Autorisatiebesluit voor de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

Datum: 16 december 2020

Kenmerk: 2020-0000743782

In het verzoek van 30 november 2020, 2020-0000730016, heeft de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen voor behandeling van verzoeken om een uitkering of tegemoetkoming uit het schadefonds geweldsmisdrijven.

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de commissie:

de commissie schadefonds geweldsmisdrijven als bedoeld in artikel 1 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven;

b. de Wet BRP:

de Wet basisregistratie personen;

c. het Besluit BRP:

het Besluit basisregistratie personen;

d. de basisregistratie personen:

de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet BRP;

e. de systematische verstrekking:

de systematische verstrekking, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;

f. de systeembeschrijving:

de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 1 van het Besluit BRP;

g. de persoonslijst:

de persoonslijst, bedoeld in artikel 1.1, onder c, van de Wet BRP;

h. de ingeschrevene:

de ingeschrevene, bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet BRP;

i. autorisatietabelregel:

de tabel ten behoeve van de systematische verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;

j. de verstrekking van gegevens op verzoek:

de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder c, van het Besluit BRP, waarbij het aantal personen waarover informatie wordt verstrekt per verzoek ten hoogste tien bedraagt;

k. een actueel gegeven:

een gegeven dat overeenkomstig de systeem-beschrijving als actueel gegeven in de basisregistratie personen is vermeld;

l. de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens:

de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

m. uitkering:

een uitkering uit het fonds, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven;

n. de Tijdelijke regeling:

de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg;

o. tegemoetkoming:

een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg;

p. bezwaarschrift:

het ingediende bezwaar tegen een besluit op een aanvraag van de commissie;

q. een slachtoffer in de zin van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven:

eenieder die in het Europese deel van Nederland, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, of aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig buiten Nederland of buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ten gevolge van een opzettelijke gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en b, en artikel 20, eerste lid, onder a en b, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven;

r. een slachtoffer in de zin van de Tijdelijke Regeling:

een natuurlijke persoon die als minderjarige verbleef in een instelling, pleeggezin of opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen en in het kader van dat verblijf geweld heeft ondergaan, als bedoeld in artikel 1, onder j van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg;

s. nabestaande of naaste op grond van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven:

een nabestaande van een slachtoffer in de zin van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven dat is overleden als gevolg van een misdrijf, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven of een naaste van een slachtoffer dat ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen als gevolg van een misdrijf, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder c, van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven;

t. nabestaande op grond van de Tijdelijke Regeling:

een nabestaande van een slachtoffer in de zin van de Tijdelijke regeling, dat is overleden tussen 21 februari 2020 en 1 januari 2021, als bedoeld in artikel 1 onder g van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg;

u. overige uitkeringsgerechtigden:

personen die de kosten voor lijkbezorging hebben voldaan, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.

Paragraaf 2. De verstrekking van gegevens op verzoek aan de commissie

Artikel 2

  • 1. Aan de commissie wordt op haar verzoek een gegeven verstrekt dat is vermeld op de persoonslijst van een ingeschrevene, indien het een gegeven betreft dat is opgenomen in de bijlagen bij dit besluit.

  • 2. De commissie verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage I bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens van een ingeschrevene, die een slachtoffer is in de zin van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven:

    • a) dat zelf een aanvraag tot uitkering of bezwaarschrift op grond van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven heeft ingediend; of

    • b) wiens nabestaande of naaste op grond van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag tot uitkering of bezwaarschrift heeft ingediend; of

    • c) dat is overleden en ten aanzien van wie een overige uitkeringsgerechtigde een aanvraag tot uitkering of bezwaarschrift op grond van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven heeft ingediend.

  • 3. De commissie verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage II bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens van een ingeschrevene, die een slachtoffer is in de zin van de Tijdelijke regeling:

    • a) dat zelf aan aanvraag tot tegemoetkoming of bezwaarschrift op grond van de Tijdelijke regeling heeft ingediend; of

    • b) wiens nabestaande op grond van de Tijdelijke regeling een aanvraag tot tegemoetkoming of bezwaarschrift heeft ingediend.

  • 4. De commissie verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage III bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over een ingeschrevene die een nabestaande of naaste is in de zin van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven.

  • 5. De commissie verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage IV bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over een ingeschrevene die een nabestaande is in de zin van de Tijdelijke regeling.

  • 6. De commissie verzoek slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage V van dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens van een overige uitkeringsgerechtigde.

  • 7. Onverminderd de vorige leden, verzoekt de commissie slechts om een gegeven dat is opgenomen in de bijlagen bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de behandeling van een aanvraag tot een uitkering of tegemoetkoming, het behandelen van een bezwaarschrift, het verstrekken van een tegemoetkoming of het doen van een uitkering.

  • 8. Aan de commissie worden geen gegevens verstrekt, indien een of meer van de gegevens waarvan de commissie bij haar verzoek gebruik heeft gemaakt, niet is opgenomen in bijlage I t/m V bij dit besluit.

