Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2021, 8252Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 februari 2021, nr. 2021-000007033, tot wijziging van de beleidsregel tegemoetkoming huurders woningcorporaties aardbevingsgebied Groningen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 4:81 en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

ARTIKEL I

De beleidsregel tegemoetkoming huurders woningcorporaties aardbevingsgebied Groningen wordt als volgt gewijzigd:

A

In het opschrift wordt na ‘tegemoetkoming’ ingevoegd: ‘aan woningcorporaties en’.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De begripsbepaling van hoofdhuurderkomt als volgt te luiden:

hoofdhuurder:

degene die een overeenkomst heeft voor de huur van een woning van een woningcorporatie, alsmede de medehuurder indien hij de hoofdhuurder bij diens overlijden in de hoedanigheid van hoofdhuurder is opgevolgd;

2. De begripsbepaling van tegemoetkoming komt als volgt te luiden:

tegemoetkoming:

tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

3. De begripsbepaling van wisselwoningkomt als volgt te luiden:

wisselwoning:

woning die een woningcorporatie tijdelijk ter beschikking stelt aan een hoofdhuurder, gedurende de periode dat hij de eigen huurwoning niet kan bewonen in verband met de versterking van zijn huurwoning;

4. In de alfabetische volgorde wordt toegevoegd:

versterking:

de uitvoering van maatregelen die noodzakelijk zijn voor het aardbevingsbestendig versterken van een woning;

C

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De NCG verstrekt op aanvraag aan:

    • a. de hoofdhuurder:

      • 1°. die in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 31 oktober 2020 gedurende de versterking van zijn huurwoning in een wisselwoning heeft verbleven of die voor 31 oktober 2020 tijdelijk naar een wisselwoning is verhuisd en daar op 1 november 2020 nog in verbleef, een tegemoetkoming van € 500. Indien de hoofdhuurder tijdens zijn verblijf in de wisselwoning de kosten voor nutsvoorzieningen en internetaansluiting in die wisselwoning zelf heeft bekostigd, wordt dit bedrag verhoogd met € 45 voor iedere week dat de hoofdhuurder in de wisselwoning heeft verbleven;

      • 2°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die gedurende de versterking in zijn huurwoning heeft verbleven, een tegemoetkoming van € 500;

      • 3°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die omwille van die versterking is verhuisd naar een andere huurwoning, een tegemoetkoming van € 500;

      • 4°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die van die versterking zelf in andere tijdelijke huisvesting heeft voorzien, een tegemoetkoming van € 500;

    • b. de woningcorporatie die in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 1 april 2022 aan een hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, een vergoeding ter hoogte van de aan de hoofdhuurder verstrekte vergoeding met een maximum van € 15.000 per hoofdhuurder.

2. Het tweede lid vervalt.

3. Het derde lid wordt vernummerd tot tweede lid.

D

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na ‘vastgesteld formulier’ ingevoegd ‘dat vanaf 1 maart 2021 beschikbaar is op de website van de NCG’.

2. Het tweede en derde lid komen te luiden:

  • 2. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, voegt de hoofhuurder:

    • a. een verklaring van de woningcorporatie inzake de periode van zijn verblijf in de wisselwoning en indien de hoofdhuurder zelf de kosten voor nutsvoorzieningen en internetaansluiting in die wisselwoning heeft bekostigd een document waaruit dit blijkt; of

    • b. een machtiging om bij de woningcorporatie die de wisselwoning ter beschikking heeft gesteld na te vragen gedurende welke periode de hoofdhuurder in de wisselwoning heeft verbleven en of hij zelf de kosten voor nutsvoorzieningen en internetvoorziening heeft bekostigd.

  • 3. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, voegt de hoofdhuurder:

    • a. een verklaring van de woningcorporatie inzake de periode waarin de versterking van zijn huurwoning heeft plaatsgevonden; of

    • b. een machtiging om bij de woningcorporatie na te vragen of de hoofdhuurder tijdens de versterking van zijn huurwoning in die huurwoning heeft verbleven.

3. Na het derde lid worden vier leden ingevoegd, luidende:

  • 4. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, voegt de hoofdhuurder:

    • a. een verklaring van de woningcorporatie dat de hoofdhuurder in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 vanwege de versterking van zijn huurwoning is verhuisd naar een andere huurwoning; of

    • b. een machtiging om bij de woningcorporatie na te vragen of de hoofdhuurder in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 vanwege de versterking van zijn huurwoning is verhuisd naar een andere huurwoning.

  • 5. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, voegt de hoofdhuurder:

    • a. een verklaring van de woningcorporatie dat de hoofdhuurder in de periode van de versterking van zijn huurwoning zelf tijdelijk in andere huisvesting heeft voorzien; of

    • b. een machtiging om bij de woningcorporatie na te vragen of de hoofdhuurder tijdens de versterking van zijn huurwoning zelf tijdelijk in andere huisvesting heeft voorzien.

  • 6. Bij een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voegt de woningcorporatie in ieder geval:

    • a. een overzicht van de adressen van de woningen waarvoor zij aan de hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge de versterking van zijn huurwoning in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 1 april 2022; en

    • b. een afschrift van het bewijs van betaling van deze kosten aan de hoofdhuurder.

  • 7. De aanvraag voor:

    • a. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.

    • b. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.

    • c. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.

    • d. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.

