Besluiten aanvragen ex. Artikel 74 en artikel 84a Wet op het primair onderwijs, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

POR/202206/000001

Besluiten op aanvragen ex artikel 74 en artikel 84a Wet op het primair onderwijs voor bekostiging van een nieuwe basisschool met ingang van 1 augustus 2023.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs geeft kennis van de goedkeuring dan wel afwijzing van de volgende aanvragen die zijn ingediend voor 1 november 2021 in het kader van de procedure voor bekostiging van een nieuwe basisschool.

Stichting Trinamiek te Vijfheerenlanden.

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 12 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd LEEF, te vestigen in het postcodegebied 4125 in Hoef en Haag, gemeente Vijfheerenlanden.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 2 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 12 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 106 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 5014.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 14987.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 223.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Vijfheerenlanden bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 223, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 25 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Vijfheerenlanden heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting IEKC De Gelukstuin te Waalre

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 27 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd ‘De Gelukstuin’, te vestigen in het postcodegebied 5581 in de gemeente Waalre.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool niet voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 2 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 27 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform wettelijk voorschrift, dat wil zeggen geeft inzicht in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 113 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 6026.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 17521.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 230.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Waalre bedraagt 208. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 230, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 23 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit is op twee deugdelijkheidseisen onvoldoende. Het gaat om de volgende deugdelijkheidseisen: D1. Inhouden van het onderwijs: burgerschapsonderwijs en D2. Leerlingen die extra ondersteuning behoeven en de voorzieningen daarvoor.

D1. Inhoud van het onderwijs: burgerschapsonderwijs

Het initiatief voldoet niet aan deze deugdelijkheidseis, omdat de schriftelijke informatie en de mondelinge toelichting voor deze deugdelijkheidseis niet overeenkomen met de wettelijke voorschriften en daardoor niet bijdragen aan een positief beeld van de te verwachten onderwijskwaliteit van dit onderdeel.

D2. Leerlingen die extra ondersteuning behoeven en de voorzieningen daarvoor

Het initiatief voldoet niet aan deze deugdelijkheidseis, omdat de schriftelijke informatie en de mondelinge toelichting voor deze deugdelijkheidseis niet overeenkomen met de wettelijke voorschriften en daardoor niet bijdragen aan een positief beeld van de te verwachten onderwijskwaliteit van dit onderdeel.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen. Het bovenstaande betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit negatief is. De aanvraag voldoet niet aan de verplichtingen, genoemd in artikel 74, tweede lid, onderdeel b, van de WPO.

Nu de te verwachten onderwijskwaliteit ten aanzien van twee van de zes zogenaamde deugdelijkheidseisen door de inspectie als onvoldoende wordt gekwalificeerd, kan het verzoek om aanvang van de bekostiging van de bijzondere basisschool ‘De Gelukstuin’ in de gemeente Waalre niet worden gehonoreerd.

Stichting Spectrum SPCO te Lansingerland

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Het Palet, te vestigen in het postcodegebied 2662 in Bergschenhoek, gemeente Lansingerland.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 3 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 28 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 143 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 11583.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 34262.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 296.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Lansingerland bedraagt 262. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 296, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 15 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. De aanvraag voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 74, tweede lid, onderdeel b, van de WPO.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Lansingerland heeft bij brief van 27 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. In haar zienswijze uit de gemeente (kort samengevat) haar zorgen over het grote aantal basisscholen waarvoor een aanvraag is ingediend en tot slot over de regionale functie van scholen vanwege de grootte van het voedingsgebied, wat zorgt voor een moeilijk voorspelbare omvang van de huisvesting en wat zorgt voor een toenemende verkeersdrukte. Ook heeft de gemeente haar zorgen geuit over de betrouwbaarheid van de uitgevoerde belangstellingsmeting, vanwege gevoerde acties ten behoeve van die meting.

Alhoewel er begrip bestaat voor de genoemde zorgen, merk ik op dat deze argumenten geen onderdeel vormen van het toetsingskader. De voorliggende aanvraag is getoetst aan de wettelijke vereisten. Met betrekking tot de door uw schoolbestuur gevoerde acties ten behoeve van de belangstellingsmeting, merk ik nog op dat de huidige wet- en regelgeving daar momenteel niet aan in de weg staat, maar dat er regelgeving aanstaande is waarin hiervoor aandacht is. Overigens merk ik op dat de gemeente in haar zienswijze eveneens vermeldt dat de gevraagde school voldoende slagingskans zal hebben in Wilderswijde, zijnde de beoogde wijk van vestiging.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Vrije Leerkrachten College AURYN te Zutphen

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Vrije Leerkrachten College AURYN, te vestigen in het postcodegebied 7204 in Zutphen, gemeente Zutphen.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 4 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 111 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 2018.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 6331.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 244.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Zutphen bedraagt 242. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 244, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 20 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Zutphen heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Hoi Pippeloi Onderwijs Educatie te Veendam

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd IKC Hoi Pippeloi, te vestigen in het postcodegebied 9641 in Veendam, gemeente Veendam.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 7 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 28 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 111 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 1739.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 4667.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 209.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Veendam bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 209, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 21 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Veendam heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Geert Grootte scholen te Amsterdam

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Vrije School Thula, te vestigen in het postcodegebied 1093 in Amsterdam, gemeente Amsterdam.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 11 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 29 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 171 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 22056.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 64138.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 348.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Amsterdam bedraagt 325. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 348, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 29 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Amsterdam heeft bij brief van 27 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. In haar zienswijze zegt de gemeente (kort samengevat) geen bezwaar te hebben tegen dit initiatief en wijst op het in haar ogen bestaande risico op onderwijssegregatie bij het initiatief zelf en bij omliggende scholen.