Paragraaf 3. De verstrekking van adresgegevens op verzoek aan de commissie

Artikel 3

  • 1. Aan de commissie wordt op haar verzoek een gegeven als opgenomen in bijlage VI bij dit besluit verstrekt dat is vermeld op de persoonslijst van iedere ingeschrevene van wie de actuele adresgegevens in Nederland, die op de persoonslijst zijn opgenomen overeenkomen met het actuele adres dat op de persoonslijst van een in het verzoek aangegeven ingeschrevene is opgenomen.

  • 2. De commissie verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage VI bij dit besluit indien de in het verzoek aangegeven ingeschrevene een slachtoffer is op grond van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven of de Tijdelijke regeling en het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens van personen die op hetzelfde adres staan ingeschreven en die noodzakelijk zijn voor de behandeling van een aanvraag tot een uitkering of tegemoetkoming, een bezwaarschrift en het verstrekken van een tegemoetkoming of het doen van een uitkering.

  • 3. Aan de commissie worden slechts gegevens verstrekt, indien de gegevens waarvan de commissie in haar verzoek gebruik heeft gemaakt zijn opgenomen in bijlage VI bij dit besluit.

Paragraaf 4. Overige verstrekkingen aan de commissie

Artikel 4

  • 1. Indien een verstrekking aan de commissie op grond van dit besluit een gegeven betreft dat op juistheid wordt of is onderzocht, bevat de verstrekking naast dit gegeven tevens de gegevens over dat onderzoek.

  • 2. De verstrekking van gegevens aan de commissie die op grond van dit besluit plaatsvindt, bevat geen gegeven waarbij ‘indicatie onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde’ is vermeld.

  • 3. Indien aan de commissie gegevens worden verstrekt van een persoonslijst waarvan de bijhouding is opgeschort, bevat de verstrekking tevens de gegevens omtrent de reden en de datum van de opschorting, alsmede, voor zover deze gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, gegevens over de verificatie en de aanlevering van de verstrekte gegevens.

  • 4. Bij de afvoering van een persoonslijst uit de basisregistratie personen worden aan de commissie, indien de code ‘fout’ als omschrijving reden opschorting bijhouding op de persoonslijst is vermeld en de afnemersindicatie als actuele aanduiding bij de persoonslijst is vermeld, de volgende gegevens verstrekt:

    • a. A-nummer persoon;

    • b. omschrijving reden opschorting bijhouding;

    • c. datum opschorting bijhouding.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 5

  • 1. De commissie verstrekt aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld alle nieuw gebleken informatie die betrekking heeft op hetgeen geregeld is in dit besluit.

  • 2. Deze informatie betreft in ieder geval wijzigingen in:

    • a. de taak of de wijze van uitvoering van de taak van de commissie;

    • b. de regelgeving ten aanzien van de taak of de wijze van uitvoering van de taak van de commissie;

    • c. de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van de commissie.

Artikel 6

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens draagt er zorg voor dat slechts daartoe bevoegde functionarissen informatie kunnen verkrijgen over de verstrekking van gegevens aan de commissie op basis van dit besluit.

Artikel 7

Het besluit van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 april 2019, 2019-0000130985, wordt ingetrokken.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Het besluit en de bijlagen bij het besluit worden gepubliceerd in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 16 december 2020

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, namens deze, F.G.A M. Jacob Directeur Uitvoering Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

Bezwaar

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit daartegen per brief bezwaar maken bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Postbus 10451, 2501 HL Den Haag. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend, voorzien zijn van een datum alsmede de naam en het adres van de indiener en dient vergezeld te gaan van de gronden waarop het bezwaar berust en, zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.

BIJLAGE I GEGEVENSSET SLACHTOFFER (WET SCHADEFONDS GEWELDSMISDRIJVEN)

Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.01.20

Burgerservicenummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.20

Adellijke titel/predicaat persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

01.03.20

Geboorteplaats persoon

01.03.30

Geboorteland persoon

01.04.10

Geslachtsaanduiding

01.61.10

Aanduiding naamgebruik

   

02

OUDER1

   

02.01.10

A-nummer ouder1

02.01.20

Burgerservicenummer ouder1

02.02.10

Voornamen ouder1

02.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam ouder1

02.02.40

Geslachtsnaam ouder1

02.03.10

Geboortedatum ouder1

   

03

OUDER2

   

03.01.10

A-nummer ouder2

03.01.20

Burgerservicenummer ouder2

03.02.10

Voornamen ouder2

03.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam ouder2

03.02.40

Geslachtsnaam ouder2

03.03.10

Geboortedatum ouder2

   

05

HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP

   

05.01.10

A-nummer

05.01.20

Burgerservicenummer

05.02.10

Voornamen echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.40

Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.03.10

Geboortedatum

05.06.10

Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap

05.07.10

Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

08.10.10

Functie adres

08.10.30

Datum aanvang adreshouding

08.11.10

Straatnaam

08.11.20

Huisnummer

08.11.30

Huisletter

08.11.40

Huisnummertoevoeging

08.11.50

Aanduiding bij huisnummer

08.11.60

Postcode

08.11.70

Woonplaatsnaam

08.12.10

Locatiebeschrijving

08.13.10

Land adres buitenland

08.13.20

Datum aanvang adres buitenland

08.13.30

Regel 1 adres buitenland

08.13.40

Regel 2 adres buitenland

08.13.50

Regel 3 adres buitenland

   

58

VERBLIJFPLAATS (HISTORISCH)

   

