Medegebruik militaire luchtvaartterrein Woensdrecht door Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht

29 januari 2021

Nr: MLA/225/2020

Kenmerk: BS2020024508

De Minister van Defensie en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Overwegende:

dat met de uitspraak van de rechtbank Zeeland – West-Brabant van 3 november 2020 de beslissing op bezwaar van 26 maart 2020 en de beschikking van 4 september 2020 met nummer MLA/156/2020 zijn vernietigd;

dat met in achtneming van vorengenoemde uitspraak alsmede de naar aanleiding daarvan genomen beslissing op bezwaar van 25 januari 2021, een nieuwe ontheffing wordt verleend aan de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (hierna: SKHV) voor het burgermedegebruik van het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht (hierna: vlb Woensdrecht);

Gelet op: artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan de SKHV, als houder of eigenaar van de luchtvaartuigen die worden genoemd in bijlage 1, paragrafen 2, 4, 5 en 7 van de Samenwerkingsovereenkomst 2010 tussen de Staat der Nederlanden en de SKHV van 19 november 2010, nr. CLSK 2010016469, wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Luchtvaartwet voor het medegebruik van vlb Woensdrecht op dagen en tijden dat de vliegbasis Woensdrecht is opengesteld, zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MilAIP) of notice to airmen (NOTAM).

Artikel 2

Op het in artikel 1 genoemde medegebruik zijn van toepassing:

  • a. de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202/620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, met dien verstande dat onder “de vergunning” deze beschikking dient te worden verstaan;

  • b. de Regeling recreatieve luchtvaart op militaire luchthavens.

Artikel 3

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de voor vlb Woensdrecht vastgestelde geluidszone niet wordt overschreden.

Artikel 4

Voor de SKHV geldt voorts dat:

  • a. de algemene leiding en de leiding over het medegebruik bij de commandant vlb Woensdrecht berusten;

  • b. het toezicht op het juiste gebruik van vlb Woensdrecht door of namens de commandant vlb Woensdrecht kan worden uitgeoefend;

  • c. de commandant van vlb Woensdrecht aanwijzingen kan geven voor het betreden en het gebruik van de vliegbasis, onder meer betrekking hebbend op de wijze waarop in de omgeving van de vliegbasis dient te worden gevlogen.

Artikel 5

  • 1. Indien door de SKHV van de regels of door de commandant vlb Woensdrecht gegeven aanwijzingen voor het medegebruik wordt afgeweken, kan het medegebruiksrecht van individuen die deel uitmaken van de SKHV, door de commandant vlb Woensdrecht tijdelijk dan wel permanent worden ontzegd.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid kan bij het (herhaaldelijk) afwijken van de regels of aanwijzingen voor het medegebruik door individuen die deel uitmaken van de SKHV, deze ontheffing door de directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit tijdelijk dan wel permanent worden ingetrokken.

Artikel 6

  • 1. Deze beschikking treedt, onder gelijktijdige intrekking van de beschikking van 7 maart 2019 met kenmerk MLA/034/2019 voor zover het vlb Woensdrecht betreft, inwerking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze beschikking vervalt met ingang van 1 november 2021 of zoveel eerder als er voor vliegbasis Woensdrecht een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Deze beschikking zal met de toelichting worden gepubliceerd in de Staatscourant.

De Minister van Defensie, voor deze, De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, J.P. Apon Commodore

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze, Inspecteur Luchtruim, infra en drone operaties,Afdeling Vergunningverlening rail en luchtvaart, M. van Velzen Senior Inspecteur

TOELICHTING

In de uitspraak van 3 november 2020 heeft de rechtbank Zeeland – West-Brabant de beslissing op bezwaar van 26 maart 2020 en de beschikking van 4 september 2020 met nummer MLA/156/2020, vernietigd. Met in achtneming van vorengenoemde uitspraak alsmede de in opvolging van de vorengenoemde uitspraak genomen beslissing op bezwaar van 25 januari 2021 wordt met onderhavige beschikking een nieuwe ontheffing verleend aan de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (hierna: SKHV) voor het burgermedegebruik van het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht. Omdat dit besluit op grond van artikel 7:11, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht deel uitmaakt van de vorengenoemde beslissing op bezwaar, is er onder in besluit geen bezwaarclausule opgenomen.

