Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2021, 9822Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen

Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf,

Uitvoeringsregelingen voor het 2021

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 maart 2021 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Uitvoeringsregelingen voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van Landelijke Belangen Vereniging (LBV) mede namens de overige partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: Onderhoud.nl;

Partij ter andere zijde: LBV.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Uitvoeringsregelingen voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

HOOFDSTUK 1: BEGRIPPEN, WERKINGSSFEER EN LOOPTIJD

Artikel 6 komt te luiden:

‘Artikel 6 Dispensatie

Partijen bij deze CAO zijn gezamenlijk bevoegd dispensatie te verlenen van de toepassing van één of meer bepalingen van deze CAO en verwijzen naar artikel 9 van de cao SAG zoals gepubliceerd in de Stcrt. 2019, 48994

HOOFDSTUK 3: BIJDRAGEREGLEMENT

Artikel 2 komt te luiden:

‘Artikel 2 Hoogte en vaststelling van de bijdrage

  • 1. De bijdrage wordt vastgesteld in de vorm van een percentage van het door de werkgever aan de werknemer te betalen loon.

  • 2. Jaarlijks wordt uiterlijk op 1 november de hoogte van de bijdrage voor het volgend kalenderjaar vastgesteld. De bijdrage bestaat uit een werkgevers- en een werknemersdeel.

  • 3. De bijdrage bedraagt:

    • e. over 2021: 0,50 procent van het loon waarvan 0,08 procentpunt wordt ingehouden op het loon van de werknemer

  • 4. De werkgever is verplicht op de tijdstippen, op de wijze en over de tijdvakken als door de stichting bepaald, de gegevens te verstrekken die de stichting nodig heeft om de door de werkgever volgens artikel 4 hoofdstuk 1 1 van deze CAO verschuldigde bijdrage vast te stellen.

  • 5. De werkgever is de bijdrage op 31 december van enig kalenderjaar verschuldigd. De bijdragen dienen in de loop van het kalenderjaar per vier (4) weken bij wijze van voorschot te worden voldaan.

  • 6. De werkgever is verplicht medewerking te verlenen aan een controle op de juistheid van de verstrekte gegevens. Daartoe dient de werkgever inzage te verlenen in de onderdelen van zijn administratie die voor deze controle worden nodig geacht door de stichting.

  • 7. Indien blijkt dat minder bijdrage door de werkgever is afgedragen dan door deze is verschuldigd, wordt het verschil nagevorderd. Teveel ontvangen bijdrage wordt aan de werkgever terugbetaald.

  • 8. Indien de werkgever nalaat de gegevens te verstrekken die de stichting nodig heeft om de door de werkgever verschuldigde bijdrage te kunnen vaststellen, dan is de stichting gerechtigd de gegevens vast te stellen. De werkgever is dan gehouden de bijdrage te voldoen die gebaseerd is op geschatte gegevens tot het moment dat de werkgever alsnog de benodigde gegevens aanlevert om de bijdrage vast te stellen.’

HOOFDSTUK 5: REGLEMENT DUURZAME INZETBAARHEID

Artikel 3 komt te luiden:

‘Artikel 3 Verplichting

  • 1. De werkgever is verplicht om aan de werknemers een PAGO, loopbaancheck en een adviesgesprek (traject) aan te bieden.

  • 2. Deze verplichting betrekking heeft op het voltallige personeel met een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor bepaalde of onbepaalde tijd met maximaal het sociaal verzekeringsloon.

  • 3. De werkgever dient ter voldoening aan de in lid 1 van dit artikel genoemde verplichting deel te nemen aan één van de door of namens de Stichting, zoals omschreven in hoofdstuk 1 artikel 1 sub 1 van deze cao, afgesloten overeenkomsten voor de uitvoering van de PAGO, loopbaancheck en adviesgesprekken (traject).

  • 4. De werkgever kan dispensatie aanvragen van de in dit artikel genoemde verplichtingen. Hiervoor dient te worden voldaan de vereisten zoals geformuleerd in hoofdstuk 1 artikel 6 van deze cao.’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 22 maart 2021

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes


X Noot
1

Stcrt. 3 september 2020, nr. 40953