Samenwerkingsprotocol tussen de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV) en de Jeugdautoriteit inzake samenwerking op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere taken van gemeenschappelijk belang, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Ondergetekenden,

Gelet op de wettelijke taken van de IJenV als bedoeld in artikel 9.1, eerste en tweede lid van de Jeugdwet jo. artikel 57 van de Wet Veiligheidsregio’s;

Gelet op de taken van de Jeugdautoriteit als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Jeugdautoriteit;

Overwegende dat op grond van artikel 6, derde lid, van het Instellingsbesluit Jeugdautoriteit, samenwerkingsafspraken dienen te worden gemaakt tussen de IJenV en de Jeugdautoriteit;

de uitgangspunten zijn:

  • het bestendigen van de reeds bestaande samenwerking tussen de IJenV en de Jeugdautoriteit;

  • samenwerking voor zo optimaal mogelijke taakuitoefening van zowel de IJenV als de Jeugdautoriteit;

  • het voorkomen van overlap van inspanningen en het tot een verantwoord minimum beperken van de belasting voor jeugdhulpaanbieders;

  • het bij de uitoefening van taken rekening houden met de belangen van de andere Partij;

  • het uitwisselen van informatie – voor zover dit past binnen de wettelijke kaders- en waar nodig afstemming ter zake;

  • de verantwoordelijkheid van de IJenV voor het onderzoeken van de kwaliteit van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen op grond van de artikel 9.1, tweede lid van de Jeugdwet;

  • het behoud van de eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden van zowel de Jeugdautoriteit als de IJenV.

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK 1 DEFINITIEBEPALINGEN

Artikel 1 Definities

In dit protocol wordt verstaan onder:

a. Protocol:

samenwerkingsprotocol IJ&V- Jeugdautoriteit;

b. IJ&V:

Inspectie Justitie &Veiligheid;

c. Partijen:

IJ&V en Jeugdautoriteit;

d. Jeugdhulpaanbieder:

jeugdhulpaanbieder in de zin van artikel 1.1 Jeugdwet;

e. Signaal:

informatie of waarneming die betrekking heeft op een Instelling en/of organisatie, waaronder begrepen meldingen, klachten, handhavingsverzoeken, inspectieoordelen, informatie van andere inspectiediensten en externe signalen;

f. Instelling:

entiteit waarover de taken en/of bevoegdheden van IJ&V en/of de Jeugdautoriteit zich uitstrekken;

g. Maatregel:

een aanwijzing of bevel als bedoel in artikel 9.3 van de Jeugdwet, een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 9.5 van de Jeugdwet of een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 9.6 van de Jeugdwet.

HOOFDSTUK 2 SAMENWERKING

Artikel 2 Ambtelijk overleg

  • 1. Elke Partij wijst binnen zijn organisatie een accounthouder aan.

  • 2. Partijen hebben twee keer per jaar, of zoveel vaker als nodig is, een ambtelijk overleg, waarbij ten minste de accounthouders van de IJenV en de Jeugdautoriteit aanwezig zijn.

  • 3. In dit overleg worden in ieder geval de volgende onderwerpen ter sprake gebracht:

    • Actualiteiten en beleidsvoornemens die de andere Partij mogelijk raken;

    • Mogelijke casuïstiek en/of onderzoek waarbij sprake kan zijn van wederzijds belang, in het bijzonder als het casuïstiek en/of onderzoek bij dezelfde instellingen betreft;

    • Onderlinge samenwerking.

  • 4. Accounthouders binden de Partij waardoor zij zijn aangewezen niet.

Artikel 3 Bestuurlijk overleg

  • 1. Partijen hebben minimaal één keer per jaar, of zoveel vaker als nodig is, een bestuurlijk overleg, waarbij in ieder geval de Hoofdinspecteur-Directeur van de IJenV of haar/zijn vervanger en de directeur-bestuurder van de Jeugdautoriteit of haar/zijn vervanger aanwezig zijn.

  • 2. In dit overleg wordt gesproken over onderwerpen van bestuurlijk gewicht en belang.

Artikel 4 Expertise benutten

Partijen staan elkaar op basis van hun eigen deskundigheid op verzoek met raad en daad bij als er sprake is van activiteiten die duidelijk verband houden met de activiteiten van de ander of zaken waarover de andere Partij de nodige kennis bezit.

Artikel 5 Informatie-uitwisseling en signalering van risico’s

  • 1. De Jeugdautoriteit en de IJenV verstrekken elkaar op eigen initiatief of op verzoek van de ander zo spoedig mogelijk de gegevens die nodig zijn voor de taakuitoefening van de ander, of waarvan zij redelijkerwijs kunnen aannemen dat die gegevens voor de taakuitoefening van de ander nodig zijn. Het gaat dan m.n. om informatie of signalen waaruit blijkt dat de continuïteit van de organisatie en/of de zorg gevaar loopt. Ook kan het gaan om informatie of signalen op het gebied van de kwaliteit van de uitvoering bij de instellingen of de veiligheid van deze instanties. Het is in beider belang dat dergelijke signalen tijdig worden gedeeld, zodat dit kan worden meegenomen in het onderzoek naar of gesprek met de zorgaanbieder.