Alhoewel er begrip bestaat voor het genoemde risico, merk ik op dat dit argument geen onderdeel vormt van het toetsingskader.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Xpect Primair te Tilburg

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 22 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Kindcentrum Willemspoort te vestigen in het postcodegebied 5026 in de gemeente Tilburg.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool niet voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 11 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 22 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform wettelijk voorschrift, dat wil zeggen geeft inzicht in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 76.

Op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 7143.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar in het voedingsgebied 20263.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en rekening houdend met een correctiefactor van 0,7, is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032 aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 151.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Tilburg bedraagt 270. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 151, is niet aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 23 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Ondanks het feit dat het advies van de inspectie ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen positief is kan, vanwege het gegeven dat niet aannemelijk is gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag door voldoende leerlingen zal worden bezocht, de aanvraag niet worden gehonoreerd.

Aanvraag van de SIVOZH te Lansingerland

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd ‘De Springplank’, te vestigen in het postcodegebied 2662 in de gemeente Lansingerland.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool niet voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 19 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 30 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform wettelijk voorschrift, dat wil zeggen geeft inzicht in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 138 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 11583.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 34262.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7, is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 286.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Lansingerland bedraagt 262. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 286, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 5 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag. Dit advies treft u als bijlage bij dit besluit aan.

Het oordeel van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit is op een deugdelijkheidseis onvoldoende. Het gaat om de volgende deugdelijkheidseis: D1. Inhoud van het onderwijs: Burgerschapsonderwijs.

D1. Inhoud van het onderwijs: burgerschapsonderwijs

Het initiatief voldoet niet aan deze deugdelijkheidseis, omdat de schriftelijke informatie en de mondelinge toelichting voor deze deugdelijkheidseis niet overeenkomen met de wettelijke voorschriften en daardoor niet bijdragen aan een positief beeld van de te verwachten onderwijskwaliteit van dit onderdeel.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen. Het bovenstaande betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit negatief is. De aanvraag voldoet niet aan de verplichtingen, genoemd in artikel 74, tweede lid, onderdeel b, van de WPO.

Nu de te verwachten onderwijskwaliteit ten aanzien van een van de zes zogenaamde deugdelijkheidseisen door de inspectie als onvoldoende wordt gekwalificeerd, kan het verzoek om de bijzondere basisschool De Springplank in de gemeente Lansingerland voor bekostiging in aanmerking te brengen, niet worden gehonoreerd.

De gemeente Lansingerland heeft bij brief van 27 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. In haar zienswijze uit de gemeente (kort samengevat) haar zorgen over het grote aantal basisscholen waarvoor een aanvraag is ingediend en over de regionale functie van scholen vanwege de grootte van het voedingsgebied, wat zorgt voor een moeilijk voorspelbare omvang van de huisvesting en wat zorgt voor een toenemende verkeersdrukte. De gemeente heeft met betrekking tot de basisschool De Springplank nog opgemerkt dat deze, nu er in Lansingerland nog geen islamitisch onderwijs is, een aanvulling betekent op het bestaande onderwijs aanbod.

Alhoewel er begrip bestaat voor de genoemde zorgen, merk ik op dat deze argumenten geen onderdeel vormen van het toetsingskader. De voorliggende aanvraag is getoetst aan de wettelijke vereisten.

Stichting Islamitisch Onderwijs NH te Zaanstad

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Elif Zaandam, te vestigen in het postcodegebied 1503 in Zaandam, gemeente Zaanstad.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 24 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 152 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 6973.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 22446.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 343.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Zaanstad bedraagt 285. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 343, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 5 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Zaanstad heeft bij brief van 29 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. De gemeente stelt dat het schoolbestuur geen inzet heeft getoond om tijdig en constructief overleg met de gemeente te voeren over de aanvraag en over de verwachtingen met betrekking tot de huisvesting en de samenwerking met de kinderopvang.

Uit een reactie van het schoolbestuur, gedateerd 4 november 2021, gericht aan het gemeentebestuur en in afschrift aan mij gestuurd, blijkt van veelvuldig contact tussen partijen.

Dat het desondanks niet is gelukt met elkaar overleg te voeren doet niet af aan het feit dat het schoolbestuur voldaan heeft aan zijn plicht tot uitnodigen zoals bedoeld 74, tweede lid, onder c, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting RK basisscholen Vleuten etc te Utrecht

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs, en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd IKC HPS Groenewoud, te vestigen in het postcodegebied 3528 in de gemeente Utrecht.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid van de wet en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool niet voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 24 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 28 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd (althans, zo wordt dat in de aanvraag aangegeven) aan de hand van een marktonderzoek.

In artikel 74a, vijfde lid, van de wet is opgenomen wat de vereisten zijn voor een marktonderzoek. In de Regeling voorzieningenplanning po 2021 zijn nadere regels voor het marktonderzoek opgenomen. Daarnaast is in artikel 8 van de Regeling voorzieningenplanning po 2021 geregeld wanneer er sprake kan zijn van een marktonderzoek. Een marktonderzoek is uitsluitend toegestaan indien in het viercijferige postcodegebied van de beoogde plaats van vestiging een groei van ten minste 30% in het aantal leerlingen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar wordt verwacht tussen het kalenderjaar waarin het marktonderzoek plaatsvindt en het tiende kalenderjaar daaraanvolgend.

In het tweede lid van artikel 8 van de Regeling is geregeld hoe de groei zoals hiervoor bedoeld dient te worden aangetoond.

Bij de aanvraag voor de bekostiging van de bijzondere basisschool in het postcodegebied 3528 in de gemeente Utrecht is een document gevoegd getiteld ‘Stichting nieuwe Basisschool de IKC HPS Groenwoud’. Noch in dit document, noch elders in de aanvraag blijkt van een feitelijk gehouden marktonderzoek zoals bedoeld in de Regeling.

U bent op grond van de basisgeneratie, de kans en mogelijkheden om in de omliggende wijken een school te vinden en de ervaringscijfers uit de recent gebouwde nieuwbouwwijken in Utrecht uitgekomen op een aantal te verwachten leerlingen per jaar. Daarbij bent u uitgegaan van een belangstellingspercentage van 60. U geeft daarbij geen inzicht in de groei van het aantal leerlingen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar in postcodegebied 3528.

Ook blijkt niet van een onderzoek afgenomen onder ouders van kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar op de manier zoals opgenomen in artikel 74a van de wet.

Daarnaast heb ik niet aangetroffen dat de voorkeur van de ondervraagden is geïnventariseerd zoals bedoeld in artikel 9 van de regeling. Uit het document dat u hebt ingediend als marktonderzoek blijkt in het geheel niet van een onderzoek onder ouders.

Anders dus dan in de aanvraag voor bekostiging is vermeld (belangstellingsmeting is op basis van een marktonderzoek) is er bij de aanvraag geen belangstellingsmeting op basis van een gehouden marktonderzoek aangetroffen.

Nu er geen belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van een marktonderzoek (en overigens ook niet aan de hand van ouderverklaringen) is niet aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

U bent in april 2022 mondeling hiervan op de hoogte gebracht. In reactie hierop reageert u bij brief van 7 april 2022 welke brief aanleiding is geweest voor overleg op 24 mei 2022 met u, met het bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs en met de gemeente Utrecht.

Vanwege het overleg en de brief geldt het volgende.

U geeft aan dat naar uw opvatting de in de wet opgenomen procedures om de belangstelling voor een school aan te tonen in dit geval niet toegepast kunnen worden. Het betreft hier immers het starten van een school in een nog niet bestaande wijk en in zo een wijk is het niet mogelijk de belangstelling voor een school aan te tonen aan de hand van een markonderzoek en/of aan de hand van ouderverklaringen. U geeft daarvoor als redenen aan dat er nog geen belangstellende ouders zijn omdat de wijk nog gebouwd moet worden en dat de AVG het niet mogelijk maakt om adresinformatie van de doelgroep op te vragen.

Verder stelt u er begrip voor te hebben dat het lastig is om in het nu voorliggende verzoek de juiste beslissing te nemen en verzoekt u om een heroverweging van de eisen rondom het meten van de belangstelling.

U heeft in het overleg ook aangegeven het ethisch onverantwoord te vinden onderzoek te verrichten / belangstelling te meten onder ouders binnen het voedingsgebied zoals dat wettelijk is bepaald. Het voedingsgebied voor het basisonderwijs betreft een gebied met een straal van 6 kilometer en binnen dat gebied bevinden zich meerdere basisscholen. Mede door de begrenzingen van de nieuwbouwwijk waarin de gevraagde school moet worden gerealiseerd is het niet te verwachten dat ouders die bij een onderzoek worden betrokken / die wellicht een ouderverklaring af zullen afgeven ook daadwerkelijk die school zullen gaan bezoeken.

Om die reden bent u van mening dat het niet juist is het volledige voedingsgebied te benutten om alsdan tot voldoende belangstelling te komen. Hierbij wordt ook nog aangegeven dat een voedingsgebied met een straal van 6 kilometer niet strookt met de gedachte van thuisnabij onderwijs zoals dat door u wordt nagestreefd.

Uw streven is erop gericht een onderwijsvoorziening beschikbaar te hebben zodra de eerste kinderen in de wijk woonachtig zullen zijn. Door de groei van Utrecht is de druk op de scholen groot en is het van wezenlijk belang dat de school (en dan niet een tijdelijke voorziening) er is vanaf het moment dat de eerste woningen worden opgeleverd.

De gemeente onderstreept dat er op basis van de te ontwikkelen nieuwbouw zowel qua aantal woningen alsook qua soort woningen, er voldoende potentieel zal zijn voor basisscholen van aanzienlijke omvang. De gemeente hecht aan de samenwerking met de schoolbesturen voor de ontwikkelingen binnen de nieuwbouwgebieden en stelt dat die samenwerking wordt bemoeilijkt door de huidige regelgeving.

Ten slotte is met u gesproken over naar uw opvatting mogelijke opties om tot oplossingen te komen nu kennelijk de huidige wet- en regelgeving voor u belemmerend werkt.

U ziet als mogelijke oplossing een derde optie in de wet waarbij de prognosecijfers inzake woningbouw van de gemeente leidend zijn voor de beoordeling van de vraag of er voldoende potentieel zal zijn voor de start van een school. Ook ziet u wellicht als mogelijke optie een onderscheid in voedingsgebied tussen een stedelijk voedingsgebied en een voedingsgebied op het platteland.

