Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 23 september 2022, kenmerk 4140444, houdende de wijziging van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg

De Minister voor Rechtsbescherming,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 19 van de Wet Schadefonds geweldsmisdrijven;

Besluit:

ARTIKEL I

De Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een tweede en derde lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De commissie beslist binnen 26 weken na de ontvangst van een aanvraag.

  • 3. Indien de commissie vanwege het grote aantal aanvragen niet kan beslissen binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, beslist de commissie binnen 52 weken. De commissie informeert de aanvrager over de verlengde beslistermijn.

B

Aan artikel 8 wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een komma, de volgende zinsnede toegevoegd: met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op voor dat tijdstip ingediende aanvragen.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind

TOELICHTING

Het Schadefonds geweldsmisdrijven hanteert sinds de inwerkingtreding van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg (hierna: de regeling) de vaste beslistermijn van uiterlijk 26 weken na ontvangst op een aanvraag van een slachtoffer op grond van de regeling. Over deze beslistermijn wordt de aanvrager bij de ontvangstbevestiging van de aanvraag geïnformeerd. Met onderhavige wijziging wordt de beslistermijn die het Schadefonds hanteert vastgelegd in de regeling. De werkwijze van het Schadefonds geweldsmisdrijven wijzigt hier niet mee.

In opdracht van het Schadefonds geweldsmisdrijven is in februari 2022 een prognose gemaakt voor het aantal te verwachten aanvragen op grond van de regeling in het jaar 2022. De eerste prognose is gemaakt op basis van instroomdata van aanvragen bij het Schadefonds in 2021, de tweede prognose is op basis van de omvang van de potentiële doelgroep (minderjarigen die in de jeugdzorg hebben verbleven). Deze prognoses kennen een maximale bovengrens van zo’n 18.000 aanvragen in 2022. Het uitgangspunt is dat bij dat aantal binnen de reguliere termijn van 26 weken op de aanvragen kan worden beslist. In het laatste kwartaal van 2022 wordt een piek in het aantal aanvragen verwacht. Niet ondenkbaar is dat het aantal aanvragen dan alsnog hoger uitkomt dan de prognoses. Mogelijk heeft het Schadefonds dan – gegeven de huidige krapte op de arbeidsmarkt – onvoldoende personeel kunnen aantrekken om binnen de beslistermijn van 26 weken op alle aanvragen te kunnen blijven beslissen. Indien die uitzonderlijke omstandigheid zich voordoet, voorziet artikel 6, derde lid van de regeling in de mogelijkheid om de binnen uiterlijk 52 weken te beslissen. In dat geval informeert het Schadefonds geweldsmisdrijven de betreffende aanvragers per brief dat de beslistermijn kan oplopen tot uiterlijk 52 weken.

De wijziging van artikel 8 verduidelijkt dat de regeling op 1 januari 2023 vervalt, maar desalniettemin van toepassing blijft op aanvragen die in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022 zijn ingediend. Ook na 1 januari 2023 beoordeelt het Schadefonds geweldsmisdrijven de tijdig ingediende aanvragen op basis van deze regeling.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen nieuwe (omvangrijke) gevolgen voor de regeldruk heeft.

De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind

Naar boven