    • e. een vergoeding, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt uiterlijk gedaan op 1 juni 2022.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

TOELICHTING

I. Inleiding

Sinds 1 november 2020 is de beleidsregel over de verstrekking van een tegemoetkoming aan huurders van woningcorporaties in het aardbevingsgebied Groningen (Beleidsregel tegemoetkoming huurders woningcorporaties aardbevingsgebied Groningen) van kracht. In die beleidsregel wordt voorzien in een onverplichte tegemoetkoming van € 500 aan huurders van woningcorporaties die gedurende de periode 2015-2020 in het kader van de versterkingsopgave in een wisselwoning hebben verbleven die door de corporatie beschikbaar is gesteld, alsmede een vergoeding voor nutsvoorzieningen en internetaansluiting van € 45 voor iedere week dat de huurder in de wisselwoning heeft verbleven. Bij het uitvoeren van deze beleidsregel heeft de Nationaal Coördinator Groningen (hierna: NCG) moeten vaststellen dat er huurders van woningcorporaties zijn die ten gevolge van de versterking van hun huurwoning zijn moeten verhuizen naar een andere huurwoning, zelf hebben voorzien in tijdelijke huisvesting of tijdens de uitvoering van de versterkingsmaatregelen in hun eigen huurwoning hebben verbleven. Deze huurders hebben net als de huurders die verbleven in een wisselwoning overlast gehad ten gevolge van de uitvoering van de versterkingsmaatregelen. Het is redelijk deze huurders ook aanspraak te laten maken op de tegemoetkoming van € 500, omdat er anders niet uitlegbare verschillen zouden bestaan tussen huurders onderling.

Daarnaast heeft de woningcorporatie in bepaalde gevallen een tegemoetkoming of vergoeding verstrekt aan huurders van wie de huurwoning is versterkt. Dit betreft de genoemde tegemoetkoming van € 500 en de aanvullende verhuiskostenvergoeding die huurders die zelf tijdelijke huisvesting regelen, van de NCG ontvangen. In sommige gevallen hebben de woningcorporaties deze tegemoetkomingen en vergoedingen volgens afspraak met de NCG alvast aan hun huurders voorgeschoten. Op basis van deze beleidsregel kan een woningcorporatie de tegemoetkoming of de vergoeding aan huurders terugontvangen. Hieronder worden de wijzigingen toegelicht.

II. Artikelsgewijs

Onderdeel A

De titel van de beleidsregel is gewijzigd naar ‘aan woningcorporaties en huurders’ omdat ook woningcorporaties op basis van de aangepaste beleidsregel een vergoeding kunnen aanvragen.

Artikel 1

In artikel 1 is een aantal begripsbepalingen aangepast. De begripsbepaling van hoofdhuurder is aangepast zodat dit in lijn is met de praktijk. Voor de wisselwoningen worden namelijk geen aparte huurovereenkomsten aangegaan, in die gevallen loopt de huurovereenkomst van de te versterken woning door.

De begripsbepaling van tegemoetkoming is aangepast zodat dit aansluit bij artikel 2.

De begripsbepaling van wisselwoning is aangepast. Het gaat om wisselwoningen die door de woningcorporatie beschikbaar zijn gesteld en niet per se om wisselwoningen die in eigendom van de woningcorporatie zijn. De woningcorporaties maken ook gebruik van het aanbod van derden.

Verder is een nieuwe begripsbepaling van ‘versterking’ ingevoegd. Hiermee wordt bedoeld de uitvoering van de maatregelen die noodzakelijk zijn voor het aardbevingsbestendig maken een woning. Hieronder wordt ook sloop/nieuwbouw verstaan.

Artikel 2

In dit artikel is een aantal categorieën toegevoegd die ook een aanvraag kunnen indienen voor een tegemoetkoming. Met de wijziging kunnen huurders van wie de woning is versterkt in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 31 oktober 2020 en die geen kosten voor nutsvoorzieningen in een wisselwoning hebben gedragen, die direct verhuisd zijn naar een andere huurwoning, die gedurende de versterkingswerkzaamheden in hun huurwoning zijn verbleven of die zelf in tijdelijke huisvesting hebben voorzien een tegemoetkoming van 500 euro aanvragen. Daarnaast kunnen woningcorporaties een vergoeding aanvragen in die gevallen dat zij tegemoetkomingen aan hun huurders hebben verstrekt en/of vergoedingen aan hun huurders hebben verstrekt voor verhuiskosten en het zelf regelen van tijdelijke huisvesting.

Artikel 3

In dit artikel is voor de categorieën die in artikel 2 zijn toegevoegd aangegeven op welke wijze en in welke periode een aanvraag voor een tegemoetkoming kan worden ingediend. Huurders die in aanmerking wensen te komen voor een tegemoetkoming dienen tijdig een aanvraag in te dienen. Hiervoor stelt de NCG een aanvraagformulier beschikbaar, waarbij de aanvrager twee keuzemogelijkheden heeft:

  • 1) de aanvrager voegt een verklaring van de woningcorporatie als bijlage bij zijn aanvraag, of

  • 2) de aanvrager voegt een machtiging aan de NCG als bijlage bij zijn aanvraag. Met de machtiging kan de NCG navraag bij de woningcorporatie doen. De huurder hoeft om een aanvraag in te dienen de betreffende woningcorporatie niet vooraf te raadplegen. De verklaring ziet erop toe dat de woningcorporatie aangeeft dat de aanvrager inderdaad de opgegeven periode in de wisselwoning heeft verbleven, tijdens de uitvoering van de versterkingsmaatregelen in zijn huurwoning heeft verbleven, naar een andere woning is verhuisd of zelf in tijdelijke huisvesting heeft voorzien.

Huurders die zelf de kosten voor nutsvoorzieningen en internetvoorziening hebben bekostigd en hiervoor een tegemoetkoming willen aanvragen kunnen de aanvraag pas indienen als de periode van verblijf in de wisselwoning beëindigd is.

Artikel 6

Deze wijziging van de beleidsregel tegemoetkoming huurders woningcorporaties aardbevingsgebied Groningen treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren