Verlenen opsporingsvergunning aardwarmte Capelle aan den IJssel, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Besluit 8 februari 2021

DGKE-WO/ V-42

Procesverloop:

  • Eneco Warmte en Koude B.V. (hierna: Eneco) en Shell Geothermal B.V. (hierna: Shell) hebben per bericht ontvangen op 25 april 2019 een aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte, ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw). Het aangevraagde gebied genaamd Capelle aan den IJssel, ligt in de provincie Zuid-Holland, in de gemeente Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Rotterdam en Zuidplas. De oppervlakte van het aangevraagde gebied bedraagt 46,98 km². De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is zes jaar;

  • de aanvraag bleek na indiening volledig te concurreren met een aanvraag opsporingsvergunning voor het gebied genaamd Rotterdam Prins Alexander,

  • in de Staatscourant van 16 mei 2019 (Staatscourant 2019, nr. 27117), is een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen op de aanvraag opsporingsvergunning Rotterdam Prins Alexander. Binnen de termijn van dertien weken zijn, naast de aanvraag opsporingsvergunning Capelle aan den IJssel, geen andere concurrerende aanvragen ontvangen;

  • TNO-AGE (hierna: TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: Minister van EZK) per bericht ontvangen op 29 juli 2020 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 20-10.069);

  • Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) heeft op verzoek van de Minister van EZK per bericht ontvangen op 24 september 2019 advies uitgebracht (kenmerk: ADV-351/19219923) voor Capelle aan den IJssel;

  • De omgevingsdienst Haaglanden (hierna: ODH) heeft op grond van artikel 16 van de Mbw namens het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland (hierna: GS) op 5 december 2019 advies uitgebracht voor Rotterdam Capelle aan den IJssel (kenmerk: ODH-2019-00139436);

  • de Mijnraad is, op grond van artikel 105, derde lid, van de Mbw om advies gevraagd en heeft per bericht van 2 december 2020 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/20300165).

Gelet op:

de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid, en vierde lid, eerste volzin, 12, eerste lid, 13, 15, 16, 17, eerste lid en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1 van de Mijnbouwregeling.

Besluit

Artikel 1

Aan Eneco Warmte en Koude B.V. en Shell Geothermal B.V. (hierna: de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte verleend voor het gebied genaamd Capelle aan den IJssel.

Artikel 2

Shell Geothermal B.V. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleent, als bedoeld in artikel 22, lid 5, Mijnbouwwet.

Artikel 3

De vergunning geldt voor het gebied dat ligt in de provincie Zuid-Holland, en wordt begrensd door de rechte lijnen tussen de punten zoals weergegeven in tabel 1.

Tabel 1:

Punt

X

Y

1

94300,000

443030,000

2

96434,607

443030,000

3

98240,000

442000,000

4

102000,000

440484,109

5

102000,000

436720,000

6

99433,120

436724,446

7

94860,855

436740,121

8

94300,000

438300,000

Bovenstaande coördinaten zijn weergegeven volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte van het gebied 40,42 km2.

Artikel 4

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 25 april 2019 ingediende aanvraag.

Artikel 5

De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarde in acht:

  • zes maanden voorafgaand aan de uitvoering van fysieke activiteiten overlegt de vergunninghouder aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat, een geactualiseerde organisatiestructuur en -invulling, conform de dan geldende technische standaarden, welke aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt voorgelegd.

  • voor aanvang van de boorfase, maar uiterlijk na het verstrijken van het tweede jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning, overlegt de vergunninghouder een geactualiseerd werkprogramma aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat, welke aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt voorgelegd. Naar aanleiding van het werkprogramma kan besloten worden de vergunning te verlengen, of te beperken tot het gebied waarvoor op dat moment concrete ontwikkelplannen beschreven zijn.

Artikel 7

De vergunning geldt vanaf het tijdstip waarop zij in werking is getreden tot vijf jaar na het tijdstip waarop zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 8

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: J.L. Rosch MT-lid directie Warmte en Ondergrond

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum

Naar boven