Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)Staatscourant 2021, 8191Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 11 februari 2021, nummer WBV 2021/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C7/8 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

8. Het asielbeleid ten aanzien van China

8.1. Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.

8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag

8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc

De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:

  • a. Oeigoeren; en

  • b. actieve aanhangers van religieuze en spirituele bewegingen die door de Chinese autoriteiten zijn aangemerkt als xie jiao. Dit zijn in ieder geval de groepen die in bijlage 13.2 van het algemeen ambtsbericht China juli 2020 worden genoemd.

8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc

De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:

  • a. leden van oppositiepartijen, in het geval de oppositiepartij zich kritisch uit ten aanzien van de Communistische Partij en/of de politieke leiders;

  • b. politieke activisten;

  • c. dissidenten;

  • d. mensenrechtenadvocaten;

  • e. aanhangers van ‘grijze’ kerkgenootschappen; en

  • f. etnische Kazachen.

Ad b en c.

De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.

De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.

8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie

Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:

  • a. als advocaat, politiek activist of blogger actief zijn geweest;

  • b. verdacht worden van separatistische sympathieën;

  • c. steun hebben betuigd aan de dalai lama in China, of daarvan verdacht worden;

  • d. te maken hebben gehad met religieuze activiteiten die door de overheid worden gezien als uitingen van politieke onvrede of streven naar onafhankelijkheid; of

  • e. om andere redenen de negatieve aandacht van de Chinese autoriteiten hebben getrokken dan wel zullen trekken en de overheid deze zien als uitingen van politieke onvrede of streven naar onafhankelijkheid.

De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.

8.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw

8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd

De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.

8.5. Bescherming

8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

Geen bijzonderheden.

8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

Geen bijzonderheden.

8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.

8.7. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

8.8. Bijzonderheden

De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.

8.9 Hongkong

De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 februari 2021

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, namens deze, J.W.H.M. Beaujean directeur-generaal Migratie

TOELICHTING

ALGEMEEN

Op 1 juli 2020 is het Algemeen Ambtsbericht van China verschenen. In dit algemeen ambtsbericht wordt de situatie in China beschreven voor zover van belang voor de beoordeling van asielverzoeken van personen die afkomstig zijn uit China. Bij brief van 20 januari 2021 (TK 2020–2021, 19 637, nr. 2694) heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de Tweede Kamer geïnformeerd over haar beslissing het landgebonden asielbeleid voor vreemdelingen uit China op basis van het ambtsbericht aan te passen.

Het ambtsbericht geeft over de hele linie het beeld dat de Chinese autoriteiten hun controle op de samenleving verstevigen en dat repressie op sommige bevolkingsgroepen toeneemt. Uit het ambtsbericht volgt dat de positie van Oeigoeren nog immer achteruit gaat. Dit is een ontwikkeling die al sinds 2012 waarneembaar is. De informatie uit het ambtsbericht heeft aanleiding gegeven om groepsvervolging aan te nemen voor vreemdelingen van wie geloofwaardig is dat zij tot de groep van Oeigoeren uit China behoren. Met deze wijziging van het onderhavige WBV is deze aanpassing in paragraaf 8.3.1. van hoofdstuk C7 doorgevoerd. Paragraaf C7/8.3.4. komt te vervallen.

Uit het voorgenoemde ambtsbericht blijkt ook de zorgelijke positie van etnische Kazachen in China. De berichtgeving over de behandeling van etnische Kazachen is echter niet gelijk aan die over de behandeling van Oeigoeren. Op basis van deze zorgelijke positie is paragraaf C7/8.3.2. Vc gewijzigd in die zin dat de IND bij geringe indicaties aan kan nemen dat er een gegronde vrees is voor vervolging van etnische Kazachen en deze groep daarom aangemerkt kan worden als risicogroep.

De informatie uit het ambtsbericht geeft tevens aanleiding om groepsvervolging aan te nemen voor vreemdelingen van wie het geloofwaardig is dat zij actieve aanhanger zijn van een xie jiao (voorheen evil cult). Deze aanpassing is in paragraaf C7/8.3.1 van de Vc verwerkt.

Ten aanzien van aanhangers van ‘grijze’ (niet-geregistreerde) kerkgenootschappen geeft het ambtsbericht aanleiding om reeds bij geringe indicaties aan te nemen dat er sprake is gegronde vrees voor vervolging waardoor is besloten om aanhangers van ´grijze´ kerkgenootschappen aan te merken als risicogroep. Paragraaf C7/8.3.2. wordt hiermee gewijzigd.

Hongkong heeft binnen China een aparte status. Omdat er tot nu toe weinig tot geen asielzoekers uit Hongkong in Nederland zijn geweest, zijn er in het landgebonden asielbeleid voor China geen bijzonderheden over Hongkong opgenomen. Met het oog op de laatste ontwikkelingen zoals beschreven in het ambtsbericht houdt de IND bij de behandeling van (eventuele) individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong in het vervolg rekening met het feit dat verblijf in Hongkong geen belemmering (meer) vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking. Dit is in paragraaf C7/8.9 Vc verwerkt.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, namens deze, J.W.H.M. Beaujean directeur-generaal Migratie