De secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,
Gelet op artikel 3, eerste lid, onder b, van het Mandaatbesluit Ministerie van Justitie
en Veiligheid;
Besluit:
ARTIKEL I
A
In artikel 1 onderdeel g wordt ‘hoofddirecteur’ vervangen door: directeur-generaal
B
Artikel 4, vierde lid, komt, onder vernummering van het vijfde lid tot het vierde
lid, te vervallen
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de
Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2022.
De secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, D. Schoof
TOELICHTING
Dit besluit strekt tot wijziging van het Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie
van Justitie en Veiligheid (hierna: JenV) in. Het betreft een actualisering van het
Organisatiebesluit JenV in verband met het opwaarderen van de functie hoofddirecteur
DJI naar directeur-generaal DJI, alsmede een actualisering van een mandaatvoorbehoud.
Artikel IA
Gelijkwaardigheid tussen beleid en uitvoering is belangrijk voor het goed functioneren
van de overheid. De invoering van het sturingsmodel in 2018 heeft een goede basis
gelegd voor de emancipatie van de uitvoering. Het sturingsmodel is gebaseerd op een
gelijkwaardig gesprek tussen eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer. Door de invoering
van het sturingsmodel heeft de functie van hoofddirecteur DJI een andere uitgangspositie
en andere verantwoordelijkheden gekregen. In de huidige organisatie ressorteert de
hoofddirecteur DJI rechtstreeks onder de secretaris-generaal. Daarmee wordt meer autonoom
handelen van de hoofddirecteur DJI verlangd en fungeert hij op het niveau van een
directeur-generaal.
Naast het bovenstaande is nog van belang dat de DJI een omvangrijke organisatie is
met een belangrijke maatschappelijke opgave.
Het verzoek tot opwaardering van de hoofddirecteur DJI naar directeur-generaal DJI
is positief beoordeeld door de SG commissie HRM zodat ook de Staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hiermee akkoord is gegaan.
Artikel IB
Ingevolge 4, vierde lid, blijven beschikkingen waarin in het kader van de Wet wederzijdse
erkenning en tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties
(WETS) en de Wet overdracht ten uitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) de in het buitenland
opgelegde straf wordt aangepast aan het in Nederland wettelijk toegestane maximum,
voorbehouden aan de secretaris-generaal. De reden en achtergrond van het voorbehoud
is niet duidelijk. Aanpassing van de buitenlandse straf gebeurt na een oordeel van
een rechter daarover. Uitgangspunt is dat de Minister dit oordeel volgt. Om die reden
zou de besluitvorming op basis van deze wetgeving zonder problemen op een lager niveau
kunnen worden belegd. Voor de praktijk is het best werkbaar indien de bevoegdheid
in mandaat wordt toegekend aan de senior selectiefuntionaris van IOS. Om die reden
komt het artikellid te vervallen. Het huidige artikel 4, vijfde lid wordt vernummerd
naar het vierde lid.
Overigens is bij een eerdere wijziging van het mandaatbesluit hoofden taakorganisatie
de verlettering niet correct aangepast zodat in het huidige artikel 4, vierde lid
nu wordt verwezen naar artikel 1, onderdeel f van het Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties.
Dit had onderdeel g moeten zijn. Het artikellid komt nu geheel te vervallen.
De secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, D. Schoof