Regeling van de Minister van Financiën van 27 september 2022, 2022-0000218319, directie Financiële Markten, tot wijziging van de Regeling toezicht trustkantoren 2018 in verband met vrijstellingen voor pensioenfondsen en beleggingsinstellingen

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 5, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling toezicht trustkantoren 2018 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 7 wordt ‘in opdracht bestuurder zijn van’ vervangen door ‘de trustdienst ‘in opdracht bestuurder zijn’ verlenen aan’.

B

Na artikel 7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7a. Vrijstelling besturen beleggingsinstellingen en icbe’s

Vrijstelling van het verbod wordt verleend aan personen voor zover deze de trustdienst ‘in opdracht bestuurder zijn’ verlenen aan een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 1:107 van die wet.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag

TOELICHTING

Algemeen

Dit besluit bevat twee wijzigingen van de Regeling toezicht trustkantoren 2018. Het betreft een verheldering van de vrijstelling voor besturen van pensioenfondsen en de introductie van een vrijstelling voor beleggingsinstellingen en icbe’s. In het eerste geval gaat om een tekstuele aanscherping zonder materiële gevolgen voor het wetsartikel. De introductie van de vrijstelling betreft de herinvoering van een vrijstelling die in de voorloper van deze regeling, de Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren, was opgenomen.

De vrijstellingen opgenomen in de Regeling toezicht trustkantoren 2018 komen inhoudelijk grotendeels overeen met de vrijstellingen die waren geregeld in de Vrijstellingsregeling toezicht trustkantoren. Algemeen geldt dat de vrijstellingen in de Regeling toezicht trustkantoren 2018 niet in strijd mogen zijn met de belangen die de Wet toezicht trustkantoren 2018 beoogt te beschermen. De vrijstellingen zien op gevallen waarbij het integriteitstoezicht op andere wijze gewaarborgd is, of waarbij de integriteitsrisico’s verwaarloosbaar zijn.

Het besluit is niet openbaar geconsulteerd, vanwege de geringe materiële betekenis voor de toezichtpopulatie: het betreft een herintroductie van een eerder vervallen vrijstelling en een verduidelijking van een bestaande vrijstelling. De vrijstellingen roepen dus geen aanvullende plichten voor burgers of bedrijven in het leven.

Het besluit is in samenspraak met de uitvoerder en toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) tot stand gebracht. DNB acht het besluit uitvoerbaar.

Artikelsgewijs

ARTIKEL I

A (artikel 7)

Artikel 7 behelst een vrijstelling voor het verlenen van trustdienst a aan pensioenfondsen. Het artikel behoeft, mede ingegeven door de toezichtspraktijk, verduidelijking. De oude formulering van artikel 7 kon in de praktijk tot onduidelijkheid leiden, omdat die geen onderscheid maakte tussen het verlenen van trustdienst a door een rechtspersoon en het feitelijk optreden als bestuurder door een natuurlijk persoon. Deze wijziging verduidelijkt dit, met gebruikmaking van de definitie van ‘in opdracht bestuurder zijn’ uit artikel 1. Hiermee is verduidelijkt dat de rechtspersoon de dienst ‘optreden als bestuurder’ levert, maar het feitelijk een natuurlijke persoon is die namens die rechtspersoon als bestuurder optreedt. De ratio van de vrijstelling blijft dezelfde: de integriteitsrisico’s bij dergelijke bestuursfuncties worden voldoende ondervangen doordat DNB in het kader van haar pensioentoezicht de bestuurders van pensioenfondsen toetst op geschiktheid en betrouwbaarheid.

B (artikel 7a)

Artikel 7a herintroduceert de vrijstelling voor personen die trustdienst a verlenen aan beheerders van beleggingsinstellingen en van icbe’s. De vrijstelling voor beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s was voorheen opgenomen in de Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren. Met de introductie van de Wtt 2018 en de Regeling toezicht trustkantoren 2018 kwam de vrijstelling voor beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s te vervallen. Destijds leek de toezichtspraktijk uit te wijzen dat een dergelijke vrijstelling niet meer nodig was, omdat dergelijke diensten niet meer voor kwamen. Evenwel is sindsdien in de toezichtspraktijk gebleken dat deze diensten nog voorkomen en een dergelijke vrijstelling weer gewenst is.

Beheerders van beleggingsinstellingen besteden regelmatig het beheer van de financiële middelen van een beleggingsinstelling in een stichting juridisch eigendom, uit aan professionele partijen. Deze beheerders staan onder toezicht van de AFM en dienen zich te houden aan integriteitsregelgeving, zoals de Sanctiewet 1977 en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Hiermee zijn de integriteitsrisico’s van beheerders van beleggingsinstellingen en van icbe’s voldoende ondervangen. Een vergunning en toezicht van DNB op deze partijen is derhalve niet nodig.

De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag

Naar boven