Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2022, 13916 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2022, 13916 | advies Raad van State |
Datum 9 mei 2022
Nader rapport inzake het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur tot wijziging diverse algemene maatregelen van bestuur van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in verband met kleine beleidsmatige, technische en redactionele wijzigingen
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 17 maart 2022, nr. nr. 2022000596, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde ontwerp van een algemene maatregel van bestuur rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 14 april 2022, nr. W12.22.00027/III, bied ik U hierbij aan.
Het ontwerp heeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding gegeven opmerkingen te maken bij het ontwerpbesluit en de Afdeling adviseert het besluit te nemen. De tekst van het advies treft U hieronder cursief aan.
Bij Kabinetsmissive van 17 maart 2022, no.2022000596, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit van tot wijziging van diverse algemene maatregelen van bestuur van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in verband met kleine beleidsmatige, technische en redactionele wijzigingen, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State,
Th. C. de Graaf
Ik doe U hierbij het ontwerpbesluit en de nota van toelichting toekomen en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten.
No. W12.22.00027/III
’s-Gravenhage, 14 april 2022
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 17 maart 2022, no.2022000596, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit van tot wijziging van diverse algemene maatregelen van bestuur van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in verband met kleine beleidsmatige, technische en redactionele wijzigingen, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State, Th.C. de Graaf.
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 14 maart 2022, nr. 2022-0000061460,
Gelet op de artikelen 10b, tweede lid, van de Participatiewet, 73a en 82a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, 6, vierde lid, en 36, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en 19ab, vierde lid, van de Ziektewet;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen [niet invullen],
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het Besluit advisering beschut werk wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 vervalt de begripsbepaling van ‘persoon’.
B
Aan artikel 3 wordt een lid toegevoegd, luidende:
8. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan ten behoeve van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 10b, tweede en derde lid, van de Participatiewet de hiervoor noodzakelijke gegevens opvragen bij scholen, begeleidende organisaties en werkgevers. Bij ministeriële regeling wordt geregeld wat onder noodzakelijke gegevens wordt verstaan.
Het Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 4, tweede lid, wordt na ‘artikel 2, eerste lid, onderdeel b,’ ingevoegd ‘van’ en wordt ‘Wet werk en inkomen uit arbeid’ vervangen door ‘Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen’.
B
In artikel 5, eerste lid, wordt ‘31 juni 2022’ vervangen door ‘30 juni 2022’.
Artikel 7, derde lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van onderdeel c wordt de puntkomma vervangen door een punt.
2. Onderdeel d vervalt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,
Dit verzamelbesluit omvat een beperkt aantal wijzigingen op het beleidsterrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarbij parlementaire betrokkenheid voorgeschreven is (voorhangprocedure). Het zijn technische en redactionele wijzigingen die dienen ter verduidelijking en nadere invulling van eerder gemaakte beleidskeuzes en het herstellen van omissies. Voor een nadere toelichting op de technische en redactionele wijzigingen wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting. Daarnaast is er één kleine beleidsmatige wijziging in dit besluit opgenomen. Deze wordt in de volgende paragraaf toegelicht.
Een aanvraag ‘advies indicatie beschut werk’ wordt ingediend bij Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) door de gemeente waar een persoon woonplaats heeft of door de desbetreffende persoon zelf. Om te komen tot een gedegen en goed onderbouwd advies heeft UWV diverse gegevens nodig. Voor de verwerking van noodzakelijke (persoons)gegevens bieden artikel 10b Participatiewet, artikel 6, eerste lid, onder e, van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)1 en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) de algemene wettelijke basis. Zouden gegevens over gedrag, te weten hoe iemand in de dagelijkse praktijk functioneert, die in dat kader worden verwerkt, moeten worden aangemerkt als gegevens over gezondheid, dan biedt artikel 30 UAVG deze basis. UWV heeft geconstateerd dat er daarnaast een specifieke grondslag bestaat voor het opvragen van gegevens bij gemeenten en de werkgever en voor het hergebruiken van intern bekende gegevens vanuit de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet sociale werkvoorziening (art. 73a Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen). Er wordt nu voor gekozen om ook een specifieke grondslag op te nemen voor het opvragen van de overige benodigde gegevens bij onder andere scholen en begeleidende instanties (waaronder dagbestedingsorganisatie, 24-uurs woon/zorginstellingen en hulpverleningsorganisaties zoals Humanitas en Stichting MEE). Bij ministeriële regeling wordt vervolgens geregeld wat onder noodzakelijke gegevens wordt verstaan, waaronder bijvoorbeeld een stageverslag, een persoonlijk ontwikkelplan of informatie over belastbaarheid. Deze wijziging voorziet hierin.
Het Verzamelbesluit SZW 2022, dat een groot aantal wijzigingen bevat waarvoor geen parlementaire betrokkenheid is voorgeschreven, heeft de minister reeds aan de toetsende en adviserende instanties voorgelegd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Belastingdienst, Dienst Uitvoering Onderwijs, het Adviescollege Toetsing Regeldruk, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Inspectie SZW hebben uitvoeringstoetsen en adviezen uitgebracht.
De artikelen I en II zijn toen al meegenomen voor toetsing. De uitvoeringsinstanties achten deze wijzigingen uitvoerbaar en handhaafbaar. Specifiek wordt nog opgemerkt dat de AP positief heeft geadviseerd over de wijziging van artikel I. Ten aanzien van artikel III heeft UWV in die fase ook reeds gemeld geen bezwaren te hebben.
De inhoudelijke nalevingskosten en de administratieve lasten vormen gezamenlijk de kosten die samenhangen met regeldruk. Het kabinet streeft ernaar de regeldruk voor burgers, bedrijven en professionals terug te dringen. De regeldrukeffecten van de wijzigingen in voorliggend besluit zijn nihil.
De financiële effecten van de wijzigingen in voorliggend besluit op de uitvoeringskosten van UWV zijn beperkt. Deze zullen binnen de bestaande begroting van UWV worden ingepast.
Voor de Belastingdienst hebben de wijzigingen in voorliggend besluit geen effect op de uitvoeringskosten.
Gelet op de vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijn van regelgeving treedt dit besluit in werking op 1 juli 2022.
Op 9 december 2021 is het besluit in het kader van de voorhangprocedure naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Gedurende vier weken – buiten de recesperiode om – zijn de Kamers in gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen bij het voorstel kenbaar te maken. Daar is geen gebruik van gemaakt.
Onderdeel A betreft een technische wijziging vanwege de inwerkingtreding per 1 januari 2017 van de Wet tot wijziging van Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verplichten van beschut werk en met betrekking tot het quotum van arbeidsbeperkten en het openstellen van de Praktijkroute.
Voor onderdeel B wordt verwezen naar § 2 van het algemeen deel van deze nota van toelichting.
In het Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen zijn twee verschrijvingen gecorrigeerd.
Ingevolge het overgangsrecht bij de afschaffing van de levensloopregeling ingevolge het Belastingplan 2012 en het Belastingplan 2013, in samenhang met artikel II van de Wet overige fiscale maatregelen 2021 (Stb. 2020, 542), worden levensloopregelingen die voor 2012 zijn aangegaan, met ingang van 1 januari 2022 niet langer fiscaal gefaciliteerd en wordt het overgangsrecht inzake levensloopregelingen beëindigd. Het is daardoor niet langer mogelijk fiscaal gefaciliteerd levensloopverlof op te nemen. Artikel 7, derde lid, onderdeel d, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, dat betrekking heeft op de toepassing van fiscaal gefaciliteerde levensloopuitkeringen, is daardoor overbodig geworden en vervalt daarom.
De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,
Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-13916.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.