Alhoewel er mijnerzijds begrip en waardering bestaat voor uw opvattingen en handelwijze, kan ik nu niet anders concluderen dan dat er binnen de huidige wet- en regelgeving geen ruimte bestaat om mijn besluit anders te laten luiden. Wel ben ik bereid om al hetgeen door u tijdens het overleg is genoemd op een later tijdstip met u en met andere belanghebbenden en organisaties nader uit te werken.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 29 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Stichting Vrije School Almere

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Vrije School Oosterwold, te vestigen in het postcodegebied 1349 in Almere, gemeente Almere.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 24 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 28 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 114 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 2620.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 9537.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 290.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Almere bedraagt 275. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 290, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 4 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Almere heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

VCOG Neder-Betuwe te Neder-Betuwe

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Sébaschool Kesteren (voorlopige naam), te vestigen in het postcodegebied 4041 in Kesteren, gemeente Neder Betuwe.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 24 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 28 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 120 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 3277.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 9937.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 255.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Neder Betuwe bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 255, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 16 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Neder Betuwe heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Islamitisch College te Vlaardingen

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Ababil Vlaardingen, te vestigen in het postcodegebied 3132 in Vlaardingen, gemeente Vlaardingen.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 25 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 29 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 164 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 7387.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 22007.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 342.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Vlaardingen bedraagt 303. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 342, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 5 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Vlaardingen heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting CASA school te Lansingerland

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Casa Lansingerland, te vestigen in het postcodegebied 2662 in Bergschenhoek, gemeente Lansingerland.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 28 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 30 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 133 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 11583.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 34262.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 275.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Lansingerland bedraagt 262. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 275, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 29 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Lansingerland heeft bij brief van 27 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. Vanwege het samenvallen van oude en nieuwe wetgeving twijfelt de gemeente over de slagingskans van deze school in combinatie met basisscholen die van start gaan op basis van oude wetgeving.

In haar zienswijze uit de gemeente (kort samengevat) verder haar zorgen over het grote aantal basisscholen waarvoor een aanvraag is ingediend en tot slot over de regionale functie van scholen vanwege de grootte van het voedingsgebied, wat zorgt voor een moeilijk voorspelbare omvang van de huisvesting en wat zorgt voor een toenemende verkeersdrukte.

De voorliggende aanvraag is getoetst aan de wettelijke vereisten en gebleken is dat daar aan wordt voldaan. Alhoewel er begrip bestaat voor de genoemde zorgen, merk ik op dat deze argumenten geen onderdeel vormen van het toetsingskader.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting SPO Utrecht te Utrecht

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op openbare grondslag

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs, en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een openbare basisschool genaamd KC Cartesius, te vestigen in het postcodegebied 3534 in de gemeente Utrecht.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid van de wet en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen besluit ik hierbij dat de gewenste openbare basisschool niet voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 29 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 28 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd (althans, zo wordt dat in de aanvraag aangegeven) aan de hand van een marktonderzoek.

In artikel 74a, vijfde lid, van de wet is opgenomen wat de vereisten zijn voor een marktonderzoek. In de Regeling voorzieningenplanning po 2021 zijn nadere regels voor het marktonderzoek opgenomen. Daarnaast is in artikel 8 van de Regeling voorzieningenplanning po 2021 geregeld wanneer er sprake kan zijn van een marktonderzoek. Een marktonderzoek is uitsluitend toegestaan indien in het viercijferige postcodegebied van de beoogde plaats van vestiging een groei van ten minste 30% in het aantal leerlingen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar wordt verwacht tussen het kalenderjaar waarin het marktonderzoek plaatsvindt en het tiende kalenderjaar daaraanvolgend.

In het tweede lid van artikel 8 van de Regeling is geregeld hoe de groei zoals hiervoor bedoeld dient te worden aangetoond.

Bij de aanvraag voor de bekostiging van de bijzondere basisschool in het postcodegebied 3534 in de gemeente Utrecht is een document gevoegd getiteld ‘Bewijs van belangstelling’. Noch in dit document, noch elders in de aanvraag blijkt van een feitelijk gehouden marktonderzoek zoals bedoeld in de Regeling. U bent op grond van de basisgeneratie, de kans en mogelijkheden om in de omliggende wijken een school te vinden en de ervaringscijfers uit de recent gebouwde nieuwbouwwijken in Utrecht uitgekomen op een aantal te verwachten leerlingen per jaar. Daarbij bent u uitgegaan van een belangstellingspercentage van tussen de 50 en 60. U geeft daarbij geen inzicht in de groei van het aantal leerlingen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar in postcodegebied 3534. Ook blijkt niet van een onderzoek afgenomen onder ouders van kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar op de manier zoals opgenomen in artikel 74a van de wet. Daarnaast heb ik niet aangetroffen dat de voorkeur van de ondervraagden is geïnventariseerd zoals bedoeld in artikel 9 van de regeling. Uit het document dat u hebt ingediend als marktonderzoek blijkt in het geheel niet van een onderzoek onder ouders. Anders dus dan in de aanvraag voor bekostiging is vermeld (belangstellingsmeting is op basis van een marktonderzoek) is er bij de aanvraag geen belangstellingsmeting op basis van een gehouden marktonderzoek aangetroffen.

Nu er geen belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van een marktonderzoek (en overigens ook niet aan de hand van ouderverklaringen) is niet aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

U bent in april 2022 mondeling hiervan op de hoogte gebracht. In reactie hierop reageert u bij brief van 7 april 2022 welke brief aanleiding is geweest voor overleg op 24 mei 2022 met u en met het bestuur van de Stichting RK Basisscholen Vleuten-De Meern-Haarzuilens.