58.09.10

Gemeente van inschrijving

58.10.10

Functie adres

58.10.30

Datum aanvang adreshouding

58.11.10

Straatnaam

58.11.20

Huisnummer

58.11.30

Huisletter

58.11.40

Huisnummertoevoeging

58.11.50

Aanduiding bij huisnummer

58.11.60

Postcode

58.11.70

Woonplaatsnaam

58.12.10

Locatiebeschrijving

58.13.10

Land adres buitenland

58.13.20

Datum aanvang adres buitenland

58.13.30

Regel 1 adres buitenland

58.13.40

Regel 2 adres buitenland

58.13.50

Regel 3 adres buitenland

   

09

KIND

   

09.01.10

A-nummer kind

09.01.20

Burgerservicenummer kind

09.01.20

Burgerservicenummer kind

09.02.10

Voornamen kind

09.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam kind

09.02.40

Geslachtsnaam kind

09.03.10

Geboortedatum kind

   

11

GEZAGSVERHOUDING

   

11.32.10

Indicatie gezag minderjarige

11.33.10

Indicatie curateleregister

11.86.10

Datum van opneming met betrekking tot de elementen van de categorie Gezagsverhouding

BIJLAGE II GEGEVENSSET SLACHTOFFER (TIJDELIJKE REGELING)

Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.01.20

Burgerservicenummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.20

Adellijke titel/predicaat persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

01.04.10

Geslachtsaanduiding

01.61.10

Aanduiding naamgebruik

   

02

OUDER 1

   

02.01.10

A-nummer ouder1

02.01.20

Burgerservicenummer ouder1

02.02.10

Voornamen ouder1

02.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam ouder1

02.02.40

Geslachtsnaam ouder1

02.03.10

Geboortedatum ouder1

   

03

OUDER2

   

03.01.10

A-nummer ouder2

03.01.20

Burgerservicenummer ouder2

03.02.10

Voornamen ouder2

03.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam ouder2

03.02.40

Geslachtsnaam ouder2

03.03.10

Geboortedatum ouder2

   

05

HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP

   

05.01.10

A-nummer echtgenoot/geregistreerd partner

05.01.20

Burgerservicenummer echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.10

Voornamen echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.40

Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.03.10

Geboortedatum echtgenoot/geregistreerd partner

05.06.10

Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap

05.07.10

Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.69.10

Gemeente waar de persoonskaart zich bevindt

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

08.10.10

Functie adres

08.10.30

Datum aanvang adreshouding

08.11.10

Straatnaam

08.11.20

Huisnummer

08.11.30

Huisletter

08.11.40

Huisnummertoevoeging

08.11.50

Aanduiding bij huisnummer

08.11.60

Postcode

08.11.70

Woonplaatsnaam

08.12.10

Locatiebeschrijving

08.13.10

Land adres buitenland

08.13.20

Datum aanvang adres buitenland

08.13.30

Regel 1 adres buitenland

08.13.40

Regel 2 adres buitenland

08.13.50

Regel 3 adres buitenland

   

58

VERBLIJFPLAATS (HISTORISCH)

   

58.09.10

Gemeente van inschrijving

58.10.10

Functie adres

58.10.30

Datum aanvang adreshouding

58.11.10

Straatnaam

58.11.20

Huisnummer

58.11.30

Huisletter

58.11.40

Huisnummertoevoeging

58.11.50

Aanduiding bij huisnummer

58.11.60

Postcode

58.11.70

Woonplaatsnaam

58.12.10

Locatiebeschrijving

58.13.10

Land adres buitenland

58.13.20

Datum aanvang adres buitenland

58.13.30

Regel 1 adres buitenland

58.13.40

Regel 2 adres buitenland

58.13.50

Regel 3 adres buitenland

   

09

KIND

09.01.10

A-nummer kind

09.01.20

Burgerservicenummer kind

09.02.10

Voornamen kind

09.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam kind

09.02.40

Geslachtsnaam kind

09.03.10

Geboortedatum kind

   

11

GEZAGSVERHOUDING

11.32.10

Indicatie gezag minderjarige

11.33.10

Indicatie curateleregister

11.86.10

Datum van opneming met betrekking tot de elementen van de categorie Gezagsverhouding

BIJLAGE III GEGEVENSSET NABESTAANDEN EN NAASTEN (WET SCHADEFONDS GEWELDSMISDRIJVEN)

Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.01.20

Burgerservicenummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.20

Adellijke titel/predicaat persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

01.03.20

Geboorteplaats persoon

01.03.30

Geboorteland persoon

01.04.10

Geslachtsaanduiding

01.61.10

Aanduiding naamgebruik

   

02

OUDER1

   

02.01.10

A-nummer ouder1

02.01.20

Burgerservicenummer ouder1

02.02.10

Voornamen ouder1

02.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam ouder1

02.02.40

Geslachtsnaam ouder1

02.03.10

Geboortedatum Ouder1

   

03

OUDER2

   

03.01.10

A-nummer ouder2

03.01.20

Burgerservicenummer ouder2

03.02.10

Voornamen ouder2

03.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam ouder2

03.02.40

Geslachtsnaam ouder2

03.03.10

Geboortedatum Ouder2

   

05

HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP

   

