De Minister voor Klimaat en Energie,
Overwegende,
dat de N.V. Nederlandse Gasunie, (hierna: Gasunie), het voornemen heeft om het landelijke
gastransportnet uit te breiden met behulp van twee aanvullende drijvende LNG-terminals
in de Eemshaven, om het tot aardgas(kwaliteit) opgewerkte LNG te kunnen gebruiken
en transporteren, welk voornemen hierna wordt aangeduid als het project “Eems Energy
Terminal”;
dat Eems Energy Terminal wordt aangemerkt als gastransport en LNG als bedoeld in artikel
39b, eerste lid van de Gaswet, zodat op dit project artikel 3.35, eerste lid, aanhef
en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) van toepassing is;
dat dit onder meer betekent dat de voorbereiding en bekendmaking van diverse voor
het project benodigde besluiten worden gecoördineerd, overeenkomstig artikel 3.35,
eerste lid, aanhef en onder b, van de Wro, waarbij de Minister voor Klimaat en Energie
met deze coördinatie is belast;
dat Gasunie, voor hier van belang, voornemens is een vergunning op grond artikel 6,2
(lozing stoffen elektrochlorering), en art 6,5 (onttrekken en lozing) van de Waterwet
aan te vragen, omdat deze benodigd is voor de realisatie van het project;
dat, op grond van artikel 39d eerste lid, van de Gaswet, gelezen in samenhang met
artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit rijkscoördinatieregeling energie-infrastructuurprojecten
(hierna: het Uitvoeringsbesluit) een besluit als bedoeld in artikel 6.5 Waterwet in
ieder geval een besluit is als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel
b van de Wro en zodoende wordt meegenomen in de hiervoor bedoelde gecoördineerde voorbereiding;
dat op grond van artikel 39d, derde lid, van de Gaswet, de Minister voor Klimaat en
Energie kan bepalen dat het desbetreffende, hiervoor bedoelde, besluit, in afwijking
van het voorgaande niet als besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef
en onderdeel b, van de Wro wordt aangemerkt, en daarmee niet in de gecoördineerde
voorbereiding wordt betrokken, wanneer dat besluit of uitvoering van het project,
de gecoördineerde voorbereiding van de benodigde besluiten zou belemmeren of ernstig
zou bemoeilijken;
dat de LNG-installatie wordt gerealiseerd in het publieke belang om de Nederlandse
en Europese leveringszekerheid te verbeteren op de kortst mogelijke termijn. Dit is
mede ingegeven door het streven om niet meer afhankelijk te zijn van de import van
Russisch gas, een en ander zoals beschreven in de brieven van de Minister voor Klimaat
en Energie (DGKE-E / 22090009 d.d. 14 maart 2022 en DGKE-E/22157983 d.d. 22 april
2022);
dat het meecoördineren van bovengenoemd besluit de procedure bedoeld in artikel 39d,
derde lid van de Gaswet zou belemmeren of ernstig zou bemoeilijken, omdat noodzakelijk
is om de beoogde werkzaamheden op korte termijn uit te voeren om de LNG-installatie
tijdig in gebruik te kunnen nemen;
dat, gelet op het voorgaande, Gasunie bij de brief van 22 juni 2022 formeel heeft
verzocht de rijkscoördinatieregeling buiten toepassing te laten;
dat het, gelet op het voorgaande, wenselijk is het hiervoor bedoelde besluit apart
voor te bereiden van de overige benodigde besluiten;
Gelet op:
artikel 39d, derde lid, Gaswet
Besluit: