TOELICHTING
1. Inleiding
Deze regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling pacht. Daarmee wordt
uitvoering gegeven aan de artikelen 2, 14, eerste lid, 15, eerste lid, 16,
tweede lid, en 20, eerste lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Ingevolge
artikel 21a, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 vindt namelijk
jaarlijks per 1 juli herziening plaats van de pachtprijzen voor los land zonder
woningen of andere opstallen en tuinland alsmede voor agrarische woningen en
bedrijfsgebouwen.
Voorzien is in de vaststelling van de hoogst toelaatbare pachtprijzen voor
overeenkomsten die op of na 1 september 2007 zijn aangegaan en in de
vaststelling van de percentages waarmee de tussen partijen op grond van voor
1 september 2007 aangegane overeenkomsten geldende pachtprijzen wijzigen.
De nieuwe prijzen en percentages gelden vanaf 1 juli 2022. Ze zijn op
14 juni 2022 door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
medegedeeld aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De veranderpercentages werken van rechtswege door. De verpachter kan
echter, onder schriftelijke mededeling aan de pachter, geheel of ten dele van
een verhoging afzien (artikel 333, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek).
2. Hoogst toelaatbare pachtprijzen voor land zonder woningen of andere
opstallen en tuinland
De hoogst toelaatbare pachtprijs en het veranderpercentage zijn
overeenkomstig de systematiek volgend uit de adviezen van de Commissie
Pachtnormen I en II berekend door het Wageningen Economic Research (WUR) op
basis van gegevens in het bedrijveninformatienet van akkerbouwbedrijven met een
omvang van 130.000 Standaardopbrengst tot 750.000 Standaardopbrengst en van
melkvee- en opengrondstuinbouwbedrijven met een omvang van 155.000
Standaardopbrengst tot 885.000 Standaardopbrengst conform artikel 5 van het
Pachtprijzenbesluit 2007. Bij de berekening is overeenkomstig de artikelen 6,
derde lid, en 8, derde lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 uitgegaan van het
vijfjaargemiddelde van de bedrijfsgegevens van het bedrijveninformatienet in de
periode 2016 tot en met 2020.
Voor de berekening van het vereiste directe rendement van de verpachter is
uitgegaan van het driejarig voortschrijdend gemiddelde van de reële lange
kapitaalmarktrente, zijnde het effectief rendement van de 10-jarige Euro
Interest Rate Swap van december 2021 (0,082%) minus het driejarig
voortschrijdend gemiddelde van de inflatie in de Eurozone per december 2021
(gebaseerd op de HCIP, de geharmoniseerde Europese consumentenprijsindex) van
1,982%, te vermeerderen met een opslag voor grondlasten, beheerkosten,
belastingen en risico van 1,25% overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van het
Pachtprijzenbesluit 2007. Hiermee komt het vereiste directe rendement op
-0,596% van de verpachte waarde van de landbouwgrond, dan wel de helft daarvan,
-0,298% van de onverpachte waarde.
Op basis van de verhouding tussen het vereiste directe rendement en de
grondbeloning is op de grondbeloning de correctiefactor, bedoeld in artikel 9,
eerste lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007, toegepast (zie onderstaande
tabel). Door de sterke daling van de rendementseis ligt in alle
pachtprijsgebieden de grondbeloning ruim boven het vereiste directe rendement.
Als gevolg hiervan worden de regionormen naar beneden bijgesteld ten opzichte
van de grondbeloning: in alle gebieden met (het maximum van) 10%. Deze
gecorrigeerde grondbeloning is de nieuwe regionorm.