05.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.40

Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.06.10

Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap

05.07.10

Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

08.10.10

Functie adres

08.10.30

Datum aanvang adreshouding

08.11.10

Straatnaam

08.11.20

Huisnummer

08.11.30

Huisletter

08.11.40

Huisnummertoevoeging

08.11.50

Aanduiding bij huisnummer

08.11.60

Postcode

08.11.70

Woonplaatsnaam

08.12.10

Locatiebeschrijving

08.13.10

Land adres buitenland

08.13.20

Datum aanvang adres buitenland

08.13.30

Regel 1 adres buitenland

08.13.40

Regel 2 adres buitenland

08.13.50

Regel 3 adres buitenland

   

11

GEZAGSVERHOUDING

   

11.32.10

Indicatie gezag minderjarige

11.33.10

Indicatie curateleregister

11.86.10

Datum van opneming met betrekking tot de elementen van de categorie Gezagsverhouding

BIJLAGE IV GEGEVENSSET NABESTAANDEN (TIJDELIJKE REGELING)

Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.01.20

Burgerservicenummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.20

Adellijke titel/predicaat persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

01.04.10

Geslachtsaanduiding

01.61.10

Aanduiding naamgebruik

   

02

OUDER1

   

02.01.10

A-nummer ouder1

02.01.20

Burgerservicenummer ouder1

02.02.10

Voornamen ouder1

02.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam ouder1

02.02.40

Geslachtsnaam ouder1

02.03.10

Geboortedatum Ouder1

   

03

OUDER2

   

03.01.10

A-nummer ouder2

03.01.20

Burgerservicenummer ouder2

03.02.10

Voornamen ouder2

03.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam ouder2

03.02.40

Geslachtsnaam ouder2

03.03.10

Geboortedatum Ouder2

   

05

HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP

   

05.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.40

Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.06.10

Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap

05.07.10

Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

08.10.10

Functie adres

08.10.30

Datum aanvang adreshouding

08.11.10

Straatnaam

08.11.20

Huisnummer

08.11.30

Huisletter

08.11.40

Huisnummertoevoeging

08.11.50

Aanduiding bij huisnummer

08.11.60

Postcode

08.11.70

Woonplaatsnaam

08.12.10

Locatiebeschrijving

08.13.10

Land adres buitenland

08.13.20

Datum aanvang adres buitenland

08.13.30

Regel 1 adres buitenland

08.13.40

Regel 2 adres buitenland

08.13.50

Regel 3 adres buitenland

   

11

GEZAGSVERHOUDING

   

11.32.10

Indicatie gezag minderjarige

11.33.10

Indicatie curateleregister

11.86.10

Datum van opneming met betrekking tot de elementen van de categorie Gezagsverhouding

BIJLAGE V GEGEVENSSET OVERIGE UITKERINGSGERECHTIGDEN

Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.01.20

Burgerservicenummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.20

Adellijke titel/predicaat persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

01.04.10

Geslachtsaanduiding

01.61.10

Aanduiding naamgebruik

   

05

HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP

   

05.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.40

Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.06.10

Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap

05.07.10

Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

08.10.10

Functie adres

08.10.30

Datum aanvang adreshouding

08.11.10

Straatnaam

08.11.20

Huisnummer

08.11.30

Huisletter

08.11.40

Huisnummertoevoeging

08.11.50

Aanduiding bij huisnummer

08.11.60

Postcode

08.11.70

Woonplaatsnaam

08.12.10

Locatiebeschrijving

08.13.10

Land adres buitenland

08.13.20

Datum aanvang adres buitenland

08.13.30

Regel 1 adres buitenland

08.13.40

Regel 2 adres buitenland

08.13.50

Regel 3 adres buitenland

   

11

GEZAGSVERHOUDING

   

11.32.10

Indicatie gezag minderjarige

11.33.10

Indicatie curateleregister

11.86.10

Datum van opneming met betrekking tot de elementen van de categorie Gezagsverhouding

BIJLAGE VI GEGEVENSSET

Bijlage bij artikel 3 van dit besluit.

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.01.20

Burgerservicenummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

08.10.10

Functie adres

08.10.30

Datum aanvang adreshouding

08.11.10

Straatnaam

08.11.20

Huisnummer

08.11.30

Huisletter

08.11.40

Huisnummertoevoeging

08.11.50

Aanduiding bij huisnummer

08.11.60

Postcode

08.11.70

Woonplaatsnaam

08.12.10

Locatiebeschrijving

TOELICHTING

1. Algemeen

Inleiding

De Wet basisregistratie personen (Wet BRP) vormt de juridische basis voor de basisregistratie personen. In de basisregistratie personen zijn persoonsgegevens opgeslagen in de vorm van persoonslijsten.

De basisregistratie personen bevat gegevens over personen die zijn ingeschreven bij een van de gemeenten in Nederland. De gemeenten houden deze gegevens bij.

Verder zijn in de basisregistratie personen gegevens opgenomen van personen die buiten Nederland woonachtig zijn, zogenoemde niet-ingezetenen. Gegevens van niet-ingezetenen worden bijgehouden door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze registratie van niet-ingezetenen in de basisregistratie personen wordt aangeduid als de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Over niet-ingezetenen wordt een beperkter aantal gegevens bijgehouden dan over ingezetenen. De gegevens in de RNI zijn niet aangemerkt als authentieke gegevens. Gegevens over niet-ingezetenen kunnen namelijk minder gemakkelijk actueel gehouden worden dan gegevens over ingezetenen.

De Wet BRP biedt de grondslag voor systematische gegevensverstrekking over ingezetenen en niet-ingezetenen aan overheidsorganen en daartoe aangewezen andere organisaties. Bij de systematische verstrekking worden vanuit een centraal bestand op geautomatiseerde wijze persoonsgegevens uit de basisregistratie personen verstrekt.

Organisaties die in aanmerking komen voor systematische gegevensverstrekking

Allereerst komen overheidsorganen in aanmerking voor systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen. Daarnaast kunnen ook organisaties die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang daarvoor in aanmerking komen, indien deze werkzaamheden en deze organisaties op grond van artikel 3.3 van de Wet BRP zijn aangewezen. Voorts voorziet artikel 3.13 Wet BRP in systematische gegevensverstrekking aan onderzoeksinstellingen. Waar in het vervolg van deze toelichting zal worden gesproken over ‘de afnemer' worden daarmee zowel overheidsorganen als derden als onderzoeksinstellingen bedoeld.

Het autorisatiebesluit

Afnemers die systematisch gegevens verstrekt willen krijgen uit de basisregistratie personen dienen hiertoe een verzoek in bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een autorisatieaanvraagformulier. In dit formulier is aangegeven welke gegevens, over welke personen en voor welke taken de aanvrager op systematische wijze verstrekt wenst te krijgen. Het verzoek wordt getoetst, waarbij wordt uitgegaan van de beoordelingscriteria zoals deze zijn neergelegd in de Wet BRP en het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP). Onder meer bepalend is of en in hoeverre de verstrekking van de gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van de taak van de aanvrager. Hierbij wordt steeds de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen, van wie de aanvrager gegevens verstrekt wenst te krijgen, gewaarborgd.

Na toetsing van het autorisatieverzoek wordt door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een autorisatiebesluit ten behoeve van de aanvrager genomen. In dit autorisatiebesluit wordt bepaald welke gegevens over welke categorieën van personen en in welke gevallen aan de afnemer worden verstrekt. Aan het autorisatiebesluit kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van een zorgvuldige en doelmatige gegevensverstrekking.

Het autorisatiebesluit wordt voor zover mogelijk technisch vertaald in een zogenoemde autorisatietabelregel. Aan de hand van de autorisatietabelregel wordt de geautoriseerde afnemer herkend en kan de gegevensverstrekking vanuit de basisregistratie personen geautomatiseerd afgewikkeld worden.

2. Toelichting op de wijzen van verstrekken

De systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen kan op verschillende wijzen plaatsvinden. Op grond van dit besluit vindt de verstrekking op de volgende manieren plaats:

De verstrekking op verzoek

Een afnemer kan op verzoek een set gegevens van een persoonslijst verstrekt krijgen. In het autorisatiebesluit is opgenomen welke gegevens van welke categorieën personen mogen worden opgevraagd.

De adresverstrekking op verzoek

Op verzoek worden gegevens verstrekt van alle personen die op dat moment zijn ingeschreven op een bepaald adres in Nederland. In het verzoek kan worden aangegeven welk adres het betreft. Echter, in het verzoek kunnen in plaats van het adres ook gegevens van een ingeschrevene worden opgenomen. De gegevensverstrekking bevat dan de gegevens van alle personen die op dat moment op hetzelfde adres zijn ingeschreven als de (in het verzoek aangeduide) ingeschrevene. De set gegevens die mag worden opgevraagd is opgenomen in het autorisatiebesluit.

Overige verstrekkingen

Door technische problemen kan het voorkomen dat het berichtenverkeer in een bepaalde periode niet of niet juist heeft plaatsgevonden.

Indien een onderzoek is ingesteld of afgerond naar een gegeven of een verzameling van gegevens, wordt hiervan bij het verstrekte gegeven melding gedaan.

Op een persoonslijst kan bij historische gegevens de indicatie ‘onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde’ geplaatst worden. Deze gegevens zijn foutief en worden daarom in principe niet verstrekt.

Indien gegevens worden opgevraagd van een persoonslijst die is opgeschort, hetgeen onder meer gebeurt indien een ingeschrevene is overleden of geëmigreerd, worden de reden en datum opschorting bijhouding van de persoonslijst meeverstrekt. Bij verstrekking van gegevens van een persoonslijst van een niet-ingezetene, is het van belang om aan te geven wanneer de gegevens op de persoonslijst geverifieerd zijn en welke organisatie de in een categorie opgenomen gegevens heeft aangeleverd. Om dit te bereiken, worden de verificatiegegevens of de gegevens over de aanleverende organisatie, voor zover die gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, meeverstrekt als er gegevens worden verstrekt uit een categorie waarin die gegevensgroepen voorkomen.

3. Gevoelige gegevensverstrekking

Op basis van dit besluit vindt de gegevensverstrekking plaats onder een zogenoemd gevoelig regime.

Gevoelige gegevensverstrekking

Het feit dat er gegevensverstrekking aan een bepaalde afnemer plaatsvindt kan stigmatiserend werken voor de ingeschrevene. In die situatie wordt in het autorisatiebesluit bepaald dat de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens beveiligingsmaatregelen treft tegen onnodige kennisname van gegevensverstrekking aan de commissie door functionarissen die deze gegevens niet nodig hebben voor hun taak.

