Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 juni 2022, kenmerk 3381555-1030850-PZO, inzake wijzigingen beschikbaarheidbijdrage academische zorg met betrekking tot wetenschap en compartimenten

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Na op 9 mei 2022 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken 2021/22, 32 864, nr. 13) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Besluit:

Artikel 1 Definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

aanwijzing 2019:

Aanwijzing inclusief bijlage van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2019, kenmerk 1533873-190928-PZo, inzake hervorming beschikbaarheidbijdrage academische zorg (Staatscourant 2019, nr. 53867);

academische zorg:

zorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 2, van de Bijlage;

beschikbaarheidbijdrage:

bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Besluit:

Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG;

Bijlage:

bijlage, behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit;

zorgautoriteit:

Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Artikel 2 Werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage voor academische zorg.

Artikel 3 Opdrachtverlening

  • 1. De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2023 overeenkomstig de aanwijzing 2019 beschikbaarheidbijdragen vast voor academische zorg, met dien verstande dat het label wetenschap zoals bedoeld in de aanwijzing 2019 onderdeel wordt van het deel van de beschikbaarheidbijdrage die betrekking heeft op het gedeelte ontwikkeling en innovatie (O&I) zoals bedoeld in de aanwijzing 2019.

  • 2. De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2023 overeenkomstig de aanwijzing 2019 beschikbaarheidbijdragen vast voor academische zorg, met dien verstande dat compartiment a zoals bedoeld in de aanwijzing 2019 in zijn geheel komt te vervallen en in compartiment b zoals bedoeld in de aanwijzing 2019 de zinsnede ‘niet zijnde academische ziekenhuizen’ komt te vervallen. Alle overige voorwaarden uit de aanwijzing 2019 blijven gelden.

  • 3. De zorgautoriteit stelt ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels en regels vast.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers

TOELICHTING

Algemeen

In 2012 is een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) ingesteld om te onderzoeken of de toenmalige manier van financiering van de universitaire medische centra (umc’s) nog doelmatig en wenselijk was. Het IBO concludeerde dat de transparantie en verantwoording van de BBAZ onvoldoende was. Naar aanleiding van deze conclusie zijn de toenmalige rechthebbenden van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg (BBAZ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Ministerie van VWS gezamenlijk het ROBIJN traject gestart met als uiteindelijke doel het ontwikkelen van een objectief en transparant model voor de toelating tot, verdeling en verantwoording van de BBAZ. In 2020 is, op basis van een aanwijzing uit 2019 over de hervorming van de BBAZ, voor de eerste keer volgens deze nieuwe systematiek gewerkt. In lijn met de afspraken van destijds vindt doorontwikkeling van de systematiek plaats, met specifiek aandacht voor een aantal thema’s.1

Voor de NZa biedt de aanwijzing uit 2019 voor twee thema’s niet voldoende ruimte om deze binnen haar bevoegdheden inhoudelijk verder uit te werken, wat deze aanwijzing noodzakelijk maakt. In de eerste plaats geeft deze aanwijzing de NZa de bevoegdheid om wetenschap binnen de labelsystematiek van de BBAZ niet als apart label op te nemen in de verlening en verantwoording, maar als onderdeel van het Onderzoek & Innovatie (O&I)-deel van de BBAZ.

Ten tweede is het in het licht van het ontwikkelen van een objectief en transparant model voor de toelating tot, verdeling en verantwoording van de BBAZ, passend gebleken dat compartiment a in zijn geheel komt te vervallen en in compartiment b de zinsnede ‘niet zijnde academische ziekenhuizen’ komt te vervallen. Alle overige voorwaarden uit de aanwijzing 2019 blijven hierbij wel gelden.

Deze aanwijzing strekt ertoe dat de NZa per 1 januari 2023 de beleidsregels en regels aanpast voor de wijzigingen van de BBAZ.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers


X Noot
1

Kamerstukken 2021/22, 32 864, nr. 13

Naar boven