Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken d.d. 10 januari
2022, nr. 3758952.
Gezien het Ons aangeboden ontslag door:
H.M. de Jonge, Vice-Minister-President, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
drs. K.H. Ollongren, Vice-Minister-President, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
drs. C.J. Schouten, Vice-Minister-President, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
mr. W.B. Hoekstra, Minister van Financiën;
Gelet op artikel 43 van de Grondwet;
HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:
Artikel 1
Geen ontslag te verlenen aan:
H.M. de Jonge, met dien verstande dat hij op de meest eervolle wijze wordt ontheven
van de hoedanigheid van Vice-Minister-President en van de leiding van het Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en hem te belasten met de aangelegenheden betreffende
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
drs. K.H. Ollongren, met dien verstande dat zij op de meest eervolle wijze wordt ontheven
van de hoedanigheid van Vice-Minister-President en van de leiding van het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en haar te belasten met de leiding
van het Ministerie van Defensie;
drs. C.J. Schouten, met dien verstande dat zij op de meest eervolle wijze wordt ontheven
van de leiding van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en haar
te belasten met de aangelegenheden betreffende Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;
mr. W.B. Hoekstra, met dien verstande dat hij op de meest eervolle wijze wordt ontheven
van de leiding van het Ministerie van Financiën, en hem te belasten met de leiding
van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel 2
Met ingang van heden te benoemen tot Minister:
D. Yeşilgöz-Zegerius, en haar te belasten met de leiding van het Ministerie van Justitie
en Veiligheid;
mr. drs. H.G.J. Bruins Slot, en haar te belasten met de leiding van het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
dr. R.H. Dijkgraaf, en hem te belasten met de leiding van het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap;
S.A.M. Kaag, en haar te belasten met de leiding van het Ministerie van Financiën;
M.G.J. Harbers, en hem te belasten met de leiding van het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat.
mr. drs. M.A.M. Adriaansens, en haar te belasten met de leiding van het Ministerie
van Economische Zaken en Klimaat;
ir. C.E.G. van Gennip, en haar te belasten met de leiding van het Ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid;
dr. E.J. Kuipers, en hem te belasten met de leiding van het Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport;
H. Staghouwer, en hem te belasten met de leiding van het Ministerie van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit.
Artikel 3
Met ingang van heden te benoemen tot Minister zonder portefeuille:
mr. drs. E.N.A.J. Schreinemacher, en haar te belasten met de aangelegenheden betreffende
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
F.M. Weerwind, en hem te belasten met de aangelegenheden betreffende Rechtsbescherming;
drs. A.D. Wiersma, en hem te belasten met de aangelegenheden betreffende Primair en
Voortgezet Onderwijs;
R.A.A. Jetten MSc en hem te belasten met de aangelegenheden betreffende Klimaat en
Energie;
C. Helder, en haar te belasten met de aangelegenheden betreffende Langdurige Zorg
en Sport;
Ch. van der Wal-Zeggelink, en haar te belasten met de aangelegenheden betreffende
Natuur en Stikstof.
Artikel 4
Met ingang van heden te benoemen tot Vice-Minister-President:
Onze Minister van Financiën, S.A.M. Kaag;
Onze Minister van Buitenlandse Zaken, mr. W.B. Hoekstra;
Met dien verstande dat Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,
drs. C.J. Schouten, belast blijft met de hoedanigheid van Vice-Minister-President.
's-Gravenhage, 10 januari 2022
Willem Alexander
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
M. Rutte