Vanwege het overleg en de brief geldt het volgende.

U geeft aan dat naar uw opvatting de in de wet opgenomen procedures om de belangstelling voor een school aan te tonen in dit geval niet toegepast kunnen worden. Het betreft hier immers het starten van een school in een nog niet bestaande wijk en in zo een wijk is het niet mogelijk de belangstelling voor een school aan te tonen aan de hand van een markonderzoek en/of aan de hand van ouderverklaringen. U geeft daarvoor als redenen aan dat er nog geen belangstellende ouders zijn omdat de wijk nog gebouwd moet worden en dat de AVG het niet mogelijk maakt om adresinformatie van de doelgroep op te vragen.

Verder stelt u er begrip voor te hebben dat het lastig is om in het nu voorliggende verzoek de juiste beslissing te nemen en verzoekt u om een heroverweging van de eisen rondom het meten van de belangstelling.

U heeft in het overleg ook aangegeven het ethisch onverantwoord te vinden onderzoek te verrichten / belangstelling te meten onder ouders binnen het voedingsgebied zoals dat wettelijk is bepaald. Het voedingsgebied voor het basisonderwijs betreft een gebied met een straal van 6 kilometer en binnen dat gebied bevinden zich meerdere basisscholen. Mede door de begrenzingen van de nieuwbouwwijk waarin de gevraagde school moet worden gerealiseerd is het niet te verwachten dat ouders die bij een onderzoek worden betrokken / die wellicht een ouderverklaring af zullen afgeven ook daadwerkelijk die school zullen gaan bezoeken.

Om die reden bent u van mening dat het niet juist is het volledige voedingsgebied te benutten om alsdan tot voldoende belangstelling te komen. Hierbij wordt ook nog aangegeven dat een voedingsgebied met een straal van 6 kilometer niet strookt met de gedachte van thuisnabij onderwijs zoals dat door u wordt nagestreefd.

Uw streven is erop gericht een onderwijsvoorziening beschikbaar te hebben zodra de eerste kinderen in de wijk woonachtig zullen zijn. Door de groei van Utrecht is de druk op de scholen groot en is het van wezenlijk belang dat de school (en dan niet een tijdelijke voorziening) er is vanaf het moment dat de eerste woningen worden opgeleverd.

De gemeente onderstreept dat er op basis van de te ontwikkelen nieuwbouw zowel qua aantal woningen alsook qua soort woningen, er voldoende potentieel zal zijn voor basisscholen van aanzienlijke omvang. De gemeente hecht aan de samenwerking met de schoolbesturen voor de ontwikkelingen binnen de nieuwbouwgebieden en stelt dat die samenwerking wordt bemoeilijkt door de huidige regelgeving.

Ten slotte is met u gesproken over naar uw opvatting mogelijke opties om tot oplossingen te komen nu kennelijk de huidige wet- en regelgeving voor u belemmerend werkt.

U ziet als mogelijke oplossing een derde optie in de wet waarbij de prognosecijfers inzake woningbouw van de gemeente leidend zijn voor de beoordeling van de vraag of er voldoende potentieel zal zijn voor de start van een school. Ook ziet u wellicht als mogelijke optie een onderscheid in voedingsgebied tussen een stedelijk voedingsgebied en een voedingsgebied op het platteland.

Alhoewel er mijnerzijds begrip en waardering bestaat voor uw opvattingen en handelwijze, kan ik nu niet anders concluderen dan dat er binnen de huidige wet- en regelgeving geen ruimte bestaat om mijn besluit anders te laten luiden. Wel ben ik bereid om al hetgeen door u tijdens het overleg is genoemd op een later tijdstip met u en met andere belanghebbenden en organisaties nader uit te werken.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 29 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Stichting Islamitisch Primair Onderwijs te Oosterhout

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd ibs Aboe Ayoeb Al Ansari, te vestigen in het postcodegebied 4904 in Oosterhout, gemeente Oosterhout.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 29 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 29 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 131 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 6536.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 19102.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 268.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Oosterhout bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 268, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 29 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Oosterhout heeft bij brief van 25 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. In haar zienswijze geeft de gemeente aan welke uitgangspunten gelden voor alle scholen in de gemeente Oosterhout, te weten algemeen toegankelijk zijn en geen leerlingen of leerkrachten uit te sluiten, een actieve bijdrage leveren aan de samenleving en hierop aanspreekbaar zijn, burgerschap, een actieve bijdrage leveren aan het bestrijden van onderwijsachterstand en partner zijn in het onderwijsveld. De gemeente geeft aan deze zienswijze in een gesprek aan uw schoolbestuur te hebben toegelicht.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Islamitisch Primair Onderwijs te Vlissingen

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd ibs Iqra, te vestigen in het postcodegebied 4388 in Oost-Souburg, gemeente Vlissingen.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 29 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 29 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 132 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 2694.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 7860.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 270.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Vlissingen bedraagt 242. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 270, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 29 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Vlissingen heeft bij brief van 26 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. In haar zienswijze verwijst de gemeente naar hun standpunt ten tijde van een eerdere aanvraag van uw bestuur in 2019.