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder “Onze Minister”, wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Minister van Infrastructuur en Waterstaat). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder “Onze Minister” de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen dus beide ministers toestemming moeten geven.

Aan de SKHV wordt als houder of eigenaar van de luchtvaartuigen, die zijn opgenomen in bijlage 1 van de Samenwerkingsovereenkomst 2010 tussen de Staat der Nederlanden en de SKHV, ontheffing verleend voor het gebruik van die luchtvaartuigen op de desbetreffende militaire luchtvaartterreinen. In de samenwerkingsovereenkomst wordt verwezen naar luchtwaardige en niet-luchtwaardige luchtvaartuigen. Hoewel met de niet-luchtwaardige luchtvaartuigen niet wordt gevlogen, wordt er door de niet-luchtwaardige luchtvaartuigen wel gebruik gemaakt van de stallingsmogelijkheden op het aangewezen luchtvaartterrein en is in die zin ontheffing nodig van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet.

Hoewel artikel 34 van de Luchtvaartwet is vervallen, geldt het artikel volgens de overgangsbepaling van de Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML, Stb. 2008, 561) nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing is gebaseerd op de Luchtvaartwet en nog niet op de Wet luchtvaart. Die situatie is van toepassing op het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht.

Ingevolge de RBML wordt het onder de Luchtvaartwet geldende regime van aanwijzing van luchtvaartterreinen gaandeweg vervangen door het in de Wet luchtvaart neergelegde systeem waarin luchthavens gestalte krijgen door middel van een luchthavenbesluit. De definitieve overgang op dit nieuwe regime was aanvankelijk voorzien per 1 november 2014, maar is bij wet van 2 juli 2014 (Stb. 2014, 289) verschoven naar 1 november 2016, vervolgens bij wet van 22 juni 2016 (Stb. 2016, 260) naar 1 november 2018 en laatstelijk bij wet van 11 juli 2018 (Stb. 2018, 253) naar 1 november 2021. Zodoende is ervoor gekozen om de ontheffing te laten vervallen met ingang van 1 november 2021 of zoveel eerder als er voor beide militaire luchtvaartterreinen een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Zodra een luchthavenbesluit voor de genoemde militaire luchthaven (de Wet luchtvaart spreekt niet langer van militaire luchtvaartterreinen) is vastgesteld, zal er een einde komen aan de reeds aangehaalde overgangsperiode en daarmee het medegebruik op grond van de ontheffingensystematiek van de Luchtvaartwet. Vanaf dat moment zal het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht door de SKHV gestalte moeten krijgen in de vorm van een op het medegebruik toegesneden vergunning.

Ten aanzien van de geluidsbelasting is in de Luchtvaartwet vastgelegd dat de geluidsbelasting door startende en landende vliegtuigen van een luchtvaartterrein wordt berekend. De geluidsbelasting door de grote civiele en militaire luchtvaart wordt berekend op jaarbasis en wordt uitgedrukt in Kosteneenheden. De geluidsbelasting wordt berekend volgens een daartoe vastgesteld berekeningsvoorschrift en met inachtneming van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart. Deze systematiek is van toepassing op alle vliegtuigen met uitzondering van vaste vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving lichter dan 6.000 kg.

De gegevens omtrent het feitelijke gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie dat er door de vliegtuigbewegingen van luchtvaartuigen van de SKHV, die niet in verhouding staan tot het aantal normale militaire vliegtuigbewegingen, buiten de vastgestelde respectievelijk vastgelegde geluidszone wordt getreden.

Naar boven