Grondbeloning (euro per ha) gecorrigeerd voor vereiste directe rendement
verpachters voor land zonder woningen of andere opstallen
|
Pachtprijsgebied
|
Grondbeloning na reservering
2016–2020 (euro/ha)
|
Rendementseis/
grondbeloning
|
Correctiepercentage
|
Regionorm 2022
(euro/ha)
|
|
Bouwhoek en Hogeland
|
772
|
-0,24
|
-10
|
695
|
|
Veenkoloniën en Oldambt
|
406
|
-0,47
|
-10
|
365
|
|
Noordelijk weidegebied
|
568
|
-0,26
|
-10
|
511
|
|
Oostelijk veehouderijgebied
|
622
|
-0,29
|
-10
|
560
|
|
Centraal veehouderijgebied
|
575
|
-0,34
|
-10
|
518
|
|
IJsselmeerpolders
|
1.383
|
-0,24
|
-10
|
1.245
|
|
Westelijk Holland
|
444
|
-0,48
|
-10
|
400
|
|
Waterland en Droogmakerijen
|
258
|
-0,74
|
-10
|
232
|
|
Hollands/Utrechts weidegebied
|
794
|
-0,21
|
-10
|
715
|
|
Rivierengebied
|
722
|
-0,29
|
-10
|
650
|
|
Zuidwestelijk akkerbouwgebied
|
406
|
-0,52
|
-10
|
365
|
|
Zuidwest-Brabant
|
932
|
-0,24
|
-10
|
839
|
|
Zuidelijk veehouderijgebied
|
589
|
-0,36
|
-10
|
530
|
|
Zuid-Limburg
|
674
|
-0,32
|
-10
|
607
|
Wageningen Economic Research, rapport 2022-055,
blz.13
Uitgaande van de in deze tabel vermelde regionorm is in bijlage I,
onderdeel A, van de Uitvoeringsregeling pacht, zoals gewijzigd met
artikel I, onderdeel D, per pachtprijsgebied de nieuwe hoogst toelaatbare
pachtprijs vermeld voor land zonder woningen of andere opstallen voor
pachtovereenkomsten die worden aangegaan op of na 1 september 2007.
Daaruit is een veranderpercentage per pachtprijsgebied berekend (zie de
vijfde kolom van de tabel hieronder), waarmee de tussen partijen op grond van
een voor 1 september 2007 aangegane pachtovereenkomst geldende pachtprijs wordt
gewijzigd (bijlage I, onderdeel B, zoals gewijzigd met artikel I, onderdeel
D).
De berekende pachtnormen 2022 van los bouw- en grasland zijn in vijf van de
veertien pachtprijsgebieden hoger, maar in acht gebieden lager dan
de pachtnormen 2021. Voor zeven gebieden is de verandering beperkt tot maximaal
plus of min 3%. De grootste daling geldt voor het Zuidwestelijk akkerbouwgebied
(-23%), dat vorig jaar nog de grootste stijging (25%) noteerde. Dit jaar zijn
de grootste stijgingen voor het Centraal veehouderijgebied (17%) en het
Hollands/Utrechts weidegebied (12%). De veranderingen in de pachtnormen van
2021 naar die van 2022 zijn vooral bepaald door de verschillen in grondbeloning
tussen het jaar 2015 en het jaar 2020.
In de pachtprijsgebieden met een daling van het veranderpercentage dient in
individuele gevallen te worden nagegaan of de daling mag worden geëffectueerd.
Alleen als de laatst betaalde pachtprijs in die pachtprijsgebieden al hoger is
dan 90% van de nieuwe regionorm, mag de daling worden toegepast tot aan de
bodem van 90% van de nieuwe regionorm. Is de laatst betaalde pachtprijs al
lager dan 90% van de nieuwe regionorm, dan blijft de pachtprijs gelijk (wordt
bevroren).
In de pachtprijsgebieden met een stijging van het veranderpercentage moet
in individuele gevallen worden nagegaan of de te betalen pacht niet uitstijgt
boven 110% van de regionorm. Is dat het geval dan is de maximale pachtprijs
gelijk aan 110% van de regionorm. Als in individuele gevallen de laatst
betaalde pacht al hoger is dan de nieuwe regionorm, dan wordt de betaalde
pachtprijs bevroren. Daarnaast moet worden nagegaan of in individuele gevallen
de pachtprijs van de betreffende percelen niet hoger is dan 2% van de vrije
grondprijs van die percelen. Is dat het geval dan is 2% van de vrije grondprijs
de maximaal te betalen pachtprijs. De laagste van beide plafonds geldt.