  • 2. Partijen stemmen hun informatiebehoefte waar mogelijk af om de hoeveelheid vragen bij aanbieders te stroomlijnen. Zo dragen de Jeugdautoriteit en de IJenV er zorg voor dat de informatie bij aanbieders voor zover mogelijk slechts één keer wordt opgevraagd. Dit is met name relevant waar het gaat om organisaties die zowel jeugdhulpaanbieder als Justitiële Jeugdinrichting1 zijn.

  • 3. Indien de Jeugdautoriteit en de IJenV voor het uitoefenen van de aan hen toebedeelde taken structureel of incidenteel informatie nodig hebben over een aanbieder en die voorhanden is bij de ander, verstrekt de Partij deze informatie aan de ander, voor zover dit binnen de wettelijke kaders mogelijk is.

  • 4. Indien mogelijk en van toepassing vragen de Jeugdautoriteit en de IJenV informatie op zodanige wijze op dat deze voor de andere Partij – voor de uitoefening van de haar toebedeelde taken – ook bruikbaar is.

  • 5. Partijen reageren zo spoedig mogelijk op onderlinge verzoeken. In geval van spoedeisendheid kan op verzoek van één der Partijen door middel van ambtelijk overleg of door contact tussen de accounthouders terstond overleg plaatsvinden.

Artikel 6 Onderzoeken

  • 1. Partijen informeren elkaar tijdig over voorgenomen onderzoeken2.

  • 2. Wanneer er sprake is van raakvlakken met de activiteiten van de ander, kunnen eventuele wensen van de andere Partij worden meegenomen in het onderzoek. Hierdoor kunnen overlap of mogelijke nadelige interferenties zo veel mogelijk worden voorkomen.

  • 3. Partijen reageren zo spoedig mogelijk op onderlinge verzoeken. In geval van spoedeisendheid kan op verzoek van één der Partijen door middel van ambtelijk overleg of door contact tussen de accounthouders terstond overleg plaatsvinden.

HOOFDSTUK 3 BELEID EN REGELGEVING

Artikel 7 Beleid en regelgeving

Partijen informeren elkaar op eigen initiatief over wijzigingen in eigen beleid of regelgeving indien die van belang worden geacht voor de uitoefening van de wettelijke taken van de andere Partij.

Artikel 8 Gezamenlijk advies

Partijen adviseren gevraagd en ongevraagd gezamenlijk (al naar gelang het onderwerp dat voorligt) de Minister voor Rechtsbescherming en/of de staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over aangelegenheden van beleid en regelgeving, voor zover dat een samenhang of overlap betreft tussen het toezicht van de IJenV en het toezicht door de Jeugdautoriteit.

HOOFDSTUK 4 COÖRDINATIE

Artikel 9 Werkafspraken

Partijen kunnen over een aantal onderwerpen als gesteld in het onderhavige Protocol nadere werkafspraken maken en vastleggen.

Artikel 10 Naleving, wijziging, evaluatie en opzegging

  • 1. Partijen bespreken jaarlijks tijdens het bestuurlijk overleg of de in dit Protocol neergelegde afspraken worden nageleefd.

  • 2. Indien naar het oordeel van één van de Partijen de noodzaak bestaat tot wijziging van het Protocol, treden de Partijen over de noodzaak tot wijziging ervan in overleg.

  • 3. Partijen zullen de uitvoering en werking van dit Protocol iedere vier jaar, of vaker indien nodig, uitgebreider evalueren. De eerste twee jaar vindt de evaluatie jaarlijks plaats, of zoveel eerder als één van beide Partijen nodig acht.

  • 4. Elke Partij kan het samenwerkingsprotocol met inachtneming van een opzegtermijn van 2 maanden schriftelijk opzeggen, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat dit samenwerkingsprotocol billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. De opzegging moet de verandering in omstandigheden vermelden.

Artikel 11 Geheimhouding

Partijen wisselen onderling informatie uit met inachtneming van de artikelen van toepassing zijnde wettelijke voorschriften. Voor degene die op grond van dit Protocol gegevens en inlichtingen ontvangt, gelden dezelfde wettelijke voorschriften inzake geheimhouding van die gegevens en inlichtingen als voor degene die ze heeft verstrekt.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit Protocol treedt in werking de dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikel 13 Slotbepaling

In gevallen waarin dit Protocol niet voorziet of in gevallen van conflict, treden de IJenV en de Jeugdautoriteit in overleg en streven zij ernaar te beslissen in overeenstemming.

Artikel 14 Citeertitel

Dit protocol wordt aangehaald als: “Samenwerkingsprotocol tussen de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJ&V) en de Jeugdautoriteit”.

Den Haag, 21-12-2021

Inspectie Justitie en Veiligheid H.C.D. Korvinus Inspecteur-generaal

Den Haag, 17-12-2021

Jeugdautoriteit K.C. Schuurman Directeur Jeugdautoriteit a.i.


X Noot
1

Justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.

X Noot
2

In dit artikel wordt gedoeld op brede, thematische onderzoeken die door de Partijen uitgevoerd worden en niet – zoals in artikel 6 – over onderzoek naar een specifieke aanbieder n.a.v. een binnengekomen signaal en/of vermoeden dat de discontinuïteit van zorg in het gedrang is.

Naar boven