Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 17 februari 2021, nr. IENW/BSK-2021/36520, tot wijziging van de Regeling vierde tijdelijk verbod burgerluchtverkeer luchtruim Nederland en BES in verband met het virus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 5.10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet luchtvaart en artikel 24 van de Luchtvaartwet BES;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling vierde tijdelijk verbod burgerluchtverkeer luchtruim Nederland en BES in verband met het virus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt, wordt als volgt gewijzigd:

Onderdeel A

Het derde lid van artikel 3 komt te luiden:

  • 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor:

    • a. repatriëring van personen met een Nederlands paspoort of andere EU- of Schengeningezetenen, waarbij voor:

      • i. het Europese deel van Nederland niet-Nederland ingezetenen of niet-Nederlandse paspoorthouders een aantoonbare doorreis hebben,

      • ii. Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet-BES ingezetenen een aantoonbare doorreis hebben;

    • b. het vervoer van medisch personeel, personeel primair noodzakelijk voor de bestrijding van Covid-19 of patiënten wanneer dit in het belang is van de volksgezondheid in Nederland respectievelijk op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    • c. het vervoer van zeevarenden in het bezit van een zeemansboekje, als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen met uitzondering van zeevarenden op commerciële jachten en pleziervaart;

    • d. het vervoer van personeel werkzaam in de luchtvaartsector en dat daarvoor reist in de uitoefening van hun beroep;

    • e. het vervoer met helikopters van personeel van en naar boorplatformen gelegen op het grondgebied van Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Onderdeel B

In artikel 3, tweede lid, wordt ‘geldt tot 22 februari 2021, 23:59 uur plaatselijke tijd’ vervangen door ‘geldt tot 25 februari 2021, 00:01 plaatselijke tijd’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking op 18 februari 2021 op het tijdstip waarop daarvan mededeling wordt gedaan door de verlener van luchtverkeersdiensten door middel van luchtvaartpublicaties zijnde Notice to Airmen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

TOELICHTING

Onderhavige regeling wijzigt de Regeling vierde tijdelijk verbod burgerluchtverkeer luchtruim Nederland en BES in verband met het virus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt (hierna: de regeling). De regeling is vastgesteld om de instroom in Europees Nederland, Bonaire, Sint Eustatius en Saba van mensen die mogelijk het virus bij zich dragen dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt zoveel mogelijk te beperken.

Bij de uitvoering van het vliegverbod is gebleken dat de regeling enkele aanpassingen behoeft aan het vervoer dat wel is toegestaan onder het vliegverbod. Hiertoe heeft de Minister van VWS verzocht de regeling aan te passen.

In de eerste plaats gaat het om een aanpassing van de uitzondering opgenomen in artikel 2, derde lid, onderdeel a, in verband met de repatriëring van ingezetenen van het Koninkrijk der Nederlanden. In de praktijk blijkt het lastig voor luchtvaartmaatschappijen om na te gaan of iemand ingezetene is van Nederland. Luchtvaartmaatschappijen hebben geen toegang tot de gemeentelijke basisadministratie om na te gaan of iemand ingezetene is of niet. Om dit te verduidelijken en het proces voor met name luchtvaartmaatschappijen beter uitvoerbaar te maken, zijn personen met een Nederlands paspoort toegevoegd aan deze categorie. Feitelijk betekent dit slechts een kleine uitbreiding, omdat het overgrote deel van de reizigers dat in het bezit is van een Nederlands paspoort ook ingezetene is van Nederland. Vanwege de dubbele testverplichting die momenteel geldt voor reizigers uit hoog-risicogebieden, is het risico dat deze kleine groep reizigers met zich meebrengt voldoende gemitigeerd.

In de tweede plaats gaat het om een aanpassing van de uitzondering in onderdeel b van artikel 2, derde lid, in verband met het vervoer van medisch personeel en patiënten. Met de toevoeging van personeel primair noodzakelijk voor de bestrijding van COVID-19 is de uitzondering niet meer beperkt tot enkel medisch geschoold personeel, maar is het bijvoorbeeld mogelijk om personeel dat vanwege de vaccinproductie naar Nederland dient te reizen ook uit te zonderen van het vliegverbod. Deze reizigers kunnen aantonen dat zij uitgezonderd zijn door middel van een note verbale of ander document van de Rijksoverheid. Ter verduidelijking gaat het bij het vervoer van patiënten om personen waarvan het vervoer individueel van belang is voor de volksgezondheid.

Ten slotte is een nieuw onderdeel aan artikel 2, derde lid, toegevoegd. Het betreft de uitzondering op het vliegverbod van het vervoer van personeel van en naar boorplatformen gelegen op het grondgebied van Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Deze passagiers werken in een geïsoleerde omgeving lange tijd op zee waardoor het risico dat het vervoer met helikopters van deze kleine groep reizigers met zich meebrengt voldoende wordt gemitigeerd. Het gaat om directe vluchten naar Nederland, tussentijds landen op Engels grondgebied valt niet onder deze uitzondering.

Het vliegverbod is verlengd tot 25 februari 2021, 00:01 plaatselijke tijd. Met deze verlenging kan een eventuele verdere al dan niet gedeeltelijke verlenging van de vliegverboden worden betrokken in de brede besluitvorming rondom COVID-19 maatregelen.

Onderhavige regeling is op grond van artikel 5.10, vierde lid, Wet luchtvaart via een Notice to Airmen (NOTAM) bekendgemaakt en wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Naar boven