De in bijlage 1, onderdelen A en B, van de Uitvoeringsregeling pacht, zoals
gewijzigd bij artikel I, onderdeel D, vermelde bedragen zijn:
Nieuwe regionorm, oude regionorm en veranderpercentage per
pachtprijsgebied
|
Pachtprijsgebied
|
Regionorm 2022
(euro/ha)
|
Regionorm 2021
(euro/ha)
|
Verschil
(euro/ha)
|
Veranderpercentage (%)
|
|
Bouwhoek en Hogeland
|
695
|
692
|
3
|
0
|
|
Veenkoloniën en Oldambt
|
365
|
387
|
-22
|
-6
|
|
Noordelijk weidegebied
|
511
|
514
|
-3
|
-1
|
|
Oostelijk veehouderijgebied
|
560
|
573
|
-13
|
-2
|
|
Centraal veehouderijgebied
|
518
|
442
|
76
|
17
|
|
IJsselmeerpolders
|
1.245
|
1.318
|
-73
|
-6
|
|
Westelijk Holland
|
400
|
413
|
-13
|
-3
|
|
Waterland en Droogmakerijen
|
232
|
230
|
2
|
1
|
|
Hollands/Utrechts weidegebied
|
715
|
639
|
76
|
12
|
|
Rivierengebied
|
650
|
626
|
24
|
4
|
|
Zuidwestelijk akkerbouwgebied
|
365
|
471
|
-106
|
-23
|
|
Zuidwest-Brabant
|
839
|
856
|
-17
|
-2
|
|
Zuidelijk veehouderijgebied
|
530
|
533
|
-3
|
-1
|
|
Zuid-Limburg
|
607
|
557
|
50
|
9
|
Wageningen Economic Research, rapport 2022-055,
blz.13
In onderstaande tabel zijn de grondprijs, het vereiste directe rendement,
de grondbeloning en de verhouding tussen de grondbeloning en het vereiste
directe rendement en de regionorm voor tuinland zonder woningen of andere
opstallen weergegeven.
Berekening regionorm per pachtprijsgebied: grondbeloning gecorrigeerd
voor rendementseis
|
Pachtprijsgebied
|
Prijs onverpacht tuinland 2020
(euro/ha)
|
Vereiste directe rendement b)
(euro/ha)
|
Grondbeloning
2016–2020
(euro/ha)
|
Rendementseis/
grondbeloning
(kolom 3/kolom 4)
|
Correctie-percentage
|
Regionorm 2022
(euro/ha)
|
|
Westelijk Holland a)
|
114.953
|
-343
|
5.660
|
-0.06
|
-10
|
5.094
|
|
Rest van Nederland
|
100.731
|
-300
|
3.998
|
-0,08
|
-10
|
3.598
|
a) Exclusief boomkwekerij in het gebied Boskoop en
Rijneveld;
b) -0,298% %
Wageningen Economic Research, rapport 2022-055,
blz.15
Uitgaande van de in deze tabel vermelde regionorm zijn in artikel I,
onderdeel A, met betrekking tot de wijziging van artikel 2 van de
Uitvoeringsregeling pacht de nieuwe regionorm en het veranderpercentage
vermeld. In tabelvorm zijn de wijzigingen als volgt:
Nieuwe regionorm, oude regionorm en veranderpercentage per
pachtprijsgebied
|
Pachtprijsgebied
|
Regionorm 2022
(euro/ha)
|
Regionorm 2021
(euro/ha)
|
Veranderpercentage (%)
|
|
Westelijk Holland a)
|
5.094
|
4.496
|
13
|
|
Rest van Nederland
|
3.598
|
3.024
|
19
|
a) Exclusief boomkwekerij in het gebied Boskoop en
Rijneveld.
Wageningen Economic Research, rapport 20202-055,
blz.15
3. Hoogst toelaatbare pachtprijzen agrarische bedrijfsgebouwen
De hoogst toelaatbare pachtprijzen voor agrarische bedrijfsgebouwen in
2020, bedoeld in artikel I, onderdeel F, met betrekking tot bijlage 2a,
behorend bij artikel 4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling pacht zijn
conform artikel 16, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 vastgesteld.
Daarin is bepaald dat de hoogst toelaatbare pachtprijzen voor agrarische
bedrijfsgebouwen jaarlijks wordt aangepast aan de hand van de gemiddelde
stijging van het prijspeil volgens de bouwkostenindex in de vijf jaar
voorafgaand aan het jaar van aanpassing. De bouwkostenindex is opgebouwd
uit:
-
• het indexcijfer van de materialen voor de woningbouw en
-
• het indexcijfer van de CAO lonen in de bouwnijverheid per uur, inclusief
bijzondere beloning.
Het gemiddelde indexcijfer van de materialen voor de woningbouw wordt
hierbij één keer gewogen en het gemiddelde indexcijfer van de CAO lonen in de
bouwnijverheid per uur, inclusief bijzondere beloning, wordt hierbij twee keer
gewogen. De gemiddelde bouwkostenindex (2017–2021) voor 2022 bedraagt 2,79%.
Dit percentage is in bijlage 2a, behorend bij artikel 4, eerste lid, van de
Uitvoeringsregeling pacht verwerkt (artikel I, onderdeel F). Er is
uitgegaan van drie bedrijfstypen, te weten: akkerbouwbedrijven,
melkveebedrijven en overige bedrijven. Deze drie bedrijfstypen verschillen
substantieel voor wat betreft de soorten bedrijfsgebouwen, de nieuwwaarde
daarvan en het gemiddelde bedrijfsareaal.
Wanneer tussen partijen een andere pachtprijs is overeengekomen dan de
hoogst toelaatbare pachtprijs van artikel 16 van het Pachtprijzenbesluit 2007
dient deze pachtprijs overeenkomstig artikel 20 van het Pachtprijzenbesluit
2007 jaarlijks te worden aangepast met de gemiddelde bouwkostenindex
voor alle huishoudens over de vijf voorafgaande jaren. De gemiddelde jaarlijkse
inflatie volgens de bouwkostenindex bedroeg in de afgelopen vijf jaar
(2017–2021) 2,79% (Artikel I, onderdeel C, met betrekking tot artikel 4, tweede
lid, van de Uitvoeringsregeling pacht).
4. Hoogst toelaatbare pachtprijs agrarische woningen
In artikel 14, derde lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 is aangegeven
hoe de hoogst toelaatbare pachtprijs voor agrarische woningen moet worden
bepaald voor pachtovereenkomsten ingegaan op of na 1 september 2007 als bedoeld
in artikel 14, eerste lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Daarbij wordt
aangesloten op het geldende puntenstelsel voor zelfstandige woningen dat is
vastgesteld op grond van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, rekening
houdend met het agrarisch gebruik van de woningen. Jaarlijks stelt de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrelaties het maximale huurstijgingspercentage
per woning vast.
Per 1 juli 2022 stijgen de huurprijsgrenzen met 2,7% (inflatiepercentage
over 2021) (zie tabel bij Bijlage 2 onder A, behorend bij artikel 3 van de
Uitvoeringsregeling pacht, zoals gewijzigd in artikel I, onderdeel E).
Voor pachtovereenkomsten ingegaan vóór 1 september 2007 (artikel 15, eerste
lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007) wordt de pachtprijs van een agrarische
woning jaarlijks vastgesteld aan de hand een percentage dat overeenkomst met de
indexering die wordt toegepast bij uitvoering van de regels bedoeld in artikel
14, derde lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Het percentage wordt in 2022
op 2,3% vastgesteld (artikel I, onderdeel B), het basisverhogingspercentage
voor huurwoningen. Een extra verhoging met meer dan dit percentage voor hogere
inkomens zoals met het stelsel onder de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte
beoogd, ligt niet voor de hand, omdat de met dit stelsel beoogde doorstroming
naar andere woningen door huurders met een hoger inkomen niet van
overeenkomstige toepassing kan zijn op het agrarisch gebruik van woningen
vanwege de gebondenheid van agrariërs aan hun bedrijf.
5. Regeldruk
Uit de onderhavige wijziging van de regeling volgen geen nieuwe
verplichtingen en daarmee brengt deze regeling geen regeldrukeffecten met zich
mee.
6. Notificatie
Omdat met deze regeling maximumprijzen worden vastgesteld in de zin van
artikel 15, tweede lid, onderdeel g, van de Dienstenrichtlijn (Richtlijn
2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006
betreffende diensten op de interne markt (PbEU 2006, L 376) zal deze regeling
genotificeerd worden op grond van artikel 15, zevende lid, van de
Dienstenrichtlijn. Deze notificatie staat niet in de weg aan de
inwerkingtreding van deze regeling op 1 juli 2022.
7. Vaste verandermomenten
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2022 en is daarmee in
lijn met de vaste verandermomenten voor regelgeving en de verplichting tot
inwerkingtreding op 1 juli krachtens artikel 21a, tweede lid, van het
Pachtprijzenbesluit 2007.
Zoals aangeven in onderdeel 1 van deze toelichting zijn de wijzigingen al
bij brief van 14 juni 2022 aan de Tweede Kamer medegedeeld.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
H. Staghouwer