, bedoeld in artikel 16, derde lid, van het besluit, bedraagt voor Sint Eustatius en Saba 11,50% van de bedragen, bedoeld in de artikelen 2 en 3.
De aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van het besluit, bedraagt 16% van de bedragen, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4, tweede lid.
De extra bekostiging, bedoeld in artikel 15 van het besluit, bedraagt USD 251.928,55.
De bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, worden uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma
De bekostiging van basisscholen in Caribisch Nederland wordt per kalenderjaar toegekend. In deze regeling worden voor het kalenderjaar 2023 de daarvoor noodzakelijke prijzen en bedragen vastgesteld.
De belangrijkste inhoudelijke wijziging in deze regeling ten opzichte van eerdere regelingen komen voort uit de Wet vereenvoudiging bekostiging primair onderwijs en samenwerkingsverbanden.1 Hiermee is onder andere het verschil tussen materiële instandhouding en personele bekostiging, de bekostiging op basis van de gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) en het onderscheid in de bekostiging tussen onderbouw- en bovenbouwleerlingen komen te vervallen. Dit resulteert in minder verschillende bekostigingsbedragen – een aparte regeling voor materiële instandhouding is bijvoorbeeld niet meer nodig – en wordt het budget eenvoudiger berekend, waardoor scholen en schoolbesturen er beter op kunnen anticiperen.
Kalenderjaarbekostiging
In de oude systematiek werd de personele bekostiging per schooljaar toegekend en de materiële bekostiging per kalenderjaar. In de nieuwe systematiek bestaat het onderscheid tussen personele en materiële bekostiging niet meer en wordt de toekenning van de gehele bekostiging op kalenderjaarbasis berekend. Met het overgaan naar kalenderjaarbekostiging wordt ook het betaalritme vereenvoudigd. Eerder werd er met verschillende betaalritmes gewerkt. Dat maakte de bekostiging en de financiële administratie daarvan complex. In de huidige systematiek wordt in de kalenderjaarbekostiging uitgegaan van een betaalritme in gelijke maandelijkse termijnen.
De intentie is om wijzigingen in de bedragen binnen een kalenderjaar zoveel mogelijk te beperken. Dat komt de duidelijkheid en daarmee de stabiliteit van het financieel beleid van bevoegde gezagsorganen en scholen ten goede. Daarom worden de bedragen voor bekostiging in eerste instantie in het najaar voorafgaande aan het kalenderjaar vastgesteld. De eventueel noodzakelijke aanpassingen van de bedragen gedurende het kalenderjaar worden daarna in principe ‘opgespaard’ tot een definitieve vaststelling in de zomer of het najaar van het kalenderjaar.
De opgenomen prijsaanpassing ten opzichte van de definitief vastgestelde bedragen voor de eerste vijf maanden van het schooljaar 2022-2023 betreft een aanpassing voor prijsontwikkeling. De ontwikkeling van de in deze regeling genoemde bedragen bedraagt 1,2695%. De bedragen in deze regeling zijn voor 89,15% loongevoelig en voor 10,85% prijsgevoelig. De verwachte prijsontwikkeling voor 2023 bepaalt het aanpassingspercentage. De loonontwikkeling voor 2023 volgt in het voorjaar van 2023 en wordt verwerkt in de definitieve vaststelling van deze regeling.
Vanwege aanvraagtermijnen voor 1 januari 2023 en het tijdig kunnen versturen van beschikkingen wordt afgeweken van de vaste verandermomenten. Deze regeling treedt in werking de dag na publicatie in de Staatscourant. Daarmee is het mogelijk om voor 1 januari 2023 aanvragen voor aanvullende bekostiging in te dienen en beschikkingen voor 2023 uit te sturen, zodat besturen en scholen tijdig geïnformeerd worden.
De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma
Wet van 25 februari 2021 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op het voortgezet onderwijs en enkele andere wetten vanwege de vereenvoudiging van de bekostiging van de scholen voor primair onderwijs en samenwerkingsverbanden (Stb. 2021, 171).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-27686.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.