Besluit om vergunningen voor Windplan Groen buiten coördinatie te brengen, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

d.d. 5 juli 2022

Nr. DGKE-DRE / 22297984

De Minister voor Klimaat en Energie,

Overwegende,

Dat in het ‘deelgebied Oost’, zoals dat in het Regioplan windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland, van de provincie Flevoland is opgenomen, meerdere windparken (ook wel deelparken) worden gerealiseerd die samen ‘Windplan Groen’ vormen. De initiatiefnemers van de deelparken werken voor de realisatie van Windplan Groen samen onder de naam ‘Windkoepel Groen’ en stemmen de voorbereidingen samen af;

Dat Windplan Groen wordt aangemerkt als een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Elektriciteitswet 1998, zodat op de aanleg van dit project artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) van toepassing is;

Dat dit onder meer betekent dat de voorbereiding en bekendmaking van diverse voor het project benodigde besluiten worden gecoördineerd, overeenkomstig artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wro, waarbij de Minister voor Klimaat en Energie met deze coördinatie is belast;

Dat voor dit project een Rijksinpassingsplan in werking is getreden dat op 9 oktober 2019 is vastgesteld door de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties;

Dat Windkoepel Groen voornemens is omgevingsvergunningen aan te vragen om de afmetingen van schakelkasten (ook wel inkoopstations) uit eerder verleende vergunningen te wijzigen. In veel gevallen worden de schakelkasten kleiner dan eerder vergund;

Dat, op grond van artikel 9d, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, gelezen in samenhang met artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit Rijkscoördinatieregeling energie-infrastructuurprojecten (hierna: het Uitvoeringsbesluit) besluiten worden aangewezen die van rechtswege vallen onder de Rijkscoördinatieregeling;

Dat besluiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht besluiten zijn als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b van de Wro en zijn genoemd in het hiervoor aangehaalde besluit van de Minister van EZK en de Minister van BZK en zodoende worden meegenomen in de hiervoor bedoelde gecoördineerde voorbereiding;

Dat op grond van artikel 9d, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 de Minister voor Klimaat en Energie kan bepalen dat de desbetreffende, hiervoor bedoelde besluiten, in afwijking van het voorgaande niet als besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wro wordt aangemerkt, en daarmee niet in de gecoördineerde voorbereiding wordt betrokken, wanneer die besluiten de gecoördineerde voorbereiding van de benodigde besluiten zou belemmeren of ernstig zou bemoeilijken;

Dat het mee coördineren van bovengenoemde besluiten de procedure bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 zou belemmeren of ernstig bemoeilijken en onnodig tot vertraging zou leiden omdat in dat geval de voor de genoemde besluiten geëigende reguliere (kortere) voorbereidingsprocedures niet zouden kunnen worden doorlopen;

Dat het, gelet op het voorgaande, wenselijk is de hiervoor bedoelde besluiten apart voor te bereiden van de overige benodigde besluiten;

Gelet op:

artikel 9d, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998;

Besluit:

Artikel 1

Inzake het project Windplan Groen worden de volgende besluiten niet meer aangemerkt als besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening.

  • 1. de omgevingsvergunningen op grond van artikel 2.1, eerste lid onder a en c voor wijziging van de afmetingen van de schakelkasten.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking de dag na die waarop het bekend is gemaakt en werkt terug tot en met 10 juni 2022. Dit besluit wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 5 juli 2022

De Minister voor Klimaat en Energie, namens deze: M. Hetem MT lid directie Realisatie Energietransitie

Tegen dit besluit staat geen bezwaar of beroep open (artikel 7.1 in samenhang met artikel 8.5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1 van bijlage 2 bij deze zelfde wet).

Naar boven