Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 10 februari 2021, nr. FEZ/26776099, houdende wijziging van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in verband met de toevoeging van een verplichting om bovenmatig eigen vermogen toe te lichten, een verlenging van de overgangsregeling voor de voorziening groot onderhoud, alsmede het opnemen van het verantwoordingsmodel G.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 2, eerste en vierde lid, en 4 van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC, artikel 18, vijfde lid, van het Bekostigingsbesluit WVO, de artikelen 2.5.3, tweede lid, en 2.5.4, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 5.2.1 en artikel 5.2.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB en artikel 2.14 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Besluiten:

ARTIKEL I

De Regeling jaarverslaggeving onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3 wordt na onderdeel f1 een onderdeel ingevoegd, dat luidt:

  • f2. neemt het bevoegd gezag, indien het publieke eigen vermogen in een boekjaar boven de signaleringswaarden bovenmatig publiek eigen vermogen van de Inspectie van het Onderwijs uitstijgt, dienaangaande een toelichting in het bestuursverslag op;.

B

In artikel 4, lid 1c, wordt ‘de boekjaren 2018 en 2019 en 2020’ vervangen door ‘de verslagjaren 2018 tot en met 2022’.

C

Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:

Artikel 4a

Een bevoegd gezag neemt, ter verantwoording van de aan haar door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media verstrekte subsidies, in haar jaarverslag het verantwoordingsmodel G op als bedoeld in bijlage 4, indien zij daartoe verplicht is op grond van een besluit van één of beide ministers.

D

Aan de regeling wordt een bijlage toegevoegd, die luidt:

BIJLAGE 4. MODEL G

Deze bijlage behoort bij artikel 4a van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Model G. Verantwoording subsidies

G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt

Omschrijving

Toewijzing

De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond

           
 

Kenmerk

Datum

             
                   

Nieuwe post

...

...

J/N

           

Nieuwe post

...

...

J/N

           
                   

G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar

                   

Omschrijving

Toewijzing

Bedrag van de toewijzing

Ontvangen t/m vorig verslagjaar

Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar

Saldo per 1 januari verslagjaar

Ontvangen in verslagjaar

Subsidiabele kosten in verslagjaar

Te verrekenen per 31 december verslagjaar

 

Kenmerk

Datum

             
                   

Nieuwe post

...

...

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

Nieuwe post

...

...

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

                   
   

Totaal:

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

                   

G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar

                   

Omschrijving

Toewijzing

Bedrag van de toewijzing

Ontvangen t/m vorig verslagjaar

Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar

Saldo per 1 januari verslagjaar

Ontvangen in verslagjaar

Subsidiabele kosten in verslagjaar

Saldo per 31 december verslagjaar

 

Kenmerk

Datum

             
                   

Nieuwe post

...

...

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

Nieuwe post

...

...

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

€ …

   

Totaal:

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

€ … ____

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020, met dien verstande dat deze regeling eerst van toepassing is voor de jaarverslaggeving over het verslagjaar 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

TOELICHTING

Deze regeling wijzigt de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJO) en betreft:

  • de toevoeging van een verplichting tot nadere toelichting indien de signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen wordt overstegen;

  • een verlenging van de overgangsregeling betreffende de voorziening groot onderhoud (artikel 4 lid 1c RJO) met twee jaar;

  • een verplichting tot het gebruik van een verantwoordingsmodel in voorgeschreven gevallen.

Toevoeging van een toelichtingsverplichting

De signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen wordt met ingang van verslagjaar 2020 vast onderdeel van de financiële verantwoording. Vanaf dat moment moeten besturen zich over de hoogte van hun reserves verantwoorden in het jaarverslag aan de hand van de signaleringswaarde. Daarbij gaan we uit van het ‘comply or explain’ principe: alleen besturen waarbij de signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen wordt overstegen hebben de expliciete verplichting een nadere toelichting te geven. Op de website van de Inspectie van het Onderwijs (www. Onderwijsinspectie.nl) is een tool opgenomen waarmee deze waarde kan worden bepaald.

Toevoeging van een kalenderjaar

De overgangsregeling die in 2019 is geïntroduceerd in verband met verwerking van de voorziening groot onderhoud wordt tot en met boekjaar 2022 verlengd. Dit vanwege het feit dat schoolbesturen tijd nodig hebben voor het aanpassen van hun meerjarenonderhoudsplannen én (onderhouds)administratie.

Toevoeging van een voorgeschreven verantwoordingsmodel

Aan de Rjo is door deze regeling een bijlage 4 toegevoegd. Deze bijlage bevat een verantwoordingsmodel dat door onderwijsinstellingen dient te worden gehanteerd voor de verantwoording van de aan haar door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media verstrekte subsidies in de jaarverslaggeving. Het kan daarbij ook gaan om subsidies die als aanvullende bekostiging worden aangeduid. Het model dat voor de verantwoording van een specifieke subsidie moet worden gehanteerd is afhankelijk van de subsidieregeling of het besluit tot subsidieverstrekking (indien de subsidie bijvoorbeeld rechtstreeks op grond van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt verstrekt).

Uitvoeringstoets

Deze regeling is voorgelegd aan de Dienst Uitvoering Onderwijs, die de regeling heeft geconsulteerd bij de Inspectie van het Onderwijs. De regeling is als uitvoerbaar beoordeeld.

Inwerkingtreding en terugwerkende kracht

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020. Met de terugwerkende kracht wordt buiten twijfel gesteld dat de regeling reeds voor de verslaggeving over 2020 van toepassing is. Deze aanpassingen zijn in de werkgroep Onderwijs van de Raad voor de Jaarverslaggeving afgestemd.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Naar boven