4. De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Dit besluit is een autorisatiebesluit dat is genomen ten behoeve van de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (in deze toelichting genoemd: de commissie).

De commissie is een overheidsorgaan als bedoeld in artikel 1. 1, onder t, van de Wet BRP.

4.1. Taken van de commissie

De commissie is ingesteld ingevolge artikel 1 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. De commissie is een zelfstandig bestuursorgaan zonder rechtspersoonlijkheid die beslist op de aanvraag om een uitkering of tegemoetkoming uit het schadefonds geweldsmisdrijven.

Op basis van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven worden door de commissie uitkeringen verstrekt aan personen die ten gevolge van een geweldsmisdrijf in het Europese deel van Nederland zwaar lichamelijk letsel hebben geleden en aan nabestaanden en naasten van die personen. Onder de kring van uitkeringsgerechtigden vallen ook andere personen dan nabestaanden die de kosten van lijkbezorging hebben voldaan van personen die zijn overleden door het misdrijf. De commissie kent ook uitkeringen toe aan personen die slachtoffer zijn geworden op Bonaire, St. Eustatius en Bonaire en geregistreerd staan in de basisregistratie personen.

Onder geweldsmisdrijf wordt onder meer verstaan diefstal met geweld, straatroof, bedreiging met een wapen, mishandeling, verkrachting, maar ook huiselijk geweld, ‘stalking’ of incest. Het schadefonds geweldsmisdrijven verstrekt eenmalige uitkeringen, als tegemoetkoming voor geestelijk leed dat slachtoffers is aangedaan (smartengeld) en voor bijvoorbeeld medische kosten of verlies van inkomen. Om voor een eenmalige uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven in aanmerking te komen, moet voldaan worden aan de voorwaarden die zijn gesteld in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven en daarop gebaseerde regelgeving.

Vanaf 1 januari 2021 treedt de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg in werking. Op basis van deze regeling kan een slachtoffer van geweld of dwangarbeid een aanvraag tot een eenmalige tegemoetkoming van € 5.000,– doen bij de commissie. Dit geweld of deze dwangarbeid moet hebben plaatsgevonden in het kader van verblijf in een in Nederland gevestigde instelling, pleeggezin of opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen, waar het slachtoffer tussen 5 mei 1945 en 12 juni 2019 onder verantwoordelijkheid van de overheid was geplaatst.

Een aanvraag tot tegemoetkoming kan worden ingediend door het slachtoffer zelf of door een nabestaande of nabestaanden, indien het slachtoffer is overleden tussen 21 februari 2020 en 1 januari 2021. De commissie moet beoordelen of een aanvraag tot tegemoetkoming voldoet aan de vereisten zoals die genoemd staan in de Tijdelijke regeling. Indien dit het geval is, zal de commissie de tegemoetkoming verstrekken uit het schadefonds geweldsmisdrijven.

Een aanvraag tot tegemoetkoming kan vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022 worden ingediend. De Tijdelijke regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023. De regeling blijft na het vervallen wel nog van toepassing op de behandeling van aanvragen tot tegemoetkoming die voor 1 januari 2023 zijn ingediend, zodat alle aanvragen die voordien zijn ingediend, nog op grond van deze regeling zullen worden beoordeeld.

4.2. Wijzen van verstrekken aan de commissie

De commissie krijgt de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de hierboven beschreven taken op systematische wijze verstrekt uit de basisregistratie personen. De systematische verstrekking aan de commissie vindt plaats door middel van gegevensverstrekking op verzoek en de verstrekking van adresgegevens op verzoek. Tot de doelgroep van de commissie behoren zowel ingezetenen als niet-ingezetenen.

De verstrekking van gegevens op verzoek aan de commissie

De commissie mag op verzoek gegevens opvragen uit de basisregistratie personen. Het betreft de gegevens die zijn opgenomen in bijlage I t/m V bij dit besluit. De commissie mag gegevens opvragen van de persoonslijsten van ingeschrevenen over wie gegevensverstrekking noodzakelijk is voor de behandeling van aanvragen tot uitkering of tegemoetkoming, bezwaarschriften en het doen van de daadwerkelijke uitkering of het verstrekken van een tegemoetkoming uit het schadefonds geweldsmisdrijven.

Naast deze taakomschrijving is ook de groep personen waarop het verzoek van de commissie gericht mag zijn, beperkt. Voor de taken op basis van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven betreft dit de verstrekking van gegevens over een ingeschrevene die op grond van artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven een aanvraag doet om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven, een ingeschrevene die door het slachtoffer wordt gemachtigd een aanvraag te doen, of een ingeschrevene die bezwaar maakt tegen een besluit van het schadefonds geweldsmisdrijven. De commissie krijgt dus op basis van de taken uit de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven gegevens verstrekt over de volgende doelgroepen, zoals omschreven in die wet: slachtoffers, nabestaanden, naasten en overige uitkeringsgerechtigden.