Zij benoemt haar zorgen over het verwachte nadelige effect dat een nieuwe school zal hebben op de leerlingenaantallen van andere scholen. Ook de prognose van afnemende leerlingenaantallen in relatie tot de beperkte leegstand schoolgebouwen die nu in gebruik zijn, leiden tot terughoudendheid om te investeren in nieuwe onderwijshuisvesting voor een geheel nieuwe school. Ook de hiermee gepaard gaande kosten voor gemeente zijn niet voorzien, noch gewenst.

De gemeenteraad betwijfelde eveneens of ouders uit de regio de reisbereidheid zouden hebben om hun kinderen vanuit Middelburg naar Vlissingen te brengen.

Alhoewel er begrip bestaat voor de genoemde argumenten, merk ik op dat deze geen onderdeel vormen van het huidige toetsingskader.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Laurentiusstichting voor Katholiek Onderwijs te Lansingerland

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd IKC Het Avontuur, te vestigen in het postcodegebied 2662 in Bergschenhoek, gemeente Lansingerland.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 29 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 29 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 136 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 11583.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 34262.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 282.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Lansingerland bedraagt 262. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 282, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 24 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Lansingerland heeft bij brief van 27 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. In haar zienswijze uit de gemeente (kort samengevat) haar zorgen over het grote aantal basisscholen waarvoor een aanvraag is ingediend en tot slot over de regionale functie van scholen vanwege de grootte van het voedingsgebied, wat zorgt voor een moeilijk voorspelbare omvang van de huisvesting en wat zorgt voor een toenemende verkeersdrukte.

Alhoewel er begrip bestaat voor de genoemde zorgen, merk ik op dat deze argumenten geen onderdeel vormen van het toetsingskader. De voorliggende aanvraag is getoetst aan de wettelijke vereisten. Overigens merk ik op dat de gemeente in haar zienswijze eveneens vermeldt dat de gevraagde school het beste aansluit op de gemeentelijke ambities voor Wilderswijde, zijnde de beoogde wijk van vestiging.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Islamitisch College te Maassluis

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Ababil Maasluis, te vestigen in het postcodegebied 3145 in Maassluis, gemeente Maassluis.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 29 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 29 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 152 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 4744.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 15483.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 347.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Maassluis bedraagt 308. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 347, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 5 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Maassluis heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Islamitisch College te Schiedam

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Ababil-2 Schiedam, te vestigen in het postcodegebied 3112 in Schiedam, gemeente Schiedam.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 29 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 29 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 194 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 18217.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 49838.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 372

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Schiedam bedraagt 322. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 372, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 5 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Schiedam heeft bij brief van 29 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

De gemeente stelt (kort gezegd) dat ook met de twee reeds bestaande islamitische basisscholen in de gemeente voldoende onderwijsplaatsen aanwezig zijn en dat een derde islamitische basisschool geen extra toevoeging betekent aan het bestaande onderwijsaanbod. Het honoreren van de aanvraag leidt tot nadelige gevolgen met betrekking tot gemaakte afspraken in het kader van de huisvesting van scholen.

Voorts stelt de gemeente dat een derde islamitische basisschool kan zorgen voor een aanzuigende werking van geïnteresseerde ouders en leerlingen van buiten Schiedam hetgeen de gemeente onwenselijk acht.

Alhoewel er begrip bestaat voor de genoemde argumenten, merk ik op dat deze argumenten geen onderdeel vormen van het toetsingskader. De voorliggende aanvraag is getoetst aan de wettelijke vereisten.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Islamitisch Basisonderwijs Amsterdam te Amsterdam

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd IBS De Dadelpalm, te vestigen in het postcodegebied 1067 in Amsterdam, gemeente Amsterdam.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 29 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 30 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 186 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 12561.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 34384.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 356.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Amsterdam bedraagt 325. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 356, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 5 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Amsterdam heeft bij brief van 27 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

De gemeente plaatst vraagtekens bij de levensvatbaarheid van de school en de gemeente verwacht dat de kost van deze school gevolgen kan hebben voor het voortbestaan van andere en recent gestichte basisscholen in Nieuw-West. Ook heeft de gemeente twijfels bij het segregerende effect van dit initiatief.

Alhoewel er begrip bestaat voor de genoemde zorgen, merk ik op dat deze argumenten geen onderdeel vormen van het toetsingskader. De voorliggende aanvraag is getoetst aan de wettelijke vereisten.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Onderwijs Transformeert te Zwolle

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Buitenwijs, te vestigen in het postcodegebied 8042 in Zwolle, gemeente Zwolle.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 29 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 30 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 131 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 6209.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 17147.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 253.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Zwolle bedraagt 247. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 253, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 14 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Zwolle heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Onderwijs te Weesp

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Basisschool IKC Cadans Leeuwenveld, te vestigen in het postcodegebied 1382 in Weesp, gemeente Weesp.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 29 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 29 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 125 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 8547.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 24981.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 256.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Weesp bedraagt 208. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 256, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 29 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Weesp is per 23 maart 2022 onderdeel geworden van de gemeente Amsterdam. Derhalve heeft Amsterdam namens het college van Weesp bij brief van 27 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. De gemeente stelt dat zij bekend is met de wens van stichting Onderwijs om een nieuwe school te starten in Weesp. Echter keurt de gemeente de wijze waarop de stichting ouderverklaringen voor dit initiatief heeft vergaard af. Op basis van de verwachte woningbouwontwikkelingen en leerlingenprognoses van Weesp lijkt er voldoende ruimte aanwezig voor een derde basisschool in Weespersluis. De leerlingenprognoses vertonen een piek rond 2027/2028, om daarna weer af te nemen. Dat betekent dat er mogelijk na die tijd nadelige effecten zijn te verwachten op het bestaande scholenaanbod.

Ook heeft de gemeente haar zorgen geuit over de betrouwbaarheid van de uitgevoerde belangstellingsmeting, vanwege gevoerde acties ten behoeve van die meting.

De voorliggende aanvraag is getoetst aan de wettelijke vereisten. Met betrekking tot de door uw schoolbestuur gevoerde acties ten behoeve van de belangstellingsmeting, merk ik nog op dat de huidige wet- en regelgeving daar momenteel niet aan in de weg staat, maar dat er regelgeving aanstaande is waarin hiervoor aandacht is.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Onderwijs Oostelbeers e.o. te Oirschot

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 5 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Kindcentrum De Beuk, te vestigen in het postcodegebied 5091 in Oost West en Middelbeers, gemeente Oirschot.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 29 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 5 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 106 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 989.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 2855.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 214.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Oirschot bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 214, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 21 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Oirschot heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Islamitisch Onderwijs Utrecht

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Al Amana Overvecht, te vestigen in het postcodegebied 3561 in Utrecht, gemeente Utrecht.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 30 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 195 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 13483.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 38608.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 391.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Utrecht bedraagt 317. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 391, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 14 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Utrecht heeft bij brief van 29 oktober 2021 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. De gemeente noemt verschillende positieve punten met betrekking tot dit initiatief. Daarnaast vermeld de gemeente dat de komst van een nieuwe basisschool naar verwachting een effect zal hebben op het evenwicht van de overige scholen in de wijk en kan leiden tot een verdere krimp op andere basisscholen en mogelijk ook op de dichtbij gelegen basisschool Aboe Da’oed (wijk Noordwest).

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Al Amanascholen te Veenendaal

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Al Amana Veenendaal, te vestigen in het postcodegebied 3904 in Veenendaal, gemeente Veenendaal.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 30 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 165 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 6366.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 19672.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 357.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Veenendaal bedraagt 318. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 357, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 19 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Veenendaal heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting Mares Beheer te Brielle

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2021 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd De Verwondering Voorne, te vestigen in het postcodegebied 3232 in Brielle, gemeente Brielle.

Besluit

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 30 juni 2021 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2021. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift, in die zin dat de belangstellingsmeting inzicht geeft in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag en is uitgevoerd binnen het voedingsgebied dat een gebied omvat dat bestaat uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging.

Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 96 en op 1 januari 2021 bedraagt het aantal 2- tot en met 4- jarigen in het voedingsgebied 3096.

Op 1 januari 2032 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 9407.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2032, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 204.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Brielle bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2032 wordt berekend op 204, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 17 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Brielle heeft bij brief van 11 januari 2022 een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. In haar zienswijze uit de gemeente (kort samengevat) haar zorgen over het feit dat er door u slechts een algemene uitnodiging voor een digitale informatiebijeenkomst is verstuurd aan een breed publiek, en niet individueel aan de gemeente. Hierdoor heeft de gemeente niet met u kunnen spreken over voor hen zeer belangrijke zaken als huisvesting en onderwijsachterstandenbestrijding. Deze onderwerpen kwamen ook niet aan bod tijdens de informatiebijeenkomst.

Met betrekking tot de zogenoemde ‘uitnodigingsplicht’ merk ik nu het volgende op.

Uit de aangeleverde documenten ter ondersteuning van de aanvraag blijkt van een uitnodiging, gedateerd 23 augustus 2021 aan de gemeente. De uitnodiging betreft een online bijeenkomst waarbij informatie zal worden verstrekt en waarbij in gesprek kan worden gegaan over dit initiatief.

Aangezien er geen vormvereisten zijn voor het overleg zoals dat wordt bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder c, van de WPO is met de uitnodiging van 23 augustus 2021 voldaan aan het wettelijk vereiste.

Voorts geldt nog het volgende.

Met betrekking tot de aanvang van de bekostiging van de school, wil ik het volgende onder uw aandacht brengen.

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, tijdig een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Stichting SchOOL te Lelystad

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op openbare grondslag, door verzelfstandiging van basisschool De Tjotter (16NB)

Naar aanleiding van de door u op 27 oktober 2021 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de basisschool ‘ De Tjotter’, brinnummer 16NB te Lelystad. De vestiging (genaamd ‘Kindcentrum Warande’) is gevestigd op het adres Haagwinde 2 te Lelystad.

Besluit

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2023 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. Het brinnummer voor de school is 31WE.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm van het overblijvende deel bedraagt op die datum 86 en het aantal leerlingen bedraagt 259. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 200 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 377.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 15 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2023 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Stichting Rotterdamse Vereniging Katholiek Onderwijs te Rotterdam

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag, door verzelfstandiging van basisschool Albert Schweitzer (17SW)

Naar aanleiding van de door u op 27 oktober 2021 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de basisschool ‘Albert Schweitzer’, brinnummer 17SW te Rotterdam. De vestiging (genaamd ‘Park16Hoven’) is gevestigd op het adres Tinbergenlaan 52 te Rotterdam.

Besluit

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2023 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. Het brinnummer voor de school is 31WF.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm van het overblijvende deel bedraagt op die datum 182 en het aantal leerlingen bedraagt 554. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 303 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 359.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 29 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2023 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Stichting Rotterdamse Vereniging Katholiek Onderwijs te Rotterdam

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag, door verzelfstandiging van basisschool De Globetrotter (17DP)

Naar aanleiding van de door u op 27 oktober 2021 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de basisschool ‘ De Globetrotter’, brinnummer 17DP te Rotterdam. De vestiging (genaamd ‘Globetrotter Katendrecht’) is gevestigd op het adres Maashavenkade 225 te Rotterdam.

Besluit

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2023 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. Het brinnummer voor de school is 31WG.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm van het overblijvende deel bedraagt op die datum 182 en het aantal leerlingen bedraagt 197. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 303 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 458.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 29 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2023 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Stichting Delta De Bilt Primair Onderwijs te Bilthoven

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag, door verzelfstandiging van basisschool St. Theresia (07EI)

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2021 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de basisschool ‘ St. Theresia’, brinnummer 07EI te Bilthoven. De vestiging (genaamd ‘Van Dijckschool’) is gevestigd op het adres Van Dijcklaan 4 te Bilthoven.

Besluit

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2023 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. Het brinnummer voor de school is 31WH.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm van het overblijvende deel bedraagt op die datum 150 en het aantal leerlingen bedraagt 415. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 200 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 201.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 8 april 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2023 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Hervormde Schoolvereniging te Nijkerk

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag, door verzelfstandiging van basisschool Ichtusschool (23UC)

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2021 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de basisschool ‘Ichthusschool’, brinnummer 23UC te Nijkerk. De vestiging (genaamd ‘De Hoeksteen’) is gevestigd op het adres Zandoogje 1 te Nijkerk.

Besluit

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2023 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. Het brinnummer voor de school is 31WJ.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm van het overblijvende deel bedraagt op die datum 116 en het aantal leerlingen bedraagt 150. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 200 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 393.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 14 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2023 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Stichting PCO Utrecht te Nieuwegein

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag, door verzelfstandiging van basisschool Willem Alexander (13CT)

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2021 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de basisschool ‘Willem Alexander’, brinnummer 13CT te Nieuwegein. De vestiging (genaamd ‘Vreeswijk’) is gevestigd op het adres Koninginnelaan 5 te Nieuwegein.

Besluit

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2023 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. Het brinnummer voor de school is 31WK.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm van het overblijvende deel bedraagt op die datum 177 en het aantal leerlingen bedraagt 199. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 295 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 323.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 17 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2023 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Stichting De Hoeksche School te Oud Beijerland

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op openbare grondslag, door verzelfstandiging van basisschool De Tandem (13AY)

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2021 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de basisschool ‘De Tandem’, brinnummer 13AY te Oud Beijerland. De vestiging (genaamd ‘De Klinker’) is gevestigd op het adres Polderlaan 9 te Oud Beijerland.

Besluit

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2023 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. Het brinnummer voor de school is 31WP.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm van het overblijvende deel bedraagt op die datum 152 en het aantal leerlingen bedraagt 207. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 253 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 277.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 18 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2023 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Stichting RK Basisonderwijs Vleuten te Vleuten

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag, door verzelfstandiging van basisschool Twaalfruiter (27YH)

Naar aanleiding van de door u op 16 juli 2021 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de basisschool ‘Twaalfruiter’, brinnummer 27YH te Vleuten. De vestiging (genaamd ‘IKC Weide Wereld’) is gevestigd op het adres Doyenneperenlaan 1 te Vleuten.

Besluit

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2023 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. Het brinnummer voor de school is 31WL.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm van het overblijvende deel bedraagt op die datum 190 en het aantal leerlingen bedraagt 807. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 317 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 520.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 28 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2023 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Stichting Onderwijsgroep EduMare te Hellevoetsluis

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag, door verzelfstandiging van basisschool Hendrik Boogaard (09XC)

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2021 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de basisschool ‘Hendrik Boogaard’, brinnummer 09XC te Hellevoetsluis. De vestiging (eveneens genaamd ‘Hendrik Boogaard’) is gevestigd op het adres Rode Kruislaan 3 te Hellevoetsluis.

Besluit

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2023 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. Het brinnummer voor de school is 31WM.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm van het overblijvende deel bedraagt op die datum 145 en het aantal leerlingen bedraagt 287. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 243 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 253.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 30 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2023 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Stichting LeerSaam te Etten-Leur

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op openbare grondslag, door verzelfstandiging van basisschool De Springplank (18EJ)

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2021 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de basisschool ‘De Springplank’, brinnummer 18EJ te Etten Leur. De vestiging (genaamd ‘De Leest’) is gevestigd op het adres Gruiterstraat 1 te Etten Leur.

Besluit

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2023 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. Het brinnummer voor de school is 31WN.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm van het overblijvende deel bedraagt op die datum 127 en het aantal leerlingen bedraagt 167. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 212 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 320.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 15 maart 2022 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is.

Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2023. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2023 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2023 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2023 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Een belanghebbende kan tegen een besluit, binnen zes weken na de dag waarop het besluit aan de aanvrager is toegezonden (30 mei 2022), schriftelijk bezwaar maken. De belanghebbende dient daartoe een bezwaarschrift in bij de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, onder vermelding van ‘Bezwaar’, ter attentie van DUO, Postbus 30205, 2500 GE Den Haag. Meer informatie over het maken van bezwaar vindt u op www.bezwaarschriftenocw.nl.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs D. Wiersma Namens deze: De directeur Onderwijsinstellingen van de Dienst Uitvoering Onderwijs N. Zeijlemaker

Naar boven