Een aanvraag tot tegemoetkoming in de zin van de Tijdelijke regeling kan worden ingediend door het slachtoffer zelf of door een nabestaande of nabestaanden, als het slachtoffer is overleden tussen 21 februari 2020 en 1 januari 2021. De commissie krijgt voor de uitvoering van de taken uit de Tijdelijke regeling daarom gegevens verstrekt over de volgende doelgroepen zoals beschreven in die regeling: slachtoffers en nabestaanden.

In de bijlagen van dit besluit zijn aparte gegevenssets opgenomen voor deze doelgroepen, omdat per doelgroep verschillende specifieke gegevens noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het recht op een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven.

Over het slachtoffer zijn bijvoorbeeld meer gegevens nodig in vergelijking tot de overige doelgroepen, omdat de commissie moet controleren of deze overige doelgroepen in relatie staan tot het slachtoffer. Het bestaan van een familierelatie is een van de criteria waaraan de commissie een uitkeringsaanvraag moet toetsen. Daarnaast moet voor een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling door de commissie worden gecheckt of een slachtoffer ten tijde van het vermeend gepleegde geweld of dwangarbeid op een adres in Nederland heeft gewoond, dat in de administratie van de commissie voorkomt als zijnde instelling, pleeggezin dan wel opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Ook moet getoetst worden of het slachtoffer op dat tijdstip minderjarig was.

Van de nabestaanden, naasten en overige uitkeringsgerechtigden krijgt de commissie alleen gegevens verstrekt om de identiteit te controleren en voor een juiste adressering. Voor de uitvoering van de Tijdelijke regeling krijgt de commissie geen gegevens verstrekt over naasten en overige uitkeringsgerechtigden, omdat deze doelgroepen geen aanvraag tot tegemoetkoming als bedoeld in de Tijdelijke regeling kunnen indienen.

Adresverstrekking op verzoek aan de commissie

De commissie kan tevens gegevens verstrekt krijgen van personen die op hetzelfde adres in Nederland ingeschreven zijn als een in het verzoek aangeduide slachtoffer. Dit is noodzakelijk om te bepalen wie onder de doelgroep nabestaande of naaste valt. Dit betreft niet alleen personen met een directe familierelatie, maar ook personen die met het slachtoffer in gezinsverband samenwonen of samenwoonden, bijvoorbeeld personen die samenwoonden zonder er sprake is van huwelijk of geregistreerd partnerschap. De commissie verzoekt slechts om gegevens die noodzakelijk zijn voor de behandeling van verzoeken om een uitkering of een tegemoetkoming, bezwaarprocedures en het doen van de daadwerkelijke uitkering of het verstrekken van een tegemoetkoming uit het schadefonds geweldsmisdrijven. De commissie verzoekt slechts om de gegevens die zijn aangegeven in bijlage VI.

4.3. Toelichting te verstrekken gegevens

Categorie 01 Persoon

Het A-nummer en burgerservicenummer

De gegevens uit categorie 01 worden verstrekt voor de identificatie en aanschrijving van ingeschrevene. Het gegeven ‘aanduiding naamgebruik’ wordt gebruikt voor een juiste aanschrijving van de ingeschrevene. De commissie moet de identiteit van de betrokkenen kunnen vaststellen, zodat duidelijk is wie de aanvraag of het bezwaarschrift heeft ingediend en ten behoeve van welke persoon een uitkering of eenmalige tegemoetkoming dient te worden verstrekt.

Adellijke titel/predicaat persoon

Voor de aanschrijving, zoals het versturen van brieven en besluiten, is het opnemen van de adellijke titel van een ingeschrevene verplicht. De commissie dient deze verstrekt te krijgen uit de BRP. Het gegeven ‘adellijke titel/predicaat’ is daarom opgenomen in deze autorisatie.

Geboorteplaats en geboorteland

De commissie heeft de gegevens inzake geboorteplaats en geboorteland voor haar taken op basis van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven nodig om een aanvraag bij Justid te doen voor een verzoek om een uittreksel uit de justitiële documentatie. Aan dat hand van dat uittreksel kan beoordeeld worden of het slachtoffer op grond van art. 5 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven een eigen aandeel had in de situatie waarop aansprakelijkheid berust. Dit is van invloed op de hoogte van de uitkering.

Naast het gegeven ‘geboorteplaats’ wordt ook het gegeven ‘geboorteland’ verstrekt voor een juiste interpretatie van het gegeven geboorteplaats. Plaatsnamen kunnen namelijk voorkomen in meerdere landen.

Categorie 02 en 03 Ouder 1 en Ouder 2

Met de gegevens van de ouders controleert de commissie wat de relatie is tot het slachtoffer om te beoordelen of er sprake is van een naaste of nabestaande. Dit is van belang voor een eventuele uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven.

Om de relatie tussen het slachtoffer en naasten/nabestaanden te beoordelen, zijn niet alleen de gegevens A-nummer, burgerservicenummer en geboortedatum noodzakelijk, maar ook de naamgegevens van Ouder1 en Ouder2. Het beoordelen van een familierelatie kan namelijk niet altijd plaatsvinden op basis van A-nummer/burgerservicenummer en/of geboortedatum. Bijvoorbeeld in gevallen waarbij (één) van de ouders niet zijn opgenomen op de persoonslijst van het slachtoffer of wanneer het slachtoffer en de ouders niet in dezelfde gemeente hebben gewoond voor de invoering van de GBA-V.

Categorie 05 Huwelijk/geregistreerd partnerschap

De gegevens over huwelijk/geregistreerd partnerschap zijn noodzakelijk om vast te kunnen stellen of de aanvrager tot uitkering of tegemoetkoming een nabestaande of naaste is van een slachtoffer. Dit is van belang voor een eventuele uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven. De gegevens worden verder gebruikt voor een juiste aanschrijving van het slachtoffer.

Voor de doelgroepen nabestaanden, naasten en overige uitkeringsgerechtigden worden de gegevens uit deze categorie enkel gebruikt voor een juiste aanschrijving.

Categorie 06 Overlijden

De datum overlijden wordt gebruikt om te controleren of een aanvrager of indiener van het bezwaarschrift nog in leven is. Tevens is dit gegeven noodzakelijk ter voorkoming van het aanschrijven van de overleden aanvrager of indiener van het bezwaarschrift.

Categorie 07 Inschrijving

De commissie gebruikt het gegeven ‘gemeente waar de persoonskaart zich bevindt’ om, indien bepaalde historische adresgegevens niet zijn opgenomen op de persoonslijst van het slachtoffer, te kunnen nagaan of deze wel op de persoonskaart zijn opgenomen, bij de gemeente waar deze persoonskaart zich bevindt.

De commissie heeft tevens de mogelijkheid het gegeven ‘Indicatie geheim’ op te vragen. Met dit gegeven wordt aangeduid of een ingeschrevene de gemeente heeft verzocht om zijn of haar gegevens niet te verstrekken aan bepaalde derden. Indien dit het geval is, treft de commissie aanvullende maatregelen om de privacy van de ingeschrevene te waarborgen.

Categorie 08 Verblijfplaats

De adresgegevens zijn noodzakelijk voor het aanschrijven van de ingezetenen. Het gegeven ‘Datum aanvang adreshouding’ wordt verstrekt om te kunnen vaststellen vanaf welk moment een ingeschrevene is gaan wonen op een adres waar het slachtoffer ook staat ingeschreven. Dit is noodzakelijk zodat de commissie kan toetsen of de naaste of nabestaande in gezinsverband samenwoonde met het slachtoffer.

Met het gegeven ‘Datum aanvang adres buitenland’ krijgt de commissie gegevens van niet-ingezetenen verstrekt. Deze verstrekking is noodzakelijk, aangezien een aanvrager van een uitkering of tegemoetkoming op het moment van de aanvraag niet in Nederland woonachtig hoeft te zijn.

Categorie 58 Verblijfplaats historisch

De historische gegevens over de verblijfsplaats zijn nodig om te beoordelen of het slachtoffer in de periode dat het vermeende geweld heeft plaatsgevonden, heeft gewoond op een adres dat bij de commissie bekend staat als een instelling, pleeggezin dan wel opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Dit is een vereiste voor het ontvangen van een uitkering.

Categorie 09 Kind

De commissie krijgt gegevens verstrekt over het kind van het slachtoffer. De commissie heeft gegevens van het kind van het slachtoffer nodig om vast te stellen wat de relatie is tot het slachtoffer, dit is namelijk een van de toetsingscriteria om een uitkeringsaanvraag te beoordelen. Er kunnen meerdere categorieën 09 Kind voorkomen op de persoonslijst van het slachtoffer. Het slachtoffer kan immers meerdere kinderen hebben.

Categorie 11 Gezagsverhouding

Het gegeven ‘Indicatie gezag minderjarige’ geeft aan wie belast is met het gezag over de minderjarige ingeschrevene. Dit is nodig om de bevoegdheid van de indiener van de aanvraag vast te stellen. Bijvoorbeeld in de situatie dat een ouder namens het minderjarige kind, dat slachtoffer is, een aanvraag tot tegemoetkoming of uitkering in indient.

Het gegeven ‘Indicatie curateleregister’ kan aangeven dat iemand onder curatele is gesteld. Dit is nodig om de bevoegdheid van de indiener van de aanvraag vast te stellen.

Het gegeven ‘Datum van opneming met betrekking tot de elementen van de categorie Gezagsverhouding’ is nodig om te controleren of het gezag tijdens een lopende aanvraag nog steeds bij de persoon ligt die namens een slachtoffer/nabestaande een aanvraag tot uitkering of tegemoetkoming doet.

5. Inlichtingenplicht

Teneinde de autorisatie actueel te houden dient de commissie tijdig inlichtingen te verschaffen over wijzigingen die zich voordoen in haar taak, in de regelingen waarop die taak is gebaseerd of wijzigingen in de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die taak. Het is de uitdrukkelijke verantwoordelijkheid van de commissie om deze informatie onverwijld kenbaar te maken aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Eventuele gevolgen van onjuistheden in de autorisatie als gevolg van het niet of niet tijdig doorgeven van dergelijke wijzigingen komen voor de verantwoordelijkheid van de commissie.

6. Wijzigingen

Met dit besluit wordt het autorisatiebesluit van 29 april 2019, 2019-0000130985, ingetrokken.

Deze intrekking is het gevolg van de inwerkingtreding van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg, per 1 januari 2021.

7. Publicatie

Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Het besluit wordt tevens geplaatst op de internetpagina van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, publicaties.rvig.nl